De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Sommige levensvragen laten zich niet oplossen. Werk of relatie? Stabiliteit of avontuur? Geven of opkomen voor jezelf? Wie van zulke vragen een keuze probeert te maken, raakt vaak verder van huis. In dit blog bespreek ik wat psychologen een “paradox-mindset” noemen, een manier van denken die spanning niet probeert weg te poetsen, maar ermee leert leven en eruit leert putten. Het sluit aan op mijn blogs over mastery mindset en veerkracht.

De verleiding van zwart/wit-denken

Mensen houden van duidelijkheid. Wanneer we voor een lastige keuze staan: een baan accepteren of niet, een relatie voortzetten of beëindigen, een kind dichtbij houden of meer ruimte geven: we voelen ons opgelucht zodra we gekozen hebben. De onzekerheid is voorbij. We weten waar we staan.

Maar die opluchting kent een prijs. De onderzoekers Wendy Smith en Marianne Lewis, auteurs van Both/And Thinking, laten zien hoe vaak we voor een tweedeling staan waar geen echte tweedeling is. Werk versus privé. Stabiliteit versus verandering. Trouw aan jezelf versus rekening houden met anderen. We doen alsof het of/of is, terwijl het in werkelijkheid en/en is.

Smith en Lewis maken een belangrijk onderscheid:

  • Een dilemma is een keuze tussen alternatieven die elk op zichzelf een logische oplossing bieden.
  • Een paradox zijn tegenstellingen die met elkaar verweven zijn, allebei waar, en die niet verdwijnen door een keuze.

Veel van wat we als dilemma’s beleven, zijn in werkelijkheid paradoxen. De vraag “kies ik voor mijn carrière of voor mijn gezin?” wordt nooit opgelost. Wie alles op carrière inzet, verliest iets thuis. Wie zich helemaal terugtrekt naar het gezin, verliest iets in zichzelf. De paradox blijft, hoe je ook kiest. Het echte werk is niet kiezen tussen de twee, maar leren bewegen met beiden.

Waarom we ervoor wegduiken

wegduiken

Spanning voelt vervelend. Lichamelijk: je hartslag stijgt, je krijgt knoop in je maag, je piekert. Cognitief: je hersenen zoeken meteen een uitweg richting zekerheid. Sociaal: we worden geprezen om besluitvaardigheid, niet om twijfel.

Psycholoog Leon Festinger noemde dit cognitieve dissonantie. Dit is de innerlijke spanning die ontstaat als we tegelijk twee dingen voelen of denken die niet bij elkaar lijken te passen. Het brein wil die dissonantie oplossen. Daarom verschuiven we ons zelfbeeld om bij onze keuzes te passen, of poetsen we de moeilijke kant van de keuze weg.

Smith en Lewis beschrijven drie valkuilen waar we in glijden wanneer we paradoxen proberen op te lossen door te kiezen en de knoop door te hakken:

  1. Konijnenholen: we worden goed in onze gekozen kant en gaan steeds dieper graven, ook als de wereld om ons heen verandert. Wie hard werken kiest boven rust, wordt steeds productiever, totdat het lichaam in opstand komt. Wie zekerheid kiest boven avontuur, raakt steeds meer vastgeroest in routine.

  2. Sloopkogels: als de verwaarloosde kant zich uiteindelijk meldt, slaan we te ver door naar de andere kant. Na jaren hard werken ineens alles loslaten. Na jaren zorgzaamheid ineens alleen voor jezelf opkomen. De slinger zwaait extreem, en richt schade aan.

  3. Loopgravenoorlog: we polariseren. We graven ons in op één kant en zien de andere kant als de vijand. In relaties, op het werk, in de politiek, overal zie je hoe een paradox die niet wordt erkend, leidt tot verharding.

Wie wel eens een conflict heeft gehad waarin iedereen op zijn standpunt bleef staan, herkent dit. Zoals ik in Constructieve relatieconflicten beschrijf, ligt onder veel oppervlakkige meningsverschillen een paradox die beide partijen anders wegen en niet een onenigheid die met argumenten te beslechten valt.

