Vragen over de negativiteitsbias

Een scholiere las mijn blog over de negativiteitsbias en stuurde mij een aantal goede vragen toe. Ik beantwoord ze hier, voor haar, en voor iedereen die zich herkent in het feit dat één rotopmerking soms zwaarder weegt dan tien complimenten. Voor wie het oorspronkelijke blog nog niet kent: dat geeft de theoretische achtergrond, dit nieuwe blog gaat in op concrete vragen uit de dagelijkse praktijk.

1. Waarom onthouden mensen negatieve ervaringen beter dan positieve?

Het korte antwoord: omdat onze hersenen erop zijn gebouwd om vooral te onthouden wat ons kan beschadigen. Dat is in feite een evolutionair voordeel. Onze voorouders die zich de plek van de tijger van vorig jaar herinnerden, leefden langer dan zij die het al vergeten waren.

Maar het zit dieper dan alleen evolutionaire reflexen. Hersenonderzoek laat zien dat negatieve gebeurtenissen intenser worden verwerkt. Ze trekken automatisch je aandacht, ze activeren meer hersengebieden tegelijk, en ze worden grondiger geanalyseerd (“hoe is dit gebeurd?”, “hoe voorkom ik dit?”, “wat had ik anders moeten doen?”). Al die extra verwerking maakt dat de herinnering ook dieper wordt vastgelegd.

hersenen

Positieve ervaringen krijgen die intensieve behandeling niet. Een mooie zonsondergang vraagt geen analyse. Een fijn compliment vraagt geen plan om herhaling te voorkomen. Het brein registreert het, geniet er kort van, en gaat over tot de orde van de dag.

De Amerikaanse psycholoog Rick Hanson formuleerde dit bondig: “Het brein is als klittenband voor negatieve ervaringen en als teflon voor positieve.” Het ene blijft plakken, het andere glijdt eraf.

2. Waarom komt kritiek vaak harder aan dan complimenten?

kritiek

Dit is misschien wel het meest dagelijkse voorbeeld van de negativiteitsbias. Tien mensen zeggen dat je presentatie goed was, één persoon maakt een kritische opmerking, en op de fietstocht naar huis denk je niet aan die tien, maar aan die ene.

Verschillende mechanismen werken hier samen:

Sociale dreigingsdetectie. Wij zijn groepsdieren. Voor onze voorouders kon afwijzing door de groep letterlijk het einde betekenen: buiten de stam overleefde niemand. Daarom heeft ons brein een fijn afgesteld systeem dat sociale signalen razendsnel scant op afkeuring of uitsluiting. Kritiek triggert dat alarmsysteem; complimenten niet.

Bevestiging is verwacht, kritiek niet. We hopen op waardering. Wanneer die komt, voelen we voldoening, maar geen verrassing. Kritiek breekt door dat verwachtingspatroon, en wat opvalt, dringt door.

Onderzoekers John en Julie Gottman ontdekten dat in goede relaties de verhouding tussen positieve en negatieve momenten ongeveer vijf op één ligt. Niet 1:1. Niet 2:1. Vijf positieve interacties zijn nodig om één negatieve te compenseren. Dat geeft een idee van hoe scheef de weegschaal in ons brein hangt. We moeten bijna overdreven positief zijn, om vriendelijk over te komen. Ik schreef hierover in mijn blog Betere relaties.

Een praktisch gevolg: wie feedback geeft doet er goed aan zich te realiseren dat zijn woorden zwaarder landen dan hij denkt. En wie kritiek krijgt, mag zich realiseren dat het brein de klap automatisch vergroot… en dat je de kritiek zelf een beetje moet inkaderen, omdat die zwaarder treft dan misschien bedoeld. Maar dat is natuurlijk geen bewijs dat kritiek terecht of belangrijk is.

3. Waar gaan positieve ervaringen of complimenten naartoe als negatieve dingen zoveel sterker blijven hangen?

Mooie vraag, die ik graag eerlijk beantwoord: ze verdwijnen vaak gewoon. Niet allemaal, een echt belangrijk compliment, een uitzonderlijk geluksmoment, dat onthoud je. Maar het gemiddelde positieve moment komt nauwelijks in je langetermijngeheugen terecht. Het glijdt, om met Hanson’s beeld te spreken, langs het teflon naar beneden.

Tenzij je het brein een handje helpt.

Dit is precies waar de positieve psychologie haar pijlen op richt. Rick Hanson noemt het “taking in the good”: actief de tijd nemen om een positieve ervaring binnen te laten komen.

Taking in the good

  1. Merk een positief moment op (een lekker bakje koffie, een vriendelijke buurman, een kleine prestatie).
  2. Blijf er een paar seconden langer bij stilstaan dan je anders zou doen, zeg twintig seconden.
  3. Voel het in je lichaam: waar zit het gevoel, hoe voelt het?
  4. Laat het echt landen.

Dit klinkt als zweverig advies, maar het is gegrond op hoe het geheugen werkt. Een ervaring die je twintig seconden aandacht geeft, wordt anders opgeslagen dan een ervaring die je binnen één seconde alweer voorbij laat gaan. Voor wie dit serieus wil oefenen, helpt een dankbaarheidsdagboek: drie dingen die vandaag goed gingen of die je kon genieten, opschrijven voor je gaat slapen. Onderzoek laat zien dat zo’n eenvoudig ritueel na een paar weken meetbaar verschil maakt in stemming en welbevinden.

Voor meer over deze richting: het blog over flourishing, bloei en groei.

