Vragen over de negativiteitsbias

Een scholiere las mijn blog over de negativiteitsbias en stuurde mij een aantal goede vragen toe. Ik beantwoord ze hier, voor haar, en voor iedereen die zich herkent in het feit dat één rotopmerking soms zwaarder weegt dan tien complimenten. Voor wie het oorspronkelijke blog nog niet kent: dat geeft de theoretische achtergrond, dit nieuwe blog gaat in op concrete vragen uit de dagelijkse praktijk.

1. Waarom onthouden mensen negatieve ervaringen beter dan positieve?

Het korte antwoord: omdat onze hersenen erop zijn gebouwd om vooral te onthouden wat ons kan beschadigen. Dat is in feite een evolutionair voordeel. Onze voorouders die zich de plek van de tijger van vorig jaar herinnerden, leefden langer dan zij die het al vergeten waren.

Maar het zit dieper dan alleen evolutionaire reflexen. Hersenonderzoek laat zien dat negatieve gebeurtenissen intenser worden verwerkt. Ze trekken automatisch je aandacht, ze activeren meer hersengebieden tegelijk, en ze worden grondiger geanalyseerd (“hoe is dit gebeurd?”, “hoe voorkom ik dit?”, “wat had ik anders moeten doen?”). Al die extra verwerking maakt dat de herinnering ook dieper wordt vastgelegd.

hersenen

Positieve ervaringen krijgen die intensieve behandeling niet. Een mooie zonsondergang vraagt geen analyse. Een fijn compliment vraagt geen plan om herhaling te voorkomen. Het brein registreert het, geniet er kort van, en gaat over tot de orde van de dag.

De Amerikaanse psycholoog Rick Hanson formuleerde dit bondig: “Het brein is als klittenband voor negatieve ervaringen en als teflon voor positieve.” Het ene blijft plakken, het andere glijdt eraf.

2. Waarom komt kritiek vaak harder aan dan complimenten?

kritiek

Dit is misschien wel het meest dagelijkse voorbeeld van de negativiteitsbias. Tien mensen zeggen dat je presentatie goed was, één persoon maakt een kritische opmerking, en op de fietstocht naar huis denk je niet aan die tien, maar aan die ene.

Verschillende mechanismen werken hier samen:

Sociale dreigingsdetectie. Wij zijn groepsdieren. Voor onze voorouders kon afwijzing door de groep letterlijk het einde betekenen: buiten de stam overleefde niemand. Daarom heeft ons brein een fijn afgesteld systeem dat sociale signalen razendsnel scant op afkeuring of uitsluiting. Kritiek triggert dat alarmsysteem; complimenten niet.

Bevestiging is verwacht, kritiek niet. We hopen op waardering. Wanneer die komt, voelen we voldoening, maar geen verrassing. Kritiek breekt door dat verwachtingspatroon, en wat opvalt, dringt door.

Onderzoekers John en Julie Gottman ontdekten dat in goede relaties de verhouding tussen positieve en negatieve momenten ongeveer vijf op één ligt. Niet 1:1. Niet 2:1. Vijf positieve interacties zijn nodig om één negatieve te compenseren. Dat geeft een idee van hoe scheef de weegschaal in ons brein hangt. We moeten bijna overdreven positief zijn, om vriendelijk over te komen. Ik schreef hierover in mijn blog Betere relaties.

Een praktisch gevolg: wie feedback geeft doet er goed aan zich te realiseren dat zijn woorden zwaarder landen dan hij denkt. En wie kritiek krijgt, mag zich realiseren dat het brein de klap automatisch vergroot… en dat je de kritiek zelf een beetje moet inkaderen, omdat die zwaarder treft dan misschien bedoeld. Maar dat is natuurlijk geen bewijs dat kritiek terecht of belangrijk is.

3. Waar gaan positieve ervaringen of complimenten naartoe als negatieve dingen zoveel sterker blijven hangen?

Mooie vraag, die ik graag eerlijk beantwoord: ze verdwijnen vaak gewoon. Niet allemaal, een echt belangrijk compliment, een uitzonderlijk geluksmoment, dat onthoud je. Maar het gemiddelde positieve moment komt nauwelijks in je langetermijngeheugen terecht. Het glijdt, om met Hanson’s beeld te spreken, langs het teflon naar beneden.

Tenzij je het brein een handje helpt.

Dit is precies waar de positieve psychologie haar pijlen op richt. Rick Hanson noemt het “taking in the good”: actief de tijd nemen om een positieve ervaring binnen te laten komen.

Taking in the good

  1. Merk een positief moment op (een lekker bakje koffie, een vriendelijke buurman, een kleine prestatie).
  2. Blijf er een paar seconden langer bij stilstaan dan je anders zou doen, zeg twintig seconden.
  3. Voel het in je lichaam: waar zit het gevoel, hoe voelt het?
  4. Laat het echt landen.

