Emotionele flexibiliteit

Wanneer een lastige emotie opkomt, vallen de meeste mensen terug op een van twee reflexen. De een drukt het gevoel weg: Doorgaan, niet zeuren. Een ander raakt in de gevoelen verstrikt en blijft eindeloos malen op wat er misging. Beide reacties voelen alsof je iets aan je emoties dóét, maar ze leveren zelden op wat je hoopt. Wegdrukken zorgt ervoor dat het gevoel later, vaak ongepast, weer bovenkomt. Erin verzakken maakt het gevoel juist groter.

Emotionele flexibiliteit

Er is een derde weg, en die heet emotionele flexibiliteit (in het Engels emotional agility): het vermogen om aanwezig te blijven bij wat je voelt, er ruimte en tijd scheppen en te kiezen wat bij je past.
In dit artikel breng ik twee invalshoeken samen. Eerst laat de neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett zien hóé emoties ontstaan, en waarom dit proces betekent dat je emoties kunt bijsturen. Daarna laat psychologe Susan David zien hoe je dat in de praktijk doet. Samen vormen ze een praktisch antwoord op de vraag: hoe word ik niet langer geleefd door mijn gevoelens?

Emoties zijn geen feiten, maar constructies

We ervaren emoties als directe waarheden. Als je angst voelt, lijkt het alsof er gevaar ís; als je je gekwetst voelt, lijkt het alsof de ander je écht onrecht heeft aangedaan. Barrett laat zien dat dit beeld onvolledig is. Volgens haar theorie van geconstrueerde emoties zit een emotie niet kant-en-klaar in je lijf. Barrett legt uit, dat het brein het brein in feite een emotie ter plekke construeert: het brein neemt lichamelijke signalen waar, zoals snellere hartslag, gespannen spieren, een onrustig gevoel in je buik, en geeft die op grond van eerdere ervaringen en concepten een betekenis.

De lichamelijke basis van de emotie noemt Barrett het lichaamsbudget: de voortdurende huishouding van je energie, slaap, beweging en stress. Staat dat budget onder druk, dan voel je je beroerd. Je brein zoekt daar vervolgens een verklaring bij. Soms is die verklaring terecht (“ik ben boos op mijn collega”), soms niet (want ik ben eigenlijk gewoon oververmoeid en heb honger). Het belangrijke inzicht is dit: omdat de betekenis voor een deel wordt gemáákt, kan betekenis ook anders gemaakt worden ( “Ik ben boos” versus “Ik ben moe”). In verschillende betekenissen zit je speelruimte.

Hoe fijner je benoemt, hoe meer keuze je hebt

Niet iedereen ervaart emoties even genuanceerd. De een voelt vooral “rot” of “prima”, de ander onderscheidt teleurstelling van schaamte, irritatie van gekwetstheid, onrust van opwinding. Dat verschil noemt Barrett emotionele granulariteit: hoe fijnmazig je je gevoelens kunt benoemen. Het lijkt een detail, maar het heeft grote gevolgen. Wie alleen grof onderscheid maakt, heeft weinig handelingsopties. Wie precies kan benoemen wat er speelt, kan ook gerichter reageren.

granulariteit

Onderzoek laat zien dat mensen met een rijker emotievocabulaire flexibeler omgaan met stress. Je emotionele woordenschat vergroten is zo gezien een vorm van zelfzorg. Leer nieuwe woorden, leen ze desnoods uit een andere taal, en wees niet tevreden met “boos” als je eigenlijk gefrustreerd, gekrenkt of teleurgesteld bent. Elk genuanceerd woord is een extra greep op je ervaring. Die sluit aan op wat ik in Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht beschrijf over de “motor” van zogenaamd negatieve emoties.

Hercategoriseren: dezelfde sensatie, een andere betekenis

Als een emotie ontstaat door een lichamelijke sensatie een betekenis te geven, dan opent zich een concrete strategie: je kunt diezelfde sensatie hercategoriseren. Denk aan de kriebels vlak voor een presentatie of examen. Je kunt dat bonzende hart en die droge mond labelen als “angst”: ” ik ga dit verprutsen”. Of je kunt dezelfde signalen lezen als “spanning die me scherp en alert maakt”. De lichamelijke staat is gelijk; de betekenis en daarmee je reactie verschilt.

Onderzoek

In studies presteren mensen die hun onrust herinterpreteren als opwinding of paraatheid beter op toetsen dan mensen die diezelfde sensaties als bedreigend blijven zien.
Wat het meest helpt: een gevoel eerst te terugbrengen tot de pure lichamelijke onderdelen: een snelle hartslag is gewoon een snelle hartslag. Laat de duiding eerst weg, en benoem de emotie eerst na een denkpauze. Dit proces is verwant aan het bijsturen van gedachten in de cognitieve gedragstherapie, maar zet bewust aan bij het lichaam in plaats van bij de gedachte.

patroon

Waarom opkroppen en piekeren averechts werken

Susan David begint precies waar veel mensen vastlopen: bij de twee gangbare strategieën die niet werken. Opkroppers schuiven hun gevoelens aan de kant en gaan door. Flink zijn, positief denken, niet stilstaan. Piekeraars doen het tegenovergestelde en blijven malen, herkauwen en zichzelf bevragen. Beide strategieën geven de emotie juist méér macht.

Voor opkroppen is de prijs wat psychologen emotionele lekkage noemen: wat je wegduwt, komt op een onbewaakt moment alsnog naar buiten, meestal met een verrassende felheid. En proberen iets níét te voelen kost bovendien verbazingwekkend veel mentale energie. Het klassieke onderzoek waarin mensen verteld wordt dat zij niet aan een roze olifant mochten denken, illustreert het: juist dán denk je nergens anders meer aan.

Onderdrukken versterkt wat je wilde kwijtraken. Voor piekeren geldt iets anders: hoe vaker je een sombere gedachte herhaalt, hoe waarachtiger deze gedachte gaat voelen, ook als het nergens op slaat. Wie hierin vastloopt, vindt in Minder piekeren concrete handvatten.

Vier stappen naar emotionele flexibiliteit

Tegenover opkroppen en piekeren zet David een viertal vaardigheden die elkaar opvolgen.

De eerste is aanwezig zijn. In plaats van je gevoel te bevechten of te ontvluchten, neem je het gevoel waar met nieuwsgierigheid en mildheid: “Wat ben je voor gevoel, wat zeg je?” Het vraagt lef om bij een angstig gevoel te blijven staan, maar juist door een eng gevoel onder ogen te zien en een naam te geven, verliest het een deel van zijn macht. Zelfacceptatie en zelfcompassie vormen hiervan de basis.

