De Nederlandse psycholoog Nico Frijda (1927–2015) heeft mijn denken over emoties sterk gevormd. Hij liet zien dat emoties geen storende onderbrekingen van het verstand zijn, maar begrijpelijke, wetmatige processen die ons vertellen wat er voor ons op het spel staat. Wie zijn werk leert kennen, kijkt anders naar zijn eigen gevoelsleven.
Nico Frijda
Wie was Nico Frijda?
Frijda geldt als een van de grondleggers van het moderne emotieonderzoek, in Nederland en ver daarbuiten. Van 1965 tot 1992 was hij hoogleraar Functieleer aan de Universiteit van Amsterdam, en daarna nog tien jaar bijzonder hoogleraar Emotietheorie. Zijn boek The Emotions (1986) wordt nog altijd als een standaardwerk beschouwd; in The Laws of Emotion (2007) bracht hij decennia onderzoek samen.
In een tijd waarin de psychologie emoties vooral als bijverschijnsel behandelde (het ging toen vooral om gedrag) keerde Frijda dat perspectief om. Emoties zijn volgens hem juist de drijvende krachten áchter ons gedrag: ze richten onze aandacht, kleuren ons oordeel en zetten ons in beweging. Kenmerkend voor hem was een zekere nuchterheid. Op de vraag uit zijn beroemde oratie, Kunnen mensen denken?, luidde zijn antwoord: ja, een beetje. Diezelfde afgewogen toon hield hij aan over emoties: krachtig, maar niet onbegrijpelijk.
Emoties ontstaan uit betekenis, niet uit gebeurtenissen
Frijda’s eerste grote inzicht klinkt eenvoudig, maar verandert alles: een emotie is geen rechtstreeks gevolg van wat ons overkomt, maar van de betekenis die we eraan geven. Niet de gebeurtenis zelf maakt ons boos, bang of blij, maar onze waardering of inschatting ervan, dus de inschatting van wat de situatie betekent. Vakgenoten noemen dit de “appraisaltheorie”. Frijda is een belangrijke en internationaal gewaardeerde grondlegger hiervan.
Die inschatting, “appraisal”, draait om wat Frijda concerns noemt: onze belangen, doelen, waarden en hechtingen. Een gebeurtenis wordt pas emotioneel zodra ze een van die belangen raakt. Dezelfde regenbui is een ramp voor wie net een buitenbruiloft geeft, en een opluchting voor wie maanden op droogte wachtte. De bui veranderde niet; het belang dat erdoor geraakt werd, verschilt.
Met andere woorden: emoties staan niet los van cognitie, van denken. Emotie, cognitie en gedrag, zijn onoplosbaar met elkaar verbonden.
Voor coaching is dat een hoopvol gegeven. Als emoties voortkomen uit betekenis, dan opent elke herwaardering van die betekenis ook ruimte voor een ander gevoel. Denken en voelen zijn dus nauw verweven zijn, en dit is ook de grondslag is van de Cognitieve Gedragstherapie (CGT).
Actiebereidheid: emotie als drang tot handelen
Frijda’s bekendste bijdrage in de psychologie van emoties is het begrip actiebereidheid (action readiness). Een emotie is in de kern een verandering in onze bereidheid om op een bepaalde manier te handelen, of juist níet te handelen. Angst is bereidheid tot vluchten of vermijden, woede tot grenzen stellen of confronteren, vreugde tot toenadering en betrokkenheid, verdriet tot terugtrekken en loslaten.
Emoties wijzen dus niet alleen op wat er gebeurt, maar duwen ons ook ergens heen. Ze zijn geen passieve reacties maar drijfveren: het zijn de emoties die ons als een motor in beweging brengen. Dat maakt ze tot waardevolle motivatie in plaats van tot lastige klachten. Ik werk dit uit mijn blog in Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht.
In de coaching is dit een belangrijke hulp. Wie de actiebereidheid achter een emotie leert herkennen, heeft de keuze: de impuls volgen, of bewust ruimte maken tussen prikkel en reactie. Precies deze ruimte is het onderwerp van Emotionele flexibiliteit. En omdat onze actiebereidheid ook voor anderen zichtbaar is, in onze houding, stem en gezicht, sturen emoties voortdurend onze relaties, zoals ik beschrijf in Emoties als sociale informatie.
De wetten van de emotie
Het meest karakteristieke idee van Frijda is dat emoties wetmatig zijn. Ze gedragen zich niet grillig, maar volgen herkenbare patronen. Hij noemde dit de wetten van de emotie. Die wetten laten zich maar tot op zekere hoogte met de wil sturen. Juist dit besef werkt bevrijdend: je gevoelsleven is geen persoonlijk falen, maar een natuurlijk proces met een eigen logica.
Een paar van die wetten zijn voor het dagelijks leven bijzonder verhelderend:
De wet van het belang zegt dat er geen emotie ontstaat waar geen belang in het spel is: een sterke emotie is dus altijd een aanwijzing dat er iets op het spel staat dat ertoe doet.
Volgens de wet van de schijnbare werkelijkheid reageren emoties op wat we als echt en concreet voorstellen. Een levendig, beeldend voorgesteld gevaar raakt ons sterker dan een abstract, statistisch gevaar, ook als dat laatste objectief groter is.
De wetten van de gewenning en de hedonische asymmetrie verklaren waarom geluk vervaagt zodra we eraan wennen, terwijl pijn onder aanhoudende belasting veel hardnekkiger is (zie ook negativiteitsbias)
De wet van het behoud van emotioneel momentum voegt daaraan toe dat ingrijpende gebeurtenissen hun emotionele lading niet vanzelf verliezen: ze moeten verwerkt worden. Dat verklaart waarom rouw een actief proces is en geen kwestie van afwachten, een onderwerp dat ik uitwerk in Rouwen op je eigen manier.
En de wet van de zorg voor de gevolgen beschrijft hoe elke emotionele impuls vanzelf wordt getemperd door de zorg voor wat eruit volgt. In die ingebouwde rem ligt het natuurlijke aangrijpingspunt voor emotieregulatie.
Die laatste wetten laten zien dat regulatie niet betekent dat je emoties wegdrukt, maar dat je hun logica leert kennen en er ruimte in vindt. Dat is de rode draad van mijn werk rond emotiekennis en emotieregulatie, en het sluit aan op concrete copingstrategieën om met stress en tegenslag om te gaan.
Literatuur
Frijda, N. H. (1986). The Emotions. Cambridge University Press. (Nederlandse vertaling: De emoties, 1988.)
Frijda, N. H. (1988). The laws of emotion. American Psychologist, 43(5), 349–358.
Frijda, N. H. (2007). The Laws of Emotion. Lawrence Erlbaum Associates.
Reeve, J. (2024). Understanding motivation and emotion. John Wiley & Sons.
Een scholiere las mijn blog over de negativiteitsbias en stuurde mij een aantal goede vragen toe. Ik beantwoord ze hier, voor haar, en voor iedereen die zich herkent in het feit dat één rotopmerking soms zwaarder weegt dan tien complimenten. Voor wie het oorspronkelijke blog nog niet kent: dat geeft de theoretische achtergrond, dit nieuwe blog gaat in op concrete vragen uit de dagelijkse praktijk.
1. Waarom onthouden mensen negatieve ervaringen beter dan positieve?
Het korte antwoord: omdat onze hersenen erop zijn gebouwd om vooral te onthouden wat ons kan beschadigen. Dat is in feite een evolutionair voordeel. Onze voorouders die zich de plek van de tijger van vorig jaar herinnerden, leefden langer dan zij die het al vergeten waren.