Yin en yang als een paradox symbool

Tegenstelling: De zwarte en witte delen weerspiegelen tegengestelde dualiteiten. Wederzijdse afhankelijkheid:
De zwarte en witte delen definiëren en versterken elkaar wederzijds, en vormen samen een perfecte, cirkelvormige eenheid.
Dynamiek : De zwarte en witte delen stromen voortdurend van kleiner naar groter, terwijl de tegenovergestelde stippen binnen elk deel laten zien hoe de ene kracht de andere in zich draagt, wat voortdurende beweging suggereert.

Wat is een paradox-mindset?

Tegenover het of/of-denken staat wat Smith en Lewis een paradox-mindset noemen: het vermogen om twee tegengestelde waarheden tegelijk vast te houden, zonder de spanning te willen opheffen. Niet “wat is het goede antwoord”, maar “hoe kan ik recht doen aan beide kanten over tijd”.

Drie grondaannames zijn de grondslag van een paradox-mindset:

1. Van enkelvoudige waarheid naar meervoudige waarheid. In plaats van te denken “wat ik vind is waar, het tegendeel is dus onwaar”, erken je dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Ik heb behoefte aan rust en aan stimulatie. Hij heeft gelijk en zij heeft gelijk. Mijn ouders waren liefdevol en tekortschietend.

2. Van schaarste naar mogelijkheid. In plaats van “er is maar zoveel te verdelen, dus iemand verliest”, denken: “hoe kan ik de taart vergroten?”. In plaats van “ik kan niet beide kanten dienen”, denken: “hoe kan ik beide kanten over tijd dienen?”.

3. Van controleren naar coping. Misschien wel het belangrijkste. Smith en Lewis stellen dat we paradoxen niet kunnen oplossen. Wat we wel kunnen is leren ze te hanteren, dus voorlopige antwoorden vinden, die we ldan ater weer bijstellen.

Dit derde punt sluit nauw aan op de mastery mindset: het accepteren dat groei eeuwig is, dat we nooit “klaar” zijn.

Twee soorten focus: het brein heeft beide nodig

Vanuit een heel andere hoek komt psychiater Srinivasan Pillay tot een verwante conclusie. In zijn boek Tinker Dabble Doodle Try (NL Minder focus, meer effect) laat hij zien hoe het brein twee modi heeft die afwisselend nodig zijn:

Het focuscircuit de “zaklamp” van het brein. Het stelt je in staat te concentreren, taken af te maken, doelgericht te zijn. Bèta-hersengolven. Gemarkeerd door duidelijkheid en richting.

Het ontfocus-circuit (het default mode network): “het brein doet even niets”, Het ontfocus-circuit is actief als je mijmert, dagdroomt, doelloos wandelt of in een warm bad ligt. Het maakt verbindingen tussen verleden, heden en toekomst. Het integreert losse stukjes informatie tot nieuwe gehelen. Het is de bron van creativiteit, intuïtie en zelfinzicht.

Volgens Pillay zit het probleem in onze moderne cultuur niet zozeer in een gebrek aan focus, maar in een focus-verslaving. We willen altijd productief zijn, doelgericht, “aan”. Maar wie alleen focust, mist het signaal van de andere kant. Hyperfocus put de prefrontale cortex uit. Beslissingen worden mechanisch, creativiteit verschraalt, het zicht op het geheel verdwijnt.

Concreet zijn er volgens Pillay verschillende manieren om bewust te “ontfocussen”:

  • Mijmeren — toelaten dat je gedachten dwalen zonder ze te sturen
  • Dagdromen
  • Wandelen, vooral in de natuur
  • Bewegen, dansen, zingen, met je handen werken
  • Kleine creatieve activiteiten zonder doel (“tinker, dabble, doodle”)
  • Meditatie en ademhalingsoefeningen
  • Vuistregel: na elke 45 minuten focus 15 minuten ontfocussen

Wie in een lastige paradox vstzit, doet er goed aan niet harder te denken, maar de focus juist los te laten. Veel doorbraken komen tijdens een wandeling, onder de douche, of vlak voor het inslapen. Dat is geen toeval. Het is hoe het brein werkt.

Onzekerheid: het probleem en de uitweg

Beide auteurs cirkelen rond hetzelfde punt: onzekerheid is de kern van wat paradoxen ongemakkelijk maakt. En onzekerheid is eng.

