Overtuigen, niet manipuleren

Mensen willen elkaar beïnvloeden. Bijvoorbeeld om samen te werken, of om geld, status en macht te verwerven.
Overtuigen en manipuleren zijn hierbij twee basis-typen van beinvloeding die elkaar niet gelijkwaardig tegenover staan.

Voor de mentale gezondheid en een gezonde samenleving is overtuigen heel waardevol. Manipulatie daarentegen niet.

overtuigen

Ik probeer hier vanuit de humanistische zelfdeterminatietheorie aan te geven op welke manier je het verschil tussen overtuigen en manipuleren kunt beoordelen.

De zelfdeterminatietheorie (psychologische basisbehoeften) verklaart hoe je het welzijn van mensen kunt ondersteunen. Mensen kunnen zich namelijk het best ontwikkelen en zijn mentaal weerbaar en sociaal tevreden als aan drie voorwaarden wordt voldaan:

intrinsieke motivatie overtuigen

Op mijn website staan veel blogartikelen die verschillende aspecten van de zelfdeterminatietheorie uitleggen. De zelfdeterminatietheorie ondersteunt de psychologische behoeften van mensen en de intrinsieke, zelfgestuurde motivatie .

Waarom is overtuigen beter dan manipuleren?

Voor de onderbouwing en beoordeling waarom overtuigen zo veel beter is dan manipuleren kan ons de zelfdeterminatietheorie helpen.

De mentale gezondheid van mensen gaat vooruit, als mensen autonomie hebben, dus over zichzelf en hun acties zelf mogen beslissen.

Autonomie: overtuigen beter dan manipuleren

autonomie

Autonomie van mensen kan men het beste ondersteunen door de volgende acties:

* Het perspectief van de ander innemen (emotie, empathie). Dit betekent dat men probeert te begrijpen wat de ander denkt, voelt en wil, en daar respectvol mee omgaat. Dit vergroot het vertrouwen en de verbondenheid tussen mensen.

* Onderbouwde uitleg geven (overtuigen). Dit betekent dat men duidelijk maakt waarom een bepaalde taak of activiteit belangrijk of zinvol is. Ook wordt uitgelegd hoe de taak bijdraagt aan een hoger doel of een gemeenschappelijk belang. Een dergelijke uitleg vergroot het gevoel van betrokkenheid en zingeving bij de ander.

* Vriendelijk formuleren. Dit betekent dat men positieve, ondersteunende en bemoedigende woorden gebruikt in plaats van dwingende, controlerende taal. 

* Geduld tonen: dit betekent dat men de tijd neemt om naar de ander te luisteren. Men stellt vragen, zonder te haasten, te onderbreken of te oordelen. Dit vergroot het gevoel van ruimte en veiligheid bij de persoon.

* Negatieve emoties of twijfels toestaan: Dit vergroot het gevoel van authenticiteit en acceptatie bij de ander.

Autonomie: samenvatting

Uit deze aanbevelingen blijkt al heel duidelijk dat je de autonomie van een ander het beste ondersteund met overtuigen, en niet met manipulatie. Een belangrijk middel van manipulatie is namelijk, om mensen geen tijd te geven. Manipulatie werkt met simpele triggers: je moet vooral snel toehappen op een aanbieding. Wie manipuleert geeft de ander niet graag de ruimte om goed na te denken en af te wegen. Manipulatie werkt met het activeren van ons automatisch en snel denk systeem.
Lees hier meer over snel/automatisch denken en wat de beroemde psycholoog Kahneman over snel versus langzaam denken zei.

Voorbeelden
Een voorbeeld van een overtuigende manier van beinvloeding is, dat een krant je aanbiedt, dat je een week de krant gratis of heel goedkoop mag lezen voordat je een abonnement neemt. De krant probeert jou te overtuigen van de kwaliteit en geeft je de tijd om alles goed ddor te nemen en af te wegen.
Manipulatie zou daarentegen zijn dat een website je een secondewijzer laat zien en aftelt, zodat je snel moet bestellen anders vervalt de aanbieding. Daarmee wordt je autonomie aangetast: je krijgt geen tijd om te denken en af te wegen.