De tweede stap is afstand nemen. Je leert je gedachten en gevoelens te herkennen als gedachten en gevoelens, en dat is: geen letterlijke waarheid. “Ik ben waardeloos” wordt “ik merk dat ik de gedachte heb dat ik waardeloos ben”. Dat kleine verschil schept ruimte tussen de prikkel en je reactie, en precies in die ruimte ligt je keuzevrijheid.

De derde stap is je eigen pad volgen. Vanuit die ruimte handel je niet op de automatische piloot van je emotie, maar vanuit je waarden: wat vind ik werkelijk belangrijk, wat voor mens wil ik zijn in deze situatie? Je waarden worden zo je kompas in plaats van je stemming van het moment.

De vierde stap is veranderen via kleine stappen. Grote voornemens stranden meestal; kleine, haalbare aanpassingen in gewoonten en gedrag beklijven wél.

gedragsverandering in kleine stappen
gedragsverandering in kleine stappen

Emotionele flexibiliteit en eigen regie

Barrett en David rekenen af met het idee dat je je emoties moet onderdrukken óf door emoties passief wordt geleefd. Emoties zijn informatie, geen bevelen. Barrett verklaart waaróm bijsturen mogelijk is: omdat je brein emoties construeert, ligt de betekenis niet vast. David laat zien hóé je daarnaar leeft: aanwezig zijn, afstand nemen, je waarden volgen en in kleine stappen veranderen.

Emotieregulatie en emotionele flexibiliteit zijn een kernvaardigheden van agency, of eigen regie, dus het gevoel zelf aan het roer van je leven te staan. Eigen regie door actief tussen gebeurtenissen en reactie ruimte te scheppen waarin een eigen keuze past. Hoe dit samenhangt met autonomie, motivatie en veerkracht lees je op de pagina over agency en eigen regie. Voor de bredere context van emoties begrijpen en reguleren kun je terecht bij het overzichtsartikel emotiekennis en emotieregulatie, en over het omgaan met stress en tegenslag lees je meer bij copingstrategieën en mentale weerbaarheid en veerkracht.

Literatuur

  • Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)
  • David, S. (2017). Emotionele flexibiliteit: laat los, omarm verandering en bloei op in je werk en je leven. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij. (Oorspronkelijke titel: Emotional Agility, 2016.)
  • Wegner, D. M., Schneider, D. J., Carter, S. R., & White, T. L. (1987). Paradoxical effects of thought suppression. Journal of Personality and Social Psychology, 53(1), 5–13.

Agency en eigen regie

Een gevoel van agency (in het Nederlands eigen regie) is essentieel voor een tevreden leven. Agency is het vermogen én het gevoel om zelf de auteur te zijn van je eigen handelen: het besef dat jouw keuzes en daden er werkelijk toe doen en verschil maken. Eigen regie is een algemeen psychologisch concept, een soort koepel die op verschillende psychologische pilaren rust. In dit artikel licht ik er drie van deze pijlers uit:
*of je handelen echt uit jezelf komt: autonomie
*of je gelooft dat je iets kunt bereiken: zelfvertrouwen
*en wat er gebeurt wanneer dat gevoel van regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid.

Autonomie en intrinsieke motivatie

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

Agency draait in de eerste plaats om auteurschap, niet alleen om kunnen. Je kunt een taak perfect uitvoeren en je er toch geen eigenaar van voelen. Volgens de zelfdeterminatietheorie is autonomie, het gevoel dat je handelen voortkomt uit je eigen waarden en keuzes, een psychologische basisbehoefte. Wanneer je vanuit die innerlijke instemming handelt, ontstaat intrinsieke motivatie: je doet iets omdat het bij je past, niet alleen omdat het moet. Dat is de kern van eigen regie het verschil tussen “ik moet” en “ik kies”, zelfs ook bij taken die een ander je oplegt.

Zelfvertrouwen en controle

competentie

Naast de wil speelt het geloof in je eigen invloed. Hier komen drie nauw verwante begrippen samen. Self-efficacy (Bandura) is je vertrouwen dat je een bepaalde handeling daadwerkelijk kunt uitvoeren. Locus of control (Rotter) gaat over de vraag of je uitkomsten toeschrijft aan je eigen gedrag, of juist aan geluk, toeval en machtige anderen. En je attributiestijl bepaalt hoe je de oorzaken van succes en tegenslag verklaart. Samen vormen ze je overtuigingen over je eigen oorzakelijke kracht. Deze laag hangt sterk samen met de basisbehoefte competentie uit de zelfdeterminatietheorie: ervaringen van meesterschap vergroten je self-efficacy, en een stevig gevoel van self-efficacy maakt dat je juist uitdagingen opzoekt die je competentie verder ontwikkelen, ze versterken elkaar over en weer. Wie hierin wil groeien, heeft veel aan een mastery mindset, en waar dit geloof afbrokkelt, ontstaan vaak faalangst en prestatieangst.

Als de regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid

Eigen regie kent ook een schaduwzijde. Wanneer mensen keer op keer ervaren dat hun handelen geen verschil maakt, kunnen ze aangeleerde hulpeloosheid (Seligman) ontwikkelen: ze stoppen met proberen, zelfs wanneer er weer wél invloed mogelijk is. Een pessimistische attributiestijl betekent, tegenslag te zien als iets persoonlijks, blijvends en allesomvattends. Dit speelt bij aangeleerde hulpeloosheid een sleutelrol. Dit verlies van regie hangt nauw samen met depressieve klachten, met angst en piekeren, en met werkstress en burn-out. Het hoopgevende nieuws is dat eigen regie te herwinnen is: door ervaringen op te doen waarin je wél invloed hebt, door anders te leren kijken naar wat je overkomt, en door een omgeving die je autonomie ondersteunt. Copingstrategieën en het opbouwen van mentale weerbaarheid helpen daarbij.

De steunpilaren van agency

Agency, oftewel eigen regie, is dus opgebouwd uit meerdere lagen: de wil om vanuit jezelf te handelen, het geloof dat je invloed hebt, en de veerkracht om regie te herwinnen wanneer die onder druk staat. Bij het coaching is het versterken van die eigen regie vaak een rode draad.

Literatuur

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman.

Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs, 80(1), 1–28.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. The Guilford Press.

Seligman, M. E. P. (1975). Helplessness: On depression, development, and death. W. H. Freeman.