Onderzoek van neurowetenschapper Issidoros Sarinopoulos liet iets opmerkelijks zien. Hij toonde proefpersonen plaatjes, sommige neutraal, sommige beangstigend. Vóór een neutraal plaatje verscheen een O; vóór een eng plaatje een X. In sommige experimenten verscheen alleen een vraagteken. Onzekerheid dus over wat er kwam. De proefpersonen reageerden op het vraagteken heftiger dan op de X. Met andere woorden: niet-weten was erger dan slecht nieuws weten.

Dit verklaart veel. Mensen die in een onzekere periode zitten, over hun werk, hun relatie, hun gezondheid, voelen vaak meer stress dan mensen met een definitief slecht bericht. Het brein vindt zekerheid, ook negatieve, beter draagbaar dan ambiguïteit.

Tegelijk, en hier komt de paradox: onzekerheid is op zichzelf niet schadelijk. Onderzoek van Ingrid Haas en William Cunningham laat zien dat onzekerheid even goed nieuwsgierigheid en open-mindedness kan oproepen als angst en geslotenheid. Het verschil zit in of we ons bedreigd voelen. Wanneer dreiging hoog is, leidt onzekerheid tot vernauwing en defensieve reflexen. Wanneer we ons veilig voelen, leidt diezelfde onzekerheid tot onderzoeken, leren, spelen.

De praktische conclusie: voordat je een paradox of een onzekere situatie kunt aangaan, moet je eerst zorgen dat je niet in alarmtoestand staat. Anders zal het brein automatisch terugvallen op of/of-denken en vlucht- of vechtreflexen. Daarom werken ontspannen, wandelen, slapen, lichaamsbeweging en sociale steun niet als “oplossingen” voor de paradox, maar als manieren om het zenuwstelsel zo te bedaren dat je überhaupt helder kunt denken.

Emotionele flexibiliteit: het bittere én het zoete

Een van de mooiste inzichten uit Both/And Thinking gaat over emoties. We denken vaak dat goed omgaan met situaties betekent: “blijf positief”. Maar onderzoek van Naomi Rothman laat iets anders zien.

Mensen die emotionele flexibiliteit kunnen verdragen dus tegelijk positieve én negatieve gevoelens kunnen voelen en uiten blijken in onderhandelingen, samenwerkingen en relaties effectiever dan mensen die alleen het positieve of alleen het negatieve uitspreken. Wie zegt “ik vind dit moeilijk en ik geloof dat we eruit komen”, roept bij anderen vaak meer betrokkenheid op dan wie alleen het ene of het andere uitstraalt.

Dit is wat we “bitterzoet” noemen: een trouwerij waar verdriet om afwezigen meedoet. Een afscheid waar opluchting en verdriet samengaan. De goede momenten van een relatie die nu eindigt.

Voor de paradox-mindset is emotionele flexibiliteit wezenlijk. Wie zich niet toestaat tegelijk opgelucht én verdrietig te zijn, blij én bang, gemotiveerd én moe, zal de paradox zelf ook niet kunnen verdragen. Voor wie dit moeilijk vindt, helpt het om kleine stappen te zetten richting zelfcompassie: er mag van alles tegelijk zijn, je hoeft niet één gevoel te kiezen.

patroon

Praktische gereedschappen voor de paradox-mindset

Samenvattend een aantal concrete praktijken die de paradox-mindset versterken:

Bouw pauzes in. Tussen prikkel en reactie, tussen vraag en antwoord, tussen e-mail en reply. Een diepe ademhaling, een korte wandeling, een nacht slapen, dat schept de ruimte waarin niet je oude reflex maar je weloverwogen antwoord het wint.

Erken beide kanten van de spanning. Schrijf ze op. “Aan de ene kant verlang ik naar … aan de andere kant verlang ik naar …”. Het opschrijven alleen al haalt scherpte van het of/of weg. Vaak zie je dan dat beide kanten waardevol zijn, en dat het niet om kiezen maar om balanceren gaat.

Stel de vraag opnieuw. In plaats van “moet ik A of B kiezen”, probeer “hoe kan ik over tijd zowel A als B een plek geven?”. Vaak openen zich opties die je in het of/of-denken niet zag.

Zoek je hogere doel. Smith en Lewis benadrukken het belang van een overkoepelend doel of waarde dat boven de paradox uitstijgt. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet, kun je makkelijker bewegen tussen de twee kanten zonder je verloren te voelen. De zelfdeterminatietheorie noemt dit de behoefte aan zingeving, en in Welzijn en intrinsieke motivatie werk ik dit verder uit.

