Nico Frijda: de wetten van de emotie

De Nederlandse psycholoog Nico Frijda (1927–2015) heeft mijn denken over emoties sterk gevormd. Hij liet zien dat emoties geen storende onderbrekingen van het verstand zijn, maar begrijpelijke, wetmatige processen die ons vertellen wat er voor ons op het spel staat. Wie zijn werk leert kennen, kijkt anders naar zijn eigen gevoelsleven.

Nico_Frijda Door Dolph Kohnstamm - eigen werk. Picture taken by Dolph Kohnstamm with consent of Nico Frijda, CC BY-SA 3.0, httpscommons.wikimedia.orgwindex.phpcurid=3052163
Nico Frijda

Wie was Nico Frijda?

Frijda geldt als een van de grondleggers van het moderne emotieonderzoek, in Nederland en ver daarbuiten. Van 1965 tot 1992 was hij hoogleraar Functieleer aan de Universiteit van Amsterdam, en daarna nog tien jaar bijzonder hoogleraar Emotietheorie. Zijn boek The Emotions (1986) wordt nog altijd als een standaardwerk beschouwd; in The Laws of Emotion (2007) bracht hij decennia onderzoek samen.

In een tijd waarin de psychologie emoties vooral als bijverschijnsel behandelde (het ging toen vooral om gedrag) keerde Frijda dat perspectief om. Emoties zijn volgens hem juist de drijvende krachten áchter ons gedrag: ze richten onze aandacht, kleuren ons oordeel en zetten ons in beweging. Kenmerkend voor hem was een zekere nuchterheid. Op de vraag uit zijn beroemde oratie, Kunnen mensen denken?, luidde zijn antwoord: ja, een beetje. Diezelfde afgewogen toon hield hij aan over emoties: krachtig, maar niet onbegrijpelijk.

emoties erkennen

Emoties ontstaan uit betekenis, niet uit gebeurtenissen

Frijda’s eerste grote inzicht klinkt eenvoudig, maar verandert alles: een emotie is geen rechtstreeks gevolg van wat ons overkomt, maar van de betekenis die we eraan geven. Niet de gebeurtenis zelf maakt ons boos, bang of blij, maar onze waardering of inschatting ervan, dus de inschatting van wat de situatie betekent. Vakgenoten noemen dit de “appraisaltheorie”. Frijda is een belangrijke en internationaal gewaardeerde grondlegger hiervan.

Die inschatting, “appraisal”, draait om wat Frijda concerns noemt: onze belangen, doelen, waarden en hechtingen. Een gebeurtenis wordt pas emotioneel zodra ze een van die belangen raakt. Dezelfde regenbui is een ramp voor wie net een buitenbruiloft geeft, en een opluchting voor wie maanden op droogte wachtte. De bui veranderde niet; het belang dat erdoor geraakt werd, verschilt.

Met andere woorden: emoties staan niet los van cognitie, van denken. Emotie, cognitie en gedrag, zijn onoplosbaar met elkaar verbonden.

emotie cognitie gedrag

Voor coaching is dat een hoopvol gegeven. Als emoties voortkomen uit betekenis, dan opent elke herwaardering van die betekenis ook ruimte voor een ander gevoel. Denken en voelen zijn dus nauw verweven zijn, en dit is ook de grondslag is van de Cognitieve Gedragstherapie (CGT).

Actiebereidheid: emotie als drang tot handelen

Frijda’s bekendste bijdrage in de psychologie van emoties is het begrip actiebereidheid (action readiness). Een emotie is in de kern een verandering in onze bereidheid om op een bepaalde manier te handelen, of juist níet te handelen. Angst is bereidheid tot vluchten of vermijden, woede tot grenzen stellen of confronteren, vreugde tot toenadering en betrokkenheid, verdriet tot terugtrekken en loslaten.

emotie motivatie

Emoties wijzen dus niet alleen op wat er gebeurt, maar duwen ons ook ergens heen. Ze zijn geen passieve reacties maar drijfveren: het zijn de emoties die ons als een motor in beweging brengen. Dat maakt ze tot waardevolle motivatie in plaats van tot lastige klachten. Ik werk dit uit mijn blog in Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht.

In de coaching is dit een belangrijke hulp. Wie de actiebereidheid achter een emotie leert herkennen, heeft de keuze: de impuls volgen, of bewust ruimte maken tussen prikkel en reactie. Precies deze ruimte is het onderwerp van Emotionele flexibiliteit. En omdat onze actiebereidheid ook voor anderen zichtbaar is, in onze houding, stem en gezicht, sturen emoties voortdurend onze relaties, zoals ik beschrijf in Emoties als sociale informatie.