Maar het zit dieper dan alleen evolutionaire reflexen. Hersenonderzoek laat zien dat negatieve gebeurtenissen intenser worden verwerkt. Ze trekken automatisch je aandacht, ze activeren meer hersengebieden tegelijk, en ze worden grondiger geanalyseerd (“hoe is dit gebeurd?”, “hoe voorkom ik dit?”, “wat had ik anders moeten doen?”). Al die extra verwerking maakt dat de herinnering ook dieper wordt vastgelegd.
Positieve ervaringen krijgen die intensieve behandeling niet. Een mooie zonsondergang vraagt geen analyse. Een fijn compliment vraagt geen plan om herhaling te voorkomen. Het brein registreert het, geniet er kort van, en gaat over tot de orde van de dag.
De Amerikaanse psycholoog Rick Hanson formuleerde dit bondig: “Het brein is als klittenband voor negatieve ervaringen en als teflon voor positieve.” Het ene blijft plakken, het andere glijdt eraf.
2. Waarom komt kritiek vaak harder aan dan complimenten?
Dit is misschien wel het meest dagelijkse voorbeeld van de negativiteitsbias. Tien mensen zeggen dat je presentatie goed was, één persoon maakt een kritische opmerking, en op de fietstocht naar huis denk je niet aan die tien, maar aan die ene.
Verschillende mechanismen werken hier samen:
Sociale dreigingsdetectie. Wij zijn groepsdieren. Voor onze voorouders kon afwijzing door de groep letterlijk het einde betekenen: buiten de stam overleefde niemand. Daarom heeft ons brein een fijn afgesteld systeem dat sociale signalen razendsnel scant op afkeuring of uitsluiting. Kritiek triggert dat alarmsysteem; complimenten niet.
Bevestiging is verwacht, kritiek niet. We hopen op waardering. Wanneer die komt, voelen we voldoening, maar geen verrassing. Kritiek breekt door dat verwachtingspatroon, en wat opvalt, dringt door.
Onderzoekers John en Julie Gottman ontdekten dat in goede relaties de verhouding tussen positieve en negatieve momenten ongeveer vijf op één ligt. Niet 1:1. Niet 2:1. Vijf positieve interacties zijn nodig om één negatieve te compenseren. Dat geeft een idee van hoe scheef de weegschaal in ons brein hangt. We moeten bijna overdreven positief zijn, om vriendelijk over te komen. Ik schreef hierover in mijn blog Betere relaties.
Een praktisch gevolg: wie feedback geeft doet er goed aan zich te realiseren dat zijn woorden zwaarder landen dan hij denkt. En wie kritiek krijgt, mag zich realiseren dat het brein de klap automatisch vergroot… en dat je de kritiek zelf een beetje moet inkaderen, omdat die zwaarder treft dan misschien bedoeld. Maar dat is natuurlijk geen bewijs dat kritiek terecht of belangrijk is.
3. Waar gaan positieve ervaringen of complimenten naartoe als negatieve dingen zoveel sterker blijven hangen?
Mooie vraag, die ik graag eerlijk beantwoord: ze verdwijnen vaak gewoon. Niet allemaal, een echt belangrijk compliment, een uitzonderlijk geluksmoment, dat onthoud je. Maar het gemiddelde positieve moment komt nauwelijks in je langetermijngeheugen terecht. Het glijdt, om met Hanson’s beeld te spreken, langs het teflon naar beneden.
Tenzij je het brein een handje helpt.
Dit is precies waar de positieve psychologie haar pijlen op richt. Rick Hanson noemt het “taking in the good”: actief de tijd nemen om een positieve ervaring binnen te laten komen.
Taking in the good
Merk een positief moment op (een lekker bakje koffie, een vriendelijke buurman, een kleine prestatie).
Blijf er een paar seconden langer bij stilstaan dan je anders zou doen, zeg twintig seconden.
Voel het in je lichaam: waar zit het gevoel, hoe voelt het?
Laat het echt landen.
Dit klinkt als zweverig advies, maar het is gegrond op hoe het geheugen werkt. Een ervaring die je twintig seconden aandacht geeft, wordt anders opgeslagen dan een ervaring die je binnen één seconde alweer voorbij laat gaan. Voor wie dit serieus wil oefenen, helpt een dankbaarheidsdagboek: drie dingen die vandaag goed gingen of die je kon genieten, opschrijven voor je gaat slapen. Onderzoek laat zien dat zo’n eenvoudig ritueel na een paar weken meetbaar verschil maakt in stemming en welbevinden.
4. Heeft sociale media volgens u een invloed op negativiteitsbias bij jongeren?
Ja, en wel op een manier die het probleem vergroot in plaats van compenseert. Een paar punten:
Algoritmes zijn gebouwd op je negativiteitsbias. TikTok, Instagram, YouTube, X, al deze platforms verdienen aan jouw aandacht. En aandacht trek je het sterkst met emotioneel geladen content, vooral negatief geladen. Verontwaardiging, schok, ruzie, drama, daar reageert het brein op. Algoritmes hebben dat geleerd en serveren je dus precies dat soort content. Niet omdat ze je willen schaden, maar omdat ze je willen vasthouden en je aandacht tot geld maken.
sociale vergelijking
Sociale vergelijking wordt extreem scheef. Op sociale media zie je een gefilterd, opgepoetst beeld van het leven van anderen. Hun vakanties, hun lichamen, hun feestjes, hun successen. Jouw eigen leven vergeleken met die geredigeerde versie lijkt dan saaier, lelijker, eenzamer, negatiever. Vooral voor jongeren wier zelfbeeld nog in ontwikkeling is kan dit heftig uitpakken.
Kritiek wordt publiek en permanent. Een vervelende opmerking in de klas blijft misschien tot het einde van de dag hangen. Een vervelende opmerking onder je post staat er daarentegen voor onbepaalde tijd, voor iedereen zichtbaar, herleesbaar, deelbaar. Dat versterkt de impact van negatieve ervaringen op een manier die mensen vroeger nooit hebben meegemaakt.
Slaap en aandacht raken ontregeld. Veel scrollen voor het slapen gaan tast de slaapkwaliteit aan, en slecht slapen versterkt de negativiteitsbias verder. Het is een vicieuze cirkel.
Onderzoek koppelt intensief sociale-media-gebruik bij jongeren, vooral bij meisjes, aan toegenomen angst, somberheid en lichaamsontevredenheid. Dat betekent niet dat sociale media voor iedereen schadelijk zijn, of dat je nooit op je telefoon mag. Maar het is wel reëel om te erkennen: deze platforms zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om jouw oudste hersencircuits voor jouw aandacht te kapen.
Concreet helpt het om bewust je gebruik te beperken, sommige accounts te ontvolgen, je telefoon ’s avonds weg te leggen, en jezelf eraan te herinneren dat wat je ziet een uitgekozen highlight is en niet het echte leven. Voor wie meer wil weten over de manipulatiekant: mijn blog over weerbaarheid tegen online manipulatie gaat hier dieper op in.
5. Waarom blijven gênante of pijnlijke momenten zo lang hangen?
Iedereen kent dit. Je ligt in bed, je gaat ineens denken aan iets stoms dat je tien jaar geleden hebt gezegd op een verjaardag, en je krimpt ineen onder het dekbed. Voor de duizendste keer.
Twee mechanismen zijn hier vooral werkzaam:
geheugen-negativiteitsbias
Sociale pijn is echte pijn. Hersenscans laten zien dat sociale afwijzing en gêne dezelfde hersengebieden activeren als fysieke pijn. Het brein behandelt “een blunder maken voor een groep” alsof het werkelijk gevaarlijk is, wat het namelijk het in onze voorouderlijke tijd ook was. Wie uit de groep viel, was kwetsbaar. Daarom voelt gêne zo intens, en daarom blijven die momenten zo plakken.
