Emotionele flexibiliteit

Wanneer een lastige emotie opkomt, vallen de meeste mensen terug op een van twee reflexen. De een drukt het gevoel weg: Doorgaan, niet zeuren. Een ander raakt in de gevoelen verstrikt en blijft eindeloos malen op wat er misging. Beide reacties voelen alsof je iets aan je emoties dóét, maar ze leveren zelden op wat je hoopt. Wegdrukken zorgt ervoor dat het gevoel later, vaak ongepast, weer bovenkomt. Erin verzakken maakt het gevoel juist groter.

Emotionele flexibiliteit

Er is een derde weg, en die heet emotionele flexibiliteit (in het Engels emotional agility): het vermogen om aanwezig te blijven bij wat je voelt, er ruimte en tijd scheppen en te kiezen wat bij je past.
In dit artikel breng ik twee invalshoeken samen. Eerst laat de neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett zien hóé emoties ontstaan, en waarom dit proces betekent dat je emoties kunt bijsturen. Daarna laat psychologe Susan David zien hoe je dat in de praktijk doet. Samen vormen ze een praktisch antwoord op de vraag: hoe word ik niet langer geleefd door mijn gevoelens?

Emoties zijn geen feiten, maar constructies

We ervaren emoties als directe waarheden. Als je angst voelt, lijkt het alsof er gevaar ís; als je je gekwetst voelt, lijkt het alsof de ander je écht onrecht heeft aangedaan. Barrett laat zien dat dit beeld onvolledig is. Volgens haar theorie van geconstrueerde emoties zit een emotie niet kant-en-klaar in je lijf. Barrett legt uit, dat het brein het brein in feite een emotie ter plekke construeert: het brein neemt lichamelijke signalen waar, zoals snellere hartslag, gespannen spieren, een onrustig gevoel in je buik, en geeft die op grond van eerdere ervaringen en concepten een betekenis.

De lichamelijke basis van de emotie noemt Barrett het lichaamsbudget: de voortdurende huishouding van je energie, slaap, beweging en stress. Staat dat budget onder druk, dan voel je je beroerd. Je brein zoekt daar vervolgens een verklaring bij. Soms is die verklaring terecht (“ik ben boos op mijn collega”), soms niet (want ik ben eigenlijk gewoon oververmoeid en heb honger). Het belangrijke inzicht is dit: omdat de betekenis voor een deel wordt gemáákt, kan betekenis ook anders gemaakt worden ( “Ik ben boos” versus “Ik ben moe”). In verschillende betekenissen zit je speelruimte.

Hoe fijner je benoemt, hoe meer keuze je hebt

Niet iedereen ervaart emoties even genuanceerd. De een voelt vooral “rot” of “prima”, de ander onderscheidt teleurstelling van schaamte, irritatie van gekwetstheid, onrust van opwinding. Dat verschil noemt Barrett emotionele granulariteit: hoe fijnmazig je je gevoelens kunt benoemen. Het lijkt een detail, maar het heeft grote gevolgen. Wie alleen grof onderscheid maakt, heeft weinig handelingsopties. Wie precies kan benoemen wat er speelt, kan ook gerichter reageren.

granulariteit

Onderzoek laat zien dat mensen met een rijker emotievocabulaire flexibeler omgaan met stress. Je emotionele woordenschat vergroten is zo gezien een vorm van zelfzorg. Leer nieuwe woorden, leen ze desnoods uit een andere taal, en wees niet tevreden met “boos” als je eigenlijk gefrustreerd, gekrenkt of teleurgesteld bent. Elk genuanceerd woord is een extra greep op je ervaring. Die sluit aan op wat ik in Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht beschrijf over de “motor” van zogenaamd negatieve emoties.

Hercategoriseren: dezelfde sensatie, een andere betekenis

Als een emotie ontstaat door een lichamelijke sensatie een betekenis te geven, dan opent zich een concrete strategie: je kunt diezelfde sensatie hercategoriseren. Denk aan de kriebels vlak voor een presentatie of examen. Je kunt dat bonzende hart en die droge mond labelen als “angst”: ” ik ga dit verprutsen”. Of je kunt dezelfde signalen lezen als “spanning die me scherp en alert maakt”. De lichamelijke staat is gelijk; de betekenis en daarmee je reactie verschilt.

