Emotionele flexibiliteit

Wanneer een lastige emotie opkomt, vallen de meeste mensen terug op een van twee reflexen. De een drukt het gevoel weg: Doorgaan, niet zeuren. Een ander raakt in de gevoelen verstrikt en blijft eindeloos malen op wat er misging. Beide reacties voelen alsof je iets aan je emoties dóét, maar ze leveren zelden op wat je hoopt. Wegdrukken zorgt ervoor dat het gevoel later, vaak ongepast, weer bovenkomt. Erin verzakken maakt het gevoel juist groter.

Emotionele flexibiliteit

Er is een derde weg, en die heet emotionele flexibiliteit (in het Engels emotional agility): het vermogen om aanwezig te blijven bij wat je voelt, er ruimte en tijd scheppen en te kiezen wat bij je past.
In dit artikel breng ik twee invalshoeken samen. Eerst laat de neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett zien hóé emoties ontstaan, en waarom dit proces betekent dat je emoties kunt bijsturen. Daarna laat psychologe Susan David zien hoe je dat in de praktijk doet. Samen vormen ze een praktisch antwoord op de vraag: hoe word ik niet langer geleefd door mijn gevoelens?

Emoties zijn geen feiten, maar constructies

We ervaren emoties als directe waarheden. Als je angst voelt, lijkt het alsof er gevaar ís; als je je gekwetst voelt, lijkt het alsof de ander je écht onrecht heeft aangedaan. Barrett laat zien dat dit beeld onvolledig is. Volgens haar theorie van geconstrueerde emoties zit een emotie niet kant-en-klaar in je lijf. Barrett legt uit, dat het brein het brein in feite een emotie ter plekke construeert: het brein neemt lichamelijke signalen waar, zoals snellere hartslag, gespannen spieren, een onrustig gevoel in je buik, en geeft die op grond van eerdere ervaringen en concepten een betekenis.

De lichamelijke basis van de emotie noemt Barrett het lichaamsbudget: de voortdurende huishouding van je energie, slaap, beweging en stress. Staat dat budget onder druk, dan voel je je beroerd. Je brein zoekt daar vervolgens een verklaring bij. Soms is die verklaring terecht (“ik ben boos op mijn collega”), soms niet (want ik ben eigenlijk gewoon oververmoeid en heb honger). Het belangrijke inzicht is dit: omdat de betekenis voor een deel wordt gemáákt, kan betekenis ook anders gemaakt worden ( “Ik ben boos” versus “Ik ben moe”). In verschillende betekenissen zit je speelruimte.

Hoe fijner je benoemt, hoe meer keuze je hebt

Niet iedereen ervaart emoties even genuanceerd. De een voelt vooral “rot” of “prima”, de ander onderscheidt teleurstelling van schaamte, irritatie van gekwetstheid, onrust van opwinding. Dat verschil noemt Barrett emotionele granulariteit: hoe fijnmazig je je gevoelens kunt benoemen. Het lijkt een detail, maar het heeft grote gevolgen. Wie alleen grof onderscheid maakt, heeft weinig handelingsopties. Wie precies kan benoemen wat er speelt, kan ook gerichter reageren.

granulariteit

Onderzoek laat zien dat mensen met een rijker emotievocabulaire flexibeler omgaan met stress. Je emotionele woordenschat vergroten is zo gezien een vorm van zelfzorg. Leer nieuwe woorden, leen ze desnoods uit een andere taal, en wees niet tevreden met “boos” als je eigenlijk gefrustreerd, gekrenkt of teleurgesteld bent. Elk genuanceerd woord is een extra greep op je ervaring. Die sluit aan op wat ik in Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht beschrijf over de “motor” van zogenaamd negatieve emoties.

Hercategoriseren: dezelfde sensatie, een andere betekenis

Als een emotie ontstaat door een lichamelijke sensatie een betekenis te geven, dan opent zich een concrete strategie: je kunt diezelfde sensatie hercategoriseren. Denk aan de kriebels vlak voor een presentatie of examen. Je kunt dat bonzende hart en die droge mond labelen als “angst”: ” ik ga dit verprutsen”. Of je kunt dezelfde signalen lezen als “spanning die me scherp en alert maakt”. De lichamelijke staat is gelijk; de betekenis en daarmee je reactie verschilt.

Onderzoek

In studies presteren mensen die hun onrust herinterpreteren als opwinding of paraatheid beter op toetsen dan mensen die diezelfde sensaties als bedreigend blijven zien.
Wat het meest helpt: een gevoel eerst te terugbrengen tot de pure lichamelijke onderdelen: een snelle hartslag is gewoon een snelle hartslag. Laat de duiding eerst weg, en benoem de emotie eerst na een denkpauze. Dit proces is verwant aan het bijsturen van gedachten in de cognitieve gedragstherapie, maar zet bewust aan bij het lichaam in plaats van bij de gedachte.

patroon

Waarom opkroppen en piekeren averechts werken

Susan David begint precies waar veel mensen vastlopen: bij de twee gangbare strategieën die niet werken. Opkroppers schuiven hun gevoelens aan de kant en gaan door. Flink zijn, positief denken, niet stilstaan. Piekeraars doen het tegenovergestelde en blijven malen, herkauwen en zichzelf bevragen. Beide strategieën geven de emotie juist méér macht.

Voor opkroppen is de prijs wat psychologen emotionele lekkage noemen: wat je wegduwt, komt op een onbewaakt moment alsnog naar buiten, meestal met een verrassende felheid. En proberen iets níét te voelen kost bovendien verbazingwekkend veel mentale energie. Het klassieke onderzoek waarin mensen verteld wordt dat zij niet aan een roze olifant mochten denken, illustreert het: juist dán denk je nergens anders meer aan.

Onderdrukken versterkt wat je wilde kwijtraken. Voor piekeren geldt iets anders: hoe vaker je een sombere gedachte herhaalt, hoe waarachtiger deze gedachte gaat voelen, ook als het nergens op slaat. Wie hierin vastloopt, vindt in Minder piekeren concrete handvatten.

Vier stappen naar emotionele flexibiliteit

Tegenover opkroppen en piekeren zet David een viertal vaardigheden die elkaar opvolgen.

De eerste is aanwezig zijn. In plaats van je gevoel te bevechten of te ontvluchten, neem je het gevoel waar met nieuwsgierigheid en mildheid: “Wat ben je voor gevoel, wat zeg je?” Het vraagt lef om bij een angstig gevoel te blijven staan, maar juist door een eng gevoel onder ogen te zien en een naam te geven, verliest het een deel van zijn macht. Zelfacceptatie en zelfcompassie vormen hiervan de basis.

De tweede stap is afstand nemen. Je leert je gedachten en gevoelens te herkennen als gedachten en gevoelens, en dat is: geen letterlijke waarheid. “Ik ben waardeloos” wordt “ik merk dat ik de gedachte heb dat ik waardeloos ben”. Dat kleine verschil schept ruimte tussen de prikkel en je reactie, en precies in die ruimte ligt je keuzevrijheid.

De derde stap is je eigen pad volgen. Vanuit die ruimte handel je niet op de automatische piloot van je emotie, maar vanuit je waarden: wat vind ik werkelijk belangrijk, wat voor mens wil ik zijn in deze situatie? Je waarden worden zo je kompas in plaats van je stemming van het moment.

De vierde stap is veranderen via kleine stappen. Grote voornemens stranden meestal; kleine, haalbare aanpassingen in gewoonten en gedrag beklijven wél.

gedragsverandering in kleine stappen
gedragsverandering in kleine stappen

Emotionele flexibiliteit en eigen regie

Barrett en David rekenen af met het idee dat je je emoties moet onderdrukken óf door emoties passief wordt geleefd. Emoties zijn informatie, geen bevelen. Barrett verklaart waaróm bijsturen mogelijk is: omdat je brein emoties construeert, ligt de betekenis niet vast. David laat zien hóé je daarnaar leeft: aanwezig zijn, afstand nemen, je waarden volgen en in kleine stappen veranderen.

Emotieregulatie en emotionele flexibiliteit zijn een kernvaardigheden van agency, of eigen regie, dus het gevoel zelf aan het roer van je leven te staan. Eigen regie door actief tussen gebeurtenissen en reactie ruimte te scheppen waarin een eigen keuze past. Hoe dit samenhangt met autonomie, motivatie en veerkracht lees je op de pagina over agency en eigen regie. Voor de bredere context van emoties begrijpen en reguleren kun je terecht bij het overzichtsartikel emotiekennis en emotieregulatie, en over het omgaan met stress en tegenslag lees je meer bij copingstrategieën en mentale weerbaarheid en veerkracht.

Literatuur

  • Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)
  • David, S. (2017). Emotionele flexibiliteit: laat los, omarm verandering en bloei op in je werk en je leven. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij. (Oorspronkelijke titel: Emotional Agility, 2016.)
  • Wegner, D. M., Schneider, D. J., Carter, S. R., & White, T. L. (1987). Paradoxical effects of thought suppression. Journal of Personality and Social Psychology, 53(1), 5–13.

Loopbaancoaching

De arbeidsmarkt verandert sneller dan ooit. Automatisering, generatieve AI, krimpende én groeiende sectoren, en de wens om werk te doen dat ergens toe dient: veel mensen die bij mij komen voelen dat de grond onder hun loopbaan schuift. Soms door een reorganisatie of dreigend ontslag, soms door een sluimerend gevoel dat het werk niet meer past, en steeds vaker door de vraag: wat blijft er voor mij over als computers steeds meer kunnen?