Dit klinkt als zweverig advies, maar het is gegrond op hoe het geheugen werkt. Een ervaring die je twintig seconden aandacht geeft, wordt anders opgeslagen dan een ervaring die je binnen één seconde alweer voorbij laat gaan. Voor wie dit serieus wil oefenen, helpt een dankbaarheidsdagboek: drie dingen die vandaag goed gingen of die je kon genieten, opschrijven voor je gaat slapen. Onderzoek laat zien dat zo’n eenvoudig ritueel na een paar weken meetbaar verschil maakt in stemming en welbevinden.

Voor meer over deze richting: het blog over flourishing, bloei en groei.

4. Heeft sociale media volgens u een invloed op negativiteitsbias bij jongeren?

Ja, en wel op een manier die het probleem vergroot in plaats van compenseert. Een paar punten:

Algoritmes zijn gebouwd op je negativiteitsbias. TikTok, Instagram, YouTube, X, al deze platforms verdienen aan jouw aandacht. En aandacht trek je het sterkst met emotioneel geladen content, vooral negatief geladen. Verontwaardiging, schok, ruzie, drama, daar reageert het brein op. Algoritmes hebben dat geleerd en serveren je dus precies dat soort content. Niet omdat ze je willen schaden, maar omdat ze je willen vasthouden en je aandacht tot geld maken.

sociale vergelijking

Sociale vergelijking wordt extreem scheef. Op sociale media zie je een gefilterd, opgepoetst beeld van het leven van anderen. Hun vakanties, hun lichamen, hun feestjes, hun successen. Jouw eigen leven vergeleken met die geredigeerde versie lijkt dan saaier, lelijker, eenzamer, negatiever. Vooral voor jongeren wier zelfbeeld nog in ontwikkeling is kan dit heftig uitpakken.

Kritiek wordt publiek en permanent. Een vervelende opmerking in de klas blijft misschien tot het einde van de dag hangen. Een vervelende opmerking onder je post staat er daarentegen voor onbepaalde tijd, voor iedereen zichtbaar, herleesbaar, deelbaar. Dat versterkt de impact van negatieve ervaringen op een manier die mensen vroeger nooit hebben meegemaakt.

Slaap en aandacht raken ontregeld. Veel scrollen voor het slapen gaan tast de slaapkwaliteit aan, en slecht slapen versterkt de negativiteitsbias verder. Het is een vicieuze cirkel.

Onderzoek koppelt intensief sociale-media-gebruik bij jongeren, vooral bij meisjes, aan toegenomen angst, somberheid en lichaamsontevredenheid. Dat betekent niet dat sociale media voor iedereen schadelijk zijn, of dat je nooit op je telefoon mag. Maar het is wel reëel om te erkennen: deze platforms zijn niet neutraal. Ze zijn ontworpen om jouw oudste hersencircuits voor jouw aandacht te kapen.

Concreet helpt het om bewust je gebruik te beperken, sommige accounts te ontvolgen, je telefoon ’s avonds weg te leggen, en jezelf eraan te herinneren dat wat je ziet een uitgekozen highlight is en niet het echte leven. Voor wie meer wil weten over de manipulatiekant: mijn blog over weerbaarheid tegen online manipulatie gaat hier dieper op in.

5. Waarom blijven gênante of pijnlijke momenten zo lang hangen?

Iedereen kent dit. Je ligt in bed, je gaat ineens denken aan iets stoms dat je tien jaar geleden hebt gezegd op een verjaardag, en je krimpt ineen onder het dekbed. Voor de duizendste keer.

Twee mechanismen zijn hier vooral werkzaam:

geheugen-negativiteitsbiasStressmanagement
geheugen-negativiteitsbias

Sociale pijn is echte pijn. Hersenscans laten zien dat sociale afwijzing en gêne dezelfde hersengebieden activeren als fysieke pijn. Het brein behandelt “een blunder maken voor een groep” alsof het werkelijk gevaarlijk is, wat het namelijk het in onze voorouderlijke tijd ook was. Wie uit de groep viel, was kwetsbaar. Daarom voelt gêne zo intens, en daarom blijven die momenten zo plakken.

Het brein blijft de gebeurtenis “fiksen”. Wanneer iets pijnlijks gebeurt, gaat een deel van het brein aan de slag om uit te zoeken hoe je het kunt voorkomen in de toekomst. Dat is functioneel. Maar bij sociale gebeurtenissen valt er meestal niets te repareren. Je kunt het verleden immers niet veranderen, en de waarschijnlijkheid van een herhaling is laag. Het brein blijft niettemin proberen. Elke keer dat het moment opduikt, voel je de schaamte opnieuw.

Wat helpt:

Herinner jezelf eraan dat anderen het waarschijnlijk allang vergeten zijn. Mensen denken nauwelijks aan andermans blunders, ze zijn namelijk vooral bezig met hun eigen blunders. Dit heet in de psychologie het spotlight-effect: we overschatten hoeveel anderen op ons letten!

zelfcompassie
zelfcompassie

Behandel jezelf met zelfcompassie. Zou je een vriend(in) net zo hard veroordelen om diezelfde blunder? Waarschijnlijk niet. Behandel jezelf met dezelfde mildheid.

Erken wat er gebeurde en laat het er zijn. Wegduwen werkt niet. De gedachte komt dan sterker terug. Erkennen (“ja, dat was awkward”) en dan loslaten werkt beter.