Humor en paradox

Dit blog vormt een brug tussen drie eerdere stukken: humor als copingstrategie, lachen is gezond en de paradox-mindset. De stelling: humor is geen toevallige aanvulling op een gezonde paradox-mindset, humor is paradox-denken in zijn meest pure vorm. Wie regelmatig lacht, traint zonder het te weten in het verdragen van ambiguïteit, dubbelheid en de grote onoplosbare vragen van het leven.

De grap is een paradox

Wat maakt een grap grappig? Op die vraag bestaat in de psychologie een verrassend consistent antwoord: een goede grap zet twee onverenigbare betekenissen tegelijk neer en laat ze beide staan. Dit heet de incongruentie-theorie van humor, voor het eerst geformuleerd door filosofen als Kant en Schopenhauer, en in onze tijd uitgewerkt door onder anderen Peter McGraw en Caleb Warren.

“Ik wil geen lid zijn van een club die mensen zoals mij accepteert.”

Groucho Marx

Lees het twee keer. Er zit een paradox in. Aan de ene kant wil Groucho ergens bij horen. Aan de andere kant verwerpt hij elke groep die hem wil hebben, omdat hij zichzelf, ergens onder al die geestigheid, niet acceptabel vindt. Twee waarheden tegelijk. Niet op te lossen. Allebei waar.

Dat is precies waarom de zin grappig is. Wie zou proberen te kiezen “wat bedoelt hij nou echt?” vermoordt de grap. De humor leeft in de spanning tussen de twee.

Veel humor werkt zo. De dubbele bodem van satire. De woordspeling die twee betekenissen in één woord vouwt. De observatiehumor die het normale ineens absurd laat lijken (“consequent inconsequent”). De zelfspot waarin je tegelijk slachtoffer en spreker bent. Telkens dezelfde structuur: niet of, maar en.

Wie hier oog voor krijgt, ziet ineens dat humor een soort gymnastiek is, geestelijke oefening in het tegelijkertijd vasthouden van wat niet bij elkaar hoort.

Wat het brein doet bij een grap

Het bijzondere is dat het brein bij humor niet doet wat het normaal doet wanneer het iets tegenstrijdigs tegenkomt. Normaal triggert tegenstrijdigheid alarm. De anterior cingulate cortex, de conflictdetector van het brein, slaat aan. Stresshormonen schieten omhoog. Het zenuwstelsel bereidt zich voor op vechten of vluchten.

hersenen

Bij een grap gebeurt dit niet. Of, beter gezegd, de conflictdetector slaat wél aan, maar het systeem schakelt onmiddellijk over naar een andere modus. Cognitief psycholoog Henk van Steenbergen en zijn collega’s lieten zien dat humor de conflictdetector juist ondersteunt in plaats van overbelast. Het brein registreert de spanning, maar in plaats van alarm te slaan, ontlaadt het de spanning via lachen.

Lachen is dus letterlijk een fysiologische uitlaatklep voor cognitieve dubbelheid. Wanneer twee onverenigbare frames tegelijk in je brein bestaan, hoeft het lichaam dat niet als bedreiging te verwerken. Het kan, mits de context veilig is, omschakelen naar het parasympathische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. De nervus vagus, waarover ik schrijf in lachen is gezond, speelt hier een centrale rol.

Dit verklaart iets dat iedereen ervaart maar zelden benoemt: na een goede lachbui voelt een moeilijke situatie minder bedreigend. De spanning is er nog, het probleem is niet weg. Maar de manier waarop het lichaam de spanning vasthoudt, is veranderd. Niet alarmerend, maar draagbaar.

Met andere woorden: lachen is hoe het brein een paradox vasthoudt zonder eraan kapot te gaan.

De grote paradoxen van het leven

De grote paradoxen van het bestaan zijn op rationeel niveau onoplosbaar. Ze gaan niet weg, hoe lang je er ook over nadenkt. Een paar voorbeelden:

  • We zijn alleen geboren en we sterven alleen, én we hebben anderen nodig om mens te zijn
  • We willen vrij zijn, én we willen ergens bij horen
  • We willen veiligheid, én we willen avontuur
  • We hechten ons aan wat we liefhebben, én we weten dat alles wat we liefhebben tijdelijk is
  • We willen weten wie we zijn, én we veranderen voortdurend

Wie deze paradoxen eenzidig probeert “op te lossen”, loopt vast.

Humor biedt een derde uitweg.
De Amerikaanse psychiater George Vaillant, die ik in mijn humor-blog ook noem, beschouwt humor om deze reden als een van de meest volwassen psychologische cognitieve mechanismen. Niet vergelijkbaar met ontkenning, repressie of projectie (die juist één kant uitvegen), maar als een manier om de pijn en het leven tegelijk vast te houden. Onderzoek van Vaillant en zijn collega’s in de beroemde Harvard Grant Study, een van de langstlopende ontwikkelingsstudies ter wereld, koppelt dit type humor consistent aan psychologische gezondheid op lange termijn.

Geestelijke beweeglijkheid

Mensen met een goed gevoel voor humor zijn vaak ook mentaal flexibel. Dit is geen toeval. De geestelijke beweeglijkheid die humor vraagt, namelijk schakelen tussen frames, dubbelheid verdragen, kunnen kantelen van perspectief, is dezelfde beweeglijkheid die je nodig hebt om met paradoxen om te gaan. Wie veel met humor speelt, oefent in en/en-denken.

De gezonde vorm van humor is mild, niet hard. Niet alle humor traint de paradox-mindset. Sarcasme en cynisme zijn vaak juist één-kantige vormen van humor. Ze sluiten één kant van de paradox uit. Echte paradox-humor houdt beide kanten warm. De grap is mild, niet bitter; verbindend, niet uitsluitend. In het humor-blog werk ik dit verder uit aan de hand van de vier humorstijlen van Rod Martin.


Verwante blogs:

Literatuur

McGraw, A. P., & Warren, C. (2010). Benign violations: Making immoral behavior funny. Psychological Science, 21(8), 1141–1149.

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/and thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Van Steenbergen, H., Aben, B., & Notebaert, W. (2015). Humor effects on conflict adaptation. Cognition and Emotion, 29(7), 1322-1330.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Vaillant, G. E. (2012). Triumphs of experience: The men of the Harvard Grant Study. Belknap Press.

DeBettignies, B. H., & Goldstein, T. R. (2020). Improvisational theater classes improve self-concept. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, 14(4), 451–461.