De wetten van de emotie

Het meest karakteristieke idee van Frijda is dat emoties wetmatig zijn. Ze gedragen zich niet grillig, maar volgen herkenbare patronen. Hij noemde dit de wetten van de emotie. Die wetten laten zich maar tot op zekere hoogte met de wil sturen. Juist dit besef werkt bevrijdend: je gevoelsleven is geen persoonlijk falen, maar een natuurlijk proces met een eigen logica.

Een paar van die wetten zijn voor het dagelijks leven bijzonder verhelderend:

  • De wet van het belang zegt dat er geen emotie ontstaat waar geen belang in het spel is: een sterke emotie is dus altijd een aanwijzing dat er iets op het spel staat dat ertoe doet.
  • Volgens de wet van de schijnbare werkelijkheid reageren emoties op wat we als echt en concreet voorstellen. Een levendig, beeldend voorgesteld gevaar raakt ons sterker dan een abstract, statistisch gevaar, ook als dat laatste objectief groter is.
  • De wetten van de gewenning en de hedonische asymmetrie verklaren waarom geluk vervaagt zodra we eraan wennen, terwijl pijn onder aanhoudende belasting veel hardnekkiger is (zie ook negativiteitsbias)
  • De wet van het behoud van emotioneel momentum voegt daaraan toe dat ingrijpende gebeurtenissen hun emotionele lading niet vanzelf verliezen: ze moeten verwerkt worden. Dat verklaart waarom rouw een actief proces is en geen kwestie van afwachten, een onderwerp dat ik uitwerk in Rouwen op je eigen manier.
  • En de wet van de zorg voor de gevolgen beschrijft hoe elke emotionele impuls vanzelf wordt getemperd door de zorg voor wat eruit volgt. In die ingebouwde rem ligt het natuurlijke aangrijpingspunt voor emotieregulatie.

Die laatste wetten laten zien dat regulatie niet betekent dat je emoties wegdrukt, maar dat je hun logica leert kennen en er ruimte in vindt. Dat is de rode draad van mijn werk rond emotiekennis en emotieregulatie, en het sluit aan op concrete copingstrategieën om met stress en tegenslag om te gaan.

patroon

Literatuur

  • Frijda, N. H. (1986). The Emotions. Cambridge University Press. (Nederlandse vertaling: De emoties, 1988.)
  • Frijda, N. H. (1988). The laws of emotion. American Psychologist, 43(5), 349–358.
  • Frijda, N. H. (2007). The Laws of Emotion. Lawrence Erlbaum Associates.
  • Reeve, J. (2024). Understanding motivation and emotion. John Wiley & Sons.

Online manipulatie

Wie zich interesseert voor de mechanismes van online manipulatie, moet zich in het boek van Sander van der Linden “Immuun voor Nepnieuws” (2023) verdiepen.

polarisatie triggers samenzwering impersonatie trollen diskrediet

Van der Linden heeft onderzoek gedaan naar de onderliggende strategieën die ten grondslag liggen aan het ontstaan en de verspreiding van bijna alle vormen van nepnieuws. In zijn onderzoek heeft hij een indeling ontwikkeld die bekend staat als de ‘Six Degrees of Manipulation’ (Zes niveaus van manipulatie). Hij beschrijft de technieken identificeert die worden gebruikt om de publieke opinie te misleiden en te beïnvloeden.

Zes niveaus van manipulatie:

1. Polarisatie: het opzettelijk verdelen van groepen binnen de samenleving, het versterken van het ‘wij tegen zij’-denken. Het doel is het vertrouwen, medegevoel en solidariteit te verzwakken.

2. Emotionele triggers: het inspelen op angst, woede of verontwaardiging impulsieve reacties uit te lokken.

3. Samenzweringsverhalen: het verspreiden van uitgebreide “theorieën” die wijzen op verborgen complotten of geheime agenda’s. Het doel hierbij is om het vertrouwen in democratische instellingen te ondermijnen.

4. Impersonatie: het presenteren van valse identiteiten, zoals nepdeskundigen, of vervalste officiële organisaties, om misinformatie geloofwaardig te maken.

5. Trollen: opzettelijk provoceren, lastigvallen of online gesprekken ontsporen om verwarring te zaaien, vijandigheid te kweken.