Als je echt veel piekert: oefen met aandachtsverlegging. In mijn blog over minder piekeren staan concrete technieken hiervoor.

En een troostrijk feitje: bijna iedereen heeft een mentale collectie van zulke cringe-momenten. Het hoort bij mens-zijn. Wie zegt dat hij ze niet heeft, liegt of heeft een buitengewoon kort geheugen.
Met je vrienden kan je misschien soms over jullie cringe-momenten lachen?

6. Kan negativiteitsbias invloed hebben op mentale gezondheid of zelfbeeld?

Ja, zeker, en op meer manieren dan je misschien zou denken.

Zelfbeeld. Wie elke kritiek onthoudt en elke waardering vergeet, bouwt over de jaren heen onvermijdelijk een vertekend zelfbeeld op. Het brein zegt: “Ik ben dus niet zo goed in dit, want ik herinner me vooral wat er misging.” In werkelijkheid waren er misschien tien geslaagde dingen tegenover één misser, maar het geheugen telt anders. Mensen met een laag zelfbeeld hebben vaak geen objectief slecht leven gehad; ze hebben een geheugen dat selectief de tegenslagen heeft bewaard.

Burn-out chronische stress

Depressieve klachten. Bij depressie wordt de negativiteitsbias extra sterk. Het brein zoomt nóg dieper in op negatieve interpretaties, terwijl positieve signalen nauwelijks landen. Een neutrale opmerking wordt als kritiek opgevat. Een uitnodiging wordt vergeten. Zo voedt de depressie zichzelf. Cognitieve gedragstherapie helpt door deze vertekening expliciet aan te pakken; zie mijn blog over cognitieve gedragstherapie.

Angst en piekeren. Een sterke negativiteitsbias houdt het brein gericht op wat er fout kan gaan. Daardoor neemt piekeren toe, evenals lichamelijke stresssignalen.

Relaties. Wanneer je vooral onthoudt wat een ander verkeerd doet, en vergeet wat hij of zij goed doet, raakt het beeld van die ander vertekend. Veel relatieconflicten ontstaan niet omdat de ander slecht zou zijn, maar omdat de negatieve momenten te zwaar wegen in het mentale archief.

Faalangst. De negativiteitsbias speelt ook een rol bij faalangst en prestatieangst, angst die juist bij scholieren en studenten veel voorkomt rond toetsen, presentaties en examens.

Het mooie is: het herkennen van het mechanisme is al de helft van de oplossing. Wanneer je weet dat je brein scheef weegt, hoef je je eigen intuitieve negatieve oordeel niet meer voor de volle waarheid te nemen.

7. Is het mogelijk om ons brein minder te laten focussen op negatieve dingen?

Ja. Niet door de bias uit te schakelen (die zit zo diep ingebakken in onze biologie dat dat onmogelijk is) maar door hem te compenseren. Een paar concrete strategieën:

Train je aandacht op positieve momenten. Zoals bij vraag 3: blijf bewust langer staan bij wat goed is. Drie goede dingen per dag opschrijven. Een mooi moment werkelijk doorvoelen.

hortus witte orchidee

Word je bewust van je gedachten. Veel negatieve gedachten zijn automatisch, ze gaan langs je heen zonder dat je ze opmerkt. Door ze bewust te leren herkennen (“aha, daar is weer die kritische stem”), neemt hun macht over je af. Dit is een van de basisvaardigheden uit cognitieve gedragstherapie en mindfulness.

Toets je gedachten op realiteit. Is wat ik denk waar? Welk bewijs is er voor? Welk bewijs is er tegen? Zou ik een vriend(in) hetzelfde aandoen? Vaak zijn negatieve gedachten halve waarheden of overdrijvingen.

Beperk negatieve input. Voorzichtig zijn met hoeveel angstige nieuwsberichten en dramatische sociale media je per dag tot je neemt (doomscrolling). Vooral in tijden van maatschappelijke onrust is dosering belangrijk.

Beweeg en kom buiten. Natuurbeleving en lichaamsbeweging hebben een direct, meetbaar effect op stemming en piekergedrag.

Lach. Lachen (bijvoorbeeld samen met je vrienden over jullie stomme fouten) activeert het parasympatische zenuwstelsel en breekt het negatieve circuit. Zie mijn blog Lachen is gezond.

Investeer in verbondenheid. Sociale steun is een van de sterkste buffers tegen de gevolgen van de negativiteitsbias. Mensen om je heen die war en vriendelijk zijn, herinneren je aan dingen die jouw eigen brein wegfiltert.

Wees mild voor jezelf. Zelfcompassie is misschien wel de meest onderschatte vaardigheid bij dit alles. Wie zichzelf hard veroordeelt voor elke negatieve gedachte, vergroot het probleem alleen maar.

Voor wie merkt dat het negatieve denken hardnekkig is: een paar gesprekken met een psycholoog of coach kunnen veel doen. Soms is een buitenstaander die met je meekijkt naar je gedachtepatronen precies wat het brein nodig heeft om uit zijn oude sporen te komen.