Competentie: overtuigen beter dan manipuleren

competentie

Je overtuigt een ander heel goed door je argumenten goed te onderbouwen en de ander zelfs ook nog wat te laten leren. Als je een product wilt verkopen, kan je als bedrijf bijvoorbeeld goede verlichting geven, die aansluit bij de tests van de consumentenbond. De consumentenbond leert mensen iets over de verschillende aspecten van een product, de samenstelling, hoe duurzaam het product is, wat de verborgen onderhoudskosten zijn enz. Een bedrijf dat een product verkoopt dat goed scoort bij de consumentenbond kan dus met deze informatie de klanten “opvoeden”.
Manipulatie daarentegen zou zijn als een bedrijf liegt en niet bestaande tests aanhaalt of zelf willekeurige schijntests uitvoert die het eigen product bevoordelen.
Algemeen kan je stellen, dat het liegen of niet erkennen van feiten altijd manipulatie is. Met “feiten” wordt hier dan bedoeld dat experts en erkende wetenschappers het bijna allemaal eens zijn wat wel of niet een bepaald feit is.

Sociale verbondenheid

verbondenheid

Sociale verbinding is heel belangrijk voor fysieke en mentale gezondheid. En met technieken van overtuiging kan je de sociale samenhang versterken. Een bedrijf kan bijvoorbeeld vertellen, dat het heel belangrijk is om elkaar te kennen, in de straat en in de wijk. In dat verband kan een bedrijf bijvoorbeeld bloembollen goedkoop of deels gratis weggeven als een straat samenwerkt om geveltuinen aan te leggen.

Manipulatie tast de sociale verbinding juist aan. Manipulatie werkt graag met angst en het aanwakkeren van tegenstellingen. Dit is een bekend fenomeen in de politiek en in de online wereld.

Intrinsieke en extrinsieke motivatie

Mensen, die de intrinsieke motivatie van anderen willen ondersteunen, kiezen voor overtuigen.

Intrinsieke motivatie is de liefde voor de taak zelf – iets doen omdat het interessant, plezierig, bevredigend, boeiend of persoonlijk uitdagend is. Intrinsieke motivatoren zijn hierbij interesse, plezier, of de tevredenheid en de uitdaging van het werk zelf. Men heeft dan geen ander doel voor ogen dan de taak, en men hoeft deze taak ook niet per se goed uit te voeren. De voldoening ligt in het gedrag zelf.

Extrinsieke motivatie is het domein van de manipulatie. Extrinsieke motivatie is het werken en leren voor beloning, bevestiging, cijfers, geld, macht en status. De manipulator is uit op een van deze doelen: geld, macht of status.

Het continuum tussen overtuigen en manipuleren

In de praktijk is er geen zwart-witte tegenstelling tussen overtuigen en manipulatie. Er is een continuum tussen deze beide manieren van beinvloeden. Met de criteria autonomie, competentie en verbondenheid kan je proberen vast te stellen, waar op het continuum tussen overtuigen en manipuleren zich een bepaalde manier van beinvloeden bevindt.

Literatuur

Cialdini, Robert B. Influence, New and Expanded: The Psychology of Persuasion. 1984, 1994, 2007, 2021. (Nederlands: Invloedde zes geheimen van het overtuigen).

Ryan, R., & Deci, E. (2017). Self-determination theory : Basic psychological needs in motivation, development, and wellness.

Ryan, R. (2019). The Oxford handbook of human motivation (Second ed., Oxford handbooks online).