Loopbaancoaching

Loopbaancoaching gaat over precies die vraag. Niet over een snelle cv-opfrisbeurt, maar over je opnieuw oriënteren: ontdekken wat bij je past, wat je wilt ontwikkelen, en hoe je betekenisvol en met plezier blijft werken in een wereld die niet stilstaat. In dit blog beschrijf ik hoe ik daar als coach-psycholoog naar kijk, en hoe een traject er bij mij uitziet.

Opnieuw oriënteren als de arbeidsmarkt verschuift

Wie zich heroriënteert, staat al gauw voor een paradox: méér mogelijkheden voelt vaak niet als méér vrijheid, maar als meer twijfel. Psycholoog Barry Schwartz noemde dit de paradox of choice: een overvloed aan opties kan verlammen in plaats van bevrijden. In een loopbaantraject is mijn eerste taak dan ook niet om opties toe te voegen, maar om samen ordening en richting aan te brengen.

energie

Dat begint met de juiste vragen. Niet “welke vacature is er?”, maar: wat geeft jou energie en wat kost het je? In welke situaties kwam je tot je recht? Wat wil je behouden, en wat mag je voorgoed achterlaten? Heroriënteren is geen sprong in het diepe, maar een onderzoek dat we stap voor stap doen.

Terugkijken: wat werkte, en wat juist niet

Voordat we vooruitkijken, kijken we terug. Samen breng ik je arbeidsverleden in kaart als bron van inzicht. Welke taken, rollen en samenwerkingen gaven voldoening? Wanneer voelde je je competent en betrokken, en wanneer raakte je uitgeput of gedemotiveerd?

Ik werk hierbij graag met een nauwkeurige analyse, zoals ik beschrijf in mijn blog over het belang van nauwkeurige gedragsanalyse. In plaats van vage labels als “ik ben gewoon niet ambitieus” of “ik kan niet tegen drukte”, onderzoeken we concreet: in welke context, met welke mensen en bij welke taken liep het goed of juist vast? Die precisie maakt het verschil tussen vastzitten en weer in beweging komen.

Daarbij hoort ook mildheid voor wat niet lukte. Perfectionisme en zelfverwijt zijn slechte loopbaanadviseurs. Zoals ik in mijn blog over zelfcompassie beschrijf, zijn fouten en mislukte keuzes geen bewijs van tekortschieten, maar leermateriaal. Een loopbaan die af en toe piept en kraakt, is een loopbaan waarin je iets durfde.

dagboek emotie cognitie zelfbeeld afstand perspectief

Een reflectiedagboek tussen de sessies

Coaching werkt het sterkst als het denken doorgaat tussen de gesprekken in. Daarom vraag ik cliënten vaak om een eenvoudig reflectiedagboek bij te houden. Geen verplicht schrijfwerk, maar korte aantekeningen: wanneer voelde ik me deze week op mijn plek? Welk moment gaf energie, welk juist niet? Welke gedachte over mijn loopbaan kwam steeds terug?

Schrijven vertraagt en ordent. Het haalt patronen naar boven die in één gesprek onzichtbaar blijven, en het maakt je tot mede-onderzoeker van je eigen loopbaan in plaats van passieve ontvanger van advies. In de volgende sessie vormen die aantekeningen vaak het vruchtbaarste startpunt.

Gesprekken vanuit psychologische basisbehoeften

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

De rode draad in mijn loopbaancoaching zijn de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan: autonomie, competentie en verbondenheid. Werk dat deze drie behoeften voedt, motiveert van binnenuit en houdt mensen gezond; werk dat ze structureel ondermijnt, leidt op termijn tot demotivatie, cynisme en uitputting.

In een loopbaantraject onderzoeken we daarom niet alleen wat je zou kunnen doen, maar waaróm bepaald werk wel of niet bij je paste:

  • Autonomie: Had je voldoende regie en ruimte om het op jouw manier te doen, of voelde je je voortdurend gestuurd?
  • Competentie: Kon je je vaardigheden inzetten en groeien, of bleef je hangen in werk dat te makkelijk of juist chronisch te zwaar was?
  • Verbondenheid: Voelde je je gezien en gewaardeerd, en hoorde je ergens bij?

Deze bril helpt om loopbaankeuzes te toetsen aan wat je werkelijk nodig hebt om te floreren. Ik schreef eerder uitgebreider over hoe deze basisbehoeften ook doorwerken in goede professionele feedback . Dit is een onderwerp dat in elk loopbaangesprek terugkomt, want hoe je leert omgaan met waardering en kritiek bepaalt mede hoe je je ontwikkelt.

Investeer in wat typisch menselijk is

wef future of jobs report 2025

En dan de vraag die steeds meer cliënten bezighoudt: hoe blijf ik van waarde naast steeds slimmere technologie? Mijn antwoord is niet om te concurreren met de machine, maar om juist te investeren in wat typisch menselijk is. Opvallend genoeg wijst ook het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum die kant op: naast technologische vaardigheden worden creatief denken, veerkracht, nieuwsgierigheid en een leven lang leren, en sociale en leiderschapsvaardigheden de snelst groeiende competenties. Het zijn precies de kwaliteiten die zich slecht laten automatiseren.

Ik moedig cliënten aan om bewust te werken aan een aantal van deze menselijke kwaliteiten:

Een paradox mindset. Het vermogen om tegenstrijdigheden te verdragen en zelfs productief te maken, dus tegelijk realistisch én hoopvol zijn, stevigheid combineren met flexibiliteit. Waar AI gedijt op heldere antwoorden, is de mens juist sterk in het uithouden van spanning en dubbelzinnigheid.

Humor. Lachen om jezelf, om het absurde, en samen met anderen verlicht spanning, schept verbinding en houdt je flexibel, alle drie onmisbaar bij loopbaanveranderingen. Vooral verbindende en zelfondersteunende humor draagt bij aan welzijn. Ik werk dit verder uit in mijn reeks over humor als copingstrategie.

Creativiteit. Niet alleen artistiek talent, maar het vermogen om problemen vanuit een nieuwe hoek te bekijken, te combineren wat niet vanzelfsprekend samengaat, en eigen oplossingen te bedenken. Coaching die je aanmoedigt om creatief en flexibel te denken en je perspectief te verbreden, traint precies dit.

Daarnaast beveel ik aan om te investeren in:

  • Kritisch oordeelsvermogen: Juist nu AI vlot en overtuigend, maar soms onjuist of vleiend antwoordt, is het menselijk vermogen om te wegen, te toetsen en eigen oordeel te vormen goud waard.
  • Empathie en verbinding: Echt luisteren, samenwerken en relaties onderhouden. De zorg, het onderwijs en alle mensgerichte beroepen groeien juist hierin.
  • Nieuwsgierigheid en een leven lang leren: Een groei- of mastery mindset maakt je wendbaar: je ziet veranderingen als uitdaging in plaats van bedreiging.
  • Veerkracht en zelfcompassie: Het vermogen om tegenslag op te vangen en jezelf niet af te kraken bij een misstap.
  • Zingeving: Weten waaróm je doet wat je doet. Werk dat aansluit bij je waarden houdt je overeind als de buitenwereld onzeker wordt.

Hoe een loopbaantraject er bij mij uitziet

In de praktijk combineer ik psychologische diepgang met een praktische, oplossingsgerichte aanpak. We brengen je arbeidsverleden en je basisbehoeften in kaart, je houdt tussen de sessies een reflectiedagboek bij, en we vertalen inzichten naar concrete, haalbare stappen.

gedragsverandering in kleine stappen

Soms zitten we daarbij in mijn praktijk, soms wandelen we. Buiten praten loopt vaak vrijer. Ik richt me op het psychologische deel van de heroriëntatie; voor formele en juridische aspecten van bijvoorbeeld outplacement of re-integratie verwijs ik waar nodig gericht door.

Meer weten over mijn werkwijze als coach-psycholoog of een keer kennismaken? Kijk op mijn homepage.

Ik merk in mijn praktijk hoeveel onrust de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt oproepen, en tegelijk hoeveel ruimte er ontstaat zodra mensen ophouden zich te meten met de techniek en gaan investeren in wat hen juist menselijk maakt. Een loopbaan is een zoektocht naar werk waarin je je competent, vrij en verbonden voelt. Mijn rol is om je daarbij scherpe vragen te stellen, ondersteunend te blijven waar nodig, en samen met jou de richting te vinden die echt bij je past.

Literatuur

  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268.
  • Dweck, C. S. (2006). Mindset: The new psychology of success. Random House.
  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.
  • Pink, D. H. (2009). Drive: The surprising truth about what motivates us. Riverhead Books.
  • Schwartz, B. (2004). The paradox of choice: Why more is less. Harper Perennial.
  • World Economic Forum. (2025). The future of jobs report 2025. World Economic Forum.

Agency en eigen regie

Een gevoel van agency (in het Nederlands eigen regie) is essentieel voor een tevreden leven. Agency is het vermogen én het gevoel om zelf de auteur te zijn van je eigen handelen: het besef dat jouw keuzes en daden er werkelijk toe doen en verschil maken. Eigen regie is een algemeen psychologisch concept, een soort koepel die op verschillende psychologische pilaren rust. In dit artikel licht ik er drie van deze pijlers uit:
*of je handelen echt uit jezelf komt: autonomie
*of je gelooft dat je iets kunt bereiken: zelfvertrouwen
*en wat er gebeurt wanneer dat gevoel van regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid.