Felsman, P., Gunawardena, S., & Seifert, C. M. (2020). Improv experience promotes divergent thinking, uncertainty tolerance, and affective well-being. Thinking Skills and Creativity, 35, 100632.

De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Sommige levensvragen laten zich niet oplossen. Werk of relatie? Stabiliteit of avontuur? Geven of opkomen voor jezelf? Wie van zulke vragen een keuze probeert te maken, raakt vaak verder van huis. In dit blog bespreek ik wat psychologen een “paradox-mindset” noemen, een manier van denken die spanning niet probeert weg te poetsen, maar ermee leert leven en eruit leert putten. Het sluit aan op mijn blogs over mastery mindset en veerkracht.

De verleiding van zwart/wit-denken

Mensen houden van duidelijkheid. Wanneer we voor een lastige keuze staan: een baan accepteren of niet, een relatie voortzetten of beëindigen, een kind dichtbij houden of meer ruimte geven: we voelen ons opgelucht zodra we gekozen hebben. De onzekerheid is voorbij. We weten waar we staan.

Maar die opluchting kent een prijs. De onderzoekers Wendy Smith en Marianne Lewis, auteurs van Both/And Thinking, laten zien hoe vaak we voor een tweedeling staan waar geen echte tweedeling is. Werk versus privé. Stabiliteit versus verandering. Trouw aan jezelf versus rekening houden met anderen. We doen alsof het of/of is, terwijl het in werkelijkheid en/en is.

Smith en Lewis maken een belangrijk onderscheid:

  • Een dilemma is een keuze tussen alternatieven die elk op zichzelf een logische oplossing bieden.
  • Een paradox zijn tegenstellingen die met elkaar verweven zijn, allebei waar, en die niet verdwijnen door een keuze.

Veel van wat we als dilemma’s beleven, zijn in werkelijkheid paradoxen. De vraag “kies ik voor mijn carrière of voor mijn gezin?” wordt nooit opgelost. Wie alles op carrière inzet, verliest iets thuis. Wie zich helemaal terugtrekt naar het gezin, verliest iets in zichzelf. De paradox blijft, hoe je ook kiest. Het echte werk is niet kiezen tussen de twee, maar leren bewegen met beiden.

Waarom we ervoor wegduiken

wegduiken

Spanning voelt vervelend. Lichamelijk: je hartslag stijgt, je krijgt knoop in je maag, je piekert. Cognitief: je hersenen zoeken meteen een uitweg richting zekerheid. Sociaal: we worden geprezen om besluitvaardigheid, niet om twijfel.

Psycholoog Leon Festinger noemde dit cognitieve dissonantie. Dit is de innerlijke spanning die ontstaat als we tegelijk twee dingen voelen of denken die niet bij elkaar lijken te passen. Het brein wil die dissonantie oplossen. Daarom verschuiven we ons zelfbeeld om bij onze keuzes te passen, of poetsen we de moeilijke kant van de keuze weg.

Smith en Lewis beschrijven drie valkuilen waar we in glijden wanneer we paradoxen proberen op te lossen door te kiezen en de knoop door te hakken:

  1. Konijnenholen: we worden goed in onze gekozen kant en gaan steeds dieper graven, ook als de wereld om ons heen verandert. Wie hard werken kiest boven rust, wordt steeds productiever, totdat het lichaam in opstand komt. Wie zekerheid kiest boven avontuur, raakt steeds meer vastgeroest in routine.

  2. Sloopkogels: als de verwaarloosde kant zich uiteindelijk meldt, slaan we te ver door naar de andere kant. Na jaren hard werken ineens alles loslaten. Na jaren zorgzaamheid ineens alleen voor jezelf opkomen. De slinger zwaait extreem, en richt schade aan.

  3. Loopgravenoorlog: we polariseren. We graven ons in op één kant en zien de andere kant als de vijand. In relaties, op het werk, in de politiek, overal zie je hoe een paradox die niet wordt erkend, leidt tot verharding.

Wie wel eens een conflict heeft gehad waarin iedereen op zijn standpunt bleef staan, herkent dit. Zoals ik in Constructieve relatieconflicten beschrijf, ligt onder veel oppervlakkige meningsverschillen een paradox die beide partijen anders wegen en niet een onenigheid die met argumenten te beslechten valt.

Yin en yang als een paradox symbool

Tegenstelling: De zwarte en witte delen weerspiegelen tegengestelde dualiteiten. Wederzijdse afhankelijkheid:
De zwarte en witte delen definiëren en versterken elkaar wederzijds, en vormen samen een perfecte, cirkelvormige eenheid.
Dynamiek : De zwarte en witte delen stromen voortdurend van kleiner naar groter, terwijl de tegenovergestelde stippen binnen elk deel laten zien hoe de ene kracht de andere in zich draagt, wat voortdurende beweging suggereert.

Wat is een paradox-mindset?

Tegenover het of/of-denken staat wat Smith en Lewis een paradox-mindset noemen: het vermogen om twee tegengestelde waarheden tegelijk vast te houden, zonder de spanning te willen opheffen. Niet “wat is het goede antwoord”, maar “hoe kan ik recht doen aan beide kanten over tijd”.

Drie grondaannames zijn de grondslag van een paradox-mindset:

1. Van enkelvoudige waarheid naar meervoudige waarheid. In plaats van te denken “wat ik vind is waar, het tegendeel is dus onwaar”, erken je dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Ik heb behoefte aan rust en aan stimulatie. Hij heeft gelijk en zij heeft gelijk. Mijn ouders waren liefdevol en tekortschietend.

2. Van schaarste naar mogelijkheid. In plaats van “er is maar zoveel te verdelen, dus iemand verliest”, denken: “hoe kan ik de taart vergroten?”. In plaats van “ik kan niet beide kanten dienen”, denken: “hoe kan ik beide kanten over tijd dienen?”.

3. Van controleren naar coping. Misschien wel het belangrijkste. Smith en Lewis stellen dat we paradoxen niet kunnen oplossen. Wat we wel kunnen is leren ze te hanteren, dus voorlopige antwoorden vinden, die we ldan ater weer bijstellen.

Dit derde punt sluit nauw aan op de mastery mindset: het accepteren dat groei eeuwig is, dat we nooit “klaar” zijn.