Tot slot

Dank aan de scholiere die deze zeven vragen stelde. Goede vragen dwingen tot helderder denken. Wat ik vooral mooi vind aan deze vragenreeks: de vragen laten zien dat de negativiteitsbias geen abstract concept is uit een psychologieboek, maar iets waar iedereen dagelijks mee te maken heeft. Een leraar die kritiek geeft. Een berichtje op TikTok. Een gênant moment in de klas. Een vergelijking met een vriendin op Instagram.

patroon

Het brein dat ons heeft helpen overleven, helpt ons in de moderne wereld niet altijd. Maar zodra je weet hoe het werkt, kun je het tegenspreken. Door bewust ruimte te maken voor wat er ook is: het goede, dat te makkelijk verloren gaat in de echo van het slechte.

Wil je het oorspronkelijke blog over de negativiteitsbias lezen voor de theoretische achtergrond?

Literatuur

Rick Hanson — over de klittenband/teflon-metafoor en “taking in the good”:

Hanson, R. (2013). Hardwiring happiness: The new brain science of contentment, calm, and confidence. Harmony Books.

Hanson, R., & Mendius, R. (2009). Buddha’s brain: The practical neuroscience of happiness, love, and wisdom. New Harbinger Publications.

Voor de wetenschappelijke onderbouwing van Hanson’s stellingen:

Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323–370. https://doi.org/10.1037/1089-2680.5.4.323

Gottman 5:1-ratio:

Gottman, J. M., & Silver, N. (1999). The seven principles for making marriage work. Crown Publishers.

Spotlight-effect:

Gilovich, T., Medvec, V. H., & Savitsky, K. (2000). The spotlight effect in social judgment: An egocentric bias in estimates of the salience of one’s own actions and appearance. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 211–222.

Sociale pijn en fysieke pijn:

Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302(5643), 290–292.

Dankbaarheidsonderzoek (drie goede dingen):

Seligman, M. E. P., Steen, T. A., Park, N., & Peterson, C. (2005). Positive psychology progress: Empirical validation of interventions. American Psychologist, 60(5), 410–421.

Sociale media en welzijn bij jongeren:

Twenge, J. M., Haidt, J., Lozano, J., & Cummins, K. M. (2022). Specification curve analysis shows that social media use is linked to poor mental health, especially among girls. Acta Psychologica, 224, 103512.

Confirmation bias

(Bevestigingsvooroordeel)

Een  confirmation bias, myside-bias of bevestigingsvooroordeel is een cognitieve bias. Deze veel voorkomende denkfout is de neiging om aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Over informatie die de eigen overtuigingen weerspreekt is men daarentegen hyperkritisch. Over het algemeen hebben mensen in hun leven al veel geïnvesteerd (materieel of sociaal geïnvesteerd) in een bepaalde leefstijl of een maatschappelijke groep en zouden nadelen ondervinden als zij een andere overtuiging moeten accepteren. Er wordt in sommige gevallen ook wel gesproken van “gemotiveerde informatieverwerking” (motivated reasoning)  waarbij mensen hun eerdere overtuigingen verdedigen, in stand houden of bevestigen.

In-group en identiteit

Wanneer we ons emotioneel verbonden voelen met bepaalde opvattingen treedt gemakkelijk confirmation bias op. We gebruiken uiteindelijk elk willekeurig “bewijs” dat we vinden om simpelweg de vooraf vastgestelde conclusies van onze in-group te versterken. Vooral wanneer we al tijd, energie en geloof in een groep hebben geïnvesteerd willen we het wereldbeeld beschermen dat onze identiteit bevestigt.

Sociale psychologie, cognitieve bias en identiteit

De meeste mensen zoeken optimisme en positieve eigenwaarde, niet feiten, dit wordt keer op keer door sociaalpsychologisch onderzoek bevestigd.

Wat we als feiten en als waar beoordelen hangt af van onze wens voor positieve informatie over ons zelf en onze toekomst (tenzij we ons aan de twee regels houden die hieronder worden beschreven…) . Informatie die positieve gevolgen heeft voor ons zelf of voor de groep met wie we ons identificeren wordt veel sneller als “waar” beoordeeld. Mensen zijn evolutionair niet ontwikkeld om de werkelijkheid/realiteit goed waar te nemen, maar om in groepen te ageren. Voor ons is belangrijk wat onze vrienden en bondsverwanten vinden, niet wat “echt” aan de hand is. Hierbij is het verschil tussen wetenschapper en leken alleen maar gradueel, niet absoluut.

Verder lezen: The Knowledge Illusion: Why We Never Think Alone

Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anektdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Cognitieve denkfouten
Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anekdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Tegelijkertijd worden andere relevante soortgelijke gevallen of gegevens die het eigen standpunt kunnen tegenspreken worden genegeerd. Gegevens of andere vergelijkbare gevallen die dit standpunt mogelijk ontkrachten, in breder perspectief plaatsen of nuanceren worden daarbij verzwegen. Cherrypicking kan opzettelijk of onopzettelijk plaatsvinden.

Men kiest of interpreteert elk bewijsstuk dat overtuigingen ondersteunt en verwerpt elk bewijsstuk dat dat niet doet. Een favoriete techniek van de confirmation bias.