Het brein blijft de gebeurtenis “fiksen”. Wanneer iets pijnlijks gebeurt, gaat een deel van het brein aan de slag om uit te zoeken hoe je het kunt voorkomen in de toekomst. Dat is functioneel. Maar bij sociale gebeurtenissen valt er meestal niets te repareren. Je kunt het verleden immers niet veranderen, en de waarschijnlijkheid van een herhaling is laag. Het brein blijft niettemin proberen. Elke keer dat het moment opduikt, voel je de schaamte opnieuw.
Wat helpt:
Herinner jezelf eraan dat anderen het waarschijnlijk allang vergeten zijn. Mensen denken nauwelijks aan andermans blunders, ze zijn namelijk vooral bezig met hun eigen blunders. Dit heet in de psychologie het spotlight-effect: we overschatten hoeveel anderen op ons letten!
zelfcompassie
Behandel jezelf met zelfcompassie. Zou je een vriend(in) net zo hard veroordelen om diezelfde blunder? Waarschijnlijk niet. Behandel jezelf met dezelfde mildheid.
Erken wat er gebeurde en laat het er zijn. Wegduwen werkt niet. De gedachte komt dan sterker terug. Erkennen (“ja, dat was awkward”) en dan loslaten werkt beter.
Als je echt veel piekert: oefen met aandachtsverlegging. In mijn blog over minder piekeren staan concrete technieken hiervoor.
En een troostrijk feitje: bijna iedereen heeft een mentale collectie van zulke cringe-momenten. Het hoort bij mens-zijn. Wie zegt dat hij ze niet heeft, liegt of heeft een buitengewoon kort geheugen. Met je vrienden kan je misschien soms over jullie cringe-momenten lachen?
6. Kan negativiteitsbias invloed hebben op mentale gezondheid of zelfbeeld?
Ja, zeker, en op meer manieren dan je misschien zou denken.
Zelfbeeld. Wie elke kritiek onthoudt en elke waardering vergeet, bouwt over de jaren heen onvermijdelijk een vertekend zelfbeeld op. Het brein zegt: “Ik ben dus niet zo goed in dit, want ik herinner me vooral wat er misging.” In werkelijkheid waren er misschien tien geslaagde dingen tegenover één misser, maar het geheugen telt anders. Mensen met een laag zelfbeeld hebben vaak geen objectief slecht leven gehad; ze hebben een geheugen dat selectief de tegenslagen heeft bewaard.
Depressieve klachten. Bij depressie wordt de negativiteitsbias extra sterk. Het brein zoomt nóg dieper in op negatieve interpretaties, terwijl positieve signalen nauwelijks landen. Een neutrale opmerking wordt als kritiek opgevat. Een uitnodiging wordt vergeten. Zo voedt de depressie zichzelf. Cognitieve gedragstherapie helpt door deze vertekening expliciet aan te pakken; zie mijn blog over cognitieve gedragstherapie.
Angst en piekeren. Een sterke negativiteitsbias houdt het brein gericht op wat er fout kan gaan. Daardoor neemt piekeren toe, evenals lichamelijke stresssignalen.
Relaties. Wanneer je vooral onthoudt wat een ander verkeerd doet, en vergeet wat hij of zij goed doet, raakt het beeld van die ander vertekend. Veel relatieconflicten ontstaan niet omdat de ander slecht zou zijn, maar omdat de negatieve momenten te zwaar wegen in het mentale archief.
Faalangst. De negativiteitsbias speelt ook een rol bij faalangst en prestatieangst, angst die juist bij scholieren en studenten veel voorkomt rond toetsen, presentaties en examens.
Het mooie is: het herkennen van het mechanisme is al de helft van de oplossing. Wanneer je weet dat je brein scheef weegt, hoef je je eigen intuitieve negatieve oordeel niet meer voor de volle waarheid te nemen.
7. Is het mogelijk om ons brein minder te laten focussen op negatieve dingen?
Ja. Niet door de bias uit te schakelen (die zit zo diep ingebakken in onze biologie dat dat onmogelijk is) maar door hem te compenseren. Een paar concrete strategieën:
Train je aandacht op positieve momenten. Zoals bij vraag 3: blijf bewust langer staan bij wat goed is. Drie goede dingen per dag opschrijven. Een mooi moment werkelijk doorvoelen.
Word je bewust van je gedachten. Veel negatieve gedachten zijn automatisch, ze gaan langs je heen zonder dat je ze opmerkt. Door ze bewust te leren herkennen (“aha, daar is weer die kritische stem”), neemt hun macht over je af. Dit is een van de basisvaardigheden uit cognitieve gedragstherapie en mindfulness.
Toets je gedachten op realiteit. Is wat ik denk waar? Welk bewijs is er voor? Welk bewijs is er tegen? Zou ik een vriend(in) hetzelfde aandoen? Vaak zijn negatieve gedachten halve waarheden of overdrijvingen.
Beperk negatieve input. Voorzichtig zijn met hoeveel angstige nieuwsberichten en dramatische sociale media je per dag tot je neemt (doomscrolling). Vooral in tijden van maatschappelijke onrust is dosering belangrijk.
Beweeg en kom buiten.Natuurbeleving en lichaamsbeweging hebben een direct, meetbaar effect op stemming en piekergedrag.
Lach. Lachen (bijvoorbeeld samen met je vrienden over jullie stomme fouten) activeert het parasympatische zenuwstelsel en breekt het negatieve circuit. Zie mijn blog Lachen is gezond.
Investeer in verbondenheid. Sociale steun is een van de sterkste buffers tegen de gevolgen van de negativiteitsbias. Mensen om je heen die war en vriendelijk zijn, herinneren je aan dingen die jouw eigen brein wegfiltert.
Wees mild voor jezelf.Zelfcompassie is misschien wel de meest onderschatte vaardigheid bij dit alles. Wie zichzelf hard veroordeelt voor elke negatieve gedachte, vergroot het probleem alleen maar.
Voor wie merkt dat het negatieve denken hardnekkig is: een paar gesprekken met een psycholoog of coach kunnen veel doen. Soms is een buitenstaander die met je meekijkt naar je gedachtepatronen precies wat het brein nodig heeft om uit zijn oude sporen te komen.
Tot slot
Dank aan de scholiere die deze zeven vragen stelde. Goede vragen dwingen tot helderder denken. Wat ik vooral mooi vind aan deze vragenreeks: de vragen laten zien dat de negativiteitsbias geen abstract concept is uit een psychologieboek, maar iets waar iedereen dagelijks mee te maken heeft. Een leraar die kritiek geeft. Een berichtje op TikTok. Een gênant moment in de klas. Een vergelijking met een vriendin op Instagram.
Het brein dat ons heeft helpen overleven, helpt ons in de moderne wereld niet altijd. Maar zodra je weet hoe het werkt, kun je het tegenspreken. Door bewust ruimte te maken voor wat er ook is: het goede, dat te makkelijk verloren gaat in de echo van het slechte.
Wil je het oorspronkelijke blog over de negativiteitsbias lezen voor de theoretische achtergrond?
Literatuur
Rick Hanson — over de klittenband/teflon-metafoor en “taking in the good”:
Hanson, R. (2013). Hardwiring happiness: The new brain science of contentment, calm, and confidence. Harmony Books.
Hanson, R., & Mendius, R. (2009). Buddha’s brain: The practical neuroscience of happiness, love, and wisdom. New Harbinger Publications.
Voor de wetenschappelijke onderbouwing van Hanson’s stellingen:
Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370. https://doi.org/10.1037/1089-2680.5.4.323
Gottman 5:1-ratio:
Gottman, J. M., & Silver, N. (1999). The seven principles for making marriage work. Crown Publishers.