Autonomie en intrinsieke motivatie

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

Agency draait in de eerste plaats om auteurschap, niet alleen om kunnen. Je kunt een taak perfect uitvoeren en je er toch geen eigenaar van voelen. Volgens de zelfdeterminatietheorie is autonomie, het gevoel dat je handelen voortkomt uit je eigen waarden en keuzes, een psychologische basisbehoefte. Wanneer je vanuit die innerlijke instemming handelt, ontstaat intrinsieke motivatie: je doet iets omdat het bij je past, niet alleen omdat het moet. Dat is de kern van eigen regie het verschil tussen “ik moet” en “ik kies”, zelfs ook bij taken die een ander je oplegt.

Zelfvertrouwen en controle

competentie

Naast de wil speelt het geloof in je eigen invloed. Hier komen drie nauw verwante begrippen samen. Self-efficacy (Bandura) is je vertrouwen dat je een bepaalde handeling daadwerkelijk kunt uitvoeren. Locus of control (Rotter) gaat over de vraag of je uitkomsten toeschrijft aan je eigen gedrag, of juist aan geluk, toeval en machtige anderen. En je attributiestijl bepaalt hoe je de oorzaken van succes en tegenslag verklaart. Samen vormen ze je overtuigingen over je eigen oorzakelijke kracht. Deze laag hangt sterk samen met de basisbehoefte competentie uit de zelfdeterminatietheorie: ervaringen van meesterschap vergroten je self-efficacy, en een stevig gevoel van self-efficacy maakt dat je juist uitdagingen opzoekt die je competentie verder ontwikkelen, ze versterken elkaar over en weer. Wie hierin wil groeien, heeft veel aan een mastery mindset, en waar dit geloof afbrokkelt, ontstaan vaak faalangst en prestatieangst.

Als de regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid

Eigen regie kent ook een schaduwzijde. Wanneer mensen keer op keer ervaren dat hun handelen geen verschil maakt, kunnen ze aangeleerde hulpeloosheid (Seligman) ontwikkelen: ze stoppen met proberen, zelfs wanneer er weer wél invloed mogelijk is. Een pessimistische attributiestijl betekent, tegenslag te zien als iets persoonlijks, blijvends en allesomvattends. Dit speelt bij aangeleerde hulpeloosheid een sleutelrol. Dit verlies van regie hangt nauw samen met depressieve klachten, met angst en piekeren, en met werkstress en burn-out. Het hoopgevende nieuws is dat eigen regie te herwinnen is: door ervaringen op te doen waarin je wél invloed hebt, door anders te leren kijken naar wat je overkomt, en door een omgeving die je autonomie ondersteunt. Copingstrategieën en het opbouwen van mentale weerbaarheid helpen daarbij.

De steunpilaren van agency

Agency, oftewel eigen regie, is dus opgebouwd uit meerdere lagen: de wil om vanuit jezelf te handelen, het geloof dat je invloed hebt, en de veerkracht om regie te herwinnen wanneer die onder druk staat. Bij het coaching is het versterken van die eigen regie vaak een rode draad.

Literatuur

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman.

Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs, 80(1), 1–28.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. The Guilford Press.

Seligman, M. E. P. (1975). Helplessness: On depression, development, and death. W. H. Freeman.

Humor en paradox

Dit blog vormt een brug tussen drie eerdere stukken: humor als copingstrategie, lachen is gezond en de paradox-mindset. De stelling: humor is geen toevallige aanvulling op een gezonde paradox-mindset, humor is paradox-denken in zijn meest pure vorm. Wie regelmatig lacht, traint zonder het te weten in het verdragen van ambiguïteit, dubbelheid en de grote onoplosbare vragen van het leven.

De grap is een paradox

Wat maakt een grap grappig? Op die vraag bestaat in de psychologie een verrassend consistent antwoord: een goede grap zet twee onverenigbare betekenissen tegelijk neer en laat ze beide staan. Dit heet de incongruentie-theorie van humor, voor het eerst geformuleerd door filosofen als Kant en Schopenhauer, en in onze tijd uitgewerkt door onder anderen Peter McGraw en Caleb Warren.

“Ik wil geen lid zijn van een club die mensen zoals mij accepteert.”

Groucho Marx

Lees het twee keer. Er zit een paradox in. Aan de ene kant wil Groucho ergens bij horen. Aan de andere kant verwerpt hij elke groep die hem wil hebben, omdat hij zichzelf, ergens onder al die geestigheid, niet acceptabel vindt. Twee waarheden tegelijk. Niet op te lossen. Allebei waar.

Dat is precies waarom de zin grappig is. Wie zou proberen te kiezen “wat bedoelt hij nou echt?” vermoordt de grap. De humor leeft in de spanning tussen de twee.

Veel humor werkt zo. De dubbele bodem van satire. De woordspeling die twee betekenissen in één woord vouwt. De observatiehumor die het normale ineens absurd laat lijken (“consequent inconsequent”). De zelfspot waarin je tegelijk slachtoffer en spreker bent. Telkens dezelfde structuur: niet of, maar en.

Wie hier oog voor krijgt, ziet ineens dat humor een soort gymnastiek is, geestelijke oefening in het tegelijkertijd vasthouden van wat niet bij elkaar hoort.

Wat het brein doet bij een grap

Het bijzondere is dat het brein bij humor niet doet wat het normaal doet wanneer het iets tegenstrijdigs tegenkomt. Normaal triggert tegenstrijdigheid alarm. De anterior cingulate cortex, de conflictdetector van het brein, slaat aan. Stresshormonen schieten omhoog. Het zenuwstelsel bereidt zich voor op vechten of vluchten.

hersenen

Bij een grap gebeurt dit niet. Of, beter gezegd, de conflictdetector slaat wél aan, maar het systeem schakelt onmiddellijk over naar een andere modus. Cognitief psycholoog Henk van Steenbergen en zijn collega’s lieten zien dat humor de conflictdetector juist ondersteunt in plaats van overbelast. Het brein registreert de spanning, maar in plaats van alarm te slaan, ontlaadt het de spanning via lachen.

Lachen is dus letterlijk een fysiologische uitlaatklep voor cognitieve dubbelheid. Wanneer twee onverenigbare frames tegelijk in je brein bestaan, hoeft het lichaam dat niet als bedreiging te verwerken. Het kan, mits de context veilig is, omschakelen naar het parasympathische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. De nervus vagus, waarover ik schrijf in lachen is gezond, speelt hier een centrale rol.

Dit verklaart iets dat iedereen ervaart maar zelden benoemt: na een goede lachbui voelt een moeilijke situatie minder bedreigend. De spanning is er nog, het probleem is niet weg. Maar de manier waarop het lichaam de spanning vasthoudt, is veranderd. Niet alarmerend, maar draagbaar.

Met andere woorden: lachen is hoe het brein een paradox vasthoudt zonder eraan kapot te gaan.

De grote paradoxen van het leven

De grote paradoxen van het bestaan zijn op rationeel niveau onoplosbaar. Ze gaan niet weg, hoe lang je er ook over nadenkt. Een paar voorbeelden:

  • We zijn alleen geboren en we sterven alleen, én we hebben anderen nodig om mens te zijn
  • We willen vrij zijn, én we willen ergens bij horen
  • We willen veiligheid, én we willen avontuur
  • We hechten ons aan wat we liefhebben, én we weten dat alles wat we liefhebben tijdelijk is
  • We willen weten wie we zijn, én we veranderen voortdurend

Wie deze paradoxen eenzidig probeert “op te lossen”, loopt vast.

Humor biedt een derde uitweg.
De Amerikaanse psychiater George Vaillant, die ik in mijn humor-blog ook noem, beschouwt humor om deze reden als een van de meest volwassen psychologische cognitieve mechanismen. Niet vergelijkbaar met ontkenning, repressie of projectie (die juist één kant uitvegen), maar als een manier om de pijn en het leven tegelijk vast te houden. Onderzoek van Vaillant en zijn collega’s in de beroemde Harvard Grant Study, een van de langstlopende ontwikkelingsstudies ter wereld, koppelt dit type humor consistent aan psychologische gezondheid op lange termijn.

Geestelijke beweeglijkheid

Mensen met een goed gevoel voor humor zijn vaak ook mentaal flexibel. Dit is geen toeval. De geestelijke beweeglijkheid die humor vraagt, namelijk schakelen tussen frames, dubbelheid verdragen, kunnen kantelen van perspectief, is dezelfde beweeglijkheid die je nodig hebt om met paradoxen om te gaan. Wie veel met humor speelt, oefent in en/en-denken.

De gezonde vorm van humor is mild, niet hard. Niet alle humor traint de paradox-mindset. Sarcasme en cynisme zijn vaak juist één-kantige vormen van humor. Ze sluiten één kant van de paradox uit. Echte paradox-humor houdt beide kanten warm. De grap is mild, niet bitter; verbindend, niet uitsluitend. In het humor-blog werk ik dit verder uit aan de hand van de vier humorstijlen van Rod Martin.


Verwante blogs:

Literatuur

McGraw, A. P., & Warren, C. (2010). Benign violations: Making immoral behavior funny. Psychological Science, 21(8), 1141–1149.