Twee soorten focus: het brein heeft beide nodig

Vanuit een heel andere hoek komt psychiater Srinivasan Pillay tot een verwante conclusie. In zijn boek Tinker Dabble Doodle Try (NL Minder focus, meer effect) laat hij zien hoe het brein twee modi heeft die afwisselend nodig zijn:

Het focuscircuit de “zaklamp” van het brein. Het stelt je in staat te concentreren, taken af te maken, doelgericht te zijn. Bèta-hersengolven. Gemarkeerd door duidelijkheid en richting.

Het ontfocus-circuit (het default mode network): “het brein doet even niets”, Het ontfocus-circuit is actief als je mijmert, dagdroomt, doelloos wandelt of in een warm bad ligt. Het maakt verbindingen tussen verleden, heden en toekomst. Het integreert losse stukjes informatie tot nieuwe gehelen. Het is de bron van creativiteit, intuïtie en zelfinzicht.

Volgens Pillay zit het probleem in onze moderne cultuur niet zozeer in een gebrek aan focus, maar in een focus-verslaving. We willen altijd productief zijn, doelgericht, “aan”. Maar wie alleen focust, mist het signaal van de andere kant. Hyperfocus put de prefrontale cortex uit. Beslissingen worden mechanisch, creativiteit verschraalt, het zicht op het geheel verdwijnt.

Concreet zijn er volgens Pillay verschillende manieren om bewust te “ontfocussen”:

  • Mijmeren — toelaten dat je gedachten dwalen zonder ze te sturen
  • Dagdromen
  • Wandelen, vooral in de natuur
  • Bewegen, dansen, zingen, met je handen werken
  • Kleine creatieve activiteiten zonder doel (“tinker, dabble, doodle”)
  • Meditatie en ademhalingsoefeningen
  • Vuistregel: na elke 45 minuten focus 15 minuten ontfocussen

Wie in een lastige paradox vstzit, doet er goed aan niet harder te denken, maar de focus juist los te laten. Veel doorbraken komen tijdens een wandeling, onder de douche, of vlak voor het inslapen. Dat is geen toeval. Het is hoe het brein werkt.

Onzekerheid: het probleem en de uitweg

Beide auteurs cirkelen rond hetzelfde punt: onzekerheid is de kern van wat paradoxen ongemakkelijk maakt. En onzekerheid is eng.

Onderzoek van neurowetenschapper Issidoros Sarinopoulos liet iets opmerkelijks zien. Hij toonde proefpersonen plaatjes, sommige neutraal, sommige beangstigend. Vóór een neutraal plaatje verscheen een O; vóór een eng plaatje een X. In sommige experimenten verscheen alleen een vraagteken. Onzekerheid dus over wat er kwam. De proefpersonen reageerden op het vraagteken heftiger dan op de X. Met andere woorden: niet-weten was erger dan slecht nieuws weten.

Dit verklaart veel. Mensen die in een onzekere periode zitten, over hun werk, hun relatie, hun gezondheid, voelen vaak meer stress dan mensen met een definitief slecht bericht. Het brein vindt zekerheid, ook negatieve, beter draagbaar dan ambiguïteit.

Tegelijk, en hier komt de paradox: onzekerheid is op zichzelf niet schadelijk. Onderzoek van Ingrid Haas en William Cunningham laat zien dat onzekerheid even goed nieuwsgierigheid en open-mindedness kan oproepen als angst en geslotenheid. Het verschil zit in of we ons bedreigd voelen. Wanneer dreiging hoog is, leidt onzekerheid tot vernauwing en defensieve reflexen. Wanneer we ons veilig voelen, leidt diezelfde onzekerheid tot onderzoeken, leren, spelen.

De praktische conclusie: voordat je een paradox of een onzekere situatie kunt aangaan, moet je eerst zorgen dat je niet in alarmtoestand staat. Anders zal het brein automatisch terugvallen op of/of-denken en vlucht- of vechtreflexen. Daarom werken ontspannen, wandelen, slapen, lichaamsbeweging en sociale steun niet als “oplossingen” voor de paradox, maar als manieren om het zenuwstelsel zo te bedaren dat je überhaupt helder kunt denken.

Emotionele flexibiliteit: het bittere én het zoete

Een van de mooiste inzichten uit Both/And Thinking gaat over emoties. We denken vaak dat goed omgaan met situaties betekent: “blijf positief”. Maar onderzoek van Naomi Rothman laat iets anders zien.

Mensen die emotionele flexibiliteit kunnen verdragen dus tegelijk positieve én negatieve gevoelens kunnen voelen en uiten blijken in onderhandelingen, samenwerkingen en relaties effectiever dan mensen die alleen het positieve of alleen het negatieve uitspreken. Wie zegt “ik vind dit moeilijk en ik geloof dat we eruit komen”, roept bij anderen vaak meer betrokkenheid op dan wie alleen het ene of het andere uitstraalt.

Dit is wat we “bitterzoet” noemen: een trouwerij waar verdriet om afwezigen meedoet. Een afscheid waar opluchting en verdriet samengaan. De goede momenten van een relatie die nu eindigt.

Voor de paradox-mindset is emotionele flexibiliteit wezenlijk. Wie zich niet toestaat tegelijk opgelucht én verdrietig te zijn, blij én bang, gemotiveerd én moe, zal de paradox zelf ook niet kunnen verdragen. Voor wie dit moeilijk vindt, helpt het om kleine stappen te zetten richting zelfcompassie: er mag van alles tegelijk zijn, je hoeft niet één gevoel te kiezen.

patroon

Praktische gereedschappen voor de paradox-mindset

Samenvattend een aantal concrete praktijken die de paradox-mindset versterken:

Bouw pauzes in. Tussen prikkel en reactie, tussen vraag en antwoord, tussen e-mail en reply. Een diepe ademhaling, een korte wandeling, een nacht slapen, dat schept de ruimte waarin niet je oude reflex maar je weloverwogen antwoord het wint.

Erken beide kanten van de spanning. Schrijf ze op. “Aan de ene kant verlang ik naar … aan de andere kant verlang ik naar …”. Het opschrijven alleen al haalt scherpte van het of/of weg. Vaak zie je dan dat beide kanten waardevol zijn, en dat het niet om kiezen maar om balanceren gaat.

Stel de vraag opnieuw. In plaats van “moet ik A of B kiezen”, probeer “hoe kan ik over tijd zowel A als B een plek geven?”. Vaak openen zich opties die je in het of/of-denken niet zag.

Zoek je hogere doel. Smith en Lewis benadrukken het belang van een overkoepelend doel of waarde dat boven de paradox uitstijgt. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet, kun je makkelijker bewegen tussen de twee kanten zonder je verloren te voelen. De zelfdeterminatietheorie noemt dit de behoefte aan zingeving, en in Welzijn en intrinsieke motivatie werk ik dit verder uit.