4. Heeft sociale media volgens u een invloed op negativiteitsbias bij jongeren?

Ja, en wel op een manier die het probleem vergroot in plaats van compenseert. Een paar punten:

Algoritmes zijn gebouwd op je negativiteitsbias. TikTok, Instagram, YouTube, X, al deze platforms verdienen aan jouw aandacht. En aandacht trek je het sterkst met emotioneel geladen content, vooral negatief geladen. Verontwaardiging, schok, ruzie, drama, daar reageert het brein op. Algoritmes hebben dat geleerd en serveren je dus precies dat soort content. Niet omdat ze je willen schaden, maar omdat ze je willen vasthouden en je aandacht tot geld maken.

sociale vergelijking

Sociale vergelijking wordt extreem scheef. Op sociale media zie je een gefilterd, opgepoetst beeld van het leven van anderen. Hun vakanties, hun lichamen, hun feestjes, hun successen. Jouw eigen leven vergeleken met die geredigeerde versie lijkt dan saaier, lelijker, eenzamer, negatiever. Vooral voor jongeren wier zelfbeeld nog in ontwikkeling is kan dit heftig uitpakken.

Kritiek wordt publiek en permanent. Een vervelende opmerking in de klas blijft misschien tot het einde van de dag hangen. Een vervelende opmerking onder je post staat er daarentegen voor onbepaalde tijd, voor iedereen zichtbaar, herleesbaar, deelbaar. Dat versterkt de impact van negatieve ervaringen op een manier die mensen vroeger nooit hebben meegemaakt.

Slaap en aandacht raken ontregeld. Veel scrollen voor het slapen gaan tast de slaapkwaliteit aan, en slecht slapen versterkt de negativiteitsbias verder. Het is een vicieuze cirkel.

Onderzoek koppelt intensief sociale-media-gebruik bij jongeren, vooral bij meisjes, aan toegenomen angst, somberheid en lichaamsontevredenheid. Dat betekent niet dat sociale media voor iedereen schadelijk zijn, of dat je nooit op je telefoon mag. Maar het is wel reëel om te erkennen: deze platforms zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om jouw oudste hersencircuits voor jouw aandacht te kapen.

Concreet helpt het om bewust je gebruik te beperken, sommige accounts te ontvolgen, je telefoon ’s avonds weg te leggen, en jezelf eraan te herinneren dat wat je ziet een uitgekozen highlight is en niet het echte leven. Voor wie meer wil weten over de manipulatiekant: mijn blog over weerbaarheid tegen online manipulatie gaat hier dieper op in.

5. Waarom blijven gênante of pijnlijke momenten zo lang hangen?

Iedereen kent dit. Je ligt in bed, je gaat ineens denken aan iets stoms dat je tien jaar geleden hebt gezegd op een verjaardag, en je krimpt ineen onder het dekbed. Voor de duizendste keer.

Twee mechanismen zijn hier vooral werkzaam:

geheugen-negativiteitsbiasStressmanagement
geheugen-negativiteitsbias

Sociale pijn is echte pijn. Hersenscans laten zien dat sociale afwijzing en gêne dezelfde hersengebieden activeren als fysieke pijn. Het brein behandelt “een blunder maken voor een groep” alsof het werkelijk gevaarlijk is, wat het namelijk het in onze voorouderlijke tijd ook was. Wie uit de groep viel, was kwetsbaar. Daarom voelt gêne zo intens, en daarom blijven die momenten zo plakken.

Het brein blijft de gebeurtenis “fiksen”. Wanneer iets pijnlijks gebeurt, gaat een deel van het brein aan de slag om uit te zoeken hoe je het kunt voorkomen in de toekomst. Dat is functioneel. Maar bij sociale gebeurtenissen valt er meestal niets te repareren. Je kunt het verleden immers niet veranderen, en de waarschijnlijkheid van een herhaling is laag. Het brein blijft niettemin proberen. Elke keer dat het moment opduikt, voel je de schaamte opnieuw.

Wat helpt:

Herinner jezelf eraan dat anderen het waarschijnlijk allang vergeten zijn. Mensen denken nauwelijks aan andermans blunders, ze zijn namelijk vooral bezig met hun eigen blunders. Dit heet in de psychologie het spotlight-effect: we overschatten hoeveel anderen op ons letten!

zelfcompassie
zelfcompassie

Behandel jezelf met zelfcompassie. Zou je een vriend(in) net zo hard veroordelen om diezelfde blunder? Waarschijnlijk niet. Behandel jezelf met dezelfde mildheid.

Erken wat er gebeurde en laat het er zijn. Wegduwen werkt niet. De gedachte komt dan sterker terug. Erkennen (“ja, dat was awkward”) en dan loslaten werkt beter.

Als je echt veel piekert: oefen met aandachtsverlegging. In mijn blog over minder piekeren staan concrete technieken hiervoor.

En een troostrijk feitje: bijna iedereen heeft een mentale collectie van zulke cringe-momenten. Het hoort bij mens-zijn. Wie zegt dat hij ze niet heeft, liegt of heeft een buitengewoon kort geheugen.
Met je vrienden kan je misschien soms over jullie cringe-momenten lachen?

6. Kan negativiteitsbias invloed hebben op mentale gezondheid of zelfbeeld?

Ja, zeker, en op meer manieren dan je misschien zou denken.

Zelfbeeld. Wie elke kritiek onthoudt en elke waardering vergeet, bouwt over de jaren heen onvermijdelijk een vertekend zelfbeeld op. Het brein zegt: “Ik ben dus niet zo goed in dit, want ik herinner me vooral wat er misging.” In werkelijkheid waren er misschien tien geslaagde dingen tegenover één misser, maar het geheugen telt anders. Mensen met een laag zelfbeeld hebben vaak geen objectief slecht leven gehad; ze hebben een geheugen dat selectief de tegenslagen heeft bewaard.