Onderzoek

In studies presteren mensen die hun onrust herinterpreteren als opwinding of paraatheid beter op toetsen dan mensen die diezelfde sensaties als bedreigend blijven zien.
Wat het meest helpt: een gevoel eerst te terugbrengen tot de pure lichamelijke onderdelen: een snelle hartslag is gewoon een snelle hartslag. Laat de duiding eerst weg, en benoem de emotie eerst na een denkpauze. Dit proces is verwant aan het bijsturen van gedachten in de cognitieve gedragstherapie, maar zet bewust aan bij het lichaam in plaats van bij de gedachte.

patroon

Waarom opkroppen en piekeren averechts werken

Susan David begint precies waar veel mensen vastlopen: bij de twee gangbare strategieën die niet werken. Opkroppers schuiven hun gevoelens aan de kant en gaan door. Flink zijn, positief denken, niet stilstaan. Piekeraars doen het tegenovergestelde en blijven malen, herkauwen en zichzelf bevragen. Beide strategieën geven de emotie juist méér macht.

Voor opkroppen is de prijs wat psychologen emotionele lekkage noemen: wat je wegduwt, komt op een onbewaakt moment alsnog naar buiten, meestal met een verrassende felheid. En proberen iets níét te voelen kost bovendien verbazingwekkend veel mentale energie. Het klassieke onderzoek waarin mensen verteld wordt dat zij niet aan een roze olifant mochten denken, illustreert het: juist dán denk je nergens anders meer aan.

Onderdrukken versterkt wat je wilde kwijtraken. Voor piekeren geldt iets anders: hoe vaker je een sombere gedachte herhaalt, hoe waarachtiger deze gedachte gaat voelen, ook als het nergens op slaat. Wie hierin vastloopt, vindt in Minder piekeren concrete handvatten.

Vier stappen naar emotionele flexibiliteit

Tegenover opkroppen en piekeren zet David een viertal vaardigheden die elkaar opvolgen.

De eerste is aanwezig zijn. In plaats van je gevoel te bevechten of te ontvluchten, neem je het gevoel waar met nieuwsgierigheid en mildheid: “Wat ben je voor gevoel, wat zeg je?” Het vraagt lef om bij een angstig gevoel te blijven staan, maar juist door een eng gevoel onder ogen te zien en een naam te geven, verliest het een deel van zijn macht. Zelfacceptatie en zelfcompassie vormen hiervan de basis.

De tweede stap is afstand nemen. Je leert je gedachten en gevoelens te herkennen als gedachten en gevoelens, en dat is: geen letterlijke waarheid. “Ik ben waardeloos” wordt “ik merk dat ik de gedachte heb dat ik waardeloos ben”. Dat kleine verschil schept ruimte tussen de prikkel en je reactie, en precies in die ruimte ligt je keuzevrijheid.

De derde stap is je eigen pad volgen. Vanuit die ruimte handel je niet op de automatische piloot van je emotie, maar vanuit je waarden: wat vind ik werkelijk belangrijk, wat voor mens wil ik zijn in deze situatie? Je waarden worden zo je kompas in plaats van je stemming van het moment.

De vierde stap is veranderen via kleine stappen. Grote voornemens stranden meestal; kleine, haalbare aanpassingen in gewoonten en gedrag beklijven wél.

gedragsverandering in kleine stappen
gedragsverandering in kleine stappen

Emotionele flexibiliteit en eigen regie

Barrett en David rekenen af met het idee dat je je emoties moet onderdrukken óf door emoties passief wordt geleefd. Emoties zijn informatie, geen bevelen. Barrett verklaart waaróm bijsturen mogelijk is: omdat je brein emoties construeert, ligt de betekenis niet vast. David laat zien hóé je daarnaar leeft: aanwezig zijn, afstand nemen, je waarden volgen en in kleine stappen veranderen.

Emotieregulatie en emotionele flexibiliteit zijn een kernvaardigheden van agency, of eigen regie, dus het gevoel zelf aan het roer van je leven te staan. Eigen regie door actief tussen gebeurtenissen en reactie ruimte te scheppen waarin een eigen keuze past. Hoe dit samenhangt met autonomie, motivatie en veerkracht lees je op de pagina over agency en eigen regie. Voor de bredere context van emoties begrijpen en reguleren kun je terecht bij het overzichtsartikel emotiekennis en emotieregulatie, en over het omgaan met stress en tegenslag lees je meer bij copingstrategieën en mentale weerbaarheid en veerkracht.

Literatuur

  • Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)
  • David, S. (2017). Emotionele flexibiliteit: laat los, omarm verandering en bloei op in je werk en je leven. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij. (Oorspronkelijke titel: Emotional Agility, 2016.)
  • Wegner, D. M., Schneider, D. J., Carter, S. R., & White, T. L. (1987). Paradoxical effects of thought suppression. Journal of Personality and Social Psychology, 53(1), 5–13.