Spotlight-effect:
Gilovich, T., Medvec, V. H., & Savitsky, K. (2000). The spotlight effect in social judgment: An egocentric bias in estimates of the salience of one’s own actions and appearance. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 211–222.
Sociale pijn en fysieke pijn:
Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302(5643), 290–292.
Dankbaarheidsonderzoek (drie goede dingen):
Seligman, M. E. P., Steen, T. A., Park, N., & Peterson, C. (2005). Positive psychology progress: Empirical validation of interventions. American Psychologist, 60(5), 410–421.
Sociale media en welzijn bij jongeren:
Twenge, J. M., Haidt, J., Lozano, J., & Cummins, K. M. (2022). Specification curve analysis shows that social media use is linked to poor mental health, especially among girls. Acta Psychologica, 224, 103512.
Mensen willen elkaar beïnvloeden. Bijvoorbeeld om samen te werken, of om geld, status en macht te verwerven. Overtuigen en manipuleren zijn hierbij twee basis-typen van beinvloeding die elkaar niet gelijkwaardig tegenover staan.
Voor de mentale gezondheid en een gezonde samenleving is overtuigen heel waardevol. Manipulatie daarentegen niet.
Ik probeer hier vanuit de humanistische zelfdeterminatietheorie aan te geven op welke manier je het verschil tussen overtuigen en manipuleren kunt beoordelen.
De zelfdeterminatietheorie (psychologische basisbehoeften) verklaart hoe je het welzijn van mensen kunt ondersteunen. Mensen kunnen zich namelijk het best ontwikkelen en zijn mentaal weerbaar en sociaal tevreden als aan drie voorwaarden wordt voldaan:
De autonomie van een persoon moet worden ondersteund
De competentie (leren en ontwikkelen) van een persoon moet worden ondersteund
Op mijn website staan veel blogartikelen die verschillende aspecten van de zelfdeterminatietheorie uitleggen. De zelfdeterminatietheorie ondersteunt de psychologische behoeften van mensen en de intrinsieke, zelfgestuurde motivatie .
Waarom is overtuigen beter dan manipuleren?
Voor de onderbouwing en beoordeling waarom overtuigen zo veel beter is dan manipuleren kan ons de zelfdeterminatietheorie helpen.
De mentale gezondheid van mensen gaat vooruit, als mensen autonomie hebben, dus over zichzelf en hun acties zelf mogen beslissen.
Autonomie: overtuigen beter dan manipuleren
Autonomie van mensen kan men het beste ondersteunen door de volgende acties:
* Het perspectief van de ander innemen (emotie, empathie). Dit betekent dat men probeert te begrijpen wat de ander denkt, voelt en wil, en daar respectvol mee omgaat. Dit vergroot het vertrouwen en de verbondenheid tussen mensen.
* Onderbouwde uitleg geven (overtuigen). Dit betekent dat men duidelijk maakt waarom een bepaalde taak of activiteit belangrijk of zinvol is. Ook wordt uitgelegd hoe de taak bijdraagt aan een hoger doel of een gemeenschappelijk belang. Een dergelijke uitleg vergroot het gevoel van betrokkenheid en zingeving bij de ander.
* Vriendelijk formuleren. Dit betekent dat men positieve, ondersteunende en bemoedigende woorden gebruikt in plaats van dwingende, controlerende taal.
* Geduld tonen: dit betekent dat men de tijd neemt om naar de ander te luisteren. Men stellt vragen, zonder te haasten, te onderbreken of te oordelen. Dit vergroot het gevoel van ruimte en veiligheid bij de persoon.
* Negatieve emoties of twijfels toestaan: Dit vergroot het gevoel van authenticiteit en acceptatie bij de ander.
Autonomie: samenvatting
Uit deze aanbevelingen blijkt al heel duidelijk dat je de autonomie van een ander het beste ondersteund met overtuigen, en niet met manipulatie. Een belangrijk middel van manipulatie is namelijk, om mensen geen tijd te geven. Manipulatie werkt met simpele triggers: je moet vooral snel toehappen op een aanbieding. Wie manipuleert geeft de ander niet graag de ruimte om goed na te denken en af te wegen. Manipulatie werkt met het activeren van ons automatisch en snel denk systeem. Lees hier meer over snel/automatisch denken en wat de beroemde psycholoog Kahneman over snel versus langzaam denken zei.
Voorbeelden Een voorbeeld van een overtuigende manier van beinvloeding is, dat een krant je aanbiedt, dat je een week de krant gratis of heel goedkoop mag lezen voordat je een abonnement neemt. De krant probeert jou te overtuigen van de kwaliteit en geeft je de tijd om alles goed ddor te nemen en af te wegen. Manipulatie zou daarentegen zijn dat een website je een secondewijzer laat zien en aftelt, zodat je snel moet bestellen anders vervalt de aanbieding. Daarmee wordt je autonomie aangetast: je krijgt geen tijd om te denken en af te wegen.
Competentie: overtuigen beter dan manipuleren
Je overtuigt een ander heel goed door je argumenten goed te onderbouwen en de ander zelfs ook nog wat te laten leren. Als je een product wilt verkopen, kan je als bedrijf bijvoorbeeld goede verlichting geven, die aansluit bij de tests van de consumentenbond. De consumentenbond leert mensen iets over de verschillende aspecten van een product, de samenstelling, hoe duurzaam het product is, wat de verborgen onderhoudskosten zijn enz. Een bedrijf dat een product verkoopt dat goed scoort bij de consumentenbond kan dus met deze informatie de klanten “opvoeden”. Manipulatie daarentegen zou zijn als een bedrijf liegt en niet bestaande tests aanhaalt of zelf willekeurige schijntests uitvoert die het eigen product bevoordelen. Algemeen kan je stellen, dat het liegen of niet erkennen van feiten altijd manipulatie is. Met “feiten” wordt hier dan bedoeld dat experts en erkende wetenschappers het bijna allemaal eens zijn wat wel of niet een bepaald feit is.
Sociale verbondenheid
Sociale verbinding is heel belangrijk voor fysieke en mentale gezondheid. En met technieken van overtuiging kan je de sociale samenhang versterken. Een bedrijf kan bijvoorbeeld vertellen, dat het heel belangrijk is om elkaar te kennen, in de straat en in de wijk. In dat verband kan een bedrijf bijvoorbeeld bloembollen goedkoop of deels gratis weggeven als een straat samenwerkt om geveltuinen aan te leggen.
Manipulatie tast de sociale verbinding juist aan. Manipulatie werkt graag met angst en het aanwakkeren van tegenstellingen. Dit is een bekend fenomeen in de politiek en in de online wereld.
Intrinsieke en extrinsieke motivatie
Mensen, die de intrinsieke motivatie van anderen willen ondersteunen, kiezen voor overtuigen.
Intrinsieke motivatie is de liefde voor de taak zelf – iets doen omdat het interessant, plezierig, bevredigend, boeiend of persoonlijk uitdagend is. Intrinsieke motivatoren zijn hierbij interesse, plezier, of de tevredenheid en de uitdaging van het werk zelf. Men heeft dan geen ander doel voor ogen dan de taak, en men hoeft deze taak ook niet per se goed uit te voeren. De voldoening ligt in het gedrag zelf.
Extrinsieke motivatie is het domein van de manipulatie. Extrinsieke motivatie is het werken en leren voor beloning, bevestiging, cijfers, geld, macht en status. De manipulator is uit op een van deze doelen: geld, macht of status.