Online manipulatie

Wie zich interesseert voor de mechanismes van online manipulatie, moet zich in het boek van Sander van der Linden “Immuun voor Nepnieuws” (2023) verdiepen.

polarisatie triggers samenzwering impersonatie trollen diskrediet

Van der Linden heeft onderzoek gedaan naar de onderliggende strategieën die ten grondslag liggen aan het ontstaan en de verspreiding van bijna alle vormen van nepnieuws. In zijn onderzoek heeft hij een indeling ontwikkeld die bekend staat als de ‘Six Degrees of Manipulation’ (Zes niveaus van manipulatie). Hij beschrijft de technieken identificeert die worden gebruikt om de publieke opinie te misleiden en te beïnvloeden.

Zes niveaus van manipulatie:

1. Polarisatie: het opzettelijk verdelen van groepen binnen de samenleving, het versterken van het ‘wij tegen zij’-denken. Het doel is het vertrouwen, medegevoel en solidariteit te verzwakken.

2. Emotionele triggers: het inspelen op angst, woede of verontwaardiging impulsieve reacties uit te lokken.

3. Samenzweringsverhalen: het verspreiden van uitgebreide “theorieën” die wijzen op verborgen complotten of geheime agenda’s. Het doel hierbij is om het vertrouwen in democratische instellingen te ondermijnen.

4. Impersonatie: het presenteren van valse identiteiten, zoals nepdeskundigen, of vervalste officiële organisaties, om misinformatie geloofwaardig te maken.

5. Trollen: opzettelijk provoceren, lastigvallen of online gesprekken ontsporen om verwarring te zaaien, vijandigheid te kweken.

6. In diskrediet brengen: legitieme informatiebronnen (journalisten, wetenschappers), aanvallen. Het doel is dat mensen waarheid niet meer van leugens kunnen onderscheiden.

Literatuur:

Van der Linden, S. (2023). Foolproof: Why misinformation infects our minds and how to build immunity. WW Norton & Company. Nederlandse titel: “Immuun voor nepnieuws”

Zelfdiagnose via Social Media

Wetenschappers berichten over een verontrustende trend bij kinderen en adolescenten die gebruik maken van sociale media platforms (bijv. TikTok) om zich te presenteren met functionele psychiatrische beperkingen. Sociale mediaplatforms kunnen zo als transmissiemiddel dienen voor “sociale besmetting” van zelfgediagnosticeerde stoornissen.

Vaak zijn deze psychiatrische zelfdiagnoses niet in overeenstemming met professioneel erkende criteria. De ziektebeelden worden als het ware op de sociale media ontworpen en uitgewerkt (Haltigan et al., 2023) en dienen niet zelden het opbouwen van een “slachtoffermentaliteit”.

Lees verder “Zelfdiagnose via Social Media”

Weerstand tegen online-manipulatie

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, verklaarde recentelijk dat “misinformatie en desinformatie” grotere bedreigingen vormen voor het mondiale bedrijfsleven dan oorlog en klimaatverandering.

Veel mensen maken zich zorgen over de manipulatieve technieken van de grote social mediaplatforms, die doelgericht aandacht trekken om geld te verdienen. Zo wakkeren online media vaak met triggerende berichten emotie en sensatie aan: online-manipulatie.

online-manipulatie weerbaarheid

Podcast

Lees verder “Weerstand tegen online-manipulatie”

Complottheorieën

waarheidszoekers

Complottheorieën veronderstellen samenzweringen. Samenzweringen bestaan. Echt. Watergate, de samenspanning van de tabaksindustrie om het verband tussen roken en kanker te verdoezelen, en het NSA-programma van George W. Bush om in het geheim internetgebruikers te bespioneren… Dit zijn allemaal voorbeelden van echte samenzweringen, die met maatschappelijk erkende methodes zijn vastgesteld.

Kritisch denken tegenover de macht is belangrijk. In meer of mindere mate hebben veel mensen het gevoel, dat achter de coulissen in de “achterkamers” complotten worden bedacht.

Problematisch wordt een complottheorie pas dan, als deze geen vermoeden of hypothese meer is. Als deze hypothese zonder empirisch, logisch of wetenschappelijk bewijs als waar wordt beschouwd en verdedigd.