Burn-out chronische stress

Depressieve klachten. Bij depressie wordt de negativiteitsbias extra sterk. Het brein zoomt nóg dieper in op negatieve interpretaties, terwijl positieve signalen nauwelijks landen. Een neutrale opmerking wordt als kritiek opgevat. Een uitnodiging wordt vergeten. Zo voedt de depressie zichzelf. Cognitieve gedragstherapie helpt door deze vertekening expliciet aan te pakken; zie mijn blog over cognitieve gedragstherapie.

Angst en piekeren. Een sterke negativiteitsbias houdt het brein gericht op wat er fout kan gaan. Daardoor neemt piekeren toe, evenals lichamelijke stresssignalen.

Relaties. Wanneer je vooral onthoudt wat een ander verkeerd doet, en vergeet wat hij of zij goed doet, raakt het beeld van die ander vertekend. Veel relatieconflicten ontstaan niet omdat de ander slecht zou zijn, maar omdat de negatieve momenten te zwaar wegen in het mentale archief.

Faalangst. De negativiteitsbias speelt ook een rol bij faalangst en prestatieangst, angst die juist bij scholieren en studenten veel voorkomt rond toetsen, presentaties en examens.

Het mooie is: het herkennen van het mechanisme is al de helft van de oplossing. Wanneer je weet dat je brein scheef weegt, hoef je je eigen intuitieve negatieve oordeel niet meer voor de volle waarheid te nemen.

7. Is het mogelijk om ons brein minder te laten focussen op negatieve dingen?

Ja. Niet door de bias uit te schakelen (die zit zo diep ingebakken in onze biologie dat dat onmogelijk is) maar door hem te compenseren. Een paar concrete strategieën:

Train je aandacht op positieve momenten. Zoals bij vraag 3: blijf bewust langer staan bij wat goed is. Drie goede dingen per dag opschrijven. Een mooi moment werkelijk doorvoelen.

hortus witte orchidee

Word je bewust van je gedachten. Veel negatieve gedachten zijn automatisch, ze gaan langs je heen zonder dat je ze opmerkt. Door ze bewust te leren herkennen (“aha, daar is weer die kritische stem”), neemt hun macht over je af. Dit is een van de basisvaardigheden uit cognitieve gedragstherapie en mindfulness.

Toets je gedachten op realiteit. Is wat ik denk waar? Welk bewijs is er voor? Welk bewijs is er tegen? Zou ik een vriend(in) hetzelfde aandoen? Vaak zijn negatieve gedachten halve waarheden of overdrijvingen.

Beperk negatieve input. Voorzichtig zijn met hoeveel angstige nieuwsberichten en dramatische sociale media je per dag tot je neemt (doomscrolling). Vooral in tijden van maatschappelijke onrust is dosering belangrijk.

Beweeg en kom buiten. Natuurbeleving en lichaamsbeweging hebben een direct, meetbaar effect op stemming en piekergedrag.

Lach. Lachen (bijvoorbeeld samen met je vrienden over jullie stomme fouten) activeert het parasympatische zenuwstelsel en breekt het negatieve circuit. Zie mijn blog Lachen is gezond.

Investeer in verbondenheid. Sociale steun is een van de sterkste buffers tegen de gevolgen van de negativiteitsbias. Mensen om je heen die war en vriendelijk zijn, herinneren je aan dingen die jouw eigen brein wegfiltert.

Wees mild voor jezelf. Zelfcompassie is misschien wel de meest onderschatte vaardigheid bij dit alles. Wie zichzelf hard veroordeelt voor elke negatieve gedachte, vergroot het probleem alleen maar.

Voor wie merkt dat het negatieve denken hardnekkig is: een paar gesprekken met een psycholoog of coach kunnen veel doen. Soms is een buitenstaander die met je meekijkt naar je gedachtepatronen precies wat het brein nodig heeft om uit zijn oude sporen te komen.


Tot slot

Dank aan de scholiere die deze zeven vragen stelde. Goede vragen dwingen tot helderder denken. Wat ik vooral mooi vind aan deze vragenreeks: de vragen laten zien dat de negativiteitsbias geen abstract concept is uit een psychologieboek, maar iets waar iedereen dagelijks mee te maken heeft. Een leraar die kritiek geeft. Een berichtje op TikTok. Een gênant moment in de klas. Een vergelijking met een vriendin op Instagram.

patroon

Het brein dat ons heeft helpen overleven, helpt ons in de moderne wereld niet altijd. Maar zodra je weet hoe het werkt, kun je het tegenspreken. Door bewust ruimte te maken voor wat er ook is: het goede, dat te makkelijk verloren gaat in de echo van het slechte.

Wil je het oorspronkelijke blog over de negativiteitsbias lezen voor de theoretische achtergrond?

Literatuur

Rick Hanson — over de klittenband/teflon-metafoor en “taking in the good”:

Hanson, R. (2013). Hardwiring happiness: The new brain science of contentment, calm, and confidence. Harmony Books.

Hanson, R., & Mendius, R. (2009). Buddha’s brain: The practical neuroscience of happiness, love, and wisdom. New Harbinger Publications.

Voor de wetenschappelijke onderbouwing van Hanson’s stellingen:

Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370. https://doi.org/10.1037/1089-2680.5.4.323

Gottman 5:1-ratio:

Gottman, J. M., & Silver, N. (1999). The seven principles for making marriage work. Crown Publishers.

Spotlight-effect:

Gilovich, T., Medvec, V. H., & Savitsky, K. (2000). The spotlight effect in social judgment: An egocentric bias in estimates of the salience of one’s own actions and appearance. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 211–222.

Sociale pijn en fysieke pijn:

Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302(5643), 290–292.