Het continuum tussen overtuigen en manipuleren
In de praktijk is er geen zwart-witte tegenstelling tussen overtuigen en manipulatie. Er is een continuum tussen deze beide manieren van beinvloeden. Met de criteria autonomie, competentie en verbondenheid kan je proberen vast te stellen, waar op het continuum tussen overtuigen en manipuleren zich een bepaalde manier van beinvloeden bevindt.
Literatuur
Cialdini, Robert B. Influence, New and Expanded: The Psychology of Persuasion. 1984, 1994, 2007, 2021. (Nederlands: Invloed: de zes geheimen van het overtuigen).
Ryan, R., & Deci, E. (2017). Self-determination theory : Basic psychological needs in motivation, development, and wellness.
Ryan, R. (2019). The Oxford handbook of human motivation (Second ed., Oxford handbooks online).
Wie zich interesseert voor de mechanismes van online manipulatie, moet zich in het boek van Sander van der Linden “Immuun voor Nepnieuws” (2023) verdiepen.
Van der Linden heeft onderzoek gedaan naar de onderliggende strategieën die ten grondslag liggen aan het ontstaan en de verspreiding van bijna alle vormen van nepnieuws. In zijn onderzoek heeft hij een indeling ontwikkeld die bekend staat als de ‘Six Degrees of Manipulation’ (Zes niveaus van manipulatie). Hij beschrijft de technieken identificeert die worden gebruikt om de publieke opinie te misleiden en te beïnvloeden.
Zes niveaus van manipulatie:
1. Polarisatie: het opzettelijk verdelen van groepen binnen de samenleving, het versterken van het ‘wij tegen zij’-denken. Het doel is het vertrouwen, medegevoel en solidariteit te verzwakken.
2. Emotionele triggers: het inspelen op angst, woede of verontwaardiging impulsieve reacties uit te lokken.
3. Samenzweringsverhalen: het verspreiden van uitgebreide “theorieën” die wijzen op verborgen complotten of geheime agenda’s. Het doel hierbij is om het vertrouwen in democratische instellingen te ondermijnen.
4. Impersonatie: het presenteren van valse identiteiten, zoals nepdeskundigen, of vervalste officiële organisaties, om misinformatie geloofwaardig te maken.
5. Trollen: opzettelijk provoceren, lastigvallen of online gesprekken ontsporen om verwarring te zaaien, vijandigheid te kweken.
6. In diskrediet brengen: legitieme informatiebronnen (journalisten, wetenschappers), aanvallen. Het doel is dat mensen waarheid niet meer van leugens kunnen onderscheiden.
Literatuur:
Van der Linden, S. (2023). Foolproof: Why misinformation infects our minds and how to build immunity. WW Norton & Company. Nederlandse titel: “Immuun voor nepnieuws”
We erven een verhaal over emoties dat zo vanzelfsprekend is dat het nauwelijks als verhaal voelt. Er gebeurt iets: een dichtslaande deur, een venijnige opmerking, het gezicht van een kind, en een emotie schiet los. Boosheid, angst, liefde: elke emotie lijkt in één keer compleet aan te komen, ingebakken, in ieder mens gelijk, een reflex die we amper kunnen tegenhouden. Noem dit het triggermodel: emoties zijn in deze visie dingen die ons overkomen.
De Amerikaanse psycholoog en neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett betoogt al haar hele loopbaan dat dit beeld niet alleen onvolledig is, maar onjuist. In haar boek How Emotions Are Made stelt ze dat emoties niet getriggerd maar geconstrueerd worden: door het brein in elkaar gezet uit eenvoudiger ingrediënten, en gevormd door de concepten die een bepaalde cultuur je aanreikt. Het is een verrassende these, en ze roept meteen een eerlijke tegenwerping op.
Tegenwerping
Die tegenwerping gaat zo. Barrett onderscheidt affect (de kale ervaring van prettig of onprettig, kalm of opgejaagd, die door elk wakker moment heen stroomt) van emotie. Affect is basaal en waarschijnlijk universeel; emoties als boosheid en vreugde zijn dat niet. Maar zodra je die tweedeling toelaat, roept deze ook vragen op. Als er al een kaal gevoel ligt, is “construeren” dan niet gewoon het plakken van een woord op dat gevoel? Het antwoord op die vraag is de kern van dit stuk, en het leidt naar een idee dat al veel ouder is dan de neurowetenschap.
Affect is nog geen emotie
Om de tegenwerping te wegen, moeten we eerst helder krijgen wat affect is. Volgens Barrett heeft affect twee dimensies. De eerste is valentie: hoe prettig of onprettig je je voelt. De tweede is arousal: hoe kalm of opgejaagd je bent. Elke toestand waarin je verkeert, is een combinatie van die twee. De psycholoog James Russell noemde dit een circumplex, een cirkelvormige ruimte van valentie en arousal. Uitgelaten op een feestje is prettig en hoog in arousal; futloos op de bank is onprettig en laag.
Dat affect komt voort uit interoceptie: het beeld dat je brein doorlopend maakt van de toestand van je lichaam, dus je hartslag, je ademhaling, je energievoorraad. Barrett vat dat samen als je lichaamsbudget. Affect is in feite een korte samenvatting van hoe je er budgettair voor staat. Sta je rood, dan meldt zich een onprettig gevoel; dat is geen luxe maar een prikkel die je brein aanzet om naar een verklaring te zoeken.
Hier zit al een inzicht dat er in de psychologie en coaching toe doet. Een onprettig gevoel betekent niet automatisch dat er iets mis is. Soms belast je alleen je lichaamsbudget. De marathonloper voelt zich moe ver voordat zijn energie op is; wie een lastige denktaak doet, kan zich ellendig voelen terwijl hij uitstekend presteert. Het gevoel is echt, maar het is niet altijd een betrouwbaar bericht over de wereld.
Het concept voorspelt
Terug naar de tegenwerping, dat “construeren” eigenlijk alleen maar het plakken van een woord is. Die tegenwerping klopt alleen als het concept ná het gevoel kom, dus een etiket dat je achteraf op een al voltooide ervaring plakt. Maar Barretts claim is juist het omgekeerde, en die draait om hoe het brein werkt.
Je brein zit niet te wachten tot de wereld het raakt. Het voorspelt. Nog voordat de zintuiglijke prikkel binnenkomt, heeft het al gegokt wat er aankomt, op grond van een leven en leergeschiedenis vol vergelijkbare momenten, en het corrigeert die gok aan wat er werkelijk gebeurt. Dat is geen eigenaardigheid van emoties; het is volgens Barrett de standaardwerking van het brein. De regel die je nu leest, zie je als woorden en niet als inktvlekken omdat je brein woorden voorspelt. Je besluit niet om een boek te zien; je ziet er gewoon een, want de ruwe prikkel is al geordend door concepten die je allang niet meer merkt te gebruiken.
Emotie draait op diezelfde machinerie. Een bonzend hart en een golf van arousal spreken niet voor zichzelf. Of die toestand angst wordt of opwinding, hangt af van het concept waar je brein naar grijpt om er betekenis aan te geven. En het brein grijpt naar het concept vóór het bewustzijn, als onderdeel van het bouwen van de ervaring, niet als commentaar op een al af gevoel. Het concept is dus geen versiering. Om Barretts eigen keukenbeeld te gebruiken: het is minder een etiket op een brood dan de bloem erin. Haal je het bloem weg, dan houd je niet hetzelfde brood zonder etiket over, maar water. Ook als je de tweedeling tussen affect en emotie volledig toelaat, is construeren dus geen herlabelen. Het concept helpt bepalen wélk gevoel je precies voelt.
