De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Sommige levensvragen laten zich niet oplossen. Werk of relatie? Stabiliteit of avontuur? Geven of opkomen voor jezelf? Wie van zulke vragen een keuze probeert te maken, raakt vaak verder van huis. In dit blog bespreek ik wat psychologen een “paradox-mindset” noemen, een manier van denken die spanning niet probeert weg te poetsen, maar ermee leert leven en eruit leert putten. Het sluit aan op mijn blogs over mastery mindset en veerkracht.

De verleiding van zwart/wit-denken

Mensen houden van duidelijkheid. Wanneer we voor een lastige keuze staan: een baan accepteren of niet, een relatie voortzetten of beëindigen, een kind dichtbij houden of meer ruimte geven: we voelen ons opgelucht zodra we gekozen hebben. De onzekerheid is voorbij. We weten waar we staan.

Maar die opluchting kent een prijs. De onderzoekers Wendy Smith en Marianne Lewis, auteurs van Both/And Thinking, laten zien hoe vaak we voor een tweedeling staan waar geen echte tweedeling is. Werk versus privé. Stabiliteit versus verandering. Trouw aan jezelf versus rekening houden met anderen. We doen alsof het of/of is, terwijl het in werkelijkheid en/en is.

Smith en Lewis maken een belangrijk onderscheid:

  • Een dilemma is een keuze tussen alternatieven die elk op zichzelf een logische oplossing bieden.
  • Een paradox zijn tegenstellingen die met elkaar verweven zijn, allebei waar, en die niet verdwijnen door een keuze.

Veel van wat we als dilemma’s beleven, zijn in werkelijkheid paradoxen. De vraag “kies ik voor mijn carrière of voor mijn gezin?” wordt nooit opgelost. Wie alles op carrière inzet, verliest iets thuis. Wie zich helemaal terugtrekt naar het gezin, verliest iets in zichzelf. De paradox blijft, hoe je ook kiest. Het echte werk is niet kiezen tussen de twee, maar leren bewegen met beiden.

Waarom we ervoor wegduiken

wegduiken

Spanning voelt vervelend. Lichamelijk: je hartslag stijgt, je krijgt knoop in je maag, je piekert. Cognitief: je hersenen zoeken meteen een uitweg richting zekerheid. Sociaal: we worden geprezen om besluitvaardigheid, niet om twijfel.

Psycholoog Leon Festinger noemde dit cognitieve dissonantie. Dit is de innerlijke spanning die ontstaat als we tegelijk twee dingen voelen of denken die niet bij elkaar lijken te passen. Het brein wil die dissonantie oplossen. Daarom verschuiven we ons zelfbeeld om bij onze keuzes te passen, of poetsen we de moeilijke kant van de keuze weg.

Smith en Lewis beschrijven drie valkuilen waar we in glijden wanneer we paradoxen proberen op te lossen door te kiezen en de knoop door te hakken:

  1. Konijnenholen: we worden goed in onze gekozen kant en gaan steeds dieper graven, ook als de wereld om ons heen verandert. Wie hard werken kiest boven rust, wordt steeds productiever, totdat het lichaam in opstand komt. Wie zekerheid kiest boven avontuur, raakt steeds meer vastgeroest in routine.

  2. Sloopkogels: als de verwaarloosde kant zich uiteindelijk meldt, slaan we te ver door naar de andere kant. Na jaren hard werken ineens alles loslaten. Na jaren zorgzaamheid ineens alleen voor jezelf opkomen. De slinger zwaait extreem, en richt schade aan.

  3. Loopgravenoorlog: we polariseren. We graven ons in op één kant en zien de andere kant als de vijand. In relaties, op het werk, in de politiek, overal zie je hoe een paradox die niet wordt erkend, leidt tot verharding.

Wie wel eens een conflict heeft gehad waarin iedereen op zijn standpunt bleef staan, herkent dit. Zoals ik in Constructieve relatieconflicten beschrijf, ligt onder veel oppervlakkige meningsverschillen een paradox die beide partijen anders wegen en niet een onenigheid die met argumenten te beslechten valt.

Yin en yang als een paradox symbool

Tegenstelling: De zwarte en witte delen weerspiegelen tegengestelde dualiteiten. Wederzijdse afhankelijkheid:
De zwarte en witte delen definiëren en versterken elkaar wederzijds, en vormen samen een perfecte, cirkelvormige eenheid.
Dynamiek : De zwarte en witte delen stromen voortdurend van kleiner naar groter, terwijl de tegenovergestelde stippen binnen elk deel laten zien hoe de ene kracht de andere in zich draagt, wat voortdurende beweging suggereert.