De methode van denken en argumenteren achter complottheorieën verschilt sterk van het wetenschappelijk denken. Feilbaarheidsbeginsel en empirische falsifieerbarheid spelen bij complotdenkers geen rol. Intuitie en zelfbevestiging staan voorop. De belangrijkste denkwijze is bevestiging van het eigen gelijk.

Ook bij wetenschappers komt deze zelfbevestigingsfout voor, het is een denkfout die diep menselijk is. Het probleem met samenzweringstheorieën ontstaat ook pas dan, als een intuïtief en subjectief waar bevonden theorie voor objectief waar wordt aangenomen, onafhankelijk ervan of er nu wel of geen met de wetenschappelijke methode gevonden bewijs is. Dan ligt deze theorie buiten het bereik van toetsing of weerlegging door wetenschappers en trouwens ook door andere wetenschapsontkenners (complottheoretici zijn het vaak oneens met de complottheorieën van ander samenzweringsdenkers!). Bij complotdenkers kom een hoog niveau van intuïtief denken samen met bijzonder weinig kennis over objectieve feiten. Het resultaat is zelfoverschatting.

Complottheorieën en wetenschappelijk denken

Jonathan Rauch
Jonathan Rauch

We zouden een complottheorie kunnen definiëren als een verklaring die verwijst naar verborgen krachten die een kwaadaardig doel nastreven. Een complottheorie is daarbij niet gebaseerd op empirisch bewijs, zoals bewijs in de “waarheidszoekende gemeenschap” (Jonathan Rauch) van wetenschappers, kwaliteitsjournalisten of juristen gedefinieerd is. Een complottheorie is niet gebaseerd op wetenschappelijk denken, maar op intuïtie en subjectieve meningen. Deze theorieën kunnen best serieus worden genomen – maar dan als subjectief en intuitief. De subjectieve en intuïtieve wereld verschilt echter van wat onze samenleving als gemeenschappelijke waarheid ziet. De gemeenschappelijke, gedeelde waarheid, die samenlevingen op de hele aarde rijk en welvarend heeft gemaakt, is niet gebaseerd op intuïtie, maar op empirie en wetenschap. De moderne relativiteitstheorie, zonder die onze moderne wereld onmogelijk was, is bijvoorbeeld intuïtief niet te bevatten, net als bijna alle moderne wetenschappelijke kennis.

De complot-generator van Maarten Boudry

Het genereren van complottheorieen is een volledig ander soort handwerk dan wetenschap. Wel is het zo, dat ook complottheorieen, net als wetenschap, bepaalde principes volgen, en niet toevallig zijn. De filosoof Maarten Boudry heeft een hilarische complot-generator gebouwd en op zijn substack-pagina beschreven.

Literatuur

Bowes, S. M., Costello, T. H., & Tasimi, A. (2023). The conspiratorial mind: A meta-analytic review of motivational and personological correlates. Psychological Bulletin.

Kahneman, D., & Klein, G. (2009). Conditions for intuitive expertise: A failure to disagree. American Psychologist, 64(6), 515–526. https://doi.org/10.1037/a0016755

Light, N., Fernbach, P. M., Rabb, N., Geana, M. V., & Sloman, S. A. (2022). Knowledge overconfidence is associated with anti-consensus views on controversial scientific issues. Science Advances8(29), eabo0038.

Collectieve illusies

Pluralistische onwetendheid (pluralistic ignorance) is een begrip uit de sociale psychologie. Harvard-professor Todd Rose noemt deze “pluralistische onwetenheid” liever “collectieve illusies”. Hij toont de destructiviteit van dergelijke collectieve illusies aan.