Loopbaancoaching

De arbeidsmarkt verandert sneller dan ooit. Automatisering, generatieve AI, krimpende én groeiende sectoren, en de wens om werk te doen dat ergens toe dient: veel mensen die bij mij komen voelen dat de grond onder hun loopbaan schuift. Soms door een reorganisatie of dreigend ontslag, soms door een sluimerend gevoel dat het werk niet meer past, en steeds vaker door de vraag: wat blijft er voor mij over als computers steeds meer kunnen?

Loopbaancoaching

Loopbaancoaching gaat over precies die vraag. Niet over een snelle cv-opfrisbeurt, maar over je opnieuw oriënteren: ontdekken wat bij je past, wat je wilt ontwikkelen, en hoe je betekenisvol en met plezier blijft werken in een wereld die niet stilstaat. In dit blog beschrijf ik hoe ik daar als coach-psycholoog naar kijk, en hoe een traject er bij mij uitziet.

Opnieuw oriënteren als de arbeidsmarkt verschuift

Wie zich heroriënteert, staat al gauw voor een paradox: méér mogelijkheden voelt vaak niet als méér vrijheid, maar als meer twijfel. Psycholoog Barry Schwartz noemde dit de paradox of choice: een overvloed aan opties kan verlammen in plaats van bevrijden. In een loopbaantraject is mijn eerste taak dan ook niet om opties toe te voegen, maar om samen ordening en richting aan te brengen.

energie

Dat begint met de juiste vragen. Niet “welke vacature is er?”, maar: wat geeft jou energie en wat kost het je? In welke situaties kwam je tot je recht? Wat wil je behouden, en wat mag je voorgoed achterlaten? Heroriënteren is geen sprong in het diepe, maar een onderzoek dat we stap voor stap doen.

Terugkijken: wat werkte, en wat juist niet

Voordat we vooruitkijken, kijken we terug. Samen breng ik je arbeidsverleden in kaart als bron van inzicht. Welke taken, rollen en samenwerkingen gaven voldoening? Wanneer voelde je je competent en betrokken, en wanneer raakte je uitgeput of gedemotiveerd?

Ik werk hierbij graag met een nauwkeurige analyse, zoals ik beschrijf in mijn blog over het belang van nauwkeurige gedragsanalyse. In plaats van vage labels als “ik ben gewoon niet ambitieus” of “ik kan niet tegen drukte”, onderzoeken we concreet: in welke context, met welke mensen en bij welke taken liep het goed of juist vast? Die precisie maakt het verschil tussen vastzitten en weer in beweging komen.

Daarbij hoort ook mildheid voor wat niet lukte. Perfectionisme en zelfverwijt zijn slechte loopbaanadviseurs. Zoals ik in mijn blog over zelfcompassie beschrijf, zijn fouten en mislukte keuzes geen bewijs van tekortschieten, maar leermateriaal. Een loopbaan die af en toe piept en kraakt, is een loopbaan waarin je iets durfde.

dagboek emotie cognitie zelfbeeld afstand perspectief

Een reflectiedagboek tussen de sessies

Coaching werkt het sterkst als het denken doorgaat tussen de gesprekken in. Daarom vraag ik cliënten vaak om een eenvoudig reflectiedagboek bij te houden. Geen verplicht schrijfwerk, maar korte aantekeningen: wanneer voelde ik me deze week op mijn plek? Welk moment gaf energie, welk juist niet? Welke gedachte over mijn loopbaan kwam steeds terug?

Schrijven vertraagt en ordent. Het haalt patronen naar boven die in één gesprek onzichtbaar blijven, en het maakt je tot mede-onderzoeker van je eigen loopbaan in plaats van passieve ontvanger van advies. In de volgende sessie vormen die aantekeningen vaak het vruchtbaarste startpunt.

Gesprekken vanuit psychologische basisbehoeften

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

De rode draad in mijn loopbaancoaching zijn de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan: autonomie, competentie en verbondenheid. Werk dat deze drie behoeften voedt, motiveert van binnenuit en houdt mensen gezond; werk dat ze structureel ondermijnt, leidt op termijn tot demotivatie, cynisme en uitputting.

In een loopbaantraject onderzoeken we daarom niet alleen wat je zou kunnen doen, maar waaróm bepaald werk wel of niet bij je paste:

  • Autonomie: Had je voldoende regie en ruimte om het op jouw manier te doen, of voelde je je voortdurend gestuurd?
  • Competentie: Kon je je vaardigheden inzetten en groeien, of bleef je hangen in werk dat te makkelijk of juist chronisch te zwaar was?
  • Verbondenheid: Voelde je je gezien en gewaardeerd, en hoorde je ergens bij?

Deze bril helpt om loopbaankeuzes te toetsen aan wat je werkelijk nodig hebt om te floreren. Ik schreef eerder uitgebreider over hoe deze basisbehoeften ook doorwerken in goede professionele feedback . Dit is een onderwerp dat in elk loopbaangesprek terugkomt, want hoe je leert omgaan met waardering en kritiek bepaalt mede hoe je je ontwikkelt.