6. In diskrediet brengen: legitieme informatiebronnen (journalisten, wetenschappers), aanvallen. Het doel is dat mensen waarheid niet meer van leugens kunnen onderscheiden.

Literatuur:

Van der Linden, S. (2023). Foolproof: Why misinformation infects our minds and how to build immunity. WW Norton & Company. Nederlandse titel: “Immuun voor nepnieuws”

Lisa Feldman Barrett en de geconstrueerde emotie

We erven een verhaal over emoties dat zo vanzelfsprekend is dat het nauwelijks als verhaal voelt. Er gebeurt iets: een dichtslaande deur, een venijnige opmerking, het gezicht van een kind, en een emotie schiet los. Boosheid, angst, liefde: elke emotie lijkt in één keer compleet aan te komen, ingebakken, in ieder mens gelijk, een reflex die we amper kunnen tegenhouden. Noem dit het triggermodel: emoties zijn in deze visie dingen die ons overkomen.

De Amerikaanse psycholoog en neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett betoogt al haar hele loopbaan dat dit beeld niet alleen onvolledig is, maar onjuist. In haar boek How Emotions Are Made stelt ze dat emoties niet getriggerd maar geconstrueerd worden: door het brein in elkaar gezet uit eenvoudiger ingrediënten, en gevormd door de concepten die een bepaalde cultuur je aanreikt. Het is een verrassende these, en ze roept meteen een eerlijke tegenwerping op.

Tegenwerping

Die tegenwerping gaat zo. Barrett onderscheidt affect (de kale ervaring van prettig of onprettig, kalm of opgejaagd, die door elk wakker moment heen stroomt) van emotie. Affect is basaal en waarschijnlijk universeel; emoties als boosheid en vreugde zijn dat niet. Maar zodra je die tweedeling toelaat, roept deze ook vragen op. Als er al een kaal gevoel ligt, is “construeren” dan niet gewoon het plakken van een woord op dat gevoel? Het antwoord op die vraag is de kern van dit stuk, en het leidt naar een idee dat al veel ouder is dan de neurowetenschap.

patroon

Affect is nog geen emotie

Om de tegenwerping te wegen, moeten we eerst helder krijgen wat affect is. Volgens Barrett heeft affect twee dimensies. De eerste is valentie: hoe prettig of onprettig je je voelt. De tweede is arousal: hoe kalm of opgejaagd je bent. Elke toestand waarin je verkeert, is een combinatie van die twee. De psycholoog James Russell noemde dit een circumplex, een cirkelvormige ruimte van valentie en arousal. Uitgelaten op een feestje is prettig en hoog in arousal; futloos op de bank is onprettig en laag.

Dat affect komt voort uit interoceptie: het beeld dat je brein doorlopend maakt van de toestand van je lichaam, dus je hartslag, je ademhaling, je energievoorraad. Barrett vat dat samen als je lichaamsbudget. Affect is in feite een korte samenvatting van hoe je er budgettair voor staat. Sta je rood, dan meldt zich een onprettig gevoel; dat is geen luxe maar een prikkel die je brein aanzet om naar een verklaring te zoeken.

Hier zit al een inzicht dat er in de psychologie en coaching toe doet. Een onprettig gevoel betekent niet automatisch dat er iets mis is. Soms belast je alleen je lichaamsbudget. De marathonloper voelt zich moe ver voordat zijn energie op is; wie een lastige denktaak doet, kan zich ellendig voelen terwijl hij uitstekend presteert. Het gevoel is echt, maar het is niet altijd een betrouwbaar bericht over de wereld.

Het concept voorspelt

Terug naar de tegenwerping, dat “construeren” eigenlijk alleen maar het plakken van een woord is. Die tegenwerping klopt alleen als het concept ná het gevoel kom, dus een etiket dat je achteraf op een al voltooide ervaring plakt. Maar Barretts claim is juist het omgekeerde, en die draait om hoe het brein werkt.