Wat is een paradox-mindset?

Tegenover het of/of-denken staat wat Smith en Lewis een paradox-mindset noemen: het vermogen om twee tegengestelde waarheden tegelijk vast te houden, zonder de spanning te willen opheffen. Niet “wat is het goede antwoord”, maar “hoe kan ik recht doen aan beide kanten over tijd”.

Drie grondaannames zijn de grondslag van een paradox-mindset:

1. Van enkelvoudige waarheid naar meervoudige waarheid. In plaats van te denken “wat ik vind is waar, het tegendeel is dus onwaar”, erken je dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Ik heb behoefte aan rust en aan stimulatie. Hij heeft gelijk en zij heeft gelijk. Mijn ouders waren liefdevol en tekortschietend.

2. Van schaarste naar mogelijkheid. In plaats van “er is maar zoveel te verdelen, dus iemand verliest”, denken: “hoe kan ik de taart vergroten?”. In plaats van “ik kan niet beide kanten dienen”, denken: “hoe kan ik beide kanten over tijd dienen?”.

3. Van controleren naar coping. Misschien wel het belangrijkste. Smith en Lewis stellen dat we paradoxen niet kunnen oplossen. Wat we wel kunnen is leren ze te hanteren, dus voorlopige antwoorden vinden, die we ldan ater weer bijstellen.

Dit derde punt sluit nauw aan op de mastery mindset: het accepteren dat groei eeuwig is, dat we nooit “klaar” zijn.

Twee soorten focus: het brein heeft beide nodig

Vanuit een heel andere hoek komt psychiater Srinivasan Pillay tot een verwante conclusie. In zijn boek Tinker Dabble Doodle Try (NL Minder focus, meer effect) laat hij zien hoe het brein twee modi heeft die afwisselend nodig zijn:

Het focuscircuit de “zaklamp” van het brein. Het stelt je in staat te concentreren, taken af te maken, doelgericht te zijn. Bèta-hersengolven. Gemarkeerd door duidelijkheid en richting.

Het ontfocus-circuit (het default mode network): “het brein doet even niets”, Het ontfocus-circuit is actief als je mijmert, dagdroomt, doelloos wandelt of in een warm bad ligt. Het maakt verbindingen tussen verleden, heden en toekomst. Het integreert losse stukjes informatie tot nieuwe gehelen. Het is de bron van creativiteit, intuïtie en zelfinzicht.

Volgens Pillay zit het probleem in onze moderne cultuur niet zozeer in een gebrek aan focus, maar in een focus-verslaving. We willen altijd productief zijn, doelgericht, “aan”. Maar wie alleen focust, mist het signaal van de andere kant. Hyperfocus put de prefrontale cortex uit. Beslissingen worden mechanisch, creativiteit verschraalt, het zicht op het geheel verdwijnt.

Concreet zijn er volgens Pillay verschillende manieren om bewust te “ontfocussen”:

  • Mijmeren — toelaten dat je gedachten dwalen zonder ze te sturen
  • Dagdromen
  • Wandelen, vooral in de natuur
  • Bewegen, dansen, zingen, met je handen werken
  • Kleine creatieve activiteiten zonder doel (“tinker, dabble, doodle”)
  • Meditatie en ademhalingsoefeningen
  • Vuistregel: na elke 45 minuten focus 15 minuten ontfocussen

Wie in een lastige paradox vstzit, doet er goed aan niet harder te denken, maar de focus juist los te laten. Veel doorbraken komen tijdens een wandeling, onder de douche, of vlak voor het inslapen. Dat is geen toeval. Het is hoe het brein werkt.

Onzekerheid: het probleem en de uitweg

Beide auteurs cirkelen rond hetzelfde punt: onzekerheid is de kern van wat paradoxen ongemakkelijk maakt. En onzekerheid is eng.

Onderzoek van neurowetenschapper Issidoros Sarinopoulos liet iets opmerkelijks zien. Hij toonde proefpersonen plaatjes, sommige neutraal, sommige beangstigend. Vóór een neutraal plaatje verscheen een O; vóór een eng plaatje een X. In sommige experimenten verscheen alleen een vraagteken. Onzekerheid dus over wat er kwam. De proefpersonen reageerden op het vraagteken heftiger dan op de X. Met andere woorden: niet-weten was erger dan slecht nieuws weten.