Confirmation bias is het tegendeel van het falsificatiebeginsel

Terwijl wetenschappelijk, rationeel en kritisch denken juist om een falsificatieprincipe vraagt, is de confirmation bias juist typisch voor intuïtief, subjectief en bevooroordeeld denken. In sommige groepen, zoals bij complotdenkers, vormt de confirmation bias een steunpilaar van het de denken en de algehele argumentatie.

Maar de confirmation bias komt overal in de samenleving voor, ook bij hoogopgeleide mensen. Beslissingen op basis van deze denkfout komen voor in politieke, organisatorische, financiële en wetenschappelijke contexten. Belangrijk is daarom kritische en open discussie in divers samengestelde groepen. Terwijl de meeste mensen individueel hun eigen denkfouten niet kunnen ontdekken, zijn mensen juist erg goed in het ontdekken van de denkfouten van anderen, vooral als deze niet tot de eigen in-group toebehoren. Groepen nemen doorgaans betere beslissingen wanneer mensen uiteenlopende meningen kunnen uiten.

Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen

zwarte zwaan metafoor voor psychologische vooroordelen en denkfouten die mensen, zowel individueel als collectief, blind maken voor onzekerheid en de substantiële rol van zeldzame gebeurtenissen in historische aangelegenheden. confirmation bias
zwarte zwaan: zeldzame gebeurtenis

Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer deze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen (ook wel genoemd Zwarte Zwanen). We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.

Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen. Zie de Russisch-Oekraïense Oorlog, maar ook de COVID-pandemie.

Negativiteitsbias

klacht naar kracht emotie boosheid verdriet angst stress depressieve klachten dagboek zelfobservatie actie verandering coaching stress hulp wandelcoach

De negativiteitsbias is een cognitieve bias die ertoe leidt dat ongunstige gebeurtenissen een grotere invloed hebben op onze psychologische toestand dan positieve gebeurtenissen. De negativiteitsbias treedt zelfs op wanneer ongunstige gebeurtenissen en positieve gebeurtenissen even sterk  zijn. Dat betekent dat we negatieve gebeurtenissen intenser voelen.

Mensen zijn geneigd zijn meer aandacht te besteden aan negatieve informatie en negatieve ervaringen dan aan positieve. Mensen vinden negatieve informatie ook belangrijker dan positieve. Deze negativiteitsbias verschijnt op verschillende gebieden, b.v. emotie, geheugen, aandacht en besluitvorming. Hoewel de exacte evolutionaire oorsprong van de negativiteitsbias niet volledig wordt begrepen, zijn er verschillende theorieën die proberen te verklaren hoe deze bias zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld.

Evolutie

Negativiteitsbias angst bedreiging gevaar  cognitie bias zorgen piekeren tobben stress depressie gedachten pessimisme relaties emotie gedrag

Eén theorie is dat de negativiteitsbias is geëvolueerd als een overlevingsmechanisme om vroege mensen te helpen gevaarlijke situaties en roofdieren te vermijden. In de voorouderlijke omgeving werd de mens geconfronteerd met vele bedreigingen, zoals roofdieren, natuurrampen en andere gevaren. Concentratie op negatieve informatie, zoals de aanwezigheid van een roofdier, zou de mens hebben geholpen bij het identificeren en vermijden van potentiële gevaren, waardoor zijn overlevingskansen toenamen.

Een andere theorie is dat de negativiteitsbias geëvolueerd is als een manier om sociale bedreigingen te vermijden en sociale banden te onderhouden. In sociale interacties kan negatieve informatie, zoals kritiek of afwijzing, een grotere invloed hebben op sociale relaties dan positieve informatie, zoals lof of acceptatie. Aandacht voor negatieve sociale signalen zou de vroege mens hebben geholpen om potentiële conflicten te vermijden en sociale banden te onderhouden, wat cruciaal was voor overleving en voortplanting.

In het algemeen kan de negativiteitsbias zich hebben ontwikkeld als een adaptief mechanisme om de vroege mens te helpen door zijn omgeving te navigeren en te overleven in moeilijke omstandigheden. Hoewel de bias niet altijd nuttig is in hedendaagse situaties, is hij door de tijd heen blijven bestaan en blijft hij onze waarnemingen, emoties en gedragingen vormen.

Reactiesnelheid en geheugen

geheugen-negativiteitsbiasStressmanagement
geheugen-negativiteitsbias

Negatieve stimuli triggeren bij mensen een snellere en intensere reactie dan positieve stimuli. Negatieve informatie wordt ook beter herinnert dan positieve informatie. Dit gebeurt vermoedelijk doordat negatieve informatie automatisch bedreigingsreacties activeert. Als je mogelijke negatieve resultaten verwacht vermeidt je in de planning potentieel schadelijke of pijnlijke ervaringen.

In sommige experimentele situaties leren mensen sneller met straf voor fout gedrag, omdat straf gedrag onderdrukt. Maar hoewel straf in sommige situaties effectief kan zijn, suggereert onderzoek dat op de langere termijn beloning veel effectiever is dan straf.