Je brein zit niet te wachten tot de wereld het raakt. Het voorspelt. Nog voordat de zintuiglijke prikkel binnenkomt, heeft het al gegokt wat er aankomt, op grond van een leven en leergeschiedenis vol vergelijkbare momenten, en het corrigeert die gok aan wat er werkelijk gebeurt. Dat is geen eigenaardigheid van emoties; het is volgens Barrett de standaardwerking van het brein. De regel die je nu leest, zie je als woorden en niet als inktvlekken omdat je brein woorden voorspelt. Je besluit niet om een boek te zien; je ziet er gewoon een, want de ruwe prikkel is al geordend door concepten die je allang niet meer merkt te gebruiken.

betekenis

Emotie draait op diezelfde machinerie. Een bonzend hart en een golf van arousal spreken niet voor zichzelf. Of die toestand angst wordt of opwinding, hangt af van het concept waar je brein naar grijpt om er betekenis aan te geven. En het brein grijpt naar het concept vóór het bewustzijn, als onderdeel van het bouwen van de ervaring, niet als commentaar op een al af gevoel. Het concept is dus geen versiering. Om Barretts eigen keukenbeeld te gebruiken: het is minder een etiket op een brood dan de bloem erin. Haal je het bloem weg, dan houd je niet hetzelfde brood zonder etiket over, maar water. Ook als je de tweedeling tussen affect en emotie volledig toelaat, is construeren dus geen herlabelen. Het concept helpt bepalen wélk gevoel je precies voelt.

Affectief realisme: we voelen de wereld

Er is een tweede reden waarom affect niet zomaar “de feiten” doorgeeft, en die verdient in het licht van kritisch denken bijzondere aandacht. Barrett noemt het affectief realisme: we ervaren ons eigen affect als een eigenschap van de wereld. Een foto van een katje “is” prettig, een rottend lijk “is” onprettig, net alsof het prettige of onprettige in het object zelf zit. Maar dat gevoel is van ons; het object belast slechts ons lichaamsbudget. “Ik voel me slecht, dus jij hebt iets slechts gedaan” is de sluiproute die affectief realisme voor ons aanlegt.

De gevolgen zijn niet onschuldig. In een bekend onderzoek onder rechters bleek de kans op afwijzing van een verzoek om voorwaardelijke vrijlating groter vlak voor de lunch: honger, ervaren als een onbestemd naar gevoel, kleurde het oordeel. We denken dat zien geloven is, maar affectief realisme laat zien dat het ook andersom werkt: geloven is zien, en voelen is zien. Dit is dezelfde familie van vertekeningen die ik elders bespreek bij de cognitieve denkfouten, en het is verwant aan de negativiteitsbias: niet ons redeneren maar ons gevoel maakt ongemerkt de conclusie al klaar. Wie dat weet, kan een naar gevoel voortaan behandelen als een vraag: “Wat belast mijn energiebudget?” in plaats van als een vonnis over de ander. Dit is een van de grondslagen van de Cognitieve Gedragstherapie.

Emoties gaan ergens over: Frijda en de intentionaliteit

Affect is dus basaal, maar het is nog geen emotie. Wat komt erbij? Barrett reserveert het woord emotie voor een episode die ergens over gaat: je bent bang voor de hond, boos op je collega, verdrietig om iemand. Je vrolijk voelen zonder aanwijsbare reden telt niet als emotie — dat is louter affect.

Sommigen vinden dat gek: is blij zijn niet óók een emotie, ook zonder object? Toch is de eis die hier gesteld wordt geen willekeur, maar een van de oudste inzichten uit de filosofie van de emoties: intentionaliteit, het gericht-zijn op iets. De Nederlandse emotieonderzoeker Nico Frijda, naar wie Barrett zelf met instemming verwijst, bouwde zijn hele theorie hierop. Emoties zijn voor Frijda antwoorden op de betekenis van een situatie; zijn wet van de situationele betekenis zegt dat emoties ontstaan uit betekenisstructuren en verschuiven zodra de betekenis verschuift. Een emotie zonder object is dan geen zuiverdere emotie, maar bijna geen emotie: er is niets om te beoordelen, niets om je op voor te bereiden, niets waar de emotie voor is. (Wie Frijda’s werk verder wil verkennen, leest meer over Nico Frijda.)

Een heel oud idee: Spinoza

En daarmee kom ik bij de figuur die achter Frijda opdoemt. Barretts werkelijke vernieuwing zit in het mechanisme: voorspelling, interoceptie, het voortdurende budgetteren van het lichaam. Haar filosofische kernclaim, dat een emotie een lichamelijke toestand is, gecombineerd met een idee van wat die toestand betekent, is niet nieuw. Baruch Spinoza bracht die gedachte al in 1677 in kaart.

In de Ethica omschrijft Spinoza een affect (affectus) als een verandering van het lichaam die het vermogen tot handelen vergroot of verkleint, én tegelijk het idee van die verandering. Lees dat nog eens: de affectus is niet het lichamelijke voelen alleen, en niet de gedachte alleen, maar de twee als één ding, een lichamelijke verandering, versmolten met een idee van haar oorzaak. Dat is een constructionistische én intentionele theorie van emotie. De strijd die Barrett voert tegen de traditie van “rede versus hartstocht”, de emotie als een beest dat het verstand moet temmen, was er een die Spinoza al weigerde te voeren. Voor hem waren de hartstochten nooit de vijand van de rede; het waren verwarde ideeën, en verwarring is nu juist iets waar begrip aan kan werken.