Dit verklaart veel. Mensen die in een onzekere periode zitten, over hun werk, hun relatie, hun gezondheid, voelen vaak meer stress dan mensen met een definitief slecht bericht. Het brein vindt zekerheid, ook negatieve, beter draagbaar dan ambiguïteit.

Tegelijk, en hier komt de paradox: onzekerheid is op zichzelf niet schadelijk. Onderzoek van Ingrid Haas en William Cunningham laat zien dat onzekerheid even goed nieuwsgierigheid en open-mindedness kan oproepen als angst en geslotenheid. Het verschil zit in of we ons bedreigd voelen. Wanneer dreiging hoog is, leidt onzekerheid tot vernauwing en defensieve reflexen. Wanneer we ons veilig voelen, leidt diezelfde onzekerheid tot onderzoeken, leren, spelen.

De praktische conclusie: voordat je een paradox of een onzekere situatie kunt aangaan, moet je eerst zorgen dat je niet in alarmtoestand staat. Anders zal het brein automatisch terugvallen op of/of-denken en vlucht- of vechtreflexen. Daarom werken ontspannen, wandelen, slapen, lichaamsbeweging en sociale steun niet als “oplossingen” voor de paradox, maar als manieren om het zenuwstelsel zo te bedaren dat je überhaupt helder kunt denken.

Emotionele flexibiliteit: het bittere én het zoete

Een van de mooiste inzichten uit Both/And Thinking gaat over emoties. We denken vaak dat goed omgaan met situaties betekent: “blijf positief”. Maar onderzoek van Naomi Rothman laat iets anders zien.

Mensen die emotionele flexibiliteit kunnen verdragen dus tegelijk positieve én negatieve gevoelens kunnen voelen en uiten blijken in onderhandelingen, samenwerkingen en relaties effectiever dan mensen die alleen het positieve of alleen het negatieve uitspreken. Wie zegt “ik vind dit moeilijk en ik geloof dat we eruit komen”, roept bij anderen vaak meer betrokkenheid op dan wie alleen het ene of het andere uitstraalt.

Dit is wat we “bitterzoet” noemen: een trouwerij waar verdriet om afwezigen meedoet. Een afscheid waar opluchting en verdriet samengaan. De goede momenten van een relatie die nu eindigt.

Voor de paradox-mindset is emotionele flexibiliteit wezenlijk. Wie zich niet toestaat tegelijk opgelucht én verdrietig te zijn, blij én bang, gemotiveerd én moe, zal de paradox zelf ook niet kunnen verdragen. Voor wie dit moeilijk vindt, helpt het om kleine stappen te zetten richting zelfcompassie: er mag van alles tegelijk zijn, je hoeft niet één gevoel te kiezen.

patroon

Praktische gereedschappen voor de paradox-mindset

Samenvattend een aantal concrete praktijken die de paradox-mindset versterken:

Bouw pauzes in. Tussen prikkel en reactie, tussen vraag en antwoord, tussen e-mail en reply. Een diepe ademhaling, een korte wandeling, een nacht slapen, dat schept de ruimte waarin niet je oude reflex maar je weloverwogen antwoord het wint.

Erken beide kanten van de spanning. Schrijf ze op. “Aan de ene kant verlang ik naar … aan de andere kant verlang ik naar …”. Het opschrijven alleen al haalt scherpte van het of/of weg. Vaak zie je dan dat beide kanten waardevol zijn, en dat het niet om kiezen maar om balanceren gaat.

Stel de vraag opnieuw. In plaats van “moet ik A of B kiezen”, probeer “hoe kan ik over tijd zowel A als B een plek geven?”. Vaak openen zich opties die je in het of/of-denken niet zag.

Zoek je hogere doel. Smith en Lewis benadrukken het belang van een overkoepelend doel of waarde dat boven de paradox uitstijgt. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet, kun je makkelijker bewegen tussen de twee kanten zonder je verloren te voelen. De zelfdeterminatietheorie noemt dit de behoefte aan zingeving, en in Welzijn en intrinsieke motivatie werk ik dit verder uit.

Experimenteer in kleine stappen. In plaats van één grote, onomkeerbare beslissing, neem je een proefballonnetje. Een paar maanden de nieuwe richting proberen. Twee dagen per week ander werk. Een kleine investering. Wat leer je? Dit is wat Pillay “tinkering” noemt: knutselen, uitproberen, voelen wat resoneert.

