Flourishing is een term die gebruikt wordt om de optimale staat van menselijke ontwikkeling te beschrijven. Het gaat om het bereiken van een hoge mate van positieve mentale gezondheid, welzijn en veelzijdige ontplooiing op verschillende levensdomeinen. Flourishing is een centraal concept in de positieve psychologie, de wetenschappelijke studie van wat mensen gelukkig en veerkrachtig maakt. Ook de moderne motivatietheorie, de zelfdeterminatietheorie, richt zich op psychologische groei en bloei.
Flourishing kan ook letterlijk worden opgevat: genieten van de natuur, van tuinieren en van stadsvergroening.
Flourishing in meer algemene zin betekent niet alleen dat je je goed voelt, maar ook dat je goed doet. Het houdt in dat je betrokken bent bij je activiteiten, dat je zinvolle relaties hebt met anderen en dat je bijdraagt aan de samenleving. Flourishing impliceert ook dat je openstaat voor nieuwe ervaringen en uitdagingen. Psychologische groei maakt, dat je leert van je fouten en dat je streeft naar mentale weerbaarheid.
Flourishing hangt nauw samen met andere concepten uit de positieve en humanistische psychologie, zoals groei-mindset, mastery-orientatie en intrinsieke motivatie. Een groei-mindset is de overtuiging dat je je capaciteiten kunt verbeteren door inspanning en feedback. Een mastery-orientatie is de neiging om je te richten op het verwerven van kennis en vaardigheden in plaats van op het behalen van prestaties. Intrinsieke motivatie is de drijfveer om iets te doen omdat je het interessant of leuk vindt, niet omdat je er een beloning of straf voor krijgt.
De belangrijkste factoren die intrinsieke motivatie en dus ook flourishing bevorderen zijn autonomie, competentie en saamhorigheid. Autonomie betekent dat je zelf kunt kiezen wat je doet en hoe je het doet. Competentie betekent dat je het gevoel hebt dat je iets goed kunt of kunt leren. Saamhorigheid betekent dat je verbonden bent met anderen die je waarderen en steunen.
Flourishing is dus een ideaal waar we allemaal naar kunnen streven. Het is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de mensen om ons heen en voor de wereld in het algemeen.
Wat bepaalt de acties van mensen? Velen van ons verklaren menselijk gedrag intuïtief met persoonlijkheid: dus met een karakteristiek patroon van denken, voelen en gedrag, dat redelijk stabiel is en in verschillende situaties constant blijft.
Om persoonlijkheidskenmerken woedt sinds 1960 een fel wetenschappelijk debat: sommige psychologen beweren dat een bepaalde situatie, en niet persoonlijkheidskenmerken de belangrijkste oorzaak van gedrag zijn. Persoonlijkheid is grotendeels, of tenminste voor de helft erfelijk. Maar behavioristisch georiënteerde psychologen zetten vraagtekens bij de invloed van erfelijkheid en onderstrepen de invloed van situaties en leergeschiedenis op het gedrag ten opzichte van stabiele interne of erfelijke factoren.
In de laatste twee decennia werd met behulp van uitgebreid onderzoek vastgesteld dat persoonlijkheidskenmerken bestaan, en dat deze het feitelijke gedrag van een persoon gedeeltelijk kunnen voorspellen en ook een voorspellende kracht bezitten, wat de verschillende indicatoren van maatschappelijk succes betreft, zoals bijvoorbeeld inkomen.
De effecten van persoonlijkheidskenmerken op het gedrag zijn het makkelijkst te onderkennen wanneer mensen herhaaldelijk in verschillende situaties worden geobserveerd: In elke unieke situatie wordt het gedrag van een persoon door zowel de persoonlijkheid als ook situatie beïnvloed. Maar als iemand in veel verschillende situaties geobserveerd wordt, kan men de psychologische invloed van gedrag vaststellen.
Big Five
Veel studies en daarmee samenhangende complexe berekeningen hebben aangetoond welke persoonlijkheidskenmerken voor het begrijpen van het gedrag het meest belangrijk zijn. Het belangrijkste model (het universele standaard model) van de persoonlijkheidspsychologie wordt “Big Five” genoemd.
Dit is een persoonlijkheidsmodel dat vijf belangrijke dimensies van de persoonlijkheid toont: Extraversie (tegenpool: Introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.
Extraversie (tegenpool: Introversie), vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.