Deze brug tussen zeventiende-eeuwse filosofie en hedendaagse affectwetenschap werk ik verder uit op mijn Spinoza-blog.

Waarom dit ertoe doet

Hier verdient het oude idee zijn plaats, en houdt het op academisch te zijn. Spinoza’s stilste, radicaalste claim staat achterin de Ethica: een affectus die een lijdende hartstocht is, houdt op een hartstocht te zijn zodra we er een helder en welonderscheiden idee van vormen. Een affect begrijpen, is het te veranderen.

Barrett komt langs een andere weg op dezelfde plek uit, en noemt het emotionele granulariteit: het vermogen om fijne onderscheidingen te maken tussen gevoelens, ergernis van wrok van teleurstelling onderscheiden in plaats van alles op één hoop “naar” te vegen. Wie meer granulariteit heeft, reguleert emoties soepeler en gaat beter om met tegenslag, want een precies concept is niet alleen een nauwkeuriger etiket; het opent meer specifiekere mogelijkheden om te handelen. Goed benoemen is meer ruimte krijgen om te bewegen. Precies daarover gaat het bij emotiekennis en emotieregulatie en bij de emotionele flexibiliteit die ruimte maakt tussen prikkel en reactie.

Dat is Spinoza’s claim opnieuw, in de taal van voorspelling en concepten — en het keert de oorspronkelijke twijfel om. Als emoties simpelweg getriggerd werden, reflexen die de wereld afvuurt, dan viel er voor begrip weinig te doen behalve de storm uitzitten. Omdat ze gemaakt worden, is begrip geen toeschouwer. Het is een van de ingrediënten. En daarom betekent een naar gevoel ook niet altijd dat er iets mis is. Soms is het, zoals we zagen, niet meer dan een belast budget, iets voor zelfzorg en herstel in plaats van een oordeel om naar te handelen.

Emoties zijn gemaakt, niet getriggerd en niet verzonnen. Wat het constructionistische beeld toevoegt, en wat Spinoza als eerste zag, is dat het auteurschap van je emoties ( al is het maar deels, al ligt het onder de grens van je bewustzijn) je meer ruimte laat dan het oude verhaal van de trigger ooit toestond.

Literatuur:

Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)

Reeve, J. (2024). Understanding motivation and emotion. John Wiley & Sons.

Zelfdiagnose via Social Media

Wetenschappers berichten over een verontrustende trend bij kinderen en adolescenten die gebruik maken van sociale media platforms (bijv. TikTok) om zich te presenteren met functionele psychiatrische beperkingen. Sociale mediaplatforms kunnen zo als transmissiemiddel dienen voor “sociale besmetting” van zelfgediagnosticeerde stoornissen.

Vaak zijn deze psychiatrische zelfdiagnoses niet in overeenstemming met professioneel erkende criteria. De ziektebeelden worden als het ware op de sociale media ontworpen en uitgewerkt (Haltigan et al., 2023) en dienen niet zelden het opbouwen van een “slachtoffermentaliteit”.

Lees verder “Zelfdiagnose via Social Media”

Confirmation bias

(Bevestigingsvooroordeel)

Een  confirmation bias, myside-bias of bevestigingsvooroordeel is een cognitieve bias. Deze veel voorkomende denkfout is de neiging om aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Over informatie die de eigen overtuigingen weerspreekt is men daarentegen hyperkritisch. Over het algemeen hebben mensen in hun leven al veel geïnvesteerd (materieel of sociaal geïnvesteerd) in een bepaalde leefstijl of een maatschappelijke groep en zouden nadelen ondervinden als zij een andere overtuiging moeten accepteren. Er wordt in sommige gevallen ook wel gesproken van “gemotiveerde informatieverwerking” (motivated reasoning)  waarbij mensen hun eerdere overtuigingen verdedigen, in stand houden of bevestigen.

In-group en identiteit

Wanneer we ons emotioneel verbonden voelen met bepaalde opvattingen treedt gemakkelijk confirmation bias op. We gebruiken uiteindelijk elk willekeurig “bewijs” dat we vinden om simpelweg de vooraf vastgestelde conclusies van onze in-group te versterken. Vooral wanneer we al tijd, energie en geloof in een groep hebben geïnvesteerd willen we het wereldbeeld beschermen dat onze identiteit bevestigt.