Dankbaarheidsonderzoek (drie goede dingen):

Seligman, M. E. P., Steen, T. A., Park, N., & Peterson, C. (2005). Positive psychology progress: Empirical validation of interventions. American Psychologist, 60(5), 410–421.

Sociale media en welzijn bij jongeren:

Twenge, J. M., Haidt, J., Lozano, J., & Cummins, K. M. (2022). Specification curve analysis shows that social media use is linked to poor mental health, especially among girls. Acta Psychologica, 224, 103512.

Betere concentratie

Concentratie is moeilijk en vermoeiend voor alle mensen.

Zelfs als we gezond zijn, is concentratie een moeilijke taak. Onze hersenen zijn geëvolueerd om meerdere taken gelijktijdig te jongleren, gevaren op te sporen en energie te besparen. Het gaat daarom tegen onze natuur in om ons voor langere tijd op één ding te concentreren.

Biologisch gezien zijn we (zoals mijn favoriete auteur Steve Stewart-Williams schrijft in “The Ape that Understood the Universe“) grotendeels nog hetzelfde dier dat op de pleistocene savanne rondzwierf: een in een roedel jagende Afrikaanse aap.

We zijn aangepast op een jagend leven op de savanne

Stel je onze vroegste voorouders eens voor op de open graslanden van Afrika. Om te overleven kon je niet urenlang naar één taak staren.

Onze voorouders keken uit voor leeuwen en luipaarden of prooi, luisterden aandachtig naar geritsel en hielden tegelijkertijd de eigen groep in de gaten houden om te weten wat daar gebeurde.

Elk moment vereiste snelle verschuivingen in de focus. Zo werd ons brein een meester in multitasken, klaar om van aandacht te veranderen bij de eerste tekenen van gevaar.

Stilzitten en hard werken

Stilzitten en hard werken wordt in de moderne tijd op school en op het werk gevraagd. Dat eist heel veel van onze hersenen. De hersenen scannen van nature voortdurend de omgeving op signalen. Wat hoor je, zie je uit je ooghoek, wat voel je (geur, temperatuur, honger, oncomfortabele stoel, pijn in lichaam…). Het kost je hersenen veel inspanning om bij een taak te blijven. De natuur heeft je niet gemaakt om stil te zitten en te focussen.

Toch is concentratie in onze cultuur één van de belangrijkste vaardigheden om succesvol te zijn, om geld te verdienen en om een tevreden leven te leiden.

focus concentratie

Wat verbetert concentratie?

  • Gezond eten, goed slapen, veel drinken, pauzes en beweging.
Bewegen eten salpen leefstijl
  • Spannende en interessante dingen doen.
  • Mindfulness-oefeningen: je aandacht trainen (helpt sommigen, en sommigen niet. Je kan dit met een app leren).
  • Korte periodes van intense concentratie afwisselen met bewegen. Als je niet mag rennen en springen, leer isometrische oefeningen, spieren aanspannen zonder te bewegen. Zo kan je rustig zittend op een stoel toch bewegen.
  • Grenzen verleggen:
    Meten met een timer hoe lang het je lukt om op een saaie taak te concentreren.
    Stel dat het 3 minuten is. Dan probeer je deze tijd om 10 seconden te verlengen en na een kleine pauze 3 min plus 10 seconden te doen.  

Schrijf het op en houd het bij, dan weet je hoe je vooruit gaat. Het wordt een competitie met jezelf.

Negativiteitsbias

klacht naar kracht emotie boosheid verdriet angst stress depressieve klachten dagboek zelfobservatie actie verandering coaching stress hulp wandelcoach

De negativiteitsbias is een cognitieve bias die ertoe leidt dat ongunstige gebeurtenissen een grotere invloed hebben op onze psychologische toestand dan positieve gebeurtenissen. De negativiteitsbias treedt zelfs op wanneer ongunstige gebeurtenissen en positieve gebeurtenissen even sterk  zijn. Dat betekent dat we negatieve gebeurtenissen intenser voelen.

Mensen zijn geneigd zijn meer aandacht te besteden aan negatieve informatie en negatieve ervaringen dan aan positieve. Mensen vinden negatieve informatie ook belangrijker dan positieve. Deze negativiteitsbias verschijnt op verschillende gebieden, b.v. emotie, geheugen, aandacht en besluitvorming. Hoewel de exacte evolutionaire oorsprong van de negativiteitsbias niet volledig wordt begrepen, zijn er verschillende theorieën die proberen te verklaren hoe deze bias zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld.

Evolutie

Negativiteitsbias angst bedreiging gevaar  cognitie bias zorgen piekeren tobben stress depressie gedachten pessimisme relaties emotie gedrag

Eén theorie is dat de negativiteitsbias is geëvolueerd als een overlevingsmechanisme om vroege mensen te helpen gevaarlijke situaties en roofdieren te vermijden. In de voorouderlijke omgeving werd de mens geconfronteerd met vele bedreigingen, zoals roofdieren, natuurrampen en andere gevaren. Concentratie op negatieve informatie, zoals de aanwezigheid van een roofdier, zou de mens hebben geholpen bij het identificeren en vermijden van potentiële gevaren, waardoor zijn overlevingskansen toenamen.

Een andere theorie is dat de negativiteitsbias geëvolueerd is als een manier om sociale bedreigingen te vermijden en sociale banden te onderhouden. In sociale interacties kan negatieve informatie, zoals kritiek of afwijzing, een grotere invloed hebben op sociale relaties dan positieve informatie, zoals lof of acceptatie. Aandacht voor negatieve sociale signalen zou de vroege mens hebben geholpen om potentiële conflicten te vermijden en sociale banden te onderhouden, wat cruciaal was voor overleving en voortplanting.