Experimenteer in kleine stappen. In plaats van één grote, onomkeerbare beslissing, neem je een proefballonnetje. Een paar maanden de nieuwe richting proberen. Twee dagen per week ander werk. Een kleine investering. Wat leer je? Dit is wat Pillay “tinkering” noemt: knutselen, uitproberen, voelen wat resoneert.

Laat ontfocus toe. Plan periodes zonder doel. Wandel zonder bestemming. Doe iets met je handen dat niet productief hoeft te zijn. Het brein heeft die modus nodig om paradoxen te integreren.

Oefen emotionele ambivalentie. Zeg uit: “Ik vind dit moeilijk en ik wil het”. “Ik ben verdrietig en ik ben dankbaar”. “Ik heb ruimte nodig en ik wil dichtbij zijn”. Niet als excuus voor onduidelijkheid, maar als eerlijke beschrijving van wat er is.

Lachen, humor en improvisatie
Lees meer in mijn blogs over humor en lachen.

Wanneer of/of-denken juist wél past

Tot slot een belangrijke nuance: niet elke beslissing is een paradox. Sommige keuzes zijn gewoon keuzes. “Wat eet ik vanavond?” hoeft geen existentiële spanning te zijn. “Welke trein neem ik?” ook niet. En sommige situaties vragen wél om een knoop doorhakken, bijvoorbeeld als iemand misbruik maakt van jouw ambivalentie, of wanneer uitstel kosten oplevert die te hoog zijn.

De paradox-mindset is niet “blijf eeuwig twijfelen”. Het is: herken wanneer je voor een écht dilemma staat (kies maar gewoon, dan ben je af) en wanneer voor een paradox (waar kiezen alleen tijdelijk verlicht en op termijn schaadt).

De vraag is dus altijd eerst: Heb ik hier te maken met een echte paradox, dus een onoverbrugbare tegenstelling, of met een eenvoudige keuze?


Literatuur

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/And thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Pillay, S. S. (2017). Tinker dabble doodle try: Unlock the power of the unfocused mind. Ballantine Books.

Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford University Press.

Dąbrowski, K. (1964). Positive disintegration. Little, Brown.

Rothman, N. B., & Northcraft, G. B. (2015). Unlocking integrative potential: Expressed emotional ambivalence and negotiation outcomes. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 126, 65-76.

Haas, I. J., & Cunningham, W. A. (2014). The uncertainty paradox: Perceived threat moderates the effect of uncertainty on political tolerance. Political Psychology, 35(2), 291-302.

Sarinopoulos, I., Grupe, D. W., Mackiewicz, K. L., Herrington, J. D., Lor, M., Steege, E. E., & Nitschke, J. B. (2010). Uncertainty during anticipation modulates neural responses to aversion in human insula and amygdala. Cerebral Cortex, 20(4), 929-940.

Johnson, B. (1992). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.

Langer, E. J. (1975). The illusion of control. Journal of Personality and Social Psychology, 32(2), 311-328.

Lachen is gezond

Dit blog is een aanvulling op mijn blog Humor als copingstrategie. Daar besprak ik humor vooral als geestelijke vaardigheid, als een manier om met stress, tegenslag en relaties om te gaan. In dit blog kijk ik naar de andere kant: wat er fysiek gebeurt in je lijf en je brein wanneer je lacht, en waarom lachen letterlijk gezond is.

Een complex neurologische proces

Lachen lijkt simpel. Iemand vertelt een grap, je schiet in de lach, klaar. Maar in die paar tellen voltrekt zich iets opmerkelijks: een complex neurologische proces waaraan vrijwel je hele brein meedoet.

maria trepp psycholoog

Een gewone emotie blijft beperkt tot enkele specifieke gebieden in het brein. Lachen is anders. EEG-onderzoek laat zien dat een grap binnen ongeveer een halve seconde een elektrisch circuit op gang brengt dat door talloze hersengebieden tegelijk loopt.

Dit verklaart ook waarom humor zo’n krachtige vorm van denken is. Zoals ik in mijn blog over humor als copingstrategie beschreef, doet een grap precies wat cognitieve gedragstherapie probeert te doen: een situatie van een andere kant bekijken. Alleen sneller en speelser.