Laat ontfocus toe. Plan periodes zonder doel. Wandel zonder bestemming. Doe iets met je handen dat niet productief hoeft te zijn. Het brein heeft die modus nodig om paradoxen te integreren.

Oefen emotionele ambivalentie. Zeg uit: “Ik vind dit moeilijk en ik wil het”. “Ik ben verdrietig en ik ben dankbaar”. “Ik heb ruimte nodig en ik wil dichtbij zijn”. Niet als excuus voor onduidelijkheid, maar als eerlijke beschrijving van wat er is.

Lachen, humor en improvisatie
Lees meer in mijn blogs over humor en lachen.

Wanneer of/of-denken juist wél past

Tot slot een belangrijke nuance: niet elke beslissing is een paradox. Sommige keuzes zijn gewoon keuzes. “Wat eet ik vanavond?” hoeft geen existentiële spanning te zijn. “Welke trein neem ik?” ook niet. En sommige situaties vragen wél om een knoop doorhakken, bijvoorbeeld als iemand misbruik maakt van jouw ambivalentie, of wanneer uitstel kosten oplevert die te hoog zijn.

De paradox-mindset is niet “blijf eeuwig twijfelen”. Het is: herken wanneer je voor een écht dilemma staat (kies maar gewoon, dan ben je af) en wanneer voor een paradox (waar kiezen alleen tijdelijk verlicht en op termijn schaadt).

De vraag is dus altijd eerst: Heb ik hier te maken met een echte paradox, dus een onoverbrugbare tegenstelling, of met een eenvoudige keuze?


Literatuur

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/And thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Pillay, S. S. (2017). Tinker dabble doodle try: Unlock the power of the unfocused mind. Ballantine Books.

Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford University Press.

Dąbrowski, K. (1964). Positive disintegration. Little, Brown.

Rothman, N. B., & Northcraft, G. B. (2015). Unlocking integrative potential: Expressed emotional ambivalence and negotiation outcomes. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 126, 65-76.

Haas, I. J., & Cunningham, W. A. (2014). The uncertainty paradox: Perceived threat moderates the effect of uncertainty on political tolerance. Political Psychology, 35(2), 291-302.

Sarinopoulos, I., Grupe, D. W., Mackiewicz, K. L., Herrington, J. D., Lor, M., Steege, E. E., & Nitschke, J. B. (2010). Uncertainty during anticipation modulates neural responses to aversion in human insula and amygdala. Cerebral Cortex, 20(4), 929-940.

Johnson, B. (1992). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.

Langer, E. J. (1975). The illusion of control. Journal of Personality and Social Psychology, 32(2), 311-328.

Humor als copingstrategie

Wie kent het niet: midden in een stressvolle situatie maakt iemand een rake grap, je schiet in de lach, en de spanning lijkt ineens minder loodzwaar. Humor is veel meer dan vermaak. Het is een van de oudste en krachtigste manieren waarop mensen omgaan met stress, angst, verlies en tegenslag. Niet voor niets noemde de Amerikaanse psychiater George Vaillant humor een van de meest ontwikkelde afweermechanismen van de menselijke psyche.

In deze blog leg ik uit hoe humor werkt als copingstrategie, welke vormen helpen en welke juist averechts werken.

humor

Hoe werkt humor als coping?

Humor lijkt op het eerste gezicht een vluchtige, lichte zaak. Maar als copingmechanisme grijpt het op meerdere niveaus tegelijk in.

Cognitief: een nieuw perspectief. Een grap dwingt ons om een situatie van een andere kant te bekijken. Wat eerst een ramp leek, wordt door een verrassende wending klein, absurd of zelfs charmant. Psychologen noemen dit cognitive reappraisal : het opnieuw interpreteren van een situatie. Het is precies dezelfde mechaniek die cognitieve gedragstherapie zo effectief maakt, alleen sneller en speelser.

Emotioneel: afstand en verlichting. Lachen onderbreekt het piekercircuit. Het is fysiologisch lastig om tegelijk angstig en lachend te zijn. Onderzoek laat zien dat humor cortisolspiegels verlaagt, het immuunsysteem ondersteunt en zelfs pijn vermindert.

Sociaal: verbinding. Samen lachen schept band. Een gedeelde grap is een klein moment van verbondenheid, en verbondenheid is een van de sterkste beschermende factoren tegen stress en depressie.