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/and thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Van Steenbergen, H., Aben, B., & Notebaert, W. (2015). Humor effects on conflict adaptation. Cognition and Emotion, 29(7), 1322-1330.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Vaillant, G. E. (2012). Triumphs of experience: The men of the Harvard Grant Study. Belknap Press.

DeBettignies, B. H., & Goldstein, T. R. (2020). Improvisational theater classes improve self-concept. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, 14(4), 451–461.

Felsman, P., Gunawardena, S., & Seifert, C. M. (2020). Improv experience promotes divergent thinking, uncertainty tolerance, and affective well-being. Thinking Skills and Creativity, 35, 100632.

De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Sommige levensvragen laten zich niet oplossen. Werk of relatie? Stabiliteit of avontuur? Geven of opkomen voor jezelf? Wie van zulke vragen een keuze probeert te maken, raakt vaak verder van huis. In dit blog bespreek ik wat psychologen een “paradox-mindset” noemen, een manier van denken die spanning niet probeert weg te poetsen, maar ermee leert leven en eruit leert putten. Het sluit aan op mijn blogs over mastery mindset en veerkracht.

De verleiding van zwart/wit-denken

Mensen houden van duidelijkheid. Wanneer we voor een lastige keuze staan: een baan accepteren of niet, een relatie voortzetten of beëindigen, een kind dichtbij houden of meer ruimte geven: we voelen ons opgelucht zodra we gekozen hebben. De onzekerheid is voorbij. We weten waar we staan.

Maar die opluchting kent een prijs. De onderzoekers Wendy Smith en Marianne Lewis, auteurs van Both/And Thinking, laten zien hoe vaak we voor een tweedeling staan waar geen echte tweedeling is. Werk versus privé. Stabiliteit versus verandering. Trouw aan jezelf versus rekening houden met anderen. We doen alsof het of/of is, terwijl het in werkelijkheid en/en is.

Smith en Lewis maken een belangrijk onderscheid:

  • Een dilemma is een keuze tussen alternatieven die elk op zichzelf een logische oplossing bieden.
  • Een paradox zijn tegenstellingen die met elkaar verweven zijn, allebei waar, en die niet verdwijnen door een keuze.

Veel van wat we als dilemma’s beleven, zijn in werkelijkheid paradoxen. De vraag “kies ik voor mijn carrière of voor mijn gezin?” wordt nooit opgelost. Wie alles op carrière inzet, verliest iets thuis. Wie zich helemaal terugtrekt naar het gezin, verliest iets in zichzelf. De paradox blijft, hoe je ook kiest. Het echte werk is niet kiezen tussen de twee, maar leren bewegen met beiden.

Waarom we ervoor wegduiken

wegduiken

Spanning voelt vervelend. Lichamelijk: je hartslag stijgt, je krijgt knoop in je maag, je piekert. Cognitief: je hersenen zoeken meteen een uitweg richting zekerheid. Sociaal: we worden geprezen om besluitvaardigheid, niet om twijfel.

Psycholoog Leon Festinger noemde dit cognitieve dissonantie. Dit is de innerlijke spanning die ontstaat als we tegelijk twee dingen voelen of denken die niet bij elkaar lijken te passen. Het brein wil die dissonantie oplossen. Daarom verschuiven we ons zelfbeeld om bij onze keuzes te passen, of poetsen we de moeilijke kant van de keuze weg.

Smith en Lewis beschrijven drie valkuilen waar we in glijden wanneer we paradoxen proberen op te lossen door te kiezen en de knoop door te hakken:

  1. Konijnenholen: we worden goed in onze gekozen kant en gaan steeds dieper graven, ook als de wereld om ons heen verandert. Wie hard werken kiest boven rust, wordt steeds productiever, totdat het lichaam in opstand komt. Wie zekerheid kiest boven avontuur, raakt steeds meer vastgeroest in routine.

  2. Sloopkogels: als de verwaarloosde kant zich uiteindelijk meldt, slaan we te ver door naar de andere kant. Na jaren hard werken ineens alles loslaten. Na jaren zorgzaamheid ineens alleen voor jezelf opkomen. De slinger zwaait extreem, en richt schade aan.

  3. Loopgravenoorlog: we polariseren. We graven ons in op één kant en zien de andere kant als de vijand. In relaties, op het werk, in de politiek, overal zie je hoe een paradox die niet wordt erkend, leidt tot verharding.

Wie wel eens een conflict heeft gehad waarin iedereen op zijn standpunt bleef staan, herkent dit. Zoals ik in Constructieve relatieconflicten beschrijf, ligt onder veel oppervlakkige meningsverschillen een paradox die beide partijen anders wegen en niet een onenigheid die met argumenten te beslechten valt.

Yin en yang als een paradox symbool

Tegenstelling: De zwarte en witte delen weerspiegelen tegengestelde dualiteiten. Wederzijdse afhankelijkheid:
De zwarte en witte delen definiëren en versterken elkaar wederzijds, en vormen samen een perfecte, cirkelvormige eenheid.
Dynamiek : De zwarte en witte delen stromen voortdurend van kleiner naar groter, terwijl de tegenovergestelde stippen binnen elk deel laten zien hoe de ene kracht de andere in zich draagt, wat voortdurende beweging suggereert.

Wat is een paradox-mindset?

Tegenover het of/of-denken staat wat Smith en Lewis een paradox-mindset noemen: het vermogen om twee tegengestelde waarheden tegelijk vast te houden, zonder de spanning te willen opheffen. Niet “wat is het goede antwoord”, maar “hoe kan ik recht doen aan beide kanten over tijd”.

Drie grondaannames zijn de grondslag van een paradox-mindset:

1. Van enkelvoudige waarheid naar meervoudige waarheid. In plaats van te denken “wat ik vind is waar, het tegendeel is dus onwaar”, erken je dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Ik heb behoefte aan rust en aan stimulatie. Hij heeft gelijk en zij heeft gelijk. Mijn ouders waren liefdevol en tekortschietend.

2. Van schaarste naar mogelijkheid. In plaats van “er is maar zoveel te verdelen, dus iemand verliest”, denken: “hoe kan ik de taart vergroten?”. In plaats van “ik kan niet beide kanten dienen”, denken: “hoe kan ik beide kanten over tijd dienen?”.

3. Van controleren naar coping. Misschien wel het belangrijkste. Smith en Lewis stellen dat we paradoxen niet kunnen oplossen. Wat we wel kunnen is leren ze te hanteren, dus voorlopige antwoorden vinden, die we ldan ater weer bijstellen.

Dit derde punt sluit nauw aan op de mastery mindset: het accepteren dat groei eeuwig is, dat we nooit “klaar” zijn.

Twee soorten focus: het brein heeft beide nodig

Vanuit een heel andere hoek komt psychiater Srinivasan Pillay tot een verwante conclusie. In zijn boek Tinker Dabble Doodle Try (NL Minder focus, meer effect) laat hij zien hoe het brein twee modi heeft die afwisselend nodig zijn:

Het focuscircuit de “zaklamp” van het brein. Het stelt je in staat te concentreren, taken af te maken, doelgericht te zijn. Bèta-hersengolven. Gemarkeerd door duidelijkheid en richting.

Het ontfocus-circuit (het default mode network): “het brein doet even niets”, Het ontfocus-circuit is actief als je mijmert, dagdroomt, doelloos wandelt of in een warm bad ligt. Het maakt verbindingen tussen verleden, heden en toekomst. Het integreert losse stukjes informatie tot nieuwe gehelen. Het is de bron van creativiteit, intuïtie en zelfinzicht.

Volgens Pillay zit het probleem in onze moderne cultuur niet zozeer in een gebrek aan focus, maar in een focus-verslaving. We willen altijd productief zijn, doelgericht, “aan”. Maar wie alleen focust, mist het signaal van de andere kant. Hyperfocus put de prefrontale cortex uit. Beslissingen worden mechanisch, creativiteit verschraalt, het zicht op het geheel verdwijnt.

Concreet zijn er volgens Pillay verschillende manieren om bewust te “ontfocussen”:

  • Mijmeren — toelaten dat je gedachten dwalen zonder ze te sturen
  • Dagdromen
  • Wandelen, vooral in de natuur
  • Bewegen, dansen, zingen, met je handen werken
  • Kleine creatieve activiteiten zonder doel (“tinker, dabble, doodle”)
  • Meditatie en ademhalingsoefeningen
  • Vuistregel: na elke 45 minuten focus 15 minuten ontfocussen

Wie in een lastige paradox vstzit, doet er goed aan niet harder te denken, maar de focus juist los te laten. Veel doorbraken komen tijdens een wandeling, onder de douche, of vlak voor het inslapen. Dat is geen toeval. Het is hoe het brein werkt.

Onzekerheid: het probleem en de uitweg

Beide auteurs cirkelen rond hetzelfde punt: onzekerheid is de kern van wat paradoxen ongemakkelijk maakt. En onzekerheid is eng.

Onderzoek van neurowetenschapper Issidoros Sarinopoulos liet iets opmerkelijks zien. Hij toonde proefpersonen plaatjes, sommige neutraal, sommige beangstigend. Vóór een neutraal plaatje verscheen een O; vóór een eng plaatje een X. In sommige experimenten verscheen alleen een vraagteken. Onzekerheid dus over wat er kwam. De proefpersonen reageerden op het vraagteken heftiger dan op de X. Met andere woorden: niet-weten was erger dan slecht nieuws weten.