Mensen denken en redeneren bij negatieve gebeurtenissen meer na. Ook gebruiken mensen de hersenen intensiever bij negatieve gebeurtenissen dan bij positieve gebeurtenissen. Deze extra verwerking leidt tot verschillen tussen positieve en negatieve informatie in aandacht, leren en geheugen.

Neurologische verschillen wijzen ook op een intensievere verwerking van negatieve informatie: deelnemers vertonen omvangrijkere verwerking in de hersenen bij het lezen over negatieve handelingen.

Het  geheugen wordt ook beïnvloed door de negatieve of positieve kwaliteit van de stimuli. Wanneer zowel positief als negatief gedrag wordt bestudeerd, herinneren deelnemers zich meer negatief gedrag tijdens een latere geheugentest dan positief gedrag. Er zijn ook aanwijzingen dat mensen een beter herkenningsgeheugen en brongeheugen hebben voor negatieve informatie.

Wanneer mensen wordt gevraagd zich een recente emotionele gebeurtenis te herinneren, hebben ze de neiging om vaker negatieve gebeurtenissen te melden dan positieve. Mensen vergeten vaker positief emotionele ervaringen dan negatief emotionele ervaringen.

Studies van de negativiteitsbias zijn ook gerelateerd aan onderzoek binnen het domein van de besluitvorming. Wanneer iemand iets kan winnen of verliezen, wegen potentiële kosten zwaarder wegen dan potentiële winsten (verliesangst).

Angst en samenzweringstheorieen

De negativiteitsbias is sterker in tijden van maatschappelijke onrust en verandering. De Covid-pandemie heeft dus ook veel zorgen en angst veroorzaakt. Volgens Stubbersfield (2021) is de negativiteitsbias ook relevant voor de verspreiding van samenzweringstheorieën. Samenzweringstheorieën geven voornamelijk verklaringen voor negatieve gebeurtenissen en/of veronderstellen kwade bedoelingen van de samenzweerders (Douglas et al., 2019). Online manipulatie draait dan ook in sterke mate op het opwekken van sterke negatieve emoties.

Gevolgen van de negativiteitsbias

In het algemeen kan de negativiteitsbias aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor diverse aspecten van menselijke cognitie, emotie en gedrag. Enkele van deze negatieve gevolgen zijn:

  • Toegenomen stress en angst: Focussen op negatieve informatie – piekeren en tobben – kan stress en angst vergroten. Dit kan negatieve gevolgen kan hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.
  • Pessimisme en negatief denken: De negativiteitsbias kan leiden tot een algemene neiging tot negatief denken en pessimisme. Dit kan creativiteit, probleemoplossing en algemeen welzijn belemmeren.
  • Overgeneralisatie en vooringenomenheid: De negativiteitsbias kan leiden tot overgeneralisatie en vooroordelen. Mensen schrijven dus negatieve motieven aan anderen toe zonder voldoende bewijs.
  • Relatieproblemen: De negativiteitsbias kan leiden tot problemen in sociale relaties. Mensen richten opzich negatieve aspecten van anderen of gebeurtenissen. Dit kan tot conflicten en misverstanden leiden.
  • Polarisatie tussen groepen
  • Besluitvormingsproblemen: De negativiteitsbias kan ook de besluitvorming beïnvloeden, omdat mensen zich eerder richten op potentiële negatieve uitkomsten dan op potentiële positieve uitkomsten. Dit leidt tot risicoaversie en gemiste kansen.
  • Verminderde motivatie: Focussen op negatieve informatie kan de motivatie en betrokkenheid verminderen, omdat mensen zich ontmoedigd en gedemotiveerd kunnen voelen door de waargenomen negatieve uitkomsten.
  • Wantrouwen tegen helpers: wetenschappers die vaccins ontwikkelen, politici die de samenleving organiseren, de overheid die de orde wil bewaren.

Verder lezen: Vragen over de negativiteitsbias

Literatuur

Bebbington, K., MacLeod, C., Ellison, T. M., & Fay, N. (2017). The sky is falling: Evidence of a negativity bias in the social transmission of information. Evolution and Human Behavior, 38(1), 92–101. https://doi.org/10.1016/j.evolhumbehav.2016.07.004

Douglas, K. M., Sutton, R. M., Callan, M. J., Dawtry, R. J., & Harvey, A. J. (2016). Someone is pulling the strings: Hypersensitive agency detection and belief in conspiracy theories. Thinking & Reasoning, 22(1), 57-77. 667
https://doi.org/10.1080/13546783.2015.1051586

Rozin, P., & Royzman, E. B. (2001). Negativity Bias, Negativity Dominance, and Contagion. Personality and Social Psychology Review, 5(4), 296–320. https://doi.org/10.1207/S15327957PSPR0504_2

Stubbersfield, J. (2021). Conspiracy Theories: A Cultural Evolution Theory approach.

Cognitieve denkfouten

Een van de essentiële inzichten van sociaal-psychologisch onderzoek is dat de informatieverwerking van mensen vaak vertekend is, en gekenmerkt door denkfouten.

Hiervoor werd het begrip ‘cognitieve bias’ geïntroduceerd door Tversky en Kahneman .