Vier humorstijlen: niet alle humor is gelijk

De Canadese psycholoog Rod Martin onderscheidt vier humorstijlen, waarvan twee adaptief (helpend) zijn en twee maladaptief (schadelijk).

De helpende humorstijlen

Verbindende humor (affiliative humor): grappen maken om de sfeer goed te houden, anderen op hun gemak te stellen, samen te lachen om iets in de wereld. Dit type humor versterkt relaties en sociale steun.

steun
steun

Zelfondersteunende humor (self-enhancing humor): het vermogen om zelfs in lastige tijden de absurde, lichte of komische kant van je eigen situatie te zien. Je ontkent de lastige situatie niet, maar creert ademruimte voor jezelf. Wie kan lachen om de eigenaardige kanten van zijn boosheid, angst of verdriet, ontkent die emoties niet, maar geeft zichzelf heeel even wat speelruimte om ze te dragen, in aanlop naar de probleemoplossende beweging van klacht naar kracht. Dit is humor die nauw samenhangt met zelfcompassie en veerkracht.
Lachen triggert hormonen in het lichaam die stress tegengaan, zoals onderzoek herhaaldelijk heeft bevestigd.

De schadelijke humorstijlen

Agressieve humor: sarcasme, spot, grappen ten koste van anderen. Dit lucht op korte termijn op, maar beschadigt relaties en zet aan tot vijandigheid. Het is verwant aan wat ik beschrijf in mijn blog over kwetsende opmerkingen.

Zelfvernederende humor (self-defeating humor): jezelf voortdurend tot mikpunt maken, “voor de grap” je eigen gevoelens of behoeften wegwuiven. Het lijkt sympathiek en bescheiden, maar onderzoek koppelt deze stijl aan lagere zelfwaardering, eenzaamheid en depressieve klachten.

Humor cultiveren in het dagelijks leven

Humor is geen aangeboren karaktertrek waar je het mee moet doen. Je kunt je humorzin oefenen.

Een paar concrete aanknopingspunten:

  • Omring je met mensen die je laten lachen. Humor is besmettelijk; in welk gezelschap je verkeert, vormt je humorgewoontes.
  • Zoek de absurditeit op. Lees columnisten, kijk komieken, luister naar podcasts die schuren én lachen.
  • Vertel je verhalen anders. Wanneer je iemand vertelt over een vervelende dag, kun je oefenen om de komische details mee te nemen, maar zonder de pijn helemaal weg te poetsen.
  • Leer lachen om jezelf, niet ten koste van jezelf. Het verschil zit in mildheid: lach je met of lach je uit?

Humor en coaching

Humor is geen oppervlakkig laagje vernis op een serieus leven. Het is een van de fijnste manieren waarop ons brein ons helpt om de zwaarte van het bestaan te dragen. In coaching merk ik vaak dat het herontdekken van humor, vooral van zelfondersteunende, milde humor, een teken is dat iemand greep op zijn leven heeft en dat relaties sterk verbeteren.

Meer lezen:

Lachen is gezond

De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Literatuur

  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.
  • Samson, A. C., & Gross, J. J. (2012). Humour as emotion regulation: The differential consequences of negative versus positive humour. Cognition and Emotion, 26(2), 375–384.
  • Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Copingstrategieën: hoe ga je om met stress en tegenslag?

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met stress, tegenslag, verlies of conflicten. Dat is een onvermijdelijk deel van het leven. De vraag is niet of we lastige situaties tegenkomen, maar hoe we ermee omgaan. De manieren waarop we proberen met stress en moeilijke emoties om te gaan, noemen psychologen copingstrategieën.

coping

Wat is coping?

Het begrip “coping” komt uit het Engelse to cope with, omgaan met. De Amerikaanse stresspsycholoog Richard Lazarus introduceerde het begrip in 1984 samen met zijn collega Susan Folkman. Volgens hen zijn copingstrategieën alle cognitieve en gedragsmatige inspanningen om om te gaan met situaties die we als belastend ervaren.

Coping is geen eenmalige reactie maar een proces. We schatten een situatie in (Is dit bedreigend? Heb ik er invloed op?) en kiezen – vaak onbewust – een manier om ermee om te gaan. Sommige strategieën helpen ons echt verder, andere bieden tijdelijk verlichting maar maken het probleem op de lange termijn groter.

Probleemgerichte en emotiegerichte coping

Lazarus en Folkman onderscheidden twee hoofdvormen van coping.