Dit verklaart veel. Mensen die in een onzekere periode zitten, over hun werk, hun relatie, hun gezondheid, voelen vaak meer stress dan mensen met een definitief slecht bericht. Het brein vindt zekerheid, ook negatieve, beter draagbaar dan ambiguïteit.

Tegelijk, en hier komt de paradox: onzekerheid is op zichzelf niet schadelijk. Onderzoek van Ingrid Haas en William Cunningham laat zien dat onzekerheid even goed nieuwsgierigheid en open-mindedness kan oproepen als angst en geslotenheid. Het verschil zit in of we ons bedreigd voelen. Wanneer dreiging hoog is, leidt onzekerheid tot vernauwing en defensieve reflexen. Wanneer we ons veilig voelen, leidt diezelfde onzekerheid tot onderzoeken, leren, spelen.

De praktische conclusie: voordat je een paradox of een onzekere situatie kunt aangaan, moet je eerst zorgen dat je niet in alarmtoestand staat. Anders zal het brein automatisch terugvallen op of/of-denken en vlucht- of vechtreflexen. Daarom werken ontspannen, wandelen, slapen, lichaamsbeweging en sociale steun niet als “oplossingen” voor de paradox, maar als manieren om het zenuwstelsel zo te bedaren dat je überhaupt helder kunt denken.

Emotionele flexibiliteit: het bittere én het zoete

Een van de mooiste inzichten uit Both/And Thinking gaat over emoties. We denken vaak dat goed omgaan met situaties betekent: “blijf positief”. Maar onderzoek van Naomi Rothman laat iets anders zien.

Mensen die emotionele flexibiliteit kunnen verdragen dus tegelijk positieve én negatieve gevoelens kunnen voelen en uiten blijken in onderhandelingen, samenwerkingen en relaties effectiever dan mensen die alleen het positieve of alleen het negatieve uitspreken. Wie zegt “ik vind dit moeilijk en ik geloof dat we eruit komen”, roept bij anderen vaak meer betrokkenheid op dan wie alleen het ene of het andere uitstraalt.

Dit is wat we “bitterzoet” noemen: een trouwerij waar verdriet om afwezigen meedoet. Een afscheid waar opluchting en verdriet samengaan. De goede momenten van een relatie die nu eindigt.

Voor de paradox-mindset is emotionele flexibiliteit wezenlijk. Wie zich niet toestaat tegelijk opgelucht én verdrietig te zijn, blij én bang, gemotiveerd én moe, zal de paradox zelf ook niet kunnen verdragen. Voor wie dit moeilijk vindt, helpt het om kleine stappen te zetten richting zelfcompassie: er mag van alles tegelijk zijn, je hoeft niet één gevoel te kiezen.

patroon

Praktische gereedschappen voor de paradox-mindset

Samenvattend een aantal concrete praktijken die de paradox-mindset versterken:

Bouw pauzes in. Tussen prikkel en reactie, tussen vraag en antwoord, tussen e-mail en reply. Een diepe ademhaling, een korte wandeling, een nacht slapen, dat schept de ruimte waarin niet je oude reflex maar je weloverwogen antwoord het wint.

Erken beide kanten van de spanning. Schrijf ze op. “Aan de ene kant verlang ik naar … aan de andere kant verlang ik naar …”. Het opschrijven alleen al haalt scherpte van het of/of weg. Vaak zie je dan dat beide kanten waardevol zijn, en dat het niet om kiezen maar om balanceren gaat.

Stel de vraag opnieuw. In plaats van “moet ik A of B kiezen”, probeer “hoe kan ik over tijd zowel A als B een plek geven?”. Vaak openen zich opties die je in het of/of-denken niet zag.

Zoek je hogere doel. Smith en Lewis benadrukken het belang van een overkoepelend doel of waarde dat boven de paradox uitstijgt. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet, kun je makkelijker bewegen tussen de twee kanten zonder je verloren te voelen. De zelfdeterminatietheorie noemt dit de behoefte aan zingeving, en in Welzijn en intrinsieke motivatie werk ik dit verder uit.

Experimenteer in kleine stappen. In plaats van één grote, onomkeerbare beslissing, neem je een proefballonnetje. Een paar maanden de nieuwe richting proberen. Twee dagen per week ander werk. Een kleine investering. Wat leer je? Dit is wat Pillay “tinkering” noemt: knutselen, uitproberen, voelen wat resoneert.

Laat ontfocus toe. Plan periodes zonder doel. Wandel zonder bestemming. Doe iets met je handen dat niet productief hoeft te zijn. Het brein heeft die modus nodig om paradoxen te integreren.

Oefen emotionele ambivalentie. Zeg uit: “Ik vind dit moeilijk en ik wil het”. “Ik ben verdrietig en ik ben dankbaar”. “Ik heb ruimte nodig en ik wil dichtbij zijn”. Niet als excuus voor onduidelijkheid, maar als eerlijke beschrijving van wat er is.

Lachen, humor en improvisatie
Lees meer in mijn blogs over humor en lachen.

Wanneer of/of-denken juist wél past

Tot slot een belangrijke nuance: niet elke beslissing is een paradox. Sommige keuzes zijn gewoon keuzes. “Wat eet ik vanavond?” hoeft geen existentiële spanning te zijn. “Welke trein neem ik?” ook niet. En sommige situaties vragen wél om een knoop doorhakken, bijvoorbeeld als iemand misbruik maakt van jouw ambivalentie, of wanneer uitstel kosten oplevert die te hoog zijn.

De paradox-mindset is niet “blijf eeuwig twijfelen”. Het is: herken wanneer je voor een écht dilemma staat (kies maar gewoon, dan ben je af) en wanneer voor een paradox (waar kiezen alleen tijdelijk verlicht en op termijn schaadt).

De vraag is dus altijd eerst: Heb ik hier te maken met een echte paradox, dus een onoverbrugbare tegenstelling, of met een eenvoudige keuze?


Literatuur

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/And thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Pillay, S. S. (2017). Tinker dabble doodle try: Unlock the power of the unfocused mind. Ballantine Books.

Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford University Press.

Dąbrowski, K. (1964). Positive disintegration. Little, Brown.

Rothman, N. B., & Northcraft, G. B. (2015). Unlocking integrative potential: Expressed emotional ambivalence and negotiation outcomes. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 126, 65-76.

Haas, I. J., & Cunningham, W. A. (2014). The uncertainty paradox: Perceived threat moderates the effect of uncertainty on political tolerance. Political Psychology, 35(2), 291-302.

Sarinopoulos, I., Grupe, D. W., Mackiewicz, K. L., Herrington, J. D., Lor, M., Steege, E. E., & Nitschke, J. B. (2010). Uncertainty during anticipation modulates neural responses to aversion in human insula and amygdala. Cerebral Cortex, 20(4), 929-940.

Johnson, B. (1992). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.

Langer, E. J. (1975). The illusion of control. Journal of Personality and Social Psychology, 32(2), 311-328.

Copingstrategieën: hoe ga je om met stress en tegenslag?

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met stress, tegenslag, verlies of conflicten. Dat is een onvermijdelijk deel van het leven. De vraag is niet of we lastige situaties tegenkomen, maar hoe we ermee omgaan. De manieren waarop we proberen met stress en moeilijke emoties om te gaan, noemen psychologen copingstrategieën.

coping

Wat is coping?

Het begrip “coping” komt uit het Engelse to cope with, omgaan met. De Amerikaanse stresspsycholoog Richard Lazarus introduceerde het begrip in 1984 samen met zijn collega Susan Folkman. Volgens hen zijn copingstrategieën alle cognitieve en gedragsmatige inspanningen om om te gaan met situaties die we als belastend ervaren.

Coping is geen eenmalige reactie maar een proces. We schatten een situatie in (Is dit bedreigend? Heb ik er invloed op?) en kiezen – vaak onbewust – een manier om ermee om te gaan. Sommige strategieën helpen ons echt verder, andere bieden tijdelijk verlichting maar maken het probleem op de lange termijn groter.

Probleemgerichte en emotiegerichte coping

Lazarus en Folkman onderscheidden twee hoofdvormen van coping.

Probleemgerichte coping richt zich op de situatie zelf. Je probeert het probleem te begrijpen, alternatieven te bedenken en stappen te zetten om iets te veranderen. Deze strategie werkt het beste wanneer je daadwerkelijk invloed kunt uitoefenen op wat er gebeurt.

Emotiegerichte coping richt zich op de gevoelens die de situatie oproept. Je probeert je emoties te reguleren, betekenis te geven aan de ervaring of steun te zoeken. Deze strategie is vooral nuttig wanneer de situatie zelf niet (meteen) te veranderen is — zoals bij verlies, ziekte of grote maatschappelijke onzekerheid, bijvoorbeeld bij geopolitieke dreiging.

In de praktijk hebben we beide vormen nodig, vaak tegelijkertijd.

Helpende copingstrategieën

De basis: goed voor je lichaam zorgen

Goede coping begint bij een goed onderhouden lichaam. Slaap, beweging en voeding zijn geen luxe maar de fundering waarop onze veerkracht rust. In mijn blog over leefstijl-interventies bij stress ga ik daar uitgebreid op in.