In het algemeen kan de negativiteitsbias zich hebben ontwikkeld als een adaptief mechanisme om de vroege mens te helpen door zijn omgeving te navigeren en te overleven in moeilijke omstandigheden. Hoewel de bias niet altijd nuttig is in hedendaagse situaties, is hij door de tijd heen blijven bestaan en blijft hij onze waarnemingen, emoties en gedragingen vormen.

Reactiesnelheid en geheugen

geheugen-negativiteitsbiasStressmanagement
geheugen-negativiteitsbias

Negatieve stimuli triggeren bij mensen een snellere en intensere reactie dan positieve stimuli. Negatieve informatie wordt ook beter herinnert dan positieve informatie. Dit gebeurt vermoedelijk doordat negatieve informatie automatisch bedreigingsreacties activeert. Als je mogelijke negatieve resultaten verwacht vermeidt je in de planning potentieel schadelijke of pijnlijke ervaringen.

In sommige experimentele situaties leren mensen sneller met straf voor fout gedrag, omdat straf gedrag onderdrukt. Maar hoewel straf in sommige situaties effectief kan zijn, suggereert onderzoek dat op de langere termijn beloning veel effectiever is dan straf.

Mensen denken en redeneren bij negatieve gebeurtenissen meer na. Ook gebruiken mensen de hersenen intensiever bij negatieve gebeurtenissen dan bij positieve gebeurtenissen. Deze extra verwerking leidt tot verschillen tussen positieve en negatieve informatie in aandacht, leren en geheugen.

Neurologische verschillen wijzen ook op een intensievere verwerking van negatieve informatie: deelnemers vertonen omvangrijkere verwerking in de hersenen bij het lezen over negatieve handelingen.

Het  geheugen wordt ook beïnvloed door de negatieve of positieve kwaliteit van de stimuli. Wanneer zowel positief als negatief gedrag wordt bestudeerd, herinneren deelnemers zich meer negatief gedrag tijdens een latere geheugentest dan positief gedrag. Er zijn ook aanwijzingen dat mensen een beter herkenningsgeheugen en brongeheugen hebben voor negatieve informatie.

Wanneer mensen wordt gevraagd zich een recente emotionele gebeurtenis te herinneren, hebben ze de neiging om vaker negatieve gebeurtenissen te melden dan positieve. Mensen vergeten vaker positief emotionele ervaringen dan negatief emotionele ervaringen.

Studies van de negativiteitsbias zijn ook gerelateerd aan onderzoek binnen het domein van de besluitvorming. Wanneer iemand iets kan winnen of verliezen, wegen potentiële kosten zwaarder wegen dan potentiële winsten (verliesangst).

Angst en samenzweringstheorieen

De negativiteitsbias is sterker in tijden van maatschappelijke onrust en verandering. De Covid-pandemie heeft dus ook veel zorgen en angst veroorzaakt. Volgens Stubbersfield (2021) is de negativiteitsbias ook relevant voor de verspreiding van samenzweringstheorieën. Samenzweringstheorieën geven voornamelijk verklaringen voor negatieve gebeurtenissen en/of veronderstellen kwade bedoelingen van de samenzweerders (Douglas et al., 2019). Online manipulatie draait dan ook in sterke mate op het opwekken van sterke negatieve emoties.

Gevolgen van de negativiteitsbias

In het algemeen kan de negativiteitsbias aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor diverse aspecten van menselijke cognitie, emotie en gedrag. Enkele van deze negatieve gevolgen zijn:

  • Toegenomen stress en angst: Focussen op negatieve informatie – piekeren en tobben – kan stress en angst vergroten. Dit kan negatieve gevolgen kan hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.
  • Pessimisme en negatief denken: De negativiteitsbias kan leiden tot een algemene neiging tot negatief denken en pessimisme. Dit kan creativiteit, probleemoplossing en algemeen welzijn belemmeren.
  • Overgeneralisatie en vooringenomenheid: De negativiteitsbias kan leiden tot overgeneralisatie en vooroordelen. Mensen schrijven dus negatieve motieven aan anderen toe zonder voldoende bewijs.
  • Relatieproblemen: De negativiteitsbias kan leiden tot problemen in sociale relaties. Mensen richten opzich negatieve aspecten van anderen of gebeurtenissen. Dit kan tot conflicten en misverstanden leiden.
  • Polarisatie tussen groepen
  • Besluitvormingsproblemen: De negativiteitsbias kan ook de besluitvorming beïnvloeden, omdat mensen zich eerder richten op potentiële negatieve uitkomsten dan op potentiële positieve uitkomsten. Dit leidt tot risicoaversie en gemiste kansen.
  • Verminderde motivatie: Focussen op negatieve informatie kan de motivatie en betrokkenheid verminderen, omdat mensen zich ontmoedigd en gedemotiveerd kunnen voelen door de waargenomen negatieve uitkomsten.
  • Wantrouwen tegen helpers: wetenschappers die vaccins ontwikkelen, politici die de samenleving organiseren, de overheid die de orde wil bewaren.

Verder lezen: Vragen over de negativiteitsbias

Literatuur

Bebbington, K., MacLeod, C., Ellison, T. M., & Fay, N. (2017). The sky is falling: Evidence of a negativity bias in the social transmission of information. Evolution and Human Behavior, 38(1), 92–101. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2016.07.004

Douglas, K. M., Sutton, R. M., Callan, M. J., Dawtry, R. J., & Harvey, A. J. (2016). Someone is pulling the strings: Hypersensitive agency detection and belief in conspiracy theories. Thinking & Reasoning, 22(1), 57-77. 667
https://doi.org/10.1080/13546783.2015.1051586

Rozin, P., & Royzman, E. B. (2001). Negativity Bias, Negativity Dominance, and Contagion. Personality and Social Psychology Review, 5(4), 296–320. https://doi.org/10.1207/S15327957PSPR0504_2

Stubbersfield, J. (2021). Conspiracy Theories: A Cultural Evolution Theory approach.

