Vriend van je toekomstige zelf

lange termijn

Elke handeling in het heden heeft gevolgen voor de toekomst. Maar het is erg moeilijk om de toekomst mee te wegen, erg moeilijk dus om een vriend te zijn van je toekomstige zelf.

Waarom de toekomst minder zwaar weegt

De gedragspsychologie kent hiervoor een goed onderbouwd begrip: temporal discounting, het “afprijzen” van de toekomst. Een beloning die je nu kunt krijgen, voelt waardevoller dan dezelfde beloning over een jaar. Hetzelfde geldt voor straf en verlies: een nadeel dat pas over maanden optreedt, weegt in de beslissing van vandaag nauwelijks mee. Uitgestelde beloning en uitgestelde bestraffing sturen ons gedrag daardoor veel zwakker dan directe gevolgen.

Evolutionair is dat begrijpelijk. Onze voorouders leefden in een omgeving waarin de nabije toekomst onzeker was; wie het zekere voor het onzekere nam, overleefde. Maar in een moderne levensloop, met loopbanen van decennia, pensioenen, gezondheid die zich over jaren opbouwt of afbreekt, werkt kortzichtigheid tegen ons.

Er komt nog iets bij. Emoties reageren vooral op wat als werkelijk en nabij wordt ervaren, niet op abstracties. De emotiepsycholoog Nico Frijda beschreef dit als de wet van de schijnbare werkelijkheid. De stapel werk op je bureau vandaag maakt dat je hard werkt; het beeld van jezelf over tien jaar, overbelast omdat je nooit grenzen stelde, roept vrijwel niets op. Het is te ver weg, te vaag, te weinig echt. Ons gevoel is een slechte bondgenoot van de lange termijn.

Je toekomstige zelf als vreemde

De psycholoog Hal Hershfield heeft laten zien hoe diep dit gaat: veel mensen behandelen hun toekomstige zelf alsof het een ander persoon is. In hersenonderzoek reageert het brein bij het denken aan “Ik over twintig jaar” soms meer zoals bij het denken aan een vreemde dan aan zichzelf. En wie zijn toekomstige zelf als vreemde ervaart, zorgt er ook slechter voor: minder sparen, minder bewegen, meer uitstellen.

Dat maakt langetermijndenken tot een kwestie van identiteit. De vraag is niet alleen “Wat wil ik nu?”, maar ook “Wie wil ik over vijf of tien jaar zijn en wat gun ik die persoon?”. Wie zijn zelfbeeld als iets veranderlijks ziet, iets dat je mede zelf vormgeeft, heeft het gemakkelijker om het toekomstige zelf als bondgenoot te zien in plaats van als abstractie.

Waar het speelt

Het korte-termijn-denken duikt overal op waar keuzes van nu hun prijs pas later tonen.

*Bij grenzen en assertiviteit: de snelle “ja” van vandaag bepaalt wat morgen van je wordt verwacht. Elke toezegging signaleert je omgeving dat je beschikbaar bent.

*In de loopbaan: wie jarenlang doet wat zich toevallig aandient, kan op een dag ontdekken dat de arbeidsmarkt is veranderd en de eigen koers nooit is uitgezet. Juist bij loopbaanvragen loont het om regelmatig een lange horizon te nemen: waar wil ik naartoe, en welke kleine stap van nu past daarbij?

*Bij leefstijl en gezondheid: de gevolgen van eten, bewegen en slapen zijn traag en cumulatief. Precies daarom werkt het beter om gewoontes in kleine stappen te veranderen dan te vertrouwen op wilskracht tegenover een verre beloning.

*Bij plannen: we onderschatten stelselmatig hoeveel tijd taken kosten, de planning fallacy. Ook dat is een vorm van te licht wegen van de toekomst: het toekomstige ik zal het wel oplossen.

*En op maatschappelijke schaal is het hetzelfde mechanisme dat duurzaam gedrag zo moeilijk maakt: de kosten zijn nu, de baten liggen ver weg en bij anderen.

De lange termijn dichterbij halen

Als uitgestelde gevolgen ons gevoel niet bereiken, is de oplossing niet méér wilskracht, maar de toekomst dichterbij halen, zo concreet en zintuiglijk dat ze emotioneel gaat meetellen.

Een eerste techniek is episodic future thinking: het levendig voorstellen van een concrete toekomstige situatie. Niet “ooit wil ik meer rust”, maar: het is dinsdagochtend over drie jaar, ik zit aan mijn bureau, mijn agenda heeft ademruimte, ik heb gisteren zonder schuldgevoel een verzoek afgewezen. Hoe ziet dat eruit, hoe voelt dat? Onderzoek laat zien dat zulke levendige toekomstbeelden het afprijzen van de toekomst daadwerkelijk verminderen. Je kunt het versterken door je toekomstige zelf een gezicht te geven: stel je jezelf voor op een concrete leeftijd, in een concrete omgeving, en vraag je bij belangrijke keuzes af wat deze persoon ervan zou vinden.

Een tweede techniek zijn implementatie-intenties: als-dan-plannen die de goede keuze van tevoren vastleggen. “Als mij op het werk een extra taak wordt gevraagd, dan zeg ik dat ik er een nacht over slaap.” Zo hoeft de beslissing niet genomen te worden op het moment dat de korte termijn het hardst roept. Het is zelfcontrole zonder moeite.

Een derde is pre-commitment: de toekomst nú al vastleggen, zodat je latere zelf er niet meer onderuit kan, of niet meer hoeft te vechten. Een vaste vrije middag in de agenda, een automatische overboeking naar de spaarrekening, een afspraak met een wandelmaatje. Je gebruikt het heden, waarin je verstandig bent, om het toekomstige moment, waarin je verleidbaar bent, te beschermen.

En ten slotte kan het Willen–Moeten–Zou moeten-lijstje dienst doen als filter met tijdsdimensie. Bij elke verplichting die je aangaat, kun je niet alleen vragen: wil ik dit, moet dit echt, of vindt alleen de omgeving dat het zou moeten? Je kan ook vragen: wil mijn toekomstige zelf dit nog steeds?

patroon

Regie over je tijdshorizon

Denken op de lange termijn is uiteindelijk geen kwestie van discipline, maar van regie: zelf bepalen op welke tijdschaal je je keuzes weegt. Wie de lange termijn niet meeneemt, laat de regie in feite aan het toevallige heden- aan wie er vandaag iets vraagt, aan wat er vandaag lokt of dreigt. Wie de toekomst dichterbij haalt, vergroot zijn eigen regie, omdat je toekomstige zelf een stem krijgt in de beslissingen van nu.

En soms is die stem verrassend mild. Het toekomstige zelf vraagt zelden om perfectie. Het vraagt vooral om niet vergeten te worden.

Literatuur

Hershfield, H. E. (2023). Your future self: How to make tomorrow better today. Little, Brown Spark

Pronin, Olivola & Kennedy (2008), “Doing unto future selves as you would do unto others”, Personality and Social Psychology Bulletin, 34(2), 224–236

Auteur: Maria Trepp

linktr.ee/mariatrepp