Ontspanning en ademhaling

Bij acute stress zorgt ons zenuwstelsel voor een vecht- of vluchtreactie. Bewust ontspannen en ademhalingsoefeningen zijn directe en effectieve manieren om dit systeem te kalmeren.

Emotieregulatie

Emoties zijn signalen, geen vijanden. Leren om je gevoelens te herkennen, te benoemen en serieus te nemen is een essentiële copingvaardigheid. Hierover heb ik geschreven in mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht.

Cognitieve herstructurering

Veel stress ontstaat niet door wat er gebeurt, maar door hoe we het interpreteren. Met technieken uit de cognitieve gedragstherapie leer je vastgeroeste denkpatronen herkennen en bijstellen. Dat helpt ook om minder te piekeren.

Zelfcompassie

In moeilijke tijden zijn we vaak het hardst voor onszelf. Zelfcompassie ( jezelf behandelen met dezelfde vriendelijkheid die je een goede vriend zou bieden) is een van de krachtigste vormen van emotiegerichte coping.

steun

Sociale steun

Mensen zijn sociale wezens. Verbondenheid en goede relaties zijn niet alleen prettig, maar ook bewezen beschermend tegen stress en depressie. Praten met iemand die luistert is op zichzelf al coping.

Natuur en beweging

Een wandeling in het bos of langs het strand werkt rustgevend op zenuwstelsel én geest. In mijn blog over natuurbeleving en welzijn leg ik uit waarom. In mijn praktijk werk ik graag als wandelcoach in de Haagse parken.

beukenbos boswandeling Natuurbeleving en welzijn

Humor

Een minder vaak genoemde, maar krachtige copingstrategie is humor. Lachen om jezelf, om absurde situaties of samen met anderen verlicht spanning, geeft afstand tot het probleem en versterkt de sociale band. Onderzoek van de Canadese psycholoog Rod Martin laat zien dat bepaalde humorstijlen, vooral verbindende en zelfondersteunende humor, bijdragen aan welzijn, terwijl andere vormen (cynisme, zelfvernederende humor) juist averechts werken. Aan humor als copingstrategie wijd ik binnenkort een serie blogs.

Niet-helpende copingstrategieën

Niet alle coping helpt. Vermijding, langdurig piekeren, voortdurend afleiding zoeken via schermen, of grijpen naar alcohol of eten geven kortstondig verlichting maar versterken het onderliggende probleem. Vaak weten we wel dat zulke strategieën niet helpen, maar we kiezen er toch voor omdat de gezondere alternatieven meer moeite kosten. Bewustwording is de eerste stap naar verandering.

Coping is een vaardigheid

Het goede nieuws is: coping is geen vaste karaktertrek, maar een set vaardigheden die je kunt leren en uitbreiden. Hoe meer copingstrategieën je tot je beschikking hebt, hoe flexibeler je kunt reageren op wat het leven brengt. Dat is precies wat we mentale weerbaarheid noemen.

In mijn coaching werk ik samen met cliënten aan het verbreden van hun copingrepertoire: minder gericht op vermijding en piekeren, meer op actief problemen aanpakken, emoties verwerken, steun zoeken … en ja, ook op de helende kracht van een goede lach.

Literatuur

  • Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer.
  • Carver, C. S., & Connor-Smith, J. (2010). Personality and coping. Annual Review of Psychology, 61, 679–704.
  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Mentale weerbaarheid en veerkracht

“Ik ben veerkrachtig.” Hoe waar is die uitspraak voor jou? Het is een van de items uit een veelgebruikte vragenlijst om veerkracht te meten, en het verraadt een hardnekkig misverstand: dat veerkracht een vaste eigenschap is die je nu eenmaal wel of niet hebt. De werkelijkheid is rijker en hoopvoller. Veerkracht is geen bezit maar een proces, en juist daarom valt eraan te werken. In dit artikel laat ik zien hoe recent onderzoek veerkracht opnieuw definieert, en hoe dat samenhangt met je eigen regie (agency) en met de weg uit aangeleerde hulpeloosheid.

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop
Mentale weerbaarheid en gezondheid

Veerkracht: geen eigenschap, maar een proces

De eerste onderzoekers naar veerkracht (resilience) waren ontwikkelingspsychologen in de jaren zeventig. Zij bestudeerden kinderen die opgroeiden onder zware omstandigheden en vroegen zich af waarom sommige van hen toch goed terechtkwamen. Hun eerste vermoeden, dat dit lag aan een bijzondere eigenschap die je wel of niet had, bleek niet te kloppen.

De meest recente en best onderbouwde opvattingis : veerkracht is een dynamisch proces van aanpassing aan een stressor, waarin die hulpbronnen meespelen. Niet iets wat je bent, maar iets wat zich voltrekt.

waaiboom een beeld voor weerbaarheid en resilience Coach en psycholoog Den Haag
waaiboom: een beeld voor weerbaarheid en resilience

Verschillende wegen naar veerkracht

veerkracht resilience mentale gezondheid

In het PI-PE-model (Psychologische Immuniteit–Psychologische Elasticiteit) van IJntema en collega’s is het nuttiger om te denken in paden dan in eigenschappen. Na een concrete stressor kun je verschillende kanten op:

*Soms ben je er psychologisch immuun voor: je blijft stabiel (duurzaamheid) of functioneert achteraf zelfs beter (bloei).
*Soms ben je elastisch: je wordt geraakt maar veert terug (herstel), zo nodig door anders naar jezelf of de situatie te leren kijken (transformatie).
*En soms loopt het vast in een niet-veerkrachtig pad: vasthouden aan gedrag dat niet meer past (rigiditeit) of je onvoldoende kunnen aanpassen (kwetsbaarheid).

Antifragiliteit is een soort van veerkracht. Dit is een begrip van Nassim Taleb voor systemen die juist sterker worden van de juiste dosis stress, net als het trainen met gewichten. Dit is verwant aan wat de stressonderzoeker Hans Selye eustress (nuttige stress) noemde. De kernvraag is dus niet alleen “Hoe kom ik er weer bovenop?”, maar ook: welk soort veerkracht vraagt deze situatie? Soms is teruggaan naar hoe het was passend, maar soms is het beter om mee te bewegen naar iets nieuws.

Stabiliteit is nog geen veerkracht

instabiele structuur

Een belangrijke waarschuwing uit de systeemwetenschap: stabiliteit en veerkracht zijn niet hetzelfde. Soms lijkt een system (een mens is een systeem, maar ook een huwelijk, of een gezin, of een land) stabil en klapt toch ineens heel snel in elkaar.
Wel merk je al voor de instorting, al dat het systeem, of de mens, niet meer flexiebel reageert. Voor werkstress en burn-out is dat een waardevol inzicht: blijf niet alleen letten op de snelle, zichtbare signalen (“ik draai nog mee”), maar juist op de trage: herstel je nog van een drukke week, of duurt dat steeds langer?

Veerkracht en je eigen regie

Welk pad je opgaat, hangt volgens het PI-PE-model af van een combinatie van factoren:
*de aard, ernst en duur van de stressor;
*je eerdere ervaringen ermee; de betekenis die je eraan geeft;
*en bevorderende én belemmerende factoren in jezelf én in je omgeving.

Veerkracht is dus niet puur individueel maar systemisch: ook je omgeving doet mee. We zouden daarom niet te snel moeten oordelen dat de één “veerkrachtiger” is dan de ander. Misschien was de stressor zwaarder of de omgeving kariger.

Precies in die betekenisgeving zit de brug naar je eigen regie. Hoe je een tegenslag uitlegt, dus je attributiestijl, bepaalt mede welk pad je inslaat. Zie je een tegenslag als iets persoonlijks, blijvends en allesomvattends, dan bewandel je in feite een niet-veerkrachtigepad. Dit is een teken van aangeleerde hulpeloosheid: het gevoel dat je handelen er toch niet toe doet.
Als he lukt om te leren om er anders naar te kijken en opnieuw te ervaren dat je wél invloed hebt open je juist de weg naar herstel en transformatie.
Dat is dezelfde beweging die ik beschrijf in verdriet, angst en boosheid: van klacht naar kracht en in meer zelfcompassie.

patroon

Hoe versterk je veerkracht?

Omdat veerkracht een proces is, valt het niet af te vinken met één training. Het PI-PE-model wijst op meerdere aangrijpingspunten:

  • De stressor doseren waar dat kan, zodat je niet ineens overvraagd wordt. Bijvoorbeeld rust zoeken.
  • Ervaring opbouwen met terugkerende stressoren. Een goed gedoseerde uitdaging maakt sterker (het antifragiliteits-idee), mits er ruimte is om te herstellen en te leren.
  • Inzicht krijgen in de betekenis die je aan een ervaring geeft, en alternatieve betekenissen onderzoeken. Lees meer over alternatieve gedachten in mijn blog over Cognitieve gedragstherapie.
  • Gerichte persoonlijke hulpbronnen versterken, zoals een mastery mindset en passende copingstrategieën.
  • Gerichte omgevingshulpbronnen versterken: steun, verbondenheid en een werkomgeving die je autonomie ondersteunt.
zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid
  • Belemmerende factoren wegnemen of verminderen, zoals opgestapelde andere stressoren. Bijvoorbeel hulp inhuren voor schoonmaak, financiele organisatie etc.