Sociale psychologie, cognitieve bias en identiteit

De meeste mensen zoeken optimisme en positieve eigenwaarde, niet feiten, dit wordt keer op keer door sociaalpsychologisch onderzoek bevestigd.

Wat we als feiten en als waar beoordelen hangt af van onze wens voor positieve informatie over ons zelf en onze toekomst (tenzij we ons aan de twee regels houden die hieronder worden beschreven…) . Informatie die positieve gevolgen heeft voor ons zelf of voor de groep met wie we ons identificeren wordt veel sneller als “waar” beoordeeld. Mensen zijn evolutionair niet ontwikkeld om de werkelijkheid/realiteit goed waar te nemen, maar om in groepen te ageren. Voor ons is belangrijk wat onze vrienden en bondsverwanten vinden, niet wat “echt” aan de hand is. Hierbij is het verschil tussen wetenschapper en leken alleen maar gradueel, niet absoluut.

Verder lezen: The Knowledge Illusion: Why We Never Think Alone

Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anektdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Cognitieve denkfouten
Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anekdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Tegelijkertijd worden andere relevante soortgelijke gevallen of gegevens die het eigen standpunt kunnen tegenspreken worden genegeerd. Gegevens of andere vergelijkbare gevallen die dit standpunt mogelijk ontkrachten, in breder perspectief plaatsen of nuanceren worden daarbij verzwegen. Cherrypicking kan opzettelijk of onopzettelijk plaatsvinden.

Men kiest of interpreteert elk bewijsstuk dat overtuigingen ondersteunt en verwerpt elk bewijsstuk dat dat niet doet. Een favoriete techniek van de confirmation bias.

Confirmation bias is het tegendeel van het falsificatiebeginsel

Terwijl wetenschappelijk, rationeel en kritisch denken juist om een falsificatieprincipe vraagt, is de confirmation bias juist typisch voor intuïtief, subjectief en bevooroordeeld denken. In sommige groepen, zoals bij complotdenkers, vormt de confirmation bias een steunpilaar van het de denken en de algehele argumentatie.

Maar de confirmation bias komt overal in de samenleving voor, ook bij hoogopgeleide mensen. Beslissingen op basis van deze denkfout komen voor in politieke, organisatorische, financiële en wetenschappelijke contexten. Belangrijk is daarom kritische en open discussie in divers samengestelde groepen. Terwijl de meeste mensen individueel hun eigen denkfouten niet kunnen ontdekken, zijn mensen juist erg goed in het ontdekken van de denkfouten van anderen, vooral als deze niet tot de eigen in-group toebehoren. Groepen nemen doorgaans betere beslissingen wanneer mensen uiteenlopende meningen kunnen uiten.

Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen

zwarte zwaan metafoor voor psychologische vooroordelen en denkfouten die mensen, zowel individueel als collectief, blind maken voor onzekerheid en de substantiële rol van zeldzame gebeurtenissen in historische aangelegenheden. confirmation bias
zwarte zwaan: zeldzame gebeurtenis

Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer deze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen (ook wel genoemd Zwarte Zwanen). We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.

Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen. Zie de Russisch-Oekraïense Oorlog, maar ook de COVID-pandemie.

Cognitieve denkfouten

Een van de essentiële inzichten van sociaal-psychologisch onderzoek is dat de informatieverwerking van mensen vaak vertekend is, en gekenmerkt door denkfouten.

Hiervoor werd het begrip ‘cognitieve bias’ geïntroduceerd door Tversky en Kahneman .

Tversky en Kahneman verklaarden cognitieve fouten in termen van heuristieken, mentale ‘shortcuts’ (kortere alternatieve routes) die snelle inschattingen geven. Cognitieve biases kunnen mensen helpen om veel voorkomende situaties in het leven snel af te handelen.

Een cognitieve bias is een systematisch patroon van afwijking van de norm of rationaliteit of objectiviteit in het oordeel. Individuen creëren hun eigen “subjectieve realiteit” op basis van hun perceptie van de wereld. Zo kunnen cognitieve vooroordelen soms leiden tot onnauwkeurig oordeel, onlogische interpretatie, of wat in het algemeen (kritisch) irrationaliteit of (lovend) intuïtie wordt genoemd.