Pluralistische onwetendheid beschrijft een situatie waar de meerderheid van een groep een mening, gedrag of standpunt afkeurt. Maar de personen zijn individueel (en tegen de werkelijkheid in) overtuigd dan de anderen dit algemeen afgekeurde standpunt wel degelijk goedkeuren. Het beste voorbeld is het sprookje De nieuwe kleren van de keizer , het bekende sprookje van  Hans Christian Andersen. Iedereen ziet dat de keizer geen kleren aan heeft, maar denkt ten onrechte, dat de anderen wel degelijk kleren zien. Men zegt niets om niet dom of afwijkend te lijken.

collectieve illusies pluralistische onwetendheid conformiteit sociale invloed normen vooroordelen bijstandereffect social media bias

Harvard-professor Todd Rose noemt deze “pluralistische onwetenheid” liever “collectieve illusies”, en toont de destructiviteit van dergelijke collectieve illusies aan. Als voorbeeld laat Todd zien, dat in zijn onderzoek de meeste mensen aangeven dat een succesvol leven erin bestaat de eigen talenten te kunnen ontplooien: Maar mensen hebben tegelijkertijd de verkeerde illusies dat alle andere mensen een succevolle carriere het meest belangrijk vinden.

Het is tragisch dat wij ons inspannen om aan een extrinsiek doel te voldoen, waarvan wij ten onrechte denken, dat anderen ons dit voorschrijven. En dat terwijl anderen in werkelijkheid helemaal niet denken. Dus eerst hebben we een foutieve voorstelling wat anderen denken en willen, en dan passen we ons bovendien nog aan deze foutieve voorstelling aan! Mensen conformeren zich maar al te graag aan de groep. Zelfs aan de vermeende, maar niet kloppende opvattingen van de groep.

Conformiteitsbias

(Bevestigingsvooroordeel)

confirmation-bias-myside-bias-

Een  confirmation bias, myside-bias of bevestigingsvooroordeel is een cognitieve bias. Deze veel voorkomende denkfout is de neiging om aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Over informatie die de eigen overtuigingen weerspreekt is men daarentegen hyperkritisch. Over het algemeen hebben mensen in hun leven al veel geïnvesteerd (materieel of sociaal geïnvesteerd) in een bepaalde leefstijl of een maatschappelijke groep. Zij zouden nadelen ondervinden als zij een andere overtuiging moeten accepteren. Er wordt in sommige gevallen ook wel gesproken van “gemotiveerde informatieverwerking” (motivated reasoning)  waarbij mensen hun eerdere overtuigingen verdedigen, in stand houden of bevestigen.

In-group en identiteit

Wanneer we ons emotioneel verbonden voelen met bepaalde opvattingen treedt gemakkelijk confirmation bias op. We gebruiken uiteindelijk elk willekeurig “bewijs” dat we vinden om simpelweg de vooraf vastgestelde conclusies van onze in-group te versterken. Vooral wanneer we al tijd, energie en geloof in een groep hebben geïnvesteerd, willen we het wereldbeeld beschermen dat onze identiteit bevestigt.

Onzekerheid

Als mensen in een groep zich in een onzekere en moeilijk in te schatten situatie bevinden en niemand weet hoe men moet handelen, kijken mensen graag naar het gedrag van anderen. Dit is een bekend fenomeen in zogenaamde bijstander-situaties. Het gedrag van anderen wordt dan niet als onzekerheid geïnterpreteerd (terwijl deze interpretatie op de hand ligt als men zelf ook onzeker is) maar als gevolg van een bewuste beslissing. Men interpreteert dus het gedrag van anderen, die zich identiek gedragen als men zelf, anders dan het eigen gedrag en men past zich bovendien ook nog aan de verkeerd opgevatte algemene mening aan. Verschillen tussen privéovertuigingen en iemands gedrag in het publiek zijn goed gedocumenteerd in de sociaalpsychologische literatuur als een vorm van sociale invloed. Sociale invloed speelt dan ook een centrale rol in dit fenomeen van pluralistische onwetendheid.