Lachen tegenover vechten of vluchten

Onder stress schiet ons lichaam in de oude reflex van fight or flight. Stresshormonen als cortisol en adrenaline schieten omhoog, het hart bonkt, de spieren spannen aan, het denken vernauwt. Heel handig als je een tijger moet ontvluchten, minder handig als je in de file staat of een lastige e-mail moet beantwoorden.

Lachen werkt precies de andere kant op. Het onderdrukt cortisol en adrenaline. Het schakelt het stresssysteem terug. In neurologische zin is lachen een soort tegengif voor chronische stress.

Een centrale rol hierin speelt de nervus vagus, de “zwervende zenuw” die je hersenstam verbindt met je hart, longen en darmen. Deze zenuw is de hoofdader van het parasympatische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. Wanneer je lacht, prikkel je deze zenuw. Het signaal aan je lichaam: je bent veilig, je mag ontspannen, je mag verteren, vannacht mag je goed slapen.

Dat is geen kleine zaak. Veel mensen die ik in mijn praktijk spreek leven chronisch in een lichte vorm van vecht-vluchtmodus, altijd alert, altijd “aan”. In mijn blog over stressmanagement door ademhaling beschrijf ik hoe je via ademhaling het parasympatische systeem aanzet. Lachen doet hetzelfde, maar dan via een heel andere route.

hersenen

Hormonen van geluk en verbinding

Lachen activeert ook de aanmaak van een paar bijzondere stoffen in het brein:

Dopamine: de neurotransmitter van plezier en motivatie. Geeft het lichte gevoel van genoegen, voldoening en levenslust.

Endorfines: lichaamseigen pijnstillers, verwant aan opiaten. Daarom voel je je na een goede lachbui ontspannen en soms zelfs licht euforisch. Endorfines verklaren ook waarom onderzoek consistent laat zien dat lachen pijn vermindert — niet als gevoel maar als meetbaar feit.

Oxytocine: het hormoon van binding en vertrouwen. Wordt afgegeven bij aanraking, intimiteit, en bij samen lachen. Het maakt dat je je verbonden voelt met de mensen om je heen.

Dit cocktail-effect verklaart waarom samen lachen zo’n krachtige sociale lijm is. Eén schaterende vergadering kan een team meer doen dan tien teambuildingsworkshops. Een gedeeld lachmoment met je partner ontspant een spannende avond. Lachen met je kind versterkt de band op een diepe, voortalige laag. Kinderen lachen al voordat ze kunnen praten!

samen verbondenheid

In neurowetenschappelijke termen: lachen synchroniseert de hersenen. Wanneer twee mensen samen lachen, raken hun zenuwstelsels even afgestemd op dezelfde frequentie. Dat is geen vage poëzie; het is meetbaar. Dit is een van de mooiste vormen van verbondenheid die we kennen, een van de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie.

Een lichamelijke ervaring

Lachen is intiem, en het is fysiek. Je trilt ervan. Het beweegt je hele lichaam, buikspieren, middenrif, schouders, gezicht. Je kunt niet lachen zonder dat je lichaam meedoet.

Daarmee staat lachen in een klein, kostbaar rijtje van ervaringen die de scheiding tussen geest en lichaam tijdelijk opheffen. Dansen hoort erbij. Zingen ook. Vrijen. Diep huilen. Bewegen in de natuur. Het zijn momenten waarop je niet alleen denkt dat je leeft, maar het ook door en door voelt.

Misschien is dit ook waarom lachen zo verkwikkend is na een periode van piekeren. Wie veel piekert, zit “in zijn hoofd”, is losgeraakt van het lichaam, vastgezet in een vernauwd circuit. Lachen breekt dat circuit open. Het haalt je terug naar het hier en nu, naar het lijf. Voor wie veel piekert, kan dit een nuttige observatie zijn, naast wat ik beschrijf in mijn blog over minder piekeren.

De fysieke voordelen op een rij

Wat doet lachen verder voor het lichaam? Onderzoek koppelt regelmatig lachen aan:

  • Betere doorbloeding. De bloedvaten verwijden zich. Onderzoek laat zien dat lachen de stijfheid van de slagaderwanden vermindert, een belangrijke factor in hart- en vaatziekten.
  • Spierontspanning. Na een lachbui zijn je spieren tot wel 45 minuten meer ontspannen.
  • Een sterker immuunsysteem. Lachen verhoogt de activiteit van natural killer cells en versterkt de antilichaamrespons.
  • Pijnvermindering. Via de endorfines, maar ook door afleiding van het pijnsignaal.
  • Betere spijsvertering. Via de nervus vagus krijgt het verteringssysteem het sein dat het veilig is om aan het werk te gaan.
  • Beter slapen. Diezelfde nervus vagus brengt het zenuwstelsel ’s avonds tot rust.