Veel cognitieve biases zijn evolutionair ontstaan en hielpen mensen om te overleven. Cognitieve fouten kunnen tot effectievere acties leiden. Bovendien maakt het toestaan van cognitieve vertekeningen snellere beslissingen mogelijk. Vaak is snelheid belangrijker dan nauwkeurigheid. Cognitieve vertekeningen zijn een gevolg van menselijke mentale beperkingen, dus van een beperkte capaciteit voor informatieverwerking.

Veel onderzoekers houden zich bezig met cognitieve fouten en er zijn honderden ervan beschreven. Recentelijk hebben de onderzoekers Oeberst en Imhoff een eenvoudige samenvatting van een groot deel van menselijke denkfouten voorgesteld. Niet alle denkfouten vallen onder het voorgestelde vereenvoudige model, bijvoorbeeld niet de negativiteitsbias. Maar veel van de denkfouten laten zich op een eenvoudig model reduceren.
Dit is het samenvattend model:

cognitieve-fouten denkfouten
cognitieve fouten denkfouten

Nederlands:

  • Mijn ervaring is een goede maatstaf.
  • Ik schat de wereld juist in.
  • Ik ben goed.
  • Mijn groep is een goede maatstaf.
  • Mijn groepsleden zijn goed.
  • De eigenschappen van mensen, niet de context bepalen resultaten.

Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen

Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer ze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen. We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.

confirmation bias
confirmation bias

Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen.

Literatuur

Oeberst, A., & Imhoff, R. (2023). Toward Parsimony in Bias Research: A Proposed Common Framework of Belief-Consistent Information Processing for a Set of Biases. Perspectives on Psychological Science, 17456916221148147.

Emotie, cognitie en gedrag

Sociale cognitie: emotie en cognitie samen

Om het samenspel tussen emotie, cognitie en gedrag te begrijpen moeten we eerst naar het begrip “sociale cognitie” kijken, dat wil zeggen, de manier waarop mensen waarnemen en denken. Emotie en cognitie komen hierbij samen.

Sociale cognitie is een belangrijk begrip uit de sociale psychologie. Het betekent dat menselijke perceptie en denken sterk bepaald wordt door sociale relaties. Natuurlijk gaat sociale cognitie over het waarnemen en interpreteren van het gedrag van anderen. Maar sociale denkprocessen gaan veel verder en omvatten ook een groot gedeelte van de perceptie van dingen en feiten.

Emotie-cogniti hersenen-gedragsverandering-heuristiek-bias-Kahneman-gewoontes-nudging-automatisch-denken-rationeel-sturen-denken-plannen
Maria Trepp

Podcast

Lees verder “Emotie, cognitie en gedrag”

Pareidolia: wie kijkt hier naar jou?

De natuur kijkt je aan Boomgezicht pareidolia
De natuur kijkt je aan

Als wandelcoach loop ik vaak in het Haagse bos en laat dan mijn clienten kennis maken met deze boom-meneer. Pareidolia is een intrigerend psychologisch verschijnsel waarbij onze hersenen de neiging hebben om betekenisvolle patronen of herkenbare vormen te ontwaren in ogenschijnlijk willekeurige of dubbelzinnige stimuli.

Dit fenomeen komt vaak voor en illustreert hoe onze hersenen visuele informatie verwerken. Pareidolia is een term die de neiging van onze hersenen beschrijft om betekenisvolle patronen of beelden te zien in willekeurige of dubbelzinnige stimuli, zoals gezichten in wolken of de boomschors. Het is een veel voorkomend en normaal fenomeen dat laat zien hoe onze hersenen visuele informatie verwerken.

We zien niet alleen gezichten, maar zelf een emotionele uitdrukking!

Het schorsgezicht hierboven kijkt je bijvoorbeeld een beetje verdrietig aan. Dit komt omdat de neerwaartse curve van de “mond” en de diepe “oogkassen” vaak worden geassocieerd met verdriet in menselijke gezichten.

fantasiebeest pareidolia
fantasiebeest

Evolutie en pareidolia

berkman paeidolia

Vragend en schijnbaar licht sceptisch kijkt deze berkenman naar je. “Vanuit evolutionair perspectief lijkt het erop dat het voordeel van het nooit missen van een gezicht veel zwaarder weegt dan de fouten waarbij levenloze objecten als gezichten worden gezien,” zegt professor David Alais, “Er is een groot voordeel bij het snel detecteren van gezichten, maar het systeem speelt ‘snel en losjes’ door een ruw sjabloon van twee ogen over een neus en mond toe te passen.” Pareidolia heeft dus een evolutionair voordeel.