Investeer in wat typisch menselijk is

wef future of jobs report 2025

En dan de vraag die steeds meer cliënten bezighoudt: hoe blijf ik van waarde naast steeds slimmere technologie? Mijn antwoord is niet om te concurreren met de machine, maar om juist te investeren in wat typisch menselijk is. Opvallend genoeg wijst ook het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum die kant op: naast technologische vaardigheden worden creatief denken, veerkracht, nieuwsgierigheid en een leven lang leren, en sociale en leiderschapsvaardigheden de snelst groeiende competenties. Het zijn precies de kwaliteiten die zich slecht laten automatiseren.

Ik moedig cliënten aan om bewust te werken aan een aantal van deze menselijke kwaliteiten:

Een paradox mindset. Het vermogen om tegenstrijdigheden te verdragen en zelfs productief te maken, dus tegelijk realistisch én hoopvol zijn, stevigheid combineren met flexibiliteit. Waar AI gedijt op heldere antwoorden, is de mens juist sterk in het uithouden van spanning en dubbelzinnigheid.

Humor. Lachen om jezelf, om het absurde, en samen met anderen verlicht spanning, schept verbinding en houdt je flexibel, alle drie onmisbaar bij loopbaanveranderingen. Vooral verbindende en zelfondersteunende humor draagt bij aan welzijn. Ik werk dit verder uit in mijn reeks over humor als copingstrategie.

Creativiteit. Niet alleen artistiek talent, maar het vermogen om problemen vanuit een nieuwe hoek te bekijken, te combineren wat niet vanzelfsprekend samengaat, en eigen oplossingen te bedenken. Coaching die je aanmoedigt om creatief en flexibel te denken en je perspectief te verbreden, traint precies dit.

Daarnaast beveel ik aan om te investeren in:

  • Kritisch oordeelsvermogen: Juist nu AI vlot en overtuigend, maar soms onjuist of vleiend antwoordt, is het menselijk vermogen om te wegen, te toetsen en eigen oordeel te vormen goud waard.
  • Empathie en verbinding: Echt luisteren, samenwerken en relaties onderhouden. De zorg, het onderwijs en alle mensgerichte beroepen groeien juist hierin.
  • Nieuwsgierigheid en een leven lang leren: Een groei- of mastery mindset maakt je wendbaar: je ziet veranderingen als uitdaging in plaats van bedreiging.
  • Veerkracht en zelfcompassie: Het vermogen om tegenslag op te vangen en jezelf niet af te kraken bij een misstap.
  • Zingeving: Weten waaróm je doet wat je doet. Werk dat aansluit bij je waarden houdt je overeind als de buitenwereld onzeker wordt.

Hoe een loopbaantraject er bij mij uitziet

In de praktijk combineer ik psychologische diepgang met een praktische, oplossingsgerichte aanpak. We brengen je arbeidsverleden en je basisbehoeften in kaart, je houdt tussen de sessies een reflectiedagboek bij, en we vertalen inzichten naar concrete, haalbare stappen.

gedragsverandering in kleine stappen

Soms zitten we daarbij in mijn praktijk, soms wandelen we. Buiten praten loopt vaak vrijer. Ik richt me op het psychologische deel van de heroriëntatie; voor formele en juridische aspecten van bijvoorbeeld outplacement of re-integratie verwijs ik waar nodig gericht door.

Meer weten over mijn werkwijze als coach-psycholoog of een keer kennismaken? Kijk op mijn homepage.

Ik merk in mijn praktijk hoeveel onrust de snelle veranderingen op de arbeidsmarkt oproepen, en tegelijk hoeveel ruimte er ontstaat zodra mensen ophouden zich te meten met de techniek en gaan investeren in wat hen juist menselijk maakt. Een loopbaan is een zoektocht naar werk waarin je je competent, vrij en verbonden voelt. Mijn rol is om je daarbij scherpe vragen te stellen, ondersteunend te blijven waar nodig, en samen met jou de richting te vinden die echt bij je past.

Literatuur

  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268.
  • Dweck, C. S. (2006). Mindset: The new psychology of success. Random House.
  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.
  • Pink, D. H. (2009). Drive: The surprising truth about what motivates us. Riverhead Books.
  • Schwartz, B. (2004). The paradox of choice: Why more is less. Harper Perennial.
  • World Economic Forum. (2025). The future of jobs report 2025. World Economic Forum.

