
Wat is een goed leven? De psychologie heeft op die vraag de afgelopen veertig jaar twee antwoorden gegeven.
Het eerste antwoord is het gelukkige leven: een leven waarin iemand tevreden is met hoe het gaat, vaker positieve dan negatieve emoties ervaart en zich thuis voelt in zijn omstandigheden.
Het tweede antwoord is het betekenisvolle leven: een leven met richting en doel, waarin iemand het gevoel heeft ertoe te doen en bij te dragen aan iets dat groter is dan hijzelf.
De Amerikaans-Japanse psycholoog Shigehiro Oishi voegt daar een derde antwoord aan toe: het psychologisch rijke leven. Een psychologisch rijk leven is een leven vol uiteenlopende, interessante en vaak perspectiefveranderende ervaringen. Deze pagina beschrijft wat Oishi met psychologische rijkdom bedoelt. Ook lees je hoe psychologische rijkdom zich onderscheidt van geluk en betekenis.
Twee klassieke antwoorden: geluk en betekenis
Subjectief welbevinden

Het eerste antwoord, het gelukkige leven, komt uit de traditie van het onderzoek naar subjectief welbevinden. Subjectief welbevinden bestaat uit drie onderdelen: tevredenheid met het leven als geheel, een hoge frequentie van positieve emoties en een lage frequentie van negatieve emoties. Het gaat in deze traditie nadrukkelijk niet om intense pieken van vreugde, maar om de vraag of iemand zelf vindt dat zijn leven goed verloopt. De belangrijkste les van veertig jaar onderzoek naar subjectief welbevinden is dat geluk vooral een kwestie is van frequentie: kleine, herhaalbare, plezierige activiteiten dragen meer bij aan een gelukkig leven dan grote, zeldzame gebeurtenissen. Wie gelukkig wil zijn, doet er goed aan tevreden te zijn met wat er is, dankbaar te zijn en niet steeds naar meer te streven.
Betekenisvol leven

Het tweede antwoord, het betekenisvolle leven, ontstond als kritiek op het eerste. Een leven kan subjectief gelukkig zijn en toch weinig waard, wanneer het alleen om de persoon zelf draait. Een betekenisvol leven heeft volgens het onderzoek drie kenmerken: het gevoel er toe te doen voor anderen, een duidelijke richting of doel, en samenhang tussen de verschillende rollen en levensfasen. Betekenis komt in de praktijk vooral uit stabiele bronnen: familie, werk, een gemeenschap, een levensbeschouwing. Wie betekenis zoekt, kiest doorgaans één of twee terreinen waar hij zich langdurig aan verbindt, zodat hij het resultaat van zijn inzet kan zien.
Beide antwoorden, het gelukkige leven en het betekenisvolle leven, komen samen in het begrip flourishing, dat in de positieve psychologie de standaardomschrijving van een goed leven is geworden. Flourishing verenigt het subjectief welbevinden (“hedonisch” element, plezier en tevredenheid), met betekenis en bijdrage (“eudaimonisch” element).
Wat er ontbreekt: openheid, nieuwsgierigheid en verandering
Is stabiliteit wel alles?

Bij flourishing of welbevinden of zingeving ontbreekt een element.
De voorspellers van een gelukkig leven en van een betekenisvol leven wijzen namelijk allemaal in dezelfde richting: stabiliteit. Een stabiele relatie, een stabiele baan, een stabiele gemeenschap, een vaste routine. Mensen met vaste routines vinden hun leven betekenisvoller, en mensen die zich in hun vertrouwde omgeving bewegen zijn gelukkiger. Dat is op zichzelf niet verrassend, maar het roept een vraag op: wat gebeurt er met de mensen die stabiliteit juist niet zoeken? Met de mensen die het liefst verkennen, reizen, van baan wisselen, moeilijke boeken lezen en onbekende plekken opzoeken?
Persoonlijkheidsonderzoek

Een tweede observatie komt uit de persoonlijkheidspsychologie. Van de vijf grote persoonlijkheidstrekken, de zogeheten Big Five, hangen er vier duidelijk samen met geluk en betekenis.
Maar één persoonlijkheidsdimensie doet dat opvallend weinig: openheid voor ervaring, de neiging tot nieuwsgierigheid, verbeelding en het opzoeken van het onbekende. Een gelukkig leven en een betekenisvol leven zijn dus goed mogelijk zonder openheid voor ervaring. Maar als openheid voor ervaring nauwelijks bijdraagt aan de twee bestaande maten van een goed leven, dan meten die twee maten kennelijk niet alles wat mensen aan een leven waardevol vinden. Het leven van de ontdekkingsreiziger, de kunstenaar, de avonturier valt buiten het bereik van geluk en betekenis zoals de psychologie die tot nu toe heeft gemeten.
Psychologische rijkdom: definitie en toets