Verandering van persoonlijkheid in de levensloop
Persoonlijkheidskenmerken zijn relatief stabiel in de verloop van tijd, maar ze kunnen ook tijdens het leven geleidelijk veranderen, en dat gebeurt dan meestal in een positieve richting. Uit onderzoek blijkt dat de meeste volwassen vriendelijker, zorgvuldiger en emotioneel veerkrachtiger zijn, als ze ouder worden. Deze veranderingen ontwikkelen zich over jaren of decennia. Verschillende studies in de afgelopen jaren hebben dit aangetoond. Het meest interessante en meest complete onderzoek (ruim 1 miljoen deelnemers) komt van Christopher J. Soto en anderen (zie hieronder). Het gaat hier om een dwarsdoorsnedeonderzoek, waar verschillende mensen op verschillende leeftijden onderzocht worden. Het gaat dus niet om herhaald onderzoek bij dezelfde personen, zoals het in een longitudinale studie.
Het onderzoek van Soto al. is om verschillende redenen zeer interessant:
verschillen in persoonlijkheid bij personen van 10 tot 65 jaar
De resultaten gender-specifiek geanalyseerd
De resultaten niet alleen op het niveau van de vijf Big Five-dimensies , maar ook in groter detail: namelijk afzonderlijk voor twee verschillende facetten per Big Five eigenschap. Bij sommige Big Five dimensies zijn de leeftijdstrends op het detailniveau van de facettendimensie van bijzonder belang, zoals bijvoorbeeld de facettendimensie zelfdiscipline als een deeldimensie van zorgvuldigheid.
Zorgvuldigheid neemt bij de oudere deelnemers aan de studie toe. Vrouwen zijn meer zorgvuldig dan mannen (zie grafiek Soto p. 337 linksonder)
De deeldimensie zelfdiscipline is voornamelijk verantwoordelijk voor de toename in zorgvuldigheid terwijl ordelijkheid (het tweede facet van de dimensie zorgvuldigheid) niet veel verschilt tussen deelnemers van verschillende leeftijden. De toename van de zelfdiscipline is waarschijnlijk gerelateerd aan de socialisatie en verantwoordelijkheid in werk en gezin.
Vriendelijkheid verschilt niet veel tussen volwassenen van verschillende leeftijd, maar is wat sterker bij oudere personen. Vrouwen zijn algemeen vriendelijker dan mannen .
Neuroticisme (=tegendeel van emotionele stabiliteit), met de facetten van angst en depressie, verschilt sterk tussen volwassenen van verschillende leeftijd (dit resultaat komt terug in alle vergelijkbare studies), waarbij jongere volwassenen veel kwetsbaarder zijn dan oudere. In alle studies scoren jonge vrouwen veel hoger dan jonge mannen op neuroticisme, en dan met name op de sub-dimensie angst, maar nemen de neuroticisme-verschillen tussen mannen en vrouwen in de loop van leven af .
Extraversie blijft tijdens het leven ongeveer gelijk, en vrouwen zijn iets extraverter dan mannen .
Oudere deelnemers tonen iets meer openheid voor nieuwe ervaringen, waarbij mannen gemiddeld meer open zijn dan vrouwen. Er zijn grote verschillen op het niveau van de facetten: Vrouwen van alle leeftijden zijn opener voor esthetiek dan mannen; terwijl mannelijke deelnemers vanaf de leeftijd van 25 jaar meer open zijn voor nieuwe ideeën dan vrouwen (Soto, p. 341 boven).
Interpretatie
Al deze resultaten voor persoonlijkheidsverandering zijn niet van toepassing op het individuele niveau en kunnen ook te wijten zijn aan de generatieverschillen. De resultaten zijn ook mogelijk cultuurspecifiek omdat de vragen in het Engels zijn ingevuld (…maar de vragen waren wel voor iedereen online beschikbaar).
Een heel ander aspect van persoonlijkheidsverandering in de tijd komt uit evolutionair onderzoek naar voren: uit tweelingsonderzoek blijkt, dat neuroticisme met de tijd over de populatie afneemt en extraversie toeneemt, op grond van reproductief gedrag: neurotische mensen krijgen minder kinderen en extraverte mensen juist meer kinderen.
Literatuur
Soto, C. J., John, O. P., Gosling, S. D., & Potter, J. (2011). Age differences in personality traits from 10 to 65: Big Five domains and facets in a large cross-sectional sample. Journal of personality and social psychology, 100(2), 330.
Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.
Primo Levi
Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action”. Hij heeft er een nieuwe term voor gevonden: salvaction). Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een or concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.
Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.
Primo Levi
Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action”. Hij heeft er een nieuwe term voor gevonden: salvaction). Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een or concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.