Agency en eigen regie

Een gevoel van agency (in het Nederlands eigen regie) is essentieel voor een tevreden leven. Agency is het vermogen én het gevoel om zelf de auteur te zijn van je eigen handelen: het besef dat jouw keuzes en daden er werkelijk toe doen en verschil maken. Eigen regie is een algemeen psychologisch concept, een soort koepel die op verschillende psychologische pilaren rust. In dit artikel licht ik er drie van deze pijlers uit:
*of je handelen echt uit jezelf komt: autonomie
*of je gelooft dat je iets kunt bereiken: zelfvertrouwen
*en wat er gebeurt wanneer dat gevoel van regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid.

Autonomie en intrinsieke motivatie

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

Agency draait in de eerste plaats om auteurschap, niet alleen om kunnen. Je kunt een taak perfect uitvoeren en je er toch geen eigenaar van voelen. Volgens de zelfdeterminatietheorie is autonomie, het gevoel dat je handelen voortkomt uit je eigen waarden en keuzes, een psychologische basisbehoefte. Wanneer je vanuit die innerlijke instemming handelt, ontstaat intrinsieke motivatie: je doet iets omdat het bij je past, niet alleen omdat het moet. Dat is de kern van eigen regie het verschil tussen “ik moet” en “ik kies”, zelfs ook bij taken die een ander je oplegt.

Zelfvertrouwen en controle

competentie

Naast de wil speelt het geloof in je eigen invloed. Hier komen drie nauw verwante begrippen samen. Self-efficacy (Bandura) is je vertrouwen dat je een bepaalde handeling daadwerkelijk kunt uitvoeren. Locus of control (Rotter) gaat over de vraag of je uitkomsten toeschrijft aan je eigen gedrag, of juist aan geluk, toeval en machtige anderen. En je attributiestijl bepaalt hoe je de oorzaken van succes en tegenslag verklaart. Samen vormen ze je overtuigingen over je eigen oorzakelijke kracht. Deze laag hangt sterk samen met de basisbehoefte competentie uit de zelfdeterminatietheorie: ervaringen van meesterschap vergroten je self-efficacy, en een stevig gevoel van self-efficacy maakt dat je juist uitdagingen opzoekt die je competentie verder ontwikkelen, ze versterken elkaar over en weer. Wie hierin wil groeien, heeft veel aan een mastery mindset, en waar dit geloof afbrokkelt, ontstaan vaak faalangst en prestatieangst.

Als de regie wegvalt: aangeleerde hulpeloosheid

Eigen regie kent ook een schaduwzijde. Wanneer mensen keer op keer ervaren dat hun handelen geen verschil maakt, kunnen ze aangeleerde hulpeloosheid (Seligman) ontwikkelen: ze stoppen met proberen, zelfs wanneer er weer wél invloed mogelijk is. Een pessimistische attributiestijl betekent, tegenslag te zien als iets persoonlijks, blijvends en allesomvattends. Dit speelt bij aangeleerde hulpeloosheid een sleutelrol. Dit verlies van regie hangt nauw samen met depressieve klachten, met angst en piekeren, en met werkstress en burn-out. Het hoopgevende nieuws is dat eigen regie te herwinnen is: door ervaringen op te doen waarin je wél invloed hebt, door anders te leren kijken naar wat je overkomt, en door een omgeving die je autonomie ondersteunt. Copingstrategieën en het opbouwen van mentale weerbaarheid helpen daarbij.

De steunpilaren van agency

Agency, oftewel eigen regie, is dus opgebouwd uit meerdere lagen: de wil om vanuit jezelf te handelen, het geloof dat je invloed hebt, en de veerkracht om regie te herwinnen wanneer die onder druk staat. Bij het coaching is het versterken van die eigen regie vaak een rode draad.

Literatuur

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman.

Rotter, J. B. (1966). Generalized expectancies for internal versus external control of reinforcement. Psychological Monographs, 80(1), 1–28.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. The Guilford Press.

Seligman, M. E. P. (1975). Helplessness: On depression, development, and death. W. H. Freeman.

Humor en paradox

Dit blog vormt een brug tussen drie eerdere stukken: humor als copingstrategie, lachen is gezond en de paradox-mindset. De stelling: humor is geen toevallige aanvulling op een gezonde paradox-mindset, humor is paradox-denken in zijn meest pure vorm. Wie regelmatig lacht, traint zonder het te weten in het verdragen van ambiguïteit, dubbelheid en de grote onoplosbare vragen van het leven.

De grap is een paradox

Wat maakt een grap grappig? Op die vraag bestaat in de psychologie een verrassend consistent antwoord: een goede grap zet twee onverenigbare betekenissen tegelijk neer en laat ze beide staan. Dit heet de incongruentie-theorie van humor, voor het eerst geformuleerd door filosofen als Kant en Schopenhauer, en in onze tijd uitgewerkt door onder anderen Peter McGraw en Caleb Warren.