Oishi en zijn collega’s omschrijven het psychologisch rijke leven als een leven vol diverse, interessante en perspectiefveranderende ervaringen. Die laatste eigenschap, perspectiefverandering, is de kern. Niet elke ongewone ervaring is psychologisch rijk. Een vreemd gerecht eten of een merkwaardig tafereel zien is interessant, maar verandert niets aan hoe iemand naar de wereld kijkt. Een ervaring is pas psychologisch rijk wanneer zij een vooronderstelling aan het wankelen brengt: over een groep mensen, over zichzelf, over hoe de dingen werken. De toets is dus niet of iets nieuw of spannend was, maar of iemand er anders door is gaan denken.
Psychologische rijkdom
Daarmee onderscheidt psychologische rijkdom zich van geluk en van betekenis op een aantal punten:
*Een rijke ervaring hoeft niet prettig te zijn. Een half jaar studeren in het buitenland, een moeilijke opleiding, een mislukte onderneming of een ingrijpend verlies kunnen allemaal psychologisch verrijkend zijn, terwijl ze op het moment zelf verwarrend, vernederend of pijnlijk waren.
*Een rijke ervaring hoeft ook nergens toe te dienen. Waar betekenis morele overtuiging vraagt, een gevoel dat men op de goede weg is, is psychologische rijkdom spontaan en open: men weet niet van tevoren waar het heen gaat. Betekenis is toekomstgericht en doelgericht; psychologische rijkdom laat zich verrassen.
*Een derde onderscheid betreft de emoties. Mensen met een gelukkig leven en mensen met een betekenisvol leven rapporteren beiden veel positieve en weinig negatieve emoties. Mensen met een psychologisch rijk leven rapporteren veel positieve emoties én veel negatieve emoties.

Sensatiesucht?
Oishi onderscheidt psychologische rijkdom uitdrukkelijk van sensatiezucht. De sensatiezoeker wil steeds opnieuw een prikkel, zakt daarna terug naar zijn uitgangspunt en heeft dan weer een nieuwe prikkel nodig. Psychologische rijkdom werkt niet zo. Psychologische rijkdom is cumulatief: zoals materiële rijkdom een vermogen is dat zich opbouwt, is psychologische rijkdom een portefeuille van ervaringen, inzichten en verhalen die zich in de herinnering opstapelen. Daarvoor is reflectie nodig. Wie ervaringen niet verwerkt en niet onthoudt, bouwt geen rijkdom op. Dat betekent ook dat er zoiets bestaat als te veel rijkdom: wie in korte tijd meer meemaakt dan hij kan verwerken, houdt er weinig aan over.

Boeken, films, kunst
Psychologische rijkdom hoeft ten slotte niet uit eerste hand te komen. Boeken, films, muziek en kunst zijn volgens Oishi belangrijke bronnen van rijkdom, omdat ze iemand in staat stellen tijdelijk een ander leven te leiden en de wereld door andere ogen te zien. Mensen die veel literaire fictie lezen, blijken bijvoorbeeld complexere verklaringen te geven voor het gedrag van anderen dan mensen die dat niet doen.
Persoonlijkheid, cultuur en levensloop
Welke van de drie dimensies van een goed leven iemand zoekt, hangt samen met persoonlijkheid, waarden en omgeving. Mensen die esthetische en theoretische waarden hoog aanslaan, mensen die kunst, ideeën en het verkennen van de wereld belangrijk vinden, neigen naar psychologische rijkdom. Mensen met sterke sociale en financiële waarden neigen naar het gelukkige leven; mensen met sterke religieuze of maatschappelijke waarden naar het betekenisvolle leven. Deze verschillen zijn deels aangeboren en deels gevormd door opvoeding en omgeving, zoals bij persoonlijkheidstrekken in het algemeen. De pagina over persoonlijkheid in de levensloop gaat daar verder op in.

De voorkeur voor verschuift ook met de levensfase. Studenten in hun eerste jaar kiezen in meerderheid voor een rijk leven: ze zijn net aangekomen en willen verkennen. Enkele jaren later is het populairste antwoord een gelukkig leven, en tegen het einde van de studie een betekenisvol leven. Oishi vermoedt dat iets soortgelijks zich rond de pensionering herhaalt: vóór het pensioen wil men een nalatenschap achterlaten, daarna ontstaat opnieuw ruimte voor verkenning. Daarnaast speelt de omgeving een rol. Wie onder stress staat, zoekt het vertrouwde en verkent niet; verkenning veronderstelt een veilige basis. En de cultuur waarin iemand leeft bepaalt mede welke dimensie bereikbaar en gewaardeerd is.

Drie dimensies, geen ranglijst
Oishi benadrukt dat zijn theorie geen pleidooi is om psychologische rijkdom na te streven. Het is een pleidooi om de vraag naar het goede leven ruimer te stellen. Wie geen geluk of betekenis vindt, zoekt misschien iets anders, en heeft daar tot nu toe geen woord voor gehad. Wie wél gelukkig is, kan merken dat het vertrouwde ook saai kan worden; wie zich langdurig aan één doel verbindt, kan merken dat de wereld daardoor klein wordt. In beide gevallen biedt de derde dimensie een uitweg die niet ten koste gaat van de eerste twee.



