Pareidolia: wie kijkt hier naar jou?

De natuur kijkt je aan Boomgezicht pareidolia
De natuur kijkt je aan

Als wandelcoach loop ik vaak in het Haagse bos en laat dan mijn clienten kennis maken met deze boom-meneer. Pareidolia is een intrigerend psychologisch verschijnsel waarbij onze hersenen de neiging hebben om betekenisvolle patronen of herkenbare vormen te ontwaren in ogenschijnlijk willekeurige of dubbelzinnige stimuli.

Dit fenomeen komt vaak voor en illustreert hoe onze hersenen visuele informatie verwerken. Pareidolia is een term die de neiging van onze hersenen beschrijft om betekenisvolle patronen of beelden te zien in willekeurige of dubbelzinnige stimuli, zoals gezichten in wolken of de boomschors. Het is een veel voorkomend en normaal fenomeen dat laat zien hoe onze hersenen visuele informatie verwerken.

We zien niet alleen gezichten, maar zelf een emotionele uitdrukking!

Het schorsgezicht hierboven kijkt je bijvoorbeeld een beetje verdrietig aan. Dit komt omdat de neerwaartse curve van de “mond” en de diepe “oogkassen” vaak worden geassocieerd met verdriet in menselijke gezichten.

fantasiebeest pareidolia
fantasiebeest

Evolutie en pareidolia

berkman paeidolia

Vragend en schijnbaar licht sceptisch kijkt deze berkenman naar je. “Vanuit evolutionair perspectief lijkt het erop dat het voordeel van het nooit missen van een gezicht veel zwaarder weegt dan de fouten waarbij levenloze objecten als gezichten worden gezien,” zegt professor David Alais, “Er is een groot voordeel bij het snel detecteren van gezichten, maar het systeem speelt ‘snel en losjes’ door een ruw sjabloon van twee ogen over een neus en mond toe te passen.” Pareidolia heeft dus een evolutionair voordeel.

Pareidolia is een voorbeeld van ons automatisch waarnemen en denken, het snelle system 2 van Kahneman. Met het langzamere, analytsch denken zien we wel degelijk dat het gezicht niet “echt” bestaat, maar in onze waarneming.

Een muiltje langs de vloedlijn lacht ja aan!

Het lerende brein

Een moderne opvatting van het brein

Lisa Feldman Barrett boek brein
Lisa Feldman Barrett

Als het om het onderwerp brein en emoties gaat, is er voor mij geen betere wetenschapper dan Lisa Feldman Barrett. In boeken, interviews en video`s legt zij haar ietwat contra-intuïtieve “constructivistische” theorie uit. Haar theorie verschilt sterk van alle populairwetenschap over het zogenaamde “reptielenbrein”. Haar theorie verschilt ook sterk van de populaire visie van het brein en de mens als vooral reactief en passief reagerend op de omgeving.

brein hersenen emotie waarneming actief voorspellen constructivistisch Lisa Feldman Barrett leren veranderen trauma
brein voorspelt actief

Volgens Feldman Barrett is de belangrijkste taak van de hersenen het reguleren van energie en voeding van het lichaam. De hersenen reageren hierbij niet passief op de omgeving (zoals veel mensen denken). In tegendeel, de hersenen voorspellen voortdurend wat het lichaam nodig heeft en wat de omgeving zal doen. Hierbij maken de hersenen gebruik van ervaringen uit het verleden. Emoties, gedachten, percepties en acties zijn de uitkomsten van deze voorspellingen. Feldman Barrett stelt dat het bewustzijn niet iets is wat we hebben, maar iets wat we maken: haar belangrijke theorie is dus een constructivistische visie. De hersenen reageren niet zomaar, de hersenen construeren.

Optische illusies

Optische illusies kunnen aantonen hoe onze hersenen onze perceptie van de werkelijkheid construeren om aan onze verwachtingen te voldoen. Hierbij vult het brein gaten in de sensorische waarneming op met behulp van onze ervaringen uit het verleden.

Ebbinghaus illusie: de oranje cirkel links lijkt kleiner dan die rechts, maar ze zijn in feite even groot.
Ebbinghaus illusie: de oranje cirkel links lijkt kleiner dan die rechts,
maar ze zijn in feite even groot.

In het alledaagse leven hebben we een gevoel van naïef realisme: dat de manier waarop wij de wereld zien ook de manier is waarop de wereld ook echt in elkaar zit. Naïef realisme is het gevoel dat onze waarneming van de wereld de waarheid weerspiegelt. Dit voelt goed. Het voelt simpel. Het voelt alsof wij de controle over ons en over de wereld hebben.

Optische illusies stellen ons voor interessante uitdagingen: hoe weten we wat echt is? En als we eenmaal de grenzen van onze hersenen kennen, hoe kunnen we dan bescheidener zijn – en goed nadenken over onze waarnemingen?

Dit betreft dan niet alleen optische illusies, maar alle waarnemingen en oordelen inclusief alle “cognitieve bias” en “collectieve illusies”.

Optische illusies tonen onze feilbaarheid aan. En geven ons dus een reden om in dialoog met anderen de waarheid te zoeken. En te blijven leren.