Probleemgerichte coping richt zich op de situatie zelf. Je probeert het probleem te begrijpen, alternatieven te bedenken en stappen te zetten om iets te veranderen. Deze strategie werkt het beste wanneer je daadwerkelijk invloed kunt uitoefenen op wat er gebeurt.

Emotiegerichte coping richt zich op de gevoelens die de situatie oproept. Je probeert je emoties te reguleren, betekenis te geven aan de ervaring of steun te zoeken. Deze strategie is vooral nuttig wanneer de situatie zelf niet (meteen) te veranderen is — zoals bij verlies, ziekte of grote maatschappelijke onzekerheid, bijvoorbeeld bij geopolitieke dreiging.

In de praktijk hebben we beide vormen nodig, vaak tegelijkertijd.

Helpende copingstrategieën

De basis: goed voor je lichaam zorgen

Goede coping begint bij een goed onderhouden lichaam. Slaap, beweging en voeding zijn geen luxe maar de fundering waarop onze veerkracht rust. In mijn blog over leefstijl-interventies bij stress ga ik daar uitgebreid op in.

Ontspanning en ademhaling

Bij acute stress zorgt ons zenuwstelsel voor een vecht- of vluchtreactie. Bewust ontspannen en ademhalingsoefeningen zijn directe en effectieve manieren om dit systeem te kalmeren.

Emotieregulatie

Emoties zijn signalen, geen vijanden. Leren om je gevoelens te herkennen, te benoemen en serieus te nemen is een essentiële copingvaardigheid. Hierover heb ik geschreven in mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht.

Cognitieve herstructurering

Veel stress ontstaat niet door wat er gebeurt, maar door hoe we het interpreteren. Met technieken uit de cognitieve gedragstherapie leer je vastgeroeste denkpatronen herkennen en bijstellen. Dat helpt ook om minder te piekeren.

Zelfcompassie

In moeilijke tijden zijn we vaak het hardst voor onszelf. Zelfcompassie ( jezelf behandelen met dezelfde vriendelijkheid die je een goede vriend zou bieden) is een van de krachtigste vormen van emotiegerichte coping.

steun

Sociale steun

Mensen zijn sociale wezens. Verbondenheid en goede relaties zijn niet alleen prettig, maar ook bewezen beschermend tegen stress en depressie. Praten met iemand die luistert is op zichzelf al coping.

Natuur en beweging

Een wandeling in het bos of langs het strand werkt rustgevend op zenuwstelsel én geest. In mijn blog over natuurbeleving en welzijn leg ik uit waarom. In mijn praktijk werk ik graag als wandelcoach in de Haagse parken.

beukenbos boswandeling Natuurbeleving en welzijn

Humor

Een minder vaak genoemde, maar krachtige copingstrategie is humor. Lachen om jezelf, om absurde situaties of samen met anderen verlicht spanning, geeft afstand tot het probleem en versterkt de sociale band. Onderzoek van de Canadese psycholoog Rod Martin laat zien dat bepaalde humorstijlen, vooral verbindende en zelfondersteunende humor, bijdragen aan welzijn, terwijl andere vormen (cynisme, zelfvernederende humor) juist averechts werken. Aan humor als copingstrategie wijd ik binnenkort een serie blogs.

Niet-helpende copingstrategieën

Niet alle coping helpt. Vermijding, langdurig piekeren, voortdurend afleiding zoeken via schermen, of grijpen naar alcohol of eten geven kortstondig verlichting maar versterken het onderliggende probleem. Vaak weten we wel dat zulke strategieën niet helpen, maar we kiezen er toch voor omdat de gezondere alternatieven meer moeite kosten. Bewustwording is de eerste stap naar verandering.

Coping is een vaardigheid

Het goede nieuws is: coping is geen vaste karaktertrek, maar een set vaardigheden die je kunt leren en uitbreiden. Hoe meer copingstrategieën je tot je beschikking hebt, hoe flexibeler je kunt reageren op wat het leven brengt. Dat is precies wat we mentale weerbaarheid noemen.

In mijn coaching werk ik samen met cliënten aan het verbreden van hun copingrepertoire: minder gericht op vermijding en piekeren, meer op actief problemen aanpakken, emoties verwerken, steun zoeken … en ja, ook op de helende kracht van een goede lach.

Literatuur

  • Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer.
  • Carver, C. S., & Connor-Smith, J. (2010). Personality and coping. Annual Review of Psychology, 61, 679–704.
  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.