Pareidolia is een voorbeeld van ons automatisch waarnemen en denken, het snelle system 2 van Kahneman. Met het langzamere, analytsch denken zien we wel degelijk dat het gezicht niet “echt” bestaat, maar in onze waarneming.

Een muiltje langs de vloedlijn lacht ja aan!

Complottheorieën

waarheidszoekers

Complottheorieën veronderstellen samenzweringen. Samenzweringen bestaan. Echt. Watergate, de samenspanning van de tabaksindustrie om het verband tussen roken en kanker te verdoezelen, en het NSA-programma van George W. Bush om in het geheim internetgebruikers te bespioneren… Dit zijn allemaal voorbeelden van echte samenzweringen, die met maatschappelijk erkende methodes zijn vastgesteld.

Kritisch denken tegenover de macht is belangrijk. In meer of mindere mate hebben veel mensen het gevoel, dat achter de coulissen in de “achterkamers” complotten worden bedacht.

Problematisch wordt een complottheorie pas dan, als deze geen vermoeden of hypothese meer is. Als deze hypothese zonder empirisch, logisch of wetenschappelijk bewijs als waar wordt beschouwd en verdedigd.

De methode van denken en argumenteren achter complottheorieën verschilt sterk van het wetenschappelijk denken. Feilbaarheidsbeginsel en empirische falsifieerbarheid spelen bij complotdenkers geen rol. Intuitie en zelfbevestiging staan voorop. De belangrijkste denkwijze is bevestiging van het eigen gelijk.

Ook bij wetenschappers komt deze zelfbevestigingsfout voor, het is een denkfout die diep menselijk is. Het probleem met samenzweringstheorieën ontstaat ook pas dan, als een intuïtief en subjectief waar bevonden theorie voor objectief waar wordt aangenomen, onafhankelijk ervan of er nu wel of geen met de wetenschappelijke methode gevonden bewijs is. Dan ligt deze theorie buiten het bereik van toetsing of weerlegging door wetenschappers en trouwens ook door andere wetenschapsontkenners (complottheoretici zijn het vaak oneens met de complottheorieën van ander samenzweringsdenkers!). Bij complotdenkers kom een hoog niveau van intuïtief denken samen met bijzonder weinig kennis over objectieve feiten. Het resultaat is zelfoverschatting.

Complottheorieën en wetenschappelijk denken

Jonathan Rauch
Jonathan Rauch

We zouden een complottheorie kunnen definiëren als een verklaring die verwijst naar verborgen krachten die een kwaadaardig doel nastreven. Een complottheorie is daarbij niet gebaseerd op empirisch bewijs, zoals bewijs in de “waarheidszoekende gemeenschap” (Jonathan Rauch) van wetenschappers, kwaliteitsjournalisten of juristen gedefinieerd is. Een complottheorie is niet gebaseerd op wetenschappelijk denken, maar op intuïtie en subjectieve meningen. Deze theorieën kunnen best serieus worden genomen – maar dan als subjectief en intuitief. De subjectieve en intuïtieve wereld verschilt echter van wat onze samenleving als gemeenschappelijke waarheid ziet. De gemeenschappelijke, gedeelde waarheid, die samenlevingen op de hele aarde rijk en welvarend heeft gemaakt, is niet gebaseerd op intuïtie, maar op empirie en wetenschap. De moderne relativiteitstheorie, zonder die onze moderne wereld onmogelijk was, is bijvoorbeeld intuïtief niet te bevatten, net als bijna alle moderne wetenschappelijke kennis.

De complot-generator van Maarten Boudry

Het genereren van complottheorieen is een volledig ander soort handwerk dan wetenschap. Wel is het zo, dat ook complottheorieen, net als wetenschap, bepaalde principes volgen, en niet toevallig zijn. De filosoof Maarten Boudry heeft een hilarische complot-generator gebouwd en op zijn substack-pagina beschreven.

Literatuur

Bowes, S. M., Costello, T. H., & Tasimi, A. (2023). The conspiratorial mind: A meta-analytic review of motivational and personological correlates. Psychological Bulletin.

Kahneman, D., & Klein, G. (2009). Conditions for intuitive expertise: A failure to disagree. American Psychologist, 64(6), 515–526. https://doi.org/10.1037/a0016755

Light, N., Fernbach, P. M., Rabb, N., Geana, M. V., & Sloman, S. A. (2022). Knowledge overconfidence is associated with anti-consensus views on controversial scientific issues. Science Advances8(29), eabo0038.