Veerkracht is dus dynamisch, systemisch en te beïnvloeden. De vraag is niet langer “ben ik veerkrachtig?”, maar “welk pad wil ik op, en wat heb ik daarvoor nodig, in mezelf én om me heen?”. Daarmee is mentale veerkracht onlosmakelijk verbonden met je eigen regie. In coaching is het versterken van die regie, en het stap voor stap herwinnen ervan na aangeleerde hulpeloosheid, vaak de rode draad.

Literatuur

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman.

Holling, C. S. (1973). Resilience and stability of ecological systems. Annual Review of Ecology and Systematics, 4, 1–23.

IJntema, R. (2021). Psychologische veerkracht: een uitdaging in alle opzichten. De Psycholoog, 56(11), 10–21.

IJntema, R. C., Schaufeli, W. B., & Burger, Y. D. (2023). Resilience mechanisms at work: the Psychological Immunity–Psychological Elasticity model of psychological resilience. Current Psychology, 42, 4719–4731.

Klaas, B. (2026, 4 juni). What is resilience? The Garden of Forking Paths.

Scheffer, M., e.a. (2009). Early-warning signals for critical transitions. Nature, 461, 53–59.

Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things that gain from disorder. Random House.

Emotiekennis en emotieregulatie

Emoties horen bij de meest directe ervaringen die we hebben. Tegelijk weten we vaak niet goed wat we met onze emoties aan moeten. We worden overvallen door boosheid, lopen vast in piekeren of voelen ons somber zonder te kunnen zeggen waarom. De neiging is dan om emoties te zien als iets wat we moeten wegdrukken of “onder controle krijgen”. Maar dat is niet hoe het werkt, en het helpt vaak niet.

Emotiekennis ervaring benoemen cognitie emotionele intelligentie emotieregulering emotieregulatie coping welzijn veerkracht weerbaarheid gedragsverandering

Twee vaardigheden maken het verschil bij het omgaan met emoties. De eerste is emotiekennis: je gevoelens leren herkennen, benoemen en begrijpen. De tweede is emotieregulatie: leren omgaan met wat je voelt, zodat je emoties je informeren in plaats van overspoelen. Deze pagina geeft een overzicht van beide en verwijst naar de verdiepende artikelen waarin ik er dieper op inga.

Wat zijn emoties eigenlijk?

Lange tijd gold het gevoel als de tegenpool van het verstand: iets primitiefs dat de heldere rede in de weg zit. De moderne psychologie kijkt er anders naar. Emoties zijn functioneel. Ze zijn signalen die ons helpen navigeren: angst wijst op mogelijk gevaar, boosheid op een geschonden grens, verdriet op verlies, vreugde op iets wat de moeite waard is. Wie zijn emoties als vijand behandelt, gooit waardevolle informatie weg.

cognitie gedrag

Twee inzichten kleuren dat beeld verder in. Ten eerste construeert je brein emoties actief; ze zitten niet als kant-en-klare “vingerafdrukken” in je lijf, maar ontstaan uit lichamelijke signalen die je brein een betekenis geeft. Ten tweede zijn emoties niet alleen iets van binnen: ze spelen zich ook af tussen mensen, als een vorm van communicatie. Beide invalshoeken werk ik verderop uit. Voor nu is de kern: voordat je je emoties kunt sturen, helpt het om te begrijpen wat ze zijn en wat ze je vertellen.

Emotiekennis: je gevoelens leren herkennen

Niet iedereen ervaart emoties even genuanceerd. De een voelt vooral “rot” of “goed”, de ander kan onderscheid maken tussen teleurstelling, schaamte, irritatie en gekwetstheid. Dat verschil heet emotionele granulariteit: het vermogen om je gevoelens fijnmazig te benoemen. Het klinkt als een detail, maar het heeft gevolgen. Wie preciezer benoemt wat hij voelt, kan er ook gerichter naar handelen. Mensen met een rijker emotievocabulaire blijken dan ook veerkrachtiger om te gaan met stress.

Emotiekennis begint dus bij taal en bij zelfkennis: stilstaan bij wat je voelt, het een naam geven en onderzoeken waar het vandaan komt. In het blog Verdriet, angst en boosheid: van klacht naar kracht laat ik zien hoe juist de “lastige” emoties een motor voor verandering kunnen zijn, en in Betere zelfkennis hoe je jezelf werkelijk leert kennen.

Emotieregulatie: omgaan met wat je voelt

Emotieregulatie wordt vaak verward met emoties onderdrukken. Dat is een misverstand. Op de lange duur is dit zelfs contraproductief, want wat je wegdrukt komt meestal ergens anders terug. Goede emotieregulatie is iets anders: het is de vaardigheid om aanwezig te blijven bij wat je voelt, er wat ruimte te scheppen en vervolgens te kiezen wat bij je past.

Twee benaderingen vullen elkaar daarbij mooi aan. De eerste is hercategoriseren: dezelfde lichamelijke sensatie een andere betekenis geven. Bijvoorbeeld de kriebels vóór een presentatie niet labelen als “angst” maar als “spanning die me scherp maakt”. De tweede is emotionele flexibiliteit: niet vastlopen in je automatische reacties, maar afstand nemen van je gedachten en handelen vanuit je waarden. Beide werk ik uit in het blog Emotionele flexibiliteit: je emoties begrijpen en sturen.

Voor concrete handvatten sluiten ook bestaande artikelen hierop aan: Copingstrategieën over hoe je met stress en tegenslag omgaat, Cognitieve gedragstherapie over het bijsturen van gedachten en gedrag, en Meer zelfcompassie over milder zijn voor jezelf wanneer het moeilijk is.

patroon

Emoties spelen zich af tussen mensen

Emoties zijn deel van belangrijk bewuste en onbewuste communicatie tussen mensen. Een sombere of teleurgestelde gelaatsuitdrukking, een stem die scherper wordt, tranen of een glimlach: dit zijn signalen die anderen aflezen en waar ze op reageren. Zo sturen emoties relaties, conflicten, samenwerking en leiderschap, vaak zonder dat we het doorhebben. Emoties zijn bovendien besmettelijk: stemmingen verspreiden zich van mens tot mens.

Deze sociale kant van emoties verdient een eigen verhaal. In het blog Emoties als sociale informatie ga ik in op de vraag hoe we elkaar met onze emoties beïnvloeden. Dit blog sluit aan op mijn relatieblogs, met onder meer Betere relaties, Constructieve relatieconflicten en Feedback geven en ontvangen.

emoties erkennen

Emotieregulatie en eigen regie

Waarom is dit alles belangrijk? Omdat het raakt aan iets groters: je agency, of eigen regie: het gevoel zelf aan het roer van je leven te staan. Wie zijn emoties niet begrijpt, wordt erdoor geleefd: reageert automatisch, vermijdt of ontploft. Wie ze leert kennen en reguleren, krijgt keuzevrijheid terug. Dit gebeurt als je tussen de prikkel en de reactie ruimte te schept waarin je eigen keuze past.

Emotiekennis en emotieregulatie zijn in die zin bouwstenen van eigen regie. Hoe deze samenhangen met autonomie, motivatie en veerkracht lees je op de pagina over agency en eigen regie en in het artikel over autonomie als psychologische basisbehoefte.

In mijn werk als coach staat de verandering van overspoeld worden naar zelf sturen vaak centraal. Het begint klein: stilstaan bij wat je voelt, het preciezer benoemen, en van daaruit kiezen wat bij je past.

Literatuur

  • Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)
  • David, S. (2017). Emotionele flexibiliteit: laat los, omarm verandering en bloei op in je werk en je leven. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij. (Oorspronkelijke titel: Emotional Agility, 2016.)
  • Van Kleef, G. A. (2012). Op het gevoel: hoe we elkaar beïnvloeden met onze emoties. Amsterdam: Atlas.
  • Van Kleef, G. A. (2009). How emotions regulate social life: The emotions as social information (EASI) model. Current Directions in Psychological Science, 18(3), 184–188.

Lachen is gezond

Dit blog is een aanvulling op mijn blog Humor als copingstrategie. Daar besprak ik humor vooral als geestelijke vaardigheid, als een manier om met stress, tegenslag en relaties om te gaan. In dit blog kijk ik naar de andere kant: wat er fysiek gebeurt in je lijf en je brein wanneer je lacht, en waarom lachen letterlijk gezond is.

Een complex neurologische proces

Lachen lijkt simpel. Iemand vertelt een grap, je schiet in de lach, klaar. Maar in die paar tellen voltrekt zich iets opmerkelijks: een complex neurologische proces waaraan vrijwel je hele brein meedoet.

maria trepp psycholoog

Een gewone emotie blijft beperkt tot enkele specifieke gebieden in het brein. Lachen is anders. EEG-onderzoek laat zien dat een grap binnen ongeveer een halve seconde een elektrisch circuit op gang brengt dat door talloze hersengebieden tegelijk loopt.

Dit verklaart ook waarom humor zo’n krachtige vorm van denken is. Zoals ik in mijn blog over humor als copingstrategie beschreef, doet een grap precies wat cognitieve gedragstherapie probeert te doen: een situatie van een andere kant bekijken. Alleen sneller en speelser.

Lachen tegenover vechten of vluchten

Onder stress schiet ons lichaam in de oude reflex van fight or flight. Stresshormonen als cortisol en adrenaline schieten omhoog, het hart bonkt, de spieren spannen aan, het denken vernauwt. Heel handig als je een tijger moet ontvluchten, minder handig als je in de file staat of een lastige e-mail moet beantwoorden.