Affectief realisme: we voelen de wereld
Er is een tweede reden waarom affect niet zomaar “de feiten” doorgeeft, en die verdient in het licht van kritisch denken bijzondere aandacht. Barrett noemt het affectief realisme: we ervaren ons eigen affect als een eigenschap van de wereld. Een foto van een katje “is” prettig, een rottend lijk “is” onprettig, net alsof het prettige of onprettige in het object zelf zit. Maar dat gevoel is van ons; het object belast slechts ons lichaamsbudget. “Ik voel me slecht, dus jij hebt iets slechts gedaan” is de sluiproute die affectief realisme voor ons aanlegt.
De gevolgen zijn niet onschuldig. In een bekend onderzoek onder rechters bleek de kans op afwijzing van een verzoek om voorwaardelijke vrijlating groter vlak voor de lunch: honger, ervaren als een onbestemd naar gevoel, kleurde het oordeel. We denken dat zien geloven is, maar affectief realisme laat zien dat het ook andersom werkt: geloven is zien, en voelen is zien. Dit is dezelfde familie van vertekeningen die ik elders bespreek bij de cognitieve denkfouten, en het is verwant aan de negativiteitsbias: niet ons redeneren maar ons gevoel maakt ongemerkt de conclusie al klaar. Wie dat weet, kan een naar gevoel voortaan behandelen als een vraag: “Wat belast mijn energiebudget?” in plaats van als een vonnis over de ander. Dit is een van de grondslagen van de Cognitieve Gedragstherapie.
Emoties gaan ergens over: Frijda en de intentionaliteit
Affect is dus basaal, maar het is nog geen emotie. Wat komt erbij? Barrett reserveert het woord emotie voor een episode die ergens over gaat: je bent bang voor de hond, boos op je collega, verdrietig om iemand. Je vrolijk voelen zonder aanwijsbare reden telt niet als emotie — dat is louter affect.
Sommigen vinden dat gek: is blij zijn niet óók een emotie, ook zonder object? Toch is de eis die hier gesteld wordt geen willekeur, maar een van de oudste inzichten uit de filosofie van de emoties: intentionaliteit, het gericht-zijn op iets. De Nederlandse emotieonderzoeker Nico Frijda, naar wie Barrett zelf met instemming verwijst, bouwde zijn hele theorie hierop. Emoties zijn voor Frijda antwoorden op de betekenis van een situatie; zijn wet van de situationele betekenis zegt dat emoties ontstaan uit betekenisstructuren en verschuiven zodra de betekenis verschuift. Een emotie zonder object is dan geen zuiverdere emotie, maar bijna geen emotie: er is niets om te beoordelen, niets om je op voor te bereiden, niets waar de emotie voor is. (Wie Frijda’s werk verder wil verkennen, leest meer over Nico Frijda.)
Een heel oud idee: Spinoza
En daarmee kom ik bij de figuur die achter Frijda opdoemt. Barretts werkelijke vernieuwing zit in het mechanisme: voorspelling, interoceptie, het voortdurende budgetteren van het lichaam. Haar filosofische kernclaim, dat een emotie een lichamelijke toestand is, gecombineerd met een idee van wat die toestand betekent, is niet nieuw. Baruch Spinoza bracht die gedachte al in 1677 in kaart.
In de Ethica omschrijft Spinoza een affect (affectus) als een verandering van het lichaam die het vermogen tot handelen vergroot of verkleint, én tegelijk het idee van die verandering. Lees dat nog eens: de affectus is niet het lichamelijke voelen alleen, en niet de gedachte alleen, maar de twee als één ding, een lichamelijke verandering, versmolten met een idee van haar oorzaak. Dat is een constructionistische én intentionele theorie van emotie. De strijd die Barrett voert tegen de traditie van “rede versus hartstocht”, de emotie als een beest dat het verstand moet temmen, was er een die Spinoza al weigerde te voeren. Voor hem waren de hartstochten nooit de vijand van de rede; het waren verwarde ideeën, en verwarring is nu juist iets waar begrip aan kan werken.
Deze brug tussen zeventiende-eeuwse filosofie en hedendaagse affectwetenschap werk ik verder uit op mijn Spinoza-blog.
Waarom dit ertoe doet
Hier verdient het oude idee zijn plaats, en houdt het op academisch te zijn. Spinoza’s stilste, radicaalste claim staat achterin de Ethica: een affectus die een lijdende hartstocht is, houdt op een hartstocht te zijn zodra we er een helder en welonderscheiden idee van vormen. Een affect begrijpen, is het te veranderen.
Barrett komt langs een andere weg op dezelfde plek uit, en noemt het emotionele granulariteit: het vermogen om fijne onderscheidingen te maken tussen gevoelens, ergernis van wrok van teleurstelling onderscheiden in plaats van alles op één hoop “naar” te vegen. Wie meer granulariteit heeft, reguleert emoties soepeler en gaat beter om met tegenslag, want een precies concept is niet alleen een nauwkeuriger etiket; het opent meer specifiekere mogelijkheden om te handelen. Goed benoemen is meer ruimte krijgen om te bewegen. Precies daarover gaat het bij emotiekennis en emotieregulatie en bij de emotionele flexibiliteit die ruimte maakt tussen prikkel en reactie.
Dat is Spinoza’s claim opnieuw, in de taal van voorspelling en concepten — en het keert de oorspronkelijke twijfel om. Als emoties simpelweg getriggerd werden, reflexen die de wereld afvuurt, dan viel er voor begrip weinig te doen behalve de storm uitzitten. Omdat ze gemaakt worden, is begrip geen toeschouwer. Het is een van de ingrediënten. En daarom betekent een naar gevoel ook niet altijd dat er iets mis is. Soms is het, zoals we zagen, niet meer dan een belast budget, iets voor zelfzorg en herstel in plaats van een oordeel om naar te handelen.
Emoties zijn gemaakt, niet getriggerd en niet verzonnen. Wat het constructionistische beeld toevoegt, en wat Spinoza als eerste zag, is dat het auteurschap van je emoties ( al is het maar deels, al ligt het onder de grens van je bewustzijn) je meer ruimte laat dan het oude verhaal van de trigger ooit toestond.
Literatuur:
Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)
Reeve, J. (2024). Understanding motivation and emotion. John Wiley & Sons.
Wetenschappers berichten over een verontrustende trend bij kinderen en adolescenten die gebruik maken van sociale media platforms (bijv. TikTok) om zich te presenteren met functionele psychiatrische beperkingen. Sociale mediaplatforms kunnen zo als transmissiemiddel dienen voor “sociale besmetting” van zelfgediagnosticeerde stoornissen.
Vaak zijn deze psychiatrische zelfdiagnoses niet in overeenstemming met professioneel erkende criteria. De ziektebeelden worden als het ware op de sociale media ontworpen en uitgewerkt (Haltigan et al., 2023) en dienen niet zelden het opbouwen van een “slachtoffermentaliteit”.
Een confirmation bias, myside-bias of bevestigingsvooroordeel is een cognitieve bias. Deze veel voorkomende denkfout is de neiging om aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Over informatie die de eigen overtuigingen weerspreekt is men daarentegen hyperkritisch. Over het algemeen hebben mensen in hun leven al veel geïnvesteerd (materieel of sociaal geïnvesteerd) in een bepaalde leefstijl of een maatschappelijke groep en zouden nadelen ondervinden als zij een andere overtuiging moeten accepteren. Er wordt in sommige gevallen ook wel gesproken van “gemotiveerde informatieverwerking” (motivated reasoning) waarbij mensen hun eerdere overtuigingen verdedigen, in stand houden of bevestigen.