Tversky en Kahneman verklaarden cognitieve fouten in termen van heuristieken, mentale ‘shortcuts’ (kortere alternatieve routes) die snelle inschattingen geven. Cognitieve biases kunnen mensen helpen om veel voorkomende situaties in het leven snel af te handelen.

Een cognitieve bias is een systematisch patroon van afwijking van de norm of rationaliteit of objectiviteit in het oordeel. Individuen creëren hun eigen “subjectieve realiteit” op basis van hun perceptie van de wereld. Zo kunnen cognitieve vooroordelen soms leiden tot onnauwkeurig oordeel, onlogische interpretatie, of wat in het algemeen (kritisch) irrationaliteit of (lovend) intuïtie wordt genoemd.

Veel cognitieve biases zijn evolutionair ontstaan en hielpen mensen om te overleven. Cognitieve fouten kunnen tot effectievere acties leiden. Bovendien maakt het toestaan van cognitieve vertekeningen snellere beslissingen mogelijk. Vaak is snelheid belangrijker dan nauwkeurigheid. Cognitieve vertekeningen zijn een gevolg van menselijke mentale beperkingen, dus van een beperkte capaciteit voor informatieverwerking.

Veel onderzoekers houden zich bezig met cognitieve fouten en er zijn honderden ervan beschreven. Recentelijk hebben de onderzoekers Oeberst en Imhoff een eenvoudige samenvatting van een groot deel van menselijke denkfouten voorgesteld. Niet alle denkfouten vallen onder het voorgestelde vereenvoudige model, bijvoorbeeld niet de negativiteitsbias. Maar veel van de denkfouten laten zich op een eenvoudig model reduceren.
Dit is het samenvattend model:

cognitieve-fouten denkfouten
cognitieve fouten denkfouten

Nederlands:

  • Mijn ervaring is een goede maatstaf.
  • Ik schat de wereld juist in.
  • Ik ben goed.
  • Mijn groep is een goede maatstaf.
  • Mijn groepsleden zijn goed.
  • De eigenschappen van mensen, niet de context bepalen resultaten.

Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen

Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer ze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen. We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.

confirmation bias
confirmation bias

Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen.

Literatuur

Oeberst, A., & Imhoff, R. (2023). Toward Parsimony in Bias Research: A Proposed Common Framework of Belief-Consistent Information Processing for a Set of Biases. Perspectives on Psychological Science, 17456916221148147.

Pareidolia: wie kijkt hier naar jou?

De natuur kijkt je aan Boomgezicht pareidolia
De natuur kijkt je aan

Als wandelcoach loop ik vaak in het Haagse bos en laat dan mijn clienten kennis maken met deze boom-meneer. Pareidolia is een intrigerend psychologisch verschijnsel waarbij onze hersenen de neiging hebben om betekenisvolle patronen of herkenbare vormen te ontwaren in ogenschijnlijk willekeurige of dubbelzinnige stimuli.

Dit fenomeen komt vaak voor en illustreert hoe onze hersenen visuele informatie verwerken. Pareidolia is een term die de neiging van onze hersenen beschrijft om betekenisvolle patronen of beelden te zien in willekeurige of dubbelzinnige stimuli, zoals gezichten in wolken of de boomschors. Het is een veel voorkomend en normaal fenomeen dat laat zien hoe onze hersenen visuele informatie verwerken.

We zien niet alleen gezichten, maar zelf een emotionele uitdrukking!

Het schorsgezicht hierboven kijkt je bijvoorbeeld een beetje verdrietig aan. Dit komt omdat de neerwaartse curve van de “mond” en de diepe “oogkassen” vaak worden geassocieerd met verdriet in menselijke gezichten.

fantasiebeest pareidolia
fantasiebeest

Evolutie en pareidolia

berkman paeidolia

Vragend en schijnbaar licht sceptisch kijkt deze berkenman naar je. “Vanuit evolutionair perspectief lijkt het erop dat het voordeel van het nooit missen van een gezicht veel zwaarder weegt dan de fouten waarbij levenloze objecten als gezichten worden gezien,” zegt professor David Alais, “Er is een groot voordeel bij het snel detecteren van gezichten, maar het systeem speelt ‘snel en losjes’ door een ruw sjabloon van twee ogen over een neus en mond toe te passen.” Pareidolia heeft dus een evolutionair voordeel.

Pareidolia is een voorbeeld van ons automatisch waarnemen en denken, het snelle system 2 van Kahneman. Met het langzamere, analytsch denken zien we wel degelijk dat het gezicht niet “echt” bestaat, maar in onze waarneming.

Een muiltje langs de vloedlijn lacht ja aan!

Complottheorieën

waarheidszoekers

Complottheorieën veronderstellen samenzweringen. Samenzweringen bestaan. Echt. Watergate, de samenspanning van de tabaksindustrie om het verband tussen roken en kanker te verdoezelen, en het NSA-programma van George W. Bush om in het geheim internetgebruikers te bespioneren… Dit zijn allemaal voorbeelden van echte samenzweringen, die met maatschappelijk erkende methodes zijn vastgesteld.