Leren en veranderen

Omdat de hersenen voortdurend gebruik maken van eerdere ervaringen om stimuli uit de omgeving te interpreteren, zijn wij mensen niet passief uitgeleverd aan ons “reptielenbrein” of ons evolutionaire erfenis. Wij kunnen leren en veranderen. Ook na een trauma is het mogelijk om opnieuw te leren te vertrouwen in plaats van angstig op bepaalde stimuli te reageren.

vertrouwen
vertrouwen

Voor Lisa Feldman Barrett betekent leren het creëren van nieuwe concepten die ons helpen de wereld te begrijpen. Ze stelt ook dat leren een actieve constructie van betekenis is. Leren is de essentie van het leven.

intrinsieke motivatie
zelfdeterminatietheorie

Leren kan worden bevorderd door nieuwsgierigheid te cultiveren, nieuwe dingen op te zoeken, jezelf uit te dagen en onzekerheid te omarmen. Ze gelooft dat leren essentieel is voor het menselijk welzijn en geluk. Haar opvatting van leren is in overeenstemming met de Zelfdeterminatietheorie en Dwecks theorie van de groeimindset. De behoefte voor competentie en leren is een basisbehoefte, en dus een doel op zich.

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop
Mentale weerbaarheid

Leren verrijkt je leven met nieuwe mogelijkheden en geeft een gevoel van agency (autonomie) en empowerment. Als je blijft leren ben je flexibeler en veerkrachtiger bij veranderingen. Leren helpt je te groeien als persoon en als lid van de samenleving.

Literatuur:

Barrett, L. F. (2017). The theory of constructed emotion: an active inference account of interoception and categorization. Social cognitive and affective neuroscience12(1), 1-23.

Lachen is gezond

Dit blog is een aanvulling op mijn blog Humor als copingstrategie. Daar besprak ik humor vooral als geestelijke vaardigheid, als een manier om met stress, tegenslag en relaties om te gaan. In dit blog kijk ik naar de andere kant: wat er fysiek gebeurt in je lijf en je brein wanneer je lacht, en waarom lachen letterlijk gezond is.

Een complex neurologische proces

Lachen lijkt simpel. Iemand vertelt een grap, je schiet in de lach, klaar. Maar in die paar tellen voltrekt zich iets opmerkelijks: een complex neurologische proces waaraan vrijwel je hele brein meedoet.

maria trepp psycholoog

Een gewone emotie blijft beperkt tot enkele specifieke gebieden in het brein. Lachen is anders. EEG-onderzoek laat zien dat een grap binnen ongeveer een halve seconde een elektrisch circuit op gang brengt dat door talloze hersengebieden tegelijk loopt.

Dit verklaart ook waarom humor zo’n krachtige vorm van denken is. Zoals ik in mijn blog over humor als copingstrategie beschreef, doet een grap precies wat cognitieve gedragstherapie probeert te doen: een situatie van een andere kant bekijken. Alleen sneller en speelser.

Lachen tegenover vechten of vluchten

Onder stress schiet ons lichaam in de oude reflex van fight or flight. Stresshormonen als cortisol en adrenaline schieten omhoog, het hart bonkt, de spieren spannen aan, het denken vernauwt. Heel handig als je een tijger moet ontvluchten, minder handig als je in de file staat of een lastige e-mail moet beantwoorden.

Lachen werkt precies de andere kant op. Het onderdrukt cortisol en adrenaline. Het schakelt het stresssysteem terug. In neurologische zin is lachen een soort tegengif voor chronische stress.

Een centrale rol hierin speelt de nervus vagus, de “zwervende zenuw” die je hersenstam verbindt met je hart, longen en darmen. Deze zenuw is de hoofdader van het parasympatische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. Wanneer je lacht, prikkel je deze zenuw. Het signaal aan je lichaam: je bent veilig, je mag ontspannen, je mag verteren, vannacht mag je goed slapen.

Dat is geen kleine zaak. Veel mensen die ik in mijn praktijk spreek leven chronisch in een lichte vorm van vecht-vluchtmodus, altijd alert, altijd “aan”. In mijn blog over stressmanagement door ademhaling beschrijf ik hoe je via ademhaling het parasympatische systeem aanzet. Lachen doet hetzelfde, maar dan via een heel andere route.

hersenen

Hormonen van geluk en verbinding

Lachen activeert ook de aanmaak van een paar bijzondere stoffen in het brein:

Dopamine: de neurotransmitter van plezier en motivatie. Geeft het lichte gevoel van genoegen, voldoening en levenslust.

Endorfines: lichaamseigen pijnstillers, verwant aan opiaten. Daarom voel je je na een goede lachbui ontspannen en soms zelfs licht euforisch. Endorfines verklaren ook waarom onderzoek consistent laat zien dat lachen pijn vermindert — niet als gevoel maar als meetbaar feit.

Oxytocine: het hormoon van binding en vertrouwen. Wordt afgegeven bij aanraking, intimiteit, en bij samen lachen. Het maakt dat je je verbonden voelt met de mensen om je heen.

Dit cocktail-effect verklaart waarom samen lachen zo’n krachtige sociale lijm is. Eén schaterende vergadering kan een team meer doen dan tien teambuildingsworkshops. Een gedeeld lachmoment met je partner ontspant een spannende avond. Lachen met je kind versterkt de band op een diepe, voortalige laag. Kinderen lachen al voordat ze kunnen praten!

samen verbondenheid

In neurowetenschappelijke termen: lachen synchroniseert de hersenen. Wanneer twee mensen samen lachen, raken hun zenuwstelsels even afgestemd op dezelfde frequentie. Dat is geen vage poëzie; het is meetbaar. Dit is een van de mooiste vormen van verbondenheid die we kennen, een van de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie.

Een lichamelijke ervaring

Lachen is intiem, en het is fysiek. Je trilt ervan. Het beweegt je hele lichaam, buikspieren, middenrif, schouders, gezicht. Je kunt niet lachen zonder dat je lichaam meedoet.