In-group en identiteit
Wanneer we ons emotioneel verbonden voelen met bepaalde opvattingen treedt gemakkelijk confirmation bias op. We gebruiken uiteindelijk elk willekeurig “bewijs” dat we vinden om simpelweg de vooraf vastgestelde conclusies van onze in-group te versterken. Vooral wanneer we al tijd, energie en geloof in een groep hebben geïnvesteerd willen we het wereldbeeld beschermen dat onze identiteit bevestigt.
Sociale psychologie, cognitieve bias en identiteit
Wat we als feiten en als waar beoordelen hangt af van onze wens voor positieve informatie over ons zelf en onze toekomst (tenzij we ons aan de twee regels houden die hieronder worden beschreven…) . Informatie die positieve gevolgen heeft voor ons zelf of voor de groep met wie we ons identificeren wordt veel sneller als “waar” beoordeeld. Mensen zijn evolutionair niet ontwikkeld om de werkelijkheid/realiteit goed waar te nemen, maar om in groepen te ageren. Voor ons is belangrijk wat onze vrienden en bondsverwanten vinden, niet wat “echt” aan de hand is. Hierbij is het verschil tussen wetenschapper en leken alleen maar gradueel, niet absoluut.
Selectief winkelen is een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anekdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Tegelijkertijd worden andere relevante soortgelijke gevallen of gegevens die het eigen standpunt kunnen tegenspreken worden genegeerd. Gegevens of andere vergelijkbare gevallen die dit standpunt mogelijk ontkrachten, in breder perspectief plaatsen of nuanceren worden daarbij verzwegen. Cherrypicking kan opzettelijk of onopzettelijk plaatsvinden.
Men kiest of interpreteert elk bewijsstuk dat overtuigingen ondersteunt en verwerpt elk bewijsstuk dat dat niet doet. Een favoriete techniek van de confirmation bias.
Confirmation bias is het tegendeel van het falsificatiebeginsel
Terwijl wetenschappelijk, rationeel en kritisch denken juist om een falsificatieprincipe vraagt, is de confirmation bias juist typisch voor intuïtief, subjectief en bevooroordeeld denken. In sommige groepen, zoals bij complotdenkers, vormt de confirmation bias een steunpilaar van het de denken en de algehele argumentatie.
Maar de confirmation bias komt overal in de samenleving voor, ook bij hoogopgeleide mensen. Beslissingen op basis van deze denkfout komen voor in politieke, organisatorische, financiële en wetenschappelijke contexten. Belangrijk is daarom kritische en open discussie in divers samengestelde groepen. Terwijl de meeste mensen individueel hun eigen denkfouten niet kunnen ontdekken, zijn mensen juist erg goed in het ontdekken van de denkfouten van anderen, vooral als deze niet tot de eigen in-group toebehoren. Groepen nemen doorgaans betere beslissingen wanneer mensen uiteenlopende meningen kunnen uiten.
Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen
zwarte zwaan: zeldzame gebeurtenis
Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer deze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen (ook wel genoemd Zwarte Zwanen). We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.
Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen. Zie de Russisch-Oekraïense Oorlog, maar ook de COVID-pandemie.
De negativiteitsbias is een cognitieve bias die ertoe leidt dat ongunstige gebeurtenissen een grotere invloed hebben op onze psychologische toestand dan positieve gebeurtenissen. De negativiteitsbias treedt zelfs op wanneer ongunstige gebeurtenissen en positieve gebeurtenissen even sterk zijn. Dat betekent dat we negatieve gebeurtenissen intenser voelen.
Mensen zijn geneigd zijn meer aandacht te besteden aan negatieve informatie en negatieve ervaringen dan aan positieve. Mensen vinden negatieve informatie ook belangrijker dan positieve. Deze negativiteitsbias verschijnt op verschillende gebieden, b.v. emotie, geheugen, aandacht en besluitvorming. Hoewel de exacte evolutionaire oorsprong van de negativiteitsbias niet volledig wordt begrepen, zijn er verschillende theorieën die proberen te verklaren hoe deze bias zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld.
Evolutie
Eén theorie is dat de negativiteitsbias is geëvolueerd als een overlevingsmechanisme om vroege mensen te helpen gevaarlijke situaties en roofdieren te vermijden. In de voorouderlijke omgeving werd de mens geconfronteerd met vele bedreigingen, zoals roofdieren, natuurrampen en andere gevaren. Concentratie op negatieve informatie, zoals de aanwezigheid van een roofdier, zou de mens hebben geholpen bij het identificeren en vermijden van potentiële gevaren, waardoor zijn overlevingskansen toenamen.
Een andere theorie is dat de negativiteitsbias geëvolueerd is als een manier om sociale bedreigingen te vermijden en sociale banden te onderhouden. In sociale interacties kan negatieve informatie, zoals kritiek of afwijzing, een grotere invloed hebben op sociale relaties dan positieve informatie, zoals lof of acceptatie. Aandacht voor negatieve sociale signalen zou de vroege mens hebben geholpen om potentiële conflicten te vermijden en sociale banden te onderhouden, wat cruciaal was voor overleving en voortplanting.
In het algemeen kan de negativiteitsbias zich hebben ontwikkeld als een adaptief mechanisme om de vroege mens te helpen door zijn omgeving te navigeren en te overleven in moeilijke omstandigheden. Hoewel de bias niet altijd nuttig is in hedendaagse situaties, is hij door de tijd heen blijven bestaan en blijft hij onze waarnemingen, emoties en gedragingen vormen.
Reactiesnelheid en geheugen
geheugen-negativiteitsbias
Negatieve stimuli triggeren bij mensen een snellere en intensere reactie dan positieve stimuli. Negatieve informatie wordt ook beter herinnert dan positieve informatie. Dit gebeurt vermoedelijk doordat negatieve informatie automatisch bedreigingsreacties activeert. Als je mogelijke negatieve resultaten verwacht vermeidt je in de planning potentieel schadelijke of pijnlijke ervaringen.
In sommige experimentele situaties leren mensen sneller met straf voor fout gedrag, omdat straf gedrag onderdrukt. Maar hoewel straf in sommige situaties effectief kan zijn, suggereert onderzoek dat op de langere termijn beloning veel effectiever is dan straf.
Mensen denken en redeneren bij negatieve gebeurtenissen meer na. Ook gebruiken mensen de hersenen intensiever bij negatieve gebeurtenissen dan bij positieve gebeurtenissen. Deze extra verwerking leidt tot verschillen tussen positieve en negatieve informatie in aandacht, leren en geheugen.
Neurologische verschillen wijzen ook op een intensievere verwerking van negatieve informatie: deelnemers vertonen omvangrijkere verwerking in de hersenen bij het lezen over negatieve handelingen.
Het geheugen wordt ook beïnvloed door de negatieve of positieve kwaliteit van de stimuli. Wanneer zowel positief als negatief gedrag wordt bestudeerd, herinneren deelnemers zich meer negatief gedrag tijdens een latere geheugentest dan positief gedrag. Er zijn ook aanwijzingen dat mensen een beter herkenningsgeheugen en brongeheugen hebben voor negatieve informatie.
Wanneer mensen wordt gevraagd zich een recente emotionele gebeurtenis te herinneren, hebben ze de neiging om vaker negatieve gebeurtenissen te melden dan positieve. Mensen vergeten vaker positief emotionele ervaringen dan negatief emotionele ervaringen.
Studies van de negativiteitsbias zijn ook gerelateerd aan onderzoek binnen het domein van de besluitvorming. Wanneer iemand iets kan winnen of verliezen, wegen potentiële kosten zwaarder wegen dan potentiële winsten (verliesangst).
Angst en samenzweringstheorieen
De negativiteitsbias is sterker in tijden van maatschappelijke onrust en verandering. De Covid-pandemie heeft dus ook veel zorgen en angst veroorzaakt. Volgens Stubbersfield (2021) is de negativiteitsbias ook relevant voor de verspreiding van samenzweringstheorieën. Samenzweringstheorieën geven voornamelijk verklaringen voor negatieve gebeurtenissen en/of veronderstellen kwade bedoelingen van de samenzweerders (Douglas et al., 2019). Online manipulatie draait dan ook in sterke mate op het opwekken van sterke negatieve emoties.
Gevolgen van de negativiteitsbias
In het algemeen kan de negativiteitsbias aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor diverse aspecten van menselijke cognitie, emotie en gedrag. Enkele van deze negatieve gevolgen zijn:
Toegenomen stress en angst: Focussen op negatieve informatie – piekeren en tobben – kan stress en angst vergroten. Dit kan negatieve gevolgen kan hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.
Pessimisme en negatief denken: De negativiteitsbias kan leiden tot een algemene neiging tot negatief denken en pessimisme. Dit kan creativiteit, probleemoplossing en algemeen welzijn belemmeren.
Overgeneralisatie en vooringenomenheid: De negativiteitsbias kan leiden tot overgeneralisatie en vooroordelen. Mensen schrijven dus negatieve motieven aan anderen toe zonder voldoende bewijs.
Relatieproblemen: De negativiteitsbias kan leiden tot problemen in sociale relaties. Mensen richten opzich negatieve aspecten van anderen of gebeurtenissen. Dit kan tot conflicten en misverstanden leiden.
Polarisatie tussen groepen
Besluitvormingsproblemen: De negativiteitsbias kan ook de besluitvorming beïnvloeden, omdat mensen zich eerder richten op potentiële negatieve uitkomsten dan op potentiële positieve uitkomsten. Dit leidt tot risicoaversie en gemiste kansen.
Verminderde motivatie: Focussen op negatieve informatie kan de motivatie en betrokkenheid verminderen, omdat mensen zich ontmoedigd en gedemotiveerd kunnen voelen door de waargenomen negatieve uitkomsten.
Wantrouwen tegen helpers: wetenschappers die vaccins ontwikkelen, politici die de samenleving organiseren, de overheid die de orde wil bewaren.
Bebbington, K., MacLeod, C., Ellison, T. M., & Fay, N. (2017). The sky is falling: Evidence of a negativity bias in the social transmission of information. Evolution and Human Behavior, 38(1), 92–101. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2016.07.004
Douglas, K. M., Sutton, R. M., Callan, M. J., Dawtry, R. J., & Harvey, A. J. (2016). Someone is pulling the strings: Hypersensitive agency detection and belief in conspiracy theories. Thinking & Reasoning, 22(1), 57-77. 667 https://doi.org/10.1080/13546783.2015.1051586
Rozin, P., & Royzman, E. B. (2001). Negativity Bias, Negativity Dominance, and Contagion. Personality and Social Psychology Review, 5(4), 296–320. https://doi.org/10.1207/S15327957PSPR0504_2
Stubbersfield, J. (2021). Conspiracy Theories: A Cultural Evolution Theory approach.
Vogelzang is een wonderbaarlijke en miraculeuze bijdrage aan onze natuurbeleving. Vogelgeluiden betoveren en fascineren. Buiten zijn, wandelen fietsen, tuinieren draagt in hoge mate bij aan onze mentale en fysieke gezondheid en ons welzijn. Vogelzang is daarbei één van de aspecten die natuurervaring zo plezierig en weldoend maakt.
nachtegaal
Er zijn verschillende redenen waarom mensen vogelgezang aangenaam vinden en waarom we het graag horen:
Evolutionaire betekenis van vogelzang
Vogelzang bestaat al miljoenen jaren en is geëvolueerd als communicatiemiddel en om partners aan te trekken. Onze voorouders vertrouwden wellicht op de geluiden van vogels om het begin van een nieuwe dag aan te geven of om bepaalde gevaren of voedselbronnen te herkennen. Daarom kan onze liefde voor vogelgeluiden evolutionaire wortels hebben.
Schoonheid
Veel mensen vinden vogelgezang gewoon mooi en aangenaam om naar te luisteren. Vogelgeluiden kunnen complex en melodieus zijn, en ze hebben vaak een rustgevend effect op luisteraars.
Verbinding met de natuur
Luisteren naar vogelgezang kan ons meer verbonden doen voelen met de natuurlijke wereld. Vogelzang kan gevoelens van rust, kalmte en vrede oproepen.
Nieuwsgierigheid
Mensen hebben een aangeboren nieuwsgierigheid naar de wereld om ons heen, en vogelgeluiden kunnen onze nieuwsgierigheid en interesse in de vogels die ze produceren aanwakkeren. Dit kan leiden tot een grotere waardering en begrip van de natuurlijke wereld. Zangvogels zingen ingewikkelde liedjes om partners aan te trekken en hun territorium te verdedigen. Je herkent vogelsoorten ook aan hun specifieke zang.
Emotie
Recent onderzoek wijst uit, dat vogelgeluiden angst verlichten (Stobbe et al. 2022) Ander onderzoek toont aan, dat blootstelling aan natuurlijke geluiden, zoals vogelgezang, tot een verhoogde alfagolf-activiteit in de hersenen kan leiden. Alfagolven worden geassocieerd met ontspanning en een staat van wakkere rust, wat suggereert dat blootstelling aan natuurlijke geluiden een kalmerend effect kan hebben op de hersenen.
Een van de essentiële inzichten van sociaal-psychologisch onderzoek is dat de informatieverwerking van mensen vaak vertekend is, en gekenmerkt door denkfouten.
Hiervoor werd het begrip ‘cognitieve bias’ geïntroduceerd door Tversky en Kahneman .
Een cognitieve bias is een systematisch patroon van afwijking van de norm of rationaliteit of objectiviteit in het oordeel. Individuen creëren hun eigen “subjectieve realiteit” op basis van hun perceptie van de wereld. Zo kunnen cognitieve vooroordelen soms leiden tot onnauwkeurig oordeel, onlogische interpretatie, of wat in het algemeen (kritisch) irrationaliteit of (lovend) intuïtie wordt genoemd.
Veel cognitieve biases zijn evolutionair ontstaan en hielpen mensen om te overleven. Cognitieve fouten kunnen tot effectievere acties leiden. Bovendien maakt het toestaan van cognitieve vertekeningen snellere beslissingen mogelijk. Vaak is snelheid belangrijker dan nauwkeurigheid. Cognitieve vertekeningen zijn een gevolg van menselijke mentale beperkingen, dus van een beperkte capaciteit voor informatieverwerking.
Veel onderzoekers houden zich bezig met cognitieve fouten en er zijn honderden ervan beschreven. Recentelijk hebben de onderzoekers Oeberst en Imhoff een eenvoudige samenvatting van een groot deel van menselijke denkfouten voorgesteld. Niet alle denkfouten vallen onder het voorgestelde vereenvoudige model, bijvoorbeeld niet de negativiteitsbias. Maar veel van de denkfouten laten zich op een eenvoudig model reduceren. Dit is het samenvattend model:
cognitieve fouten denkfouten
Nederlands:
Mijn ervaring is een goede maatstaf.
Ik schat de wereld juist in.
Ik ben goed.
Mijn groep is een goede maatstaf.
Mijn groepsleden zijn goed.
De eigenschappen van mensen, niet de context bepalen resultaten.
Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen
Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer ze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen. We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.
confirmation bias
Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen.
Literatuur
Oeberst, A., & Imhoff, R. (2023). Toward Parsimony in Bias Research: A Proposed Common Framework of Belief-Consistent Information Processing for a Set of Biases. Perspectives on Psychological Science, 17456916221148147.