Lachen leren

Het mooie is: je kunt lachen cultiveren, zelfs als het er door omstandigheden bij is ingeschoten. Een paar concrete dingen die helpen:

Omring je met mensen die lachen. Lachen is besmettelijk. De neuronen die bij lachen betrokken zijn vuren ook wanneer je iemand anders ziet lachen. In welk gezelschap je leeft, vormt hoeveel je lacht.

Kijk en lees grappige dingen. Tien minuten goede stand-up, een column die je laat schateren, een grappige podcast, het zijn kleine investeringen met grote opbrengst. In stressvolle periodes is dit geen luxe, het is medicijn.

Speel met kinderen. Of met huisdieren. Of met vrienden. Spel en lach zijn nauw met elkaar verbonden. Wie meer wil spelen, lacht vanzelf meer.

Lach met jezelf, niet om jezelf. Het verschil zit in mildheid. Lachen om je eigen onhandigheid op een liefdevolle manier hoort bij zelfcompassie. Jezelf vernederen voor het amusement van anderen niet.

zelfcompassie

Beweeg. Bewegen, dansen, gek doen, alles wat je lijf in beweging zet, maakt lachen makkelijker.

Glimlach bewust. Onderzoek naar de zogeheten facial feedback hypothesis suggereert dat zelfs een bewust opgezette glimlach een licht positief effect heeft op je stemming. Niet als wondermiddel, maar als klein duwtje in de goede richting.

Een waarschuwing tegen verkrampte vrolijkheid

Tot slot een belangrijke kanttekening. Lachen is geen plicht. Geforceerd vrolijk doen (toxic positivity) kan juist een vorm van vermijding worden. Wie zijn verdriet of zijn boosheid alleen maar weglacht, verwerkt niets. Dan wordt humor een dekmantel, geen verwerking. Mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht gaat hier verder op in: emoties dragen informatie, en die wegduwen werkt op termijn niet.

De gezonde vorm van lachen is de lach die naast je serieuze gevoelens mag bestaan. Niet erin plaats van. Je mag verdrietig zijn en tegelijk schateren om iets absurds in de situatie. Je mag boos zijn en tegelijk de ironie ervan zien. Dat is juist geestelijke beweeglijkheid. Dat is, om met de Amerikaanse psychiater George Vaillant te spreken, een van de meest volwassen vormen waarop het menselijk brein met zijn eigen pijn omgaat.

Mentale weerbaarheid

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop

Lachen is een diep verankerde biologische en sociale praktijk die je hart, je brein, je immuunsysteem, je relaties én je mentale weerbaarheid versterkt. Het kost niets, vraagt geen techniek, en het werkt binnen seconden.

In mijn coaching merk ik vaak dat mensen die in een moeilijke periode zitten, het lachen tijdelijk zijn kwijtgeraakt. Het terugvinden van die lach is een van de beste signalen dat zich iemand weer losser voelt en meer grip heeft op het leven.

Lachen is, met andere woorden, een vorm van veerkracht die in je lichaam is ingebouwd.

waaiboom een beeld voor weerbaarheid en resilience Coach en psycholoog Den Haag
waaiboom, een beeld voor weerbaarheid en resilience

Meer lezen

Literatuur en bronnen

Carr, J. (2024). You Gotta Laugh. Substack essay. https://officialjimmycarr.substack.com/p/you-gotta-laugh

Derks, P., Gillikin, L. S., Bartolome-Rull, D. S., & Bogart, E. H. (1997). Laughter and electroencephalographic activity. Humor: International Journal of Humor Research, 10(3), 285-300.

Pierce, J. E., & Péron, J. (2020). Motor and limbic system contribution to emotional laughter across the lifespan. Cerebral Cortex, 30(5), 3381-3391.

Wagner Cook, S., & Goldin-Meadow, S. (2024). Recent research on laughter and the immune system, vagal tone, and cardiovascular health (overzichten).

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.