Experimenteer in kleine stappen. In plaats van één grote, onomkeerbare beslissing, neem je een proefballonnetje. Een paar maanden de nieuwe richting proberen. Twee dagen per week ander werk. Een kleine investering. Wat leer je? Dit is wat Pillay “tinkering” noemt: knutselen, uitproberen, voelen wat resoneert.

Laat ontfocus toe. Plan periodes zonder doel. Wandel zonder bestemming. Doe iets met je handen dat niet productief hoeft te zijn. Het brein heeft die modus nodig om paradoxen te integreren.

Oefen emotionele ambivalentie. Zeg uit: “Ik vind dit moeilijk en ik wil het”. “Ik ben verdrietig en ik ben dankbaar”. “Ik heb ruimte nodig en ik wil dichtbij zijn”. Niet als excuus voor onduidelijkheid, maar als eerlijke beschrijving van wat er is.

Lachen, humor en improvisatie
Lees meer in mijn blogs over humor en lachen.

Wanneer of/of-denken juist wél past

Tot slot een belangrijke nuance: niet elke beslissing is een paradox. Sommige keuzes zijn gewoon keuzes. “Wat eet ik vanavond?” hoeft geen existentiële spanning te zijn. “Welke trein neem ik?” ook niet. En sommige situaties vragen wél om een knoop doorhakken, bijvoorbeeld als iemand misbruik maakt van jouw ambivalentie, of wanneer uitstel kosten oplevert die te hoog zijn.

De paradox-mindset is niet “blijf eeuwig twijfelen”. Het is: herken wanneer je voor een écht dilemma staat (kies maar gewoon, dan ben je af) en wanneer voor een paradox (waar kiezen alleen tijdelijk verlicht en op termijn schaadt).

De vraag is dus altijd eerst: Heb ik hier te maken met een echte paradox, dus een onoverbrugbare tegenstelling, of met een eenvoudige keuze?


Literatuur

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/And thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Pillay, S. S. (2017). Tinker dabble doodle try: Unlock the power of the unfocused mind. Ballantine Books.

Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford University Press.

Dąbrowski, K. (1964). Positive disintegration. Little, Brown.

Rothman, N. B., & Northcraft, G. B. (2015). Unlocking integrative potential: Expressed emotional ambivalence and negotiation outcomes. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 126, 65-76.

Haas, I. J., & Cunningham, W. A. (2014). The uncertainty paradox: Perceived threat moderates the effect of uncertainty on political tolerance. Political Psychology, 35(2), 291-302.

Sarinopoulos, I., Grupe, D. W., Mackiewicz, K. L., Herrington, J. D., Lor, M., Steege, E. E., & Nitschke, J. B. (2010). Uncertainty during anticipation modulates neural responses to aversion in human insula and amygdala. Cerebral Cortex, 20(4), 929-940.

Johnson, B. (1992). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.

Langer, E. J. (1975). The illusion of control. Journal of Personality and Social Psychology, 32(2), 311-328.

Meer zelfcompassie

Zelfverwijt na het maken van fouten kan overweldigend aanvoelen, vooral als je in de greep bent van perfectionisme. Perfectionisten stellen vaak een hoge norm, waardoor zelfs kleine misstappen verwoestend lijken. Zelfcompassie is daarentegen een mindset, die een tegenwicht biedt door je toe te staan te erkennen dat fouten een essentieel onderdeel zijn van het leven. Fouten helpen je te leren en te ontwikkelen en competentie op te bouwen.

zelfcompassie

Perfectionisme en zelfverwijt

Perfectionisme is als een meedogenloze innerlijke criticus die onberispelijkheid eist. Als je gelooft dat elke actie of beslissing perfect moet zijn, kan elke fout een cascade van zelfverwijt veroorzaken. Dit gaat niet alleen over de fout zelf. Perfectionisme is het interne verhaal dat je vertelt dat je het beter had moeten doen, dat je niet goed genoeg bent, dat je altijd alles verkeerd doet, of dat je waardeloos bent.

Zelfcompassie is een positieve mindset

Zelfcompassie biedt een transformerend perspectief door je uit te nodigen jezelf met dezelfde vriendelijkheid te behandelen die een goede vriend zou geven. Compassie betekent dat je erkent dat iedereen fouten maakt. Mensen maken fouten, en soms zelf zeer ernstige en verwijtbare fouten. Technieken zoals mindfulness kunnen je helpen om je zelfkritische gedachten te observeren zonder erin verstrikt te raken.

Zelfcompassie leren

dagboek emotie cognitie zelfbeeld afstand perspectief

Zelfkritiek, piekeren en tobben en de bijhorende negatieve emotie is in eerste instantie een passende reactie op zorgelijke ontwikkelingen en bedreigingen. Belangrijk is het daarom om zicht te krijgen op zowel de gedachten alsook op de achterliggende dreigingen. Schrijf op wat gebeurde en wat jouw gedachten waren of nu nog zijn. Wat vind jezelf van je gedachten, is je zelfkritiek terecht of overdreven?

Samen met een coach of anders met aantekeningen in een dagboek lukt het om afstand te nemen en perspectief op de eigen negatieve gedachten te krijgen. Gaat het om overdreven zorgen of gaat het om problemen die om een gerichte aandacht vragen? Maak samen met een vriend of een coach een plan in kleine concrete stappen om de overbodige negatieve gedachten en/of de achterliggende problemen aan te pakken. Maak gebruik van je emotie, e-motie wil je tot actie brengen.

steun
steun

Wie piekert, zich dus zorgen maakt, moet vooral eerst voor zichzelf zorgen. Zorg voor jezelf door jezelf vriendelijk en ondersteunend toe te spreken. Maak samen met een vriend of een coach lijsten van typische zelfverwijten. Schrijf ernaast een antwoord op je eigen verwijten op de manier als een liefdevolle vriend je zou toespreken. Probeer stapsgewijs je piekeren vriendelijker te maken. Leer om je eigen vriend te zijn. Zorg ook anders goed voor je zelf: denk aan eten, slapen en bewegenMaak ademoefeningen om acute stress tegen te gaan.

Coach en psycholoog Den Haag

Ik ben coach en psychoog in Den Haag (psycholoog NIP) en ben ook docent psychologie. Als psycholoog ben ik opgeleid in de cognitieve gedragstherapie (CGT) en relatie- en conflictbegeleiding.