Daarmee staat lachen in een klein, kostbaar rijtje van ervaringen die de scheiding tussen geest en lichaam tijdelijk opheffen. Dansen hoort erbij. Zingen ook. Vrijen. Diep huilen. Bewegen in de natuur. Het zijn momenten waarop je niet alleen denkt dat je leeft, maar het ook door en door voelt.

Misschien is dit ook waarom lachen zo verkwikkend is na een periode van piekeren. Wie veel piekert, zit “in zijn hoofd”, is losgeraakt van het lichaam, vastgezet in een vernauwd circuit. Lachen breekt dat circuit open. Het haalt je terug naar het hier en nu, naar het lijf. Voor wie veel piekert, kan dit een nuttige observatie zijn, naast wat ik beschrijf in mijn blog over minder piekeren.

De fysieke voordelen op een rij

Wat doet lachen verder voor het lichaam? Onderzoek koppelt regelmatig lachen aan:

  • Betere doorbloeding. De bloedvaten verwijden zich. Onderzoek laat zien dat lachen de stijfheid van de slagaderwanden vermindert, een belangrijke factor in hart- en vaatziekten.
  • Spierontspanning. Na een lachbui zijn je spieren tot wel 45 minuten meer ontspannen.
  • Een sterker immuunsysteem. Lachen verhoogt de activiteit van natural killer cells en versterkt de antilichaamrespons.
  • Pijnvermindering. Via de endorfines, maar ook door afleiding van het pijnsignaal.
  • Betere spijsvertering. Via de nervus vagus krijgt het verteringssysteem het sein dat het veilig is om aan het werk te gaan.
  • Beter slapen. Diezelfde nervus vagus brengt het zenuwstelsel ’s avonds tot rust.

Lachen leren

Het mooie is: je kunt lachen cultiveren, zelfs als het er door omstandigheden bij is ingeschoten. Een paar concrete dingen die helpen:

Omring je met mensen die lachen. Lachen is besmettelijk. De neuronen die bij lachen betrokken zijn vuren ook wanneer je iemand anders ziet lachen. In welk gezelschap je leeft, vormt hoeveel je lacht.

Kijk en lees grappige dingen. Tien minuten goede stand-up, een column die je laat schateren, een grappige podcast, het zijn kleine investeringen met grote opbrengst. In stressvolle periodes is dit geen luxe, het is medicijn.

Speel met kinderen. Of met huisdieren. Of met vrienden. Spel en lach zijn nauw met elkaar verbonden. Wie meer wil spelen, lacht vanzelf meer.

Lach met jezelf, niet om jezelf. Het verschil zit in mildheid. Lachen om je eigen onhandigheid op een liefdevolle manier hoort bij zelfcompassie. Jezelf vernederen voor het amusement van anderen niet.

zelfcompassie

Beweeg. Bewegen, dansen, gek doen, alles wat je lijf in beweging zet, maakt lachen makkelijker.

Glimlach bewust. Onderzoek naar de zogeheten facial feedback hypothesis suggereert dat zelfs een bewust opgezette glimlach een licht positief effect heeft op je stemming. Niet als wondermiddel, maar als klein duwtje in de goede richting.

Een waarschuwing tegen verkrampte vrolijkheid

Tot slot een belangrijke kanttekening. Lachen is geen plicht. Geforceerd vrolijk doen (toxic positivity) kan juist een vorm van vermijding worden. Wie zijn verdriet of zijn boosheid alleen maar weglacht, verwerkt niets. Dan wordt humor een dekmantel, geen verwerking. Mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht gaat hier verder op in: emoties dragen informatie, en die wegduwen werkt op termijn niet.

De gezonde vorm van lachen is de lach die naast je serieuze gevoelens mag bestaan. Niet erin plaats van. Je mag verdrietig zijn en tegelijk schateren om iets absurds in de situatie. Je mag boos zijn en tegelijk de ironie ervan zien. Dat is juist geestelijke beweeglijkheid. Dat is, om met de Amerikaanse psychiater George Vaillant te spreken, een van de meest volwassen vormen waarop het menselijk brein met zijn eigen pijn omgaat.

Mentale weerbaarheid

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop

Lachen is een diep verankerde biologische en sociale praktijk die je hart, je brein, je immuunsysteem, je relaties én je mentale weerbaarheid versterkt. Het kost niets, vraagt geen techniek, en het werkt binnen seconden.

In mijn coaching merk ik vaak dat mensen die in een moeilijke periode zitten, het lachen tijdelijk zijn kwijtgeraakt. Het terugvinden van die lach is een van de beste signalen dat zich iemand weer losser voelt en meer grip heeft op het leven.

Lachen is, met andere woorden, een vorm van veerkracht die in je lichaam is ingebouwd.

waaiboom een beeld voor weerbaarheid en resilience Coach en psycholoog Den Haag
waaiboom, een beeld voor weerbaarheid en resilience

Meer lezen

Literatuur en bronnen

Carr, J. (2024). You Gotta Laugh. Substack essay. https://officialjimmycarr.substack.com/p/you-gotta-laugh

Derks, P., Gillikin, L. S., Bartolome-Rull, D. S., & Bogart, E. H. (1997). Laughter and electroencephalographic activity. Humor: International Journal of Humor Research, 10(3), 285-300.

Pierce, J. E., & Péron, J. (2020). Motor and limbic system contribution to emotional laughter across the lifespan. Cerebral Cortex, 30(5), 3381-3391.

Wagner Cook, S., & Goldin-Meadow, S. (2024). Recent research on laughter and the immune system, vagal tone, and cardiovascular health (overzichten).

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.