“Ik wil geen lid zijn van een club die mensen zoals mij accepteert.”

Groucho Marx

Lees het twee keer. Er zit een paradox in. Aan de ene kant wil Groucho ergens bij horen. Aan de andere kant verwerpt hij elke groep die hem wil hebben, omdat hij zichzelf, ergens onder al die geestigheid, niet acceptabel vindt. Twee waarheden tegelijk. Niet op te lossen. Allebei waar.

Dat is precies waarom de zin grappig is. Wie zou proberen te kiezen “wat bedoelt hij nou echt?” vermoordt de grap. De humor leeft in de spanning tussen de twee.

Veel humor werkt zo. De dubbele bodem van satire. De woordspeling die twee betekenissen in één woord vouwt. De observatiehumor die het normale ineens absurd laat lijken (“consequent inconsequent”). De zelfspot waarin je tegelijk slachtoffer en spreker bent. Telkens dezelfde structuur: niet of, maar en.

Wie hier oog voor krijgt, ziet ineens dat humor een soort gymnastiek is, geestelijke oefening in het tegelijkertijd vasthouden van wat niet bij elkaar hoort.

Wat het brein doet bij een grap

Het bijzondere is dat het brein bij humor niet doet wat het normaal doet wanneer het iets tegenstrijdigs tegenkomt. Normaal triggert tegenstrijdigheid alarm. De anterior cingulate cortex, de conflictdetector van het brein, slaat aan. Stresshormonen schieten omhoog. Het zenuwstelsel bereidt zich voor op vechten of vluchten.

hersenen

Bij een grap gebeurt dit niet. Of, beter gezegd, de conflictdetector slaat wél aan, maar het systeem schakelt onmiddellijk over naar een andere modus. Cognitief psycholoog Henk van Steenbergen en zijn collega’s lieten zien dat humor de conflictdetector juist ondersteunt in plaats van overbelast. Het brein registreert de spanning, maar in plaats van alarm te slaan, ontlaadt het de spanning via lachen.

Lachen is dus letterlijk een fysiologische uitlaatklep voor cognitieve dubbelheid. Wanneer twee onverenigbare frames tegelijk in je brein bestaan, hoeft het lichaam dat niet als bedreiging te verwerken. Het kan, mits de context veilig is, omschakelen naar het parasympathische zenuwstelsel, het rust-en-herstel-systeem. De nervus vagus, waarover ik schrijf in lachen is gezond, speelt hier een centrale rol.

Dit verklaart iets dat iedereen ervaart maar zelden benoemt: na een goede lachbui voelt een moeilijke situatie minder bedreigend. De spanning is er nog, het probleem is niet weg. Maar de manier waarop het lichaam de spanning vasthoudt, is veranderd. Niet alarmerend, maar draagbaar.

Met andere woorden: lachen is hoe het brein een paradox vasthoudt zonder eraan kapot te gaan.

De grote paradoxen van het leven

De grote paradoxen van het bestaan zijn op rationeel niveau onoplosbaar. Ze gaan niet weg, hoe lang je er ook over nadenkt. Een paar voorbeelden:

  • We zijn alleen geboren en we sterven alleen, én we hebben anderen nodig om mens te zijn
  • We willen vrij zijn, én we willen ergens bij horen
  • We willen veiligheid, én we willen avontuur
  • We hechten ons aan wat we liefhebben, én we weten dat alles wat we liefhebben tijdelijk is
  • We willen weten wie we zijn, én we veranderen voortdurend

Wie deze paradoxen eenzidig probeert “op te lossen”, loopt vast.

Humor biedt een derde uitweg.
De Amerikaanse psychiater George Vaillant, die ik in mijn humor-blog ook noem, beschouwt humor om deze reden als een van de meest volwassen psychologische cognitieve mechanismen. Niet vergelijkbaar met ontkenning, repressie of projectie (die juist één kant uitvegen), maar als een manier om de pijn en het leven tegelijk vast te houden. Onderzoek van Vaillant en zijn collega’s in de beroemde Harvard Grant Study, een van de langstlopende ontwikkelingsstudies ter wereld, koppelt dit type humor consistent aan psychologische gezondheid op lange termijn.

Geestelijke beweeglijkheid

Mensen met een goed gevoel voor humor zijn vaak ook mentaal flexibel. Dit is geen toeval. De geestelijke beweeglijkheid die humor vraagt, namelijk schakelen tussen frames, dubbelheid verdragen, kunnen kantelen van perspectief, is dezelfde beweeglijkheid die je nodig hebt om met paradoxen om te gaan. Wie veel met humor speelt, oefent in en/en-denken.