Coach en psycholoog in Den Haag

Begeleiding en psychologische coaching

In mijn coaching en psychologische begeleiding (als coach en als wandelcoach) richt ik mij op persoonlijke ontwikkeling en ondersteuning van positieve relaties. In het kader van de positieve psychologie en oplossingsgerichte therapie ondersteun ik mensen van alle leeftijden in hun vitaliteit en gezonde productiviteit, in hun motivatie, flow, betrokkenheid en bevlogenheid .

Speerpunten als coach en psycholoog

Mijn speerpunten als psycholoog zijn leefstijl (eten, slapen, bewegen, rust en meditatie), brede ontwikkeling, betere relaties, conflictbegeleiding en verandering van mindset.

Positieve relaties

steun coach den haag

Goed samenwerken, goed met conflicten omgaan en langdurige relaties opbouwen en onderhouden is essentieel voor een goed leven. Ik ondersteun het ontwikkelen en onderhouden von productieve relaties op het werk en in de privesfeer. Belangrijke leerdoelen omvatten bijvoorbeeld constructieve en positieve communicatie.

Persoonlijke ontwikkeling

Loopbaancoaching

Vanuit een humanistische en positieve visie ondersteun ik persoonlijke ontwikkeling en levenslang leren, bijvoorbeeld met loopbaancoaching.

Coaching: Omgaan met conflicten

De meeste clienten vragen om steun bij innerlijke conflicten, conflicten op het werk of relatieproblemen.
Ik ondersteun clienten erbij om hun uitdagingen en conflicten op een constructieve manier aan te pakken. Clienten leren hoe ze hun gedrag kunnen observeren en doelen kunnen stellen. Ik moedig coachees aan om creatief en flexibel te denken, ambivalente gevoelens onder ogen te zien en hun perspectief te verbreden.
Clienten leren om beslissingen te nemen die op lange termijn een constructieve invloed op hen en hun omgeving hebben.

Mindset

emotie cognitie

*Het opbouwen van een constructieve mindset is een een belangrijk onderdeel van  gedragsverandering.  Clienten observeren hun gedachten en overtuigingen en leren hun negatieve gedachtepatronen te doorbreken en hun potentieel te benutten

Coach en psychoog Den Haag: Kosten

Een consultatie van 50-60 minuten inclusief follow-up mail met een samenvatting van het gesprek kost 100 euro voor particulieren.

Voor bedrijven die een coachingtraject voor medewerkers zoeken, bijvoorbeeld loopbaancoaching of burn-out-preventie stuur ik graag een offerte voor een coachingtraject.

Meer informatie over mijn coaching

E-mail

maria.trepp at gmail.com

 tel. 070-7506286 

(ik ben vaak in gesprek of geef les, stuur alsjeblieft een mail, desgewenst spreken we telefonisch overleg af)

Maak een afspraak voor kennismaking

*online

*of in mijn praktijk aan huis in het centrum van Den Haag achter de Brouwersgracht (tram 2,3, 4,6)

coach psycholoog Den Haag centrum

*of tijdens een wandeling in een van de Haagse parken:

via maria.trepp at gmail.com

Kamer van Koophandel 27326010

Qualified psychologist The Hague

Psychologische Beratung Den Haag

linktr.ee/mariatrepp

Mastery mindset

Groei-mindset, Growth Mindset: De mastery mindset van Carol Dweck is het geloof dat iemands capaciteiten en talenten kunnen worden verbeterd door tijd en moeite. Het is het tegenovergestelde van de “Fixed mindset”, die ervan uitgaat dat iemands intelligentie en vaardigheden vaststaan en niet kunnen veranderen. Een mastery mindset helpt mensen om moeilijke situaties aan te kunnen en hun potentieel te benutten. Dit wordt ook wel als “coping” beschreven.

Mastery mindset groei-mindset uitdaging leren feedback positieve psychologie ontwikkeling verbeteren growth mindset

Mensen met een mastery mindset staan open voor uitdagingen. Zij leren van feedback, zoeken naar nieuwe strategieën en zien inspanning als een manier om te groeien. Ze denken niet dat ze iets al kunnen of niet kunnen, maar dat ze het nog niet kunnen. Ze zijn niet bang om fouten te maken, maar zien ze als kansen om te leren. Ze hebben ook meer zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Zij geloven dat ze hun doelen kunnen bereiken met hard werken en toewijding.

Mensen met een mastery mindset kunnen meer succes behalen in hun leven, omdat ze zich niet laten beperken door hun angsten of belemmerende overtuigingen. Ze hebben een positieve houding ten opzichte van zichzelf en anderen, en zijn bereid om te blijven leren en verbeteren. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd, wat betekent dat ze plezier en voldoening halen uit het leerproces zelf, en niet alleen uit de resultaten of beloningen. Ze staan ook open voor samenwerking en inspiratie van anderen, in plaats van zich bedreigd of jaloers te voelen.

Mastery mindset ontwikkelen

Je ontwikkelt een mastery mindset door bewust te werken aan het veranderen van gedachten en gedrag. Bijvoorbeeld kun je jezelf uitdagen om nieuwe dingen te proberen, jezelf complimenteren voor je inzet. Je kunt ook constructieve feedback vragen en geven, je successen te vieren en je mislukkingen analyseren. Je kunt ook leren van de voorbeelden van mensen die een mastery mindset hebben. Het beste is het om een voorbeeld uit je omgeving te kiezen, iemand die zo veel mogelijk op je lijkt en je ook inspireert. Iedereen kan groeien met passie en oefening.

Een mastery mindset is dus een krachtige manier om jezelf te ontwikkelen en je doelen te bereiken. Het helpt je om je potentieel te ontketenen.

Literatuur:

Dweck, C. S., Dixon, M. L., & Gross, J. J. (2023). What Is Motivation, Where Does It Come from, and How Does It Work? In Motivation Science. New York: Oxford University Press.

Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht

Veel mensen hebben last van psychische klachten. Er is bijna niemand te vinden, die niet tijdens het leven eens een lastige periode doormaakt. Stress, klachten en moeilijke emoties zijn een deel van het leven. Een echt probleem in de vorm van een stoornis of een ziekte worden deze klachten pas als de lastige emoties en de bijhorende gevolgen, zoals slecht slapen of eten, langer aanhouden dan een half jaar. Maar als mensen hun klachten meteen serieus nemen en de onderliggende probleem aanpakken, eventueel samen met een coach, worden de klachten snel beter. Het resultaat van reflectie en actie is dan niet alleen herstel, maar veerkacht, een hogere emotionele en persoonlijke competentie. Van klacht nar kracht!

klacht naar kracht emotie boosheid verdriet angst stress depressieve klachten dagboek zelfobservatie actie verandering coaching stress hulp
Van klacht naar kracht: Emotionele Intelligentie
Lees verder “Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht”

Confirmation bias

(Bevestigingsvooroordeel)

Een  confirmation bias, myside-bias of bevestigingsvooroordeel is een cognitieve bias. Deze veel voorkomende denkfout is de neiging om aandacht en waarde te hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Over informatie die de eigen overtuigingen weerspreekt is men daarentegen hyperkritisch. Over het algemeen hebben mensen in hun leven al veel geïnvesteerd (materieel of sociaal geïnvesteerd) in een bepaalde leefstijl of een maatschappelijke groep en zouden nadelen ondervinden als zij een andere overtuiging moeten accepteren. Er wordt in sommige gevallen ook wel gesproken van “gemotiveerde informatieverwerking” (motivated reasoning)  waarbij mensen hun eerdere overtuigingen verdedigen, in stand houden of bevestigen.

In-group en identiteit

Wanneer we ons emotioneel verbonden voelen met bepaalde opvattingen treedt gemakkelijk confirmation bias op. We gebruiken uiteindelijk elk willekeurig “bewijs” dat we vinden om simpelweg de vooraf vastgestelde conclusies van onze in-group te versterken. Vooral wanneer we al tijd, energie en geloof in een groep hebben geïnvesteerd willen we het wereldbeeld beschermen dat onze identiteit bevestigt.

Sociale psychologie, cognitieve bias en identiteit

De meeste mensen zoeken optimisme en positieve eigenwaarde, niet feiten, dit wordt keer op keer door sociaalpsychologisch onderzoek bevestigd.

Wat we als feiten en als waar beoordelen hangt af van onze wens voor positieve informatie over ons zelf en onze toekomst (tenzij we ons aan de twee regels houden die hieronder worden beschreven…) . Informatie die positieve gevolgen heeft voor ons zelf of voor de groep met wie we ons identificeren wordt veel sneller als “waar” beoordeeld. Mensen zijn evolutionair niet ontwikkeld om de werkelijkheid/realiteit goed waar te nemen, maar om in groepen te ageren. Voor ons is belangrijk wat onze vrienden en bondsverwanten vinden, niet wat “echt” aan de hand is. Hierbij is het verschil tussen wetenschapper en leken alleen maar gradueel, niet absoluut.

Verder lezen: The Knowledge Illusion: Why We Never Think Alone

Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anektdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Cognitieve denkfouten
Cherrypicking/Selectief winkelen

Selectief winkelen is een argumentatie-tactiek waarbij onvolledig bewijs wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen. Hierbij worden anekdotische individuele gevallen of gegevens die een bepaald standpunt lijken te bevestigen gekozen. Tegelijkertijd worden andere relevante soortgelijke gevallen of gegevens die het eigen standpunt kunnen tegenspreken worden genegeerd. Gegevens of andere vergelijkbare gevallen die dit standpunt mogelijk ontkrachten, in breder perspectief plaatsen of nuanceren worden daarbij verzwegen. Cherrypicking kan opzettelijk of onopzettelijk plaatsvinden.

Men kiest of interpreteert elk bewijsstuk dat overtuigingen ondersteunt en verwerpt elk bewijsstuk dat dat niet doet. Een favoriete techniek van de confirmation bias.

Confirmation bias is het tegendeel van het falsificatiebeginsel

Terwijl wetenschappelijk, rationeel en kritisch denken juist om een falsificatieprincipe vraagt, is de confirmation bias juist typisch voor intuïtief, subjectief en bevooroordeeld denken. In sommige groepen, zoals bij complotdenkers, vormt de confirmation bias een steunpilaar van het de denken en de algehele argumentatie.

Maar de confirmation bias komt overal in de samenleving voor, ook bij hoogopgeleide mensen. Beslissingen op basis van deze denkfout komen voor in politieke, organisatorische, financiële en wetenschappelijke contexten. Belangrijk is daarom kritische en open discussie in divers samengestelde groepen. Terwijl de meeste mensen individueel hun eigen denkfouten niet kunnen ontdekken, zijn mensen juist erg goed in het ontdekken van de denkfouten van anderen, vooral als deze niet tot de eigen in-group toebehoren. Groepen nemen doorgaans betere beslissingen wanneer mensen uiteenlopende meningen kunnen uiten.

Psychologische vooroordelen, onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen

zwarte zwaan metafoor voor psychologische vooroordelen en denkfouten die mensen, zowel individueel als collectief, blind maken voor onzekerheid en de substantiële rol van zeldzame gebeurtenissen in historische aangelegenheden. confirmation bias
zwarte zwaan: zeldzame gebeurtenis

Psychologische vooroordelen of denkfouten kunnen belangrijke gevolgen hebben voor individuen en groepen, vooral wanneer deze te maken hebben met onzekerheid en zeldzame gebeurtenissen (ook wel genoemd Zwarte Zwanen). We denken dat we de toekomst kunnen voorspellen aan de hand van eerdere ervaringen. Maar vaak hebben wij onvolledige of onbetrouwbare kennis.

Met name de confirmation bias kan mensen overmoedig maken in hun overtuigingen en voorspellingen. Mensen kunnen aannemen dat ze voldoende of accurate informatie hebben om te anticiperen op zeldzame gebeurtenissen. Ze kunnen alternatieve perspectieven of scenario’s negeren die hun bewustzijn of paraatheid zouden kunnen vergroten. Sommige politieke leiders kunnen bijvoorbeeld waarschuwingen of signalen van potentiële crises of conflicten negeren omdat ze niet in hun verwachtingen of agenda passen. Zie de Russisch-Oekraïense Oorlog, maar ook de COVID-pandemie.

Weerstand tegen online-manipulatie

De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, verklaarde recentelijk dat “misinformatie en desinformatie” grotere bedreigingen vormen voor het mondiale bedrijfsleven dan oorlog en klimaatverandering.

Veel mensen maken zich zorgen over de manipulatieve technieken van de grote social mediaplatforms, die doelgericht aandacht trekken om geld te verdienen. Zo wakkeren online media vaak met triggerende berichten emotie en sensatie aan: online-manipulatie.

online-manipulatie weerbaarheid

Podcast

Lees verder “Weerstand tegen online-manipulatie”