Kritisch denken tegenover de macht is belangrijk. In meer of mindere mate hebben veel mensen het gevoel, dat achter de coulissen in de “achterkamers” complotten worden bedacht.

Problematisch wordt een complottheorie pas dan, als deze geen vermoeden of hypothese meer is. Als deze hypothese zonder empirisch, logisch of wetenschappelijk bewijs als waar wordt beschouwd en verdedigd.

De methode van denken en argumenteren achter complottheorieën verschilt sterk van het wetenschappelijk denken. Feilbaarheidsbeginsel en empirische falsifieerbarheid spelen bij complotdenkers geen rol. Intuitie en zelfbevestiging staan voorop. De belangrijkste denkwijze is bevestiging van het eigen gelijk.

Ook bij wetenschappers komt deze zelfbevestigingsfout voor, het is een denkfout die diep menselijk is. Het probleem met samenzweringstheorieën ontstaat ook pas dan, als een intuïtief en subjectief waar bevonden theorie voor objectief waar wordt aangenomen, onafhankelijk ervan of er nu wel of geen met de wetenschappelijke methode gevonden bewijs is. Dan ligt deze theorie buiten het bereik van toetsing of weerlegging door wetenschappers en trouwens ook door andere wetenschapsontkenners (complottheoretici zijn het vaak oneens met de complottheorieën van ander samenzweringsdenkers!). Bij complotdenkers kom een hoog niveau van intuïtief denken samen met bijzonder weinig kennis over objectieve feiten. Het resultaat is zelfoverschatting.

Complottheorieën en wetenschappelijk denken

Jonathan Rauch
Jonathan Rauch

We zouden een complottheorie kunnen definiëren als een verklaring die verwijst naar verborgen krachten die een kwaadaardig doel nastreven. Een complottheorie is daarbij niet gebaseerd op empirisch bewijs, zoals bewijs in de “waarheidszoekende gemeenschap” (Jonathan Rauch) van wetenschappers, kwaliteitsjournalisten of juristen gedefinieerd is. Een complottheorie is niet gebaseerd op wetenschappelijk denken, maar op intuïtie en subjectieve meningen. Deze theorieën kunnen best serieus worden genomen – maar dan als subjectief en intuitief. De subjectieve en intuïtieve wereld verschilt echter van wat onze samenleving als gemeenschappelijke waarheid ziet. De gemeenschappelijke, gedeelde waarheid, die samenlevingen op de hele aarde rijk en welvarend heeft gemaakt, is niet gebaseerd op intuïtie, maar op empirie en wetenschap. De moderne relativiteitstheorie, zonder die onze moderne wereld onmogelijk was, is bijvoorbeeld intuïtief niet te bevatten, net als bijna alle moderne wetenschappelijke kennis.

De complot-generator van Maarten Boudry

Het genereren van complottheorieen is een volledig ander soort handwerk dan wetenschap. Wel is het zo, dat ook complottheorieen, net als wetenschap, bepaalde principes volgen, en niet toevallig zijn. De filosoof Maarten Boudry heeft een hilarische complot-generator gebouwd en op zijn substack-pagina beschreven.

Literatuur

Bowes, S. M., Costello, T. H., & Tasimi, A. (2023). The conspiratorial mind: A meta-analytic review of motivational and personological correlates. Psychological Bulletin.

Kahneman, D., & Klein, G. (2009). Conditions for intuitive expertise: A failure to disagree. American Psychologist, 64(6), 515–526. https://doi.org/10.1037/a0016755

Light, N., Fernbach, P. M., Rabb, N., Geana, M. V., & Sloman, S. A. (2022). Knowledge overconfidence is associated with anti-consensus views on controversial scientific issues. Science Advances8(29), eabo0038.

Cognitieve denkfout: planning fallacy

cognitieve-bias-denkfout-heuristiek-planning-fallacy-sociale-psychologie-redenen-tips-optimisme-kosten-werkvloer-management-plannen-deadline.jpeg

cognitieve bias planning fallay

Heb je het wel eens meegemaakt, dat je overoptimistisch was over je eigen planning, bijvoorbeeld toen je een werkstuk of scriptie moest inleveren en dacht dat het stuk in 3-4 weken makkelijk klaar zou zijn, en het uiteindelijk een half jaar duurde?

Of werd er in jouw gemeente een weg of een gebouw gepland dat tijd en kosten schrijnend overschreed? Het fenomeen, dat projecten veel meer tijd (en vaak ook geld) kosten dan gepland zien we overal, individueel en in organisaties.

Lees verder “Cognitieve denkfout: planning fallacy”

Feiten en meningen

Realiteit, feiten en meningen

Het verschil tussen feiten en meningen lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Over hoe we waarheid en overtuiging door elkaar halen.

In haar column Realiteit, een wankel construct laat psychiater en politica Esther van Fenema zien, dat er een overlap is tussen hallucinaties en waanvoorstellingen van psychiatrische patiënten en van “gezonde” mensen. Inderdaad, waanzin is menselijk. Ook niet-psychotische mensen kennen grenssituaties onder invloed van drugs, alcohol of angst, waar de waarnemingen de realiteit helemaal niet spiegelen.

Lees verder “Feiten en meningen”