De gezonde vorm van humor is mild, niet hard. Niet alle humor traint de paradox-mindset. Sarcasme en cynisme zijn vaak juist één-kantige vormen van humor. Ze sluiten één kant van de paradox uit. Echte paradox-humor houdt beide kanten warm. De grap is mild, niet bitter; verbindend, niet uitsluitend. In het humor-blog werk ik dit verder uit aan de hand van de vier humorstijlen van Rod Martin.


Verwante blogs:

Literatuur

McGraw, A. P., & Warren, C. (2010). Benign violations: Making immoral behavior funny. Psychological Science, 21(8), 1141–1149.

Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/and thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Van Steenbergen, H., Aben, B., & Notebaert, W. (2015). Humor effects on conflict adaptation. Cognition and Emotion, 29(7), 1322-1330.

Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Vaillant, G. E. (2012). Triumphs of experience: The men of the Harvard Grant Study. Belknap Press.

DeBettignies, B. H., & Goldstein, T. R. (2020). Improvisational theater classes improve self-concept. Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts, 14(4), 451–461.

Felsman, P., Gunawardena, S., & Seifert, C. M. (2020). Improv experience promotes divergent thinking, uncertainty tolerance, and affective well-being. Thinking Skills and Creativity, 35, 100632.

De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Sommige levensvragen laten zich niet oplossen. Werk of relatie? Stabiliteit of avontuur? Geven of opkomen voor jezelf? Wie van zulke vragen een keuze probeert te maken, raakt vaak verder van huis. In dit blog bespreek ik wat psychologen een “paradox-mindset” noemen, een manier van denken die spanning niet probeert weg te poetsen, maar ermee leert leven en eruit leert putten. Het sluit aan op mijn blogs over mastery mindset en veerkracht.

De verleiding van zwart/wit-denken

Mensen houden van duidelijkheid. Wanneer we voor een lastige keuze staan: een baan accepteren of niet, een relatie voortzetten of beëindigen, een kind dichtbij houden of meer ruimte geven: we voelen ons opgelucht zodra we gekozen hebben. De onzekerheid is voorbij. We weten waar we staan.

Maar die opluchting kent een prijs. De onderzoekers Wendy Smith en Marianne Lewis, auteurs van Both/And Thinking, laten zien hoe vaak we voor een tweedeling staan waar geen echte tweedeling is. Werk versus privé. Stabiliteit versus verandering. Trouw aan jezelf versus rekening houden met anderen. We doen alsof het of/of is, terwijl het in werkelijkheid en/en is.

Smith en Lewis maken een belangrijk onderscheid:

  • Een dilemma is een keuze tussen alternatieven die elk op zichzelf een logische oplossing bieden.
  • Een paradox zijn tegenstellingen die met elkaar verweven zijn, allebei waar, en die niet verdwijnen door een keuze.

Veel van wat we als dilemma’s beleven, zijn in werkelijkheid paradoxen. De vraag “kies ik voor mijn carrière of voor mijn gezin?” wordt nooit opgelost. Wie alles op carrière inzet, verliest iets thuis. Wie zich helemaal terugtrekt naar het gezin, verliest iets in zichzelf. De paradox blijft, hoe je ook kiest. Het echte werk is niet kiezen tussen de twee, maar leren bewegen met beiden.

Waarom we ervoor wegduiken

wegduiken

Spanning voelt vervelend. Lichamelijk: je hartslag stijgt, je krijgt knoop in je maag, je piekert. Cognitief: je hersenen zoeken meteen een uitweg richting zekerheid. Sociaal: we worden geprezen om besluitvaardigheid, niet om twijfel.

Psycholoog Leon Festinger noemde dit cognitieve dissonantie. Dit is de innerlijke spanning die ontstaat als we tegelijk twee dingen voelen of denken die niet bij elkaar lijken te passen. Het brein wil die dissonantie oplossen. Daarom verschuiven we ons zelfbeeld om bij onze keuzes te passen, of poetsen we de moeilijke kant van de keuze weg.

Smith en Lewis beschrijven drie valkuilen waar we in glijden wanneer we paradoxen proberen op te lossen door te kiezen en de knoop door te hakken:

  1. Konijnenholen: we worden goed in onze gekozen kant en gaan steeds dieper graven, ook als de wereld om ons heen verandert. Wie hard werken kiest boven rust, wordt steeds productiever, totdat het lichaam in opstand komt. Wie zekerheid kiest boven avontuur, raakt steeds meer vastgeroest in routine.

  2. Sloopkogels: als de verwaarloosde kant zich uiteindelijk meldt, slaan we te ver door naar de andere kant. Na jaren hard werken ineens alles loslaten. Na jaren zorgzaamheid ineens alleen voor jezelf opkomen. De slinger zwaait extreem, en richt schade aan.