Lachen werkt precies de andere kant op. Het onderdrukt cortisol en adrenaline. Het schakelt het stresssysteem terug. In neurologische zin is lachen een soort tegengif voor chronische stress.

Een centrale rol hierin speelt de nervus vagus, de “zwervende zenuw” die je hersenstam verbindt met je hart, longen en darmen. Deze zenuw is de hoofdader van het parasympatische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. Wanneer je lacht, prikkel je deze zenuw. Het signaal aan je lichaam: je bent veilig, je mag ontspannen, je mag verteren, vannacht mag je goed slapen.

Dat is geen kleine zaak. Veel mensen die ik in mijn praktijk spreek leven chronisch in een lichte vorm van vecht-vluchtmodus, altijd alert, altijd “aan”. In mijn blog over stressmanagement door ademhaling beschrijf ik hoe je via ademhaling het parasympatische systeem aanzet. Lachen doet hetzelfde, maar dan via een heel andere route.

hersenen

Hormonen van geluk en verbinding

Lachen activeert ook de aanmaak van een paar bijzondere stoffen in het brein:

Dopamine: de neurotransmitter van plezier en motivatie. Geeft het lichte gevoel van genoegen, voldoening en levenslust.

Endorfines: lichaamseigen pijnstillers, verwant aan opiaten. Daarom voel je je na een goede lachbui ontspannen en soms zelfs licht euforisch. Endorfines verklaren ook waarom onderzoek consistent laat zien dat lachen pijn vermindert — niet als gevoel maar als meetbaar feit.

Oxytocine: het hormoon van binding en vertrouwen. Wordt afgegeven bij aanraking, intimiteit, en bij samen lachen. Het maakt dat je je verbonden voelt met de mensen om je heen.

Dit cocktail-effect verklaart waarom samen lachen zo’n krachtige sociale lijm is. Eén schaterende vergadering kan een team meer doen dan tien teambuildingsworkshops. Een gedeeld lachmoment met je partner ontspant een spannende avond. Lachen met je kind versterkt de band op een diepe, voortalige laag. Kinderen lachen al voordat ze kunnen praten!

samen verbondenheid

In neurowetenschappelijke termen: lachen synchroniseert de hersenen. Wanneer twee mensen samen lachen, raken hun zenuwstelsels even afgestemd op dezelfde frequentie. Dat is geen vage poëzie; het is meetbaar. Dit is een van de mooiste vormen van verbondenheid die we kennen, een van de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie.

Een lichamelijke ervaring

Lachen is intiem, en het is fysiek. Je trilt ervan. Het beweegt je hele lichaam, buikspieren, middenrif, schouders, gezicht. Je kunt niet lachen zonder dat je lichaam meedoet.

Daarmee staat lachen in een klein, kostbaar rijtje van ervaringen die de scheiding tussen geest en lichaam tijdelijk opheffen. Dansen hoort erbij. Zingen ook. Vrijen. Diep huilen. Bewegen in de natuur. Het zijn momenten waarop je niet alleen denkt dat je leeft, maar het ook door en door voelt.

Misschien is dit ook waarom lachen zo verkwikkend is na een periode van piekeren. Wie veel piekert, zit “in zijn hoofd”, is losgeraakt van het lichaam, vastgezet in een vernauwd circuit. Lachen breekt dat circuit open. Het haalt je terug naar het hier en nu, naar het lijf. Voor wie veel piekert, kan dit een nuttige observatie zijn, naast wat ik beschrijf in mijn blog over minder piekeren.

De fysieke voordelen op een rij

Wat doet lachen verder voor het lichaam? Onderzoek koppelt regelmatig lachen aan:

  • Betere doorbloeding. De bloedvaten verwijden zich. Onderzoek laat zien dat lachen de stijfheid van de slagaderwanden vermindert, een belangrijke factor in hart- en vaatziekten.
  • Spierontspanning. Na een lachbui zijn je spieren tot wel 45 minuten meer ontspannen.
  • Een sterker immuunsysteem. Lachen verhoogt de activiteit van natural killer cells en versterkt de antilichaamrespons.
  • Pijnvermindering. Via de endorfines, maar ook door afleiding van het pijnsignaal.
  • Betere spijsvertering. Via de nervus vagus krijgt het verteringssysteem het sein dat het veilig is om aan het werk te gaan.
  • Beter slapen. Diezelfde nervus vagus brengt het zenuwstelsel ’s avonds tot rust.

Lachen leren

Het mooie is: je kunt lachen cultiveren, zelfs als het er door omstandigheden bij is ingeschoten. Een paar concrete dingen die helpen:

Omring je met mensen die lachen. Lachen is besmettelijk. De neuronen die bij lachen betrokken zijn vuren ook wanneer je iemand anders ziet lachen. In welk gezelschap je leeft, vormt hoeveel je lacht.

Kijk en lees grappige dingen. Tien minuten goede stand-up, een column die je laat schateren, een grappige podcast, het zijn kleine investeringen met grote opbrengst. In stressvolle periodes is dit geen luxe, het is medicijn.

Speel met kinderen. Of met huisdieren. Of met vrienden. Spel en lach zijn nauw met elkaar verbonden. Wie meer wil spelen, lacht vanzelf meer.

Lach met jezelf, niet om jezelf. Het verschil zit in mildheid. Lachen om je eigen onhandigheid op een liefdevolle manier hoort bij zelfcompassie. Jezelf vernederen voor het amusement van anderen niet.

zelfcompassie

Beweeg. Bewegen, dansen, gek doen, alles wat je lijf in beweging zet, maakt lachen makkelijker.

Glimlach bewust. Onderzoek naar de zogeheten facial feedback hypothesis suggereert dat zelfs een bewust opgezette glimlach een licht positief effect heeft op je stemming. Niet als wondermiddel, maar als klein duwtje in de goede richting.

Een waarschuwing tegen verkrampte vrolijkheid

Tot slot een belangrijke kanttekening. Lachen is geen plicht. Geforceerd vrolijk doen (toxic positivity) kan juist een vorm van vermijding worden. Wie zijn verdriet of zijn boosheid alleen maar weglacht, verwerkt niets. Dan wordt humor een dekmantel, geen verwerking. Mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht gaat hier verder op in: emoties dragen informatie, en die wegduwen werkt op termijn niet.

De gezonde vorm van lachen is de lach die naast je serieuze gevoelens mag bestaan. Niet erin plaats van. Je mag verdrietig zijn en tegelijk schateren om iets absurds in de situatie. Je mag boos zijn en tegelijk de ironie ervan zien. Dat is juist geestelijke beweeglijkheid. Dat is, om met de Amerikaanse psychiater George Vaillant te spreken, een van de meest volwassen vormen waarop het menselijk brein met zijn eigen pijn omgaat.

Mentale weerbaarheid

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop

Lachen is een diep verankerde biologische en sociale praktijk die je hart, je brein, je immuunsysteem, je relaties én je mentale weerbaarheid versterkt. Het kost niets, vraagt geen techniek, en het werkt binnen seconden.

In mijn coaching merk ik vaak dat mensen die in een moeilijke periode zitten, het lachen tijdelijk zijn kwijtgeraakt. Het terugvinden van die lach is een van de beste signalen dat zich iemand weer losser voelt en meer grip heeft op het leven.

Lachen is, met andere woorden, een vorm van veerkracht die in je lichaam is ingebouwd.

waaiboom een beeld voor weerbaarheid en resilience Coach en psycholoog Den Haag
waaiboom, een beeld voor weerbaarheid en resilience

Meer lezen

Literatuur en bronnen

Carr, J. (2024). You Gotta Laugh. Substack essay. https://officialjimmycarr.substack.com/p/you-gotta-laugh

Derks, P., Gillikin, L. S., Bartolome-Rull, D. S., & Bogart, E. H. (1997). Laughter and electroencephalographic activity. Humor: International Journal of Humor Research, 10(3), 285-300.

Pierce, J. E., & Péron, J. (2020). Motor and limbic system contribution to emotional laughter across the lifespan. Cerebral Cortex, 30(5), 3381-3391.

Wagner Cook, S., & Goldin-Meadow, S. (2024). Recent research on laughter and the immune system, vagal tone, and cardiovascular health (overzichten).

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Posttraumatische groei

 

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action”. Hij heeft er een nieuwe term voor gevonden: salvaction). Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een or concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Lees verder “Posttraumatische groei”

 

Posttraumatische groei is een term die verwijst naar positieve psychologische veranderingen die als gevolg van een ongeval, trauma en andere moeilijkheden van het leven kunnen optreden. Na trauma en ongeluk worden niet altijd de symptomen van stress en PTSS (posttraumatische stressstoornis) vastgesteld, maar kan op den duur ook succesvolle persoonlijke groei plaats vinden.

Primo Levi

Primo Levi schrijft bijvoorbeeld over het proces van rijping en ervaring, die hij zelfs in een concentratiekamp heeft ondergaan (“salvation through action”. Hij heeft er een nieuwe term voor gevonden: salvaction). Viktor Frankl heeft zijn verblijf in een or concentratiekamp verwerkt in het boek Man’s Search for Meaning (Duits: Trotzdem Ja zum Leben sagen). Frankl concludeert uit zijn ervaring dat psychologische reacties niet alleen het gevolg van de omstandigheden van het leven zijn, maar dat ook bij ernstig lijden nog een vrijheid van keuze is.

Lees verder “Posttraumatische groei”