Andere voorbeelden:

  • De docent vraagt of er nog vragen zijn. Niemand zegt iets. Veel aanwezigen vatten dit op als een teken dat de anderen alles begrepen hebben, en dit terwijl de andere aanwezigen ook onzeker zijn of vragen hebben en zelf ook naar de reacties van de groep kijken.
  • Drinkgewoonten onder studenten en de invloed van leeftijdsgenoten op deze gewoonten. Onderzoek over alcoholconsumpties onder studenten liet zien dat de studenten van mening waren dat de gemiddelde student veel positiever was over alcoholgebruik dan zij zelf waren. Maar dat dacht dus een meerderheid van de studenten, terwijl het al logisch gezien niet waar kan zijn dat het voor de meeste studenten geldt, dat de gemiddelde student positiever denkt over alcoholgebruik dan zij zelf!
    Zie literatuur hieronder.
  • Het meest bekende voorbeeld van pluralistische onwetendheid is het omstandereffect (bijstandereffect). In een noodsituatie met meerdere toeschouwers grijpt niemand in omdat iedereen het aarzelende niet-ingrijpen van de anderen als een bewuste beslissing begrijpt en daaruit afleidt dat actie niet noodzakelijk is.
  • Halbesleben et al. (2007) betogen dat de pluralistische onwetendheid de reden kan zijn dat werknemers hun werkelijke mening over een onderwerp niet met collega’s delen omdat zij denken dat de groepsidentiteit verdedigd moet worden en dat de groep anders denkt dan zij zelf. Het gevolg is dan hogere stress en een lagere graad van betrokkenheid onder werknemers. Voor de organisatie als geheel kan pluralistische onwetendheid leiden tot een zwakke organisatiecultuur. Deze wordt eigenlijk niet wordt ondersteund door haar leden. Een dergelijke structuur kan tot slechte besluitvorming kan leiden omdat de werknemers hun eigen overtuigingen niet uiten en zich aan een vermeende gedeelde mening aanpassen. 

De rol van social media

In “Smarter Than You Think: How Technology Is Changing Our Minds for the Better” beschrijft Clive Thompson het systematische gebruik van pluralistische onwetendheid door autoritaire regimes. Als iedereen denkt dat de anderen het regime tolereren zal niemand de opstand aandurven (zie ook de kleren van de keizer). Clive Thompson meent dat de opkomst van digitale en sociale media de pluralistische onwetendheid kan opheffen. Actievoerders en aanhangers kunnen met elkaar communiceren over de (verborgen) doelen en meningen.

Todd Rose denkt daar anders over. Hij betoogt dat juist social media bijdragen aan destructieve collectieve illusies. Op sociale media is een kleine groep zeer invloedrijk, maar de meningen op twitter enz. zijn helemaal geen afspiegeling van algemeen gedeelde opvattingen. Via algoritmes worden op digitale platforms juist negatieve emoties en polaridatie aangewakkerd. Marginale actoren kunnen zo illusies creëren door de indruk te wekken van meerderheden die in werkelijkheid niet bestaan.

Een middel tegen conformiteit is psychologische imunititeit. Tedd Rose heeft het daarbij over veerkracht en “congruence”

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid

(Carl Rogers). Ikzelf denk eerder aan een ander begrip uit de humanistische en positieve psychologie: intrinsieke motivatie. Intrinsiek gemotiveerd zijn beschermd in bepaalde mate tegen conformitietsbias omdat de aandacht naar binnen en iet naar buiten gericht is, en prestatie en sociaal aanzien (extrinieke doelen) geen maatstaf zijn.

Literatuur

Halbesleben, J. R., Wheeler, A. R., & Buckley, M. R. (2007). Understanding pluralistic ignorance in organizations: Application and theory. Journal of Managerial Psychology22(1), 65-83

Prentice, D. A., & Miller, D. T. (1993). Pluralistic ignorance and alcohol use on campus: some consequences of misperceiving the social norm. Journal of personality and social psychology64(2), 243.

Rose, Todd (2022). Collective Illusions: Conformity, Complicity, and the Science of Why We Make Bad Decisions. New York, NY. Hachette Books ISBN 978-0306925689