  3. Loopgravenoorlog: we polariseren. We graven ons in op één kant en zien de andere kant als de vijand. In relaties, op het werk, in de politiek, overal zie je hoe een paradox die niet wordt erkend, leidt tot verharding.

Wie wel eens een conflict heeft gehad waarin iedereen op zijn standpunt bleef staan, herkent dit. Zoals ik in Constructieve relatieconflicten beschrijf, ligt onder veel oppervlakkige meningsverschillen een paradox die beide partijen anders wegen en niet een onenigheid die met argumenten te beslechten valt.

Yin en yang als een paradox symbool

Tegenstelling: De zwarte en witte delen weerspiegelen tegengestelde dualiteiten. Wederzijdse afhankelijkheid:
De zwarte en witte delen definiëren en versterken elkaar wederzijds, en vormen samen een perfecte, cirkelvormige eenheid.
Dynamiek : De zwarte en witte delen stromen voortdurend van kleiner naar groter, terwijl de tegenovergestelde stippen binnen elk deel laten zien hoe de ene kracht de andere in zich draagt, wat voortdurende beweging suggereert.

Wat is een paradox-mindset?

Tegenover het of/of-denken staat wat Smith en Lewis een paradox-mindset noemen: het vermogen om twee tegengestelde waarheden tegelijk vast te houden, zonder de spanning te willen opheffen. Niet “wat is het goede antwoord”, maar “hoe kan ik recht doen aan beide kanten over tijd”.

Drie grondaannames zijn de grondslag van een paradox-mindset:

1. Van enkelvoudige waarheid naar meervoudige waarheid. In plaats van te denken “wat ik vind is waar, het tegendeel is dus onwaar”, erken je dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Ik heb behoefte aan rust en aan stimulatie. Hij heeft gelijk en zij heeft gelijk. Mijn ouders waren liefdevol en tekortschietend.

2. Van schaarste naar mogelijkheid. In plaats van “er is maar zoveel te verdelen, dus iemand verliest”, denken: “hoe kan ik de taart vergroten?”. In plaats van “ik kan niet beide kanten dienen”, denken: “hoe kan ik beide kanten over tijd dienen?”.

3. Van controleren naar coping. Misschien wel het belangrijkste. Smith en Lewis stellen dat we paradoxen niet kunnen oplossen. Wat we wel kunnen is leren ze te hanteren, dus voorlopige antwoorden vinden, die we ldan ater weer bijstellen.

Dit derde punt sluit nauw aan op de mastery mindset: het accepteren dat groei eeuwig is, dat we nooit “klaar” zijn.

Twee soorten focus: het brein heeft beide nodig

Vanuit een heel andere hoek komt psychiater Srinivasan Pillay tot een verwante conclusie. In zijn boek Tinker Dabble Doodle Try (NL Minder focus, meer effect) laat hij zien hoe het brein twee modi heeft die afwisselend nodig zijn:

Het focuscircuit de “zaklamp” van het brein. Het stelt je in staat te concentreren, taken af te maken, doelgericht te zijn. Bèta-hersengolven. Gemarkeerd door duidelijkheid en richting.

Het ontfocus-circuit (het default mode network): “het brein doet even niets”, Het ontfocus-circuit is actief als je mijmert, dagdroomt, doelloos wandelt of in een warm bad ligt. Het maakt verbindingen tussen verleden, heden en toekomst. Het integreert losse stukjes informatie tot nieuwe gehelen. Het is de bron van creativiteit, intuïtie en zelfinzicht.

Volgens Pillay zit het probleem in onze moderne cultuur niet zozeer in een gebrek aan focus, maar in een focus-verslaving. We willen altijd productief zijn, doelgericht, “aan”. Maar wie alleen focust, mist het signaal van de andere kant. Hyperfocus put de prefrontale cortex uit. Beslissingen worden mechanisch, creativiteit verschraalt, het zicht op het geheel verdwijnt.

Concreet zijn er volgens Pillay verschillende manieren om bewust te “ontfocussen”:

  • Mijmeren — toelaten dat je gedachten dwalen zonder ze te sturen
  • Dagdromen
  • Wandelen, vooral in de natuur
  • Bewegen, dansen, zingen, met je handen werken
  • Kleine creatieve activiteiten zonder doel (“tinker, dabble, doodle”)
  • Meditatie en ademhalingsoefeningen
  • Vuistregel: na elke 45 minuten focus 15 minuten ontfocussen

Wie in een lastige paradox vstzit, doet er goed aan niet harder te denken, maar de focus juist los te laten. Veel doorbraken komen tijdens een wandeling, onder de douche, of vlak voor het inslapen. Dat is geen toeval. Het is hoe het brein werkt.

Onzekerheid: het probleem en de