Lisa Feldman Barrett en de geconstrueerde emotie

We erven een verhaal over emoties dat zo vanzelfsprekend is dat het nauwelijks als verhaal voelt. Er gebeurt iets: een dichtslaande deur, een venijnige opmerking, het gezicht van een kind, en een emotie schiet los. Boosheid, angst, liefde: elke emotie lijkt in één keer compleet aan te komen, ingebakken, in ieder mens gelijk, een reflex die we amper kunnen tegenhouden. Noem dit het triggermodel: emoties zijn in deze visie dingen die ons overkomen.

De Amerikaanse psycholoog en neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett betoogt al haar hele loopbaan dat dit beeld niet alleen onvolledig is, maar onjuist. In haar boek How Emotions Are Made stelt ze dat emoties niet getriggerd maar geconstrueerd worden: door het brein in elkaar gezet uit eenvoudiger ingrediënten, en gevormd door de concepten die een bepaalde cultuur je aanreikt. Het is een verrassende these, en ze roept meteen een eerlijke tegenwerping op.

Tegenwerping

Die tegenwerping gaat zo. Barrett onderscheidt affect (de kale ervaring van prettig of onprettig, kalm of opgejaagd, die door elk wakker moment heen stroomt) van emotie. Affect is basaal en waarschijnlijk universeel; emoties als boosheid en vreugde zijn dat niet. Maar zodra je die tweedeling toelaat, roept deze ook vragen op. Als er al een kaal gevoel ligt, is “construeren” dan niet gewoon het plakken van een woord op dat gevoel? Het antwoord op die vraag is de kern van dit stuk, en het leidt naar een idee dat al veel ouder is dan de neurowetenschap.

patroon

Affect is nog geen emotie

Om de tegenwerping te wegen, moeten we eerst helder krijgen wat affect is. Volgens Barrett heeft affect twee dimensies. De eerste is valentie: hoe prettig of onprettig je je voelt. De tweede is arousal: hoe kalm of opgejaagd je bent. Elke toestand waarin je verkeert, is een combinatie van die twee. De psycholoog James Russell noemde dit een circumplex, een cirkelvormige ruimte van valentie en arousal. Uitgelaten op een feestje is prettig en hoog in arousal; futloos op de bank is onprettig en laag.

Dat affect komt voort uit interoceptie: het beeld dat je brein doorlopend maakt van de toestand van je lichaam, dus je hartslag, je ademhaling, je energievoorraad. Barrett vat dat samen als je lichaamsbudget. Affect is in feite een korte samenvatting van hoe je er budgettair voor staat. Sta je rood, dan meldt zich een onprettig gevoel; dat is geen luxe maar een prikkel die je brein aanzet om naar een verklaring te zoeken.

Hier zit al een inzicht dat er in de psychologie en coaching toe doet. Een onprettig gevoel betekent niet automatisch dat er iets mis is. Soms belast je alleen je lichaamsbudget. De marathonloper voelt zich moe ver voordat zijn energie op is; wie een lastige denktaak doet, kan zich ellendig voelen terwijl hij uitstekend presteert. Het gevoel is echt, maar het is niet altijd een betrouwbaar bericht over de wereld.

Het concept voorspelt

Terug naar de tegenwerping, dat “construeren” eigenlijk alleen maar het plakken van een woord is. Die tegenwerping klopt alleen als het concept ná het gevoel kom, dus een etiket dat je achteraf op een al voltooide ervaring plakt. Maar Barretts claim is juist het omgekeerde, en die draait om hoe het brein werkt.

Je brein zit niet te wachten tot de wereld het raakt. Het voorspelt. Nog voordat de zintuiglijke prikkel binnenkomt, heeft het al gegokt wat er aankomt, op grond van een leven en leergeschiedenis vol vergelijkbare momenten, en het corrigeert die gok aan wat er werkelijk gebeurt. Dat is geen eigenaardigheid van emoties; het is volgens Barrett de standaardwerking van het brein. De regel die je nu leest, zie je als woorden en niet als inktvlekken omdat je brein woorden voorspelt. Je besluit niet om een boek te zien; je ziet er gewoon een, want de ruwe prikkel is al geordend door concepten die je allang niet meer merkt te gebruiken.

betekenis

Emotie draait op diezelfde machinerie. Een bonzend hart en een golf van arousal spreken niet voor zichzelf. Of die toestand angst wordt of opwinding, hangt af van het concept waar je brein naar grijpt om er betekenis aan te geven. En het brein grijpt naar het concept vóór het bewustzijn, als onderdeel van het bouwen van de ervaring, niet als commentaar op een al af gevoel. Het concept is dus geen versiering. Om Barretts eigen keukenbeeld te gebruiken: het is minder een etiket op een brood dan de bloem erin. Haal je het bloem weg, dan houd je niet hetzelfde brood zonder etiket over, maar water. Ook als je de tweedeling tussen affect en emotie volledig toelaat, is construeren dus geen herlabelen. Het concept helpt bepalen wélk gevoel je precies voelt.

Affectief realisme: we voelen de wereld

Er is een tweede reden waarom affect niet zomaar “de feiten” doorgeeft, en die verdient in het licht van kritisch denken bijzondere aandacht. Barrett noemt het affectief realisme: we ervaren ons eigen affect als een eigenschap van de wereld. Een foto van een katje “is” prettig, een rottend lijk “is” onprettig, net alsof het prettige of onprettige in het object zelf zit. Maar dat gevoel is van ons; het object belast slechts ons lichaamsbudget. “Ik voel me slecht, dus jij hebt iets slechts gedaan” is de sluiproute die affectief realisme voor ons aanlegt.

De gevolgen zijn niet onschuldig. In een bekend onderzoek onder rechters bleek de kans op afwijzing van een verzoek om voorwaardelijke vrijlating groter vlak voor de lunch: honger, ervaren als een onbestemd naar gevoel, kleurde het oordeel. We denken dat zien geloven is, maar affectief realisme laat zien dat het ook andersom werkt: geloven is zien, en voelen is zien. Dit is dezelfde familie van vertekeningen die ik elders bespreek bij de cognitieve denkfouten, en het is verwant aan de negativiteitsbias: niet ons redeneren maar ons gevoel maakt ongemerkt de conclusie al klaar. Wie dat weet, kan een naar gevoel voortaan behandelen als een vraag: “Wat belast mijn energiebudget?” in plaats van als een vonnis over de ander. Dit is een van de grondslagen van de Cognitieve Gedragstherapie.

Emoties gaan ergens over: Frijda en de intentionaliteit

Affect is dus basaal, maar het is nog geen emotie. Wat komt erbij? Barrett reserveert het woord emotie voor een episode die ergens over gaat: je bent bang voor de hond, boos op je collega, verdrietig om iemand. Je vrolijk voelen zonder aanwijsbare reden telt niet als emotie — dat is louter affect.

Sommigen vinden dat gek: is blij zijn niet óók een emotie, ook zonder object? Toch is de eis die hier gesteld wordt geen willekeur, maar een van de oudste inzichten uit de filosofie van de emoties: intentionaliteit, het gericht-zijn op iets. De Nederlandse emotieonderzoeker Nico Frijda, naar wie Barrett zelf met instemming verwijst, bouwde zijn hele theorie hierop. Emoties zijn voor Frijda antwoorden op de betekenis van een situatie; zijn wet van de situationele betekenis zegt dat emoties ontstaan uit betekenisstructuren en verschuiven zodra de betekenis verschuift. Een emotie zonder object is dan geen zuiverdere emotie, maar bijna geen emotie: er is niets om te beoordelen, niets om je op voor te bereiden, niets waar de emotie voor is. (Wie Frijda’s werk verder wil verkennen, leest meer over Nico Frijda.)

Een heel oud idee: Spinoza

En daarmee kom ik bij de figuur die achter Frijda opdoemt. Barretts werkelijke vernieuwing zit in het mechanisme: voorspelling, interoceptie, het voortdurende budgetteren van het lichaam. Haar filosofische kernclaim, dat een emotie een lichamelijke toestand is, gecombineerd met een idee van wat die toestand betekent, is niet nieuw. Baruch Spinoza bracht die gedachte al in 1677 in kaart.

In de Ethica omschrijft Spinoza een affect (affectus) als een verandering van het lichaam die het vermogen tot handelen vergroot of verkleint, én tegelijk het idee van die verandering. Lees dat nog eens: de affectus is niet het lichamelijke voelen alleen, en niet de gedachte alleen, maar de twee als één ding, een lichamelijke verandering, versmolten met een idee van haar oorzaak. Dat is een constructionistische én intentionele theorie van emotie. De strijd die Barrett voert tegen de traditie van “rede versus hartstocht”, de emotie als een beest dat het verstand moet temmen, was er een die Spinoza al weigerde te voeren. Voor hem waren de hartstochten nooit de vijand van de rede; het waren verwarde ideeën, en verwarring is nu juist iets waar begrip aan kan werken.

Deze brug tussen zeventiende-eeuwse filosofie en hedendaagse affectwetenschap werk ik verder uit op mijn Spinoza-blog.

Waarom dit ertoe doet

Hier verdient het oude idee zijn plaats, en houdt het op academisch te zijn. Spinoza’s stilste, radicaalste claim staat achterin de Ethica: een affectus die een lijdende hartstocht is, houdt op een hartstocht te zijn zodra we er een helder en welonderscheiden idee van vormen. Een affect begrijpen, is het te veranderen.

Barrett komt langs een andere weg op dezelfde plek uit, en noemt het emotionele granulariteit: het vermogen om fijne onderscheidingen te maken tussen gevoelens, ergernis van wrok van teleurstelling onderscheiden in plaats van alles op één hoop “naar” te vegen. Wie meer granulariteit heeft, reguleert emoties soepeler en gaat beter om met tegenslag, want een precies concept is niet alleen een nauwkeuriger etiket; het opent meer specifiekere mogelijkheden om te handelen. Goed benoemen is meer ruimte krijgen om te bewegen. Precies daarover gaat het bij emotiekennis en emotieregulatie en bij de emotionele flexibiliteit die ruimte maakt tussen prikkel en reactie.

Dat is Spinoza’s claim opnieuw, in de taal van voorspelling en concepten — en het keert de oorspronkelijke twijfel om. Als emoties simpelweg getriggerd werden, reflexen die de wereld afvuurt, dan viel er voor begrip weinig te doen behalve de storm uitzitten. Omdat ze gemaakt worden, is begrip geen toeschouwer. Het is een van de ingrediënten. En daarom betekent een naar gevoel ook niet altijd dat er iets mis is. Soms is het, zoals we zagen, niet meer dan een belast budget, iets voor zelfzorg en herstel in plaats van een oordeel om naar te handelen.

Emoties zijn gemaakt, niet getriggerd en niet verzonnen. Wat het constructionistische beeld toevoegt, en wat Spinoza als eerste zag, is dat het auteurschap van je emoties ( al is het maar deels, al ligt het onder de grens van je bewustzijn) je meer ruimte laat dan het oude verhaal van de trigger ooit toestond.

Literatuur:

Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)

Reeve, J. (2024). Understanding motivation and emotion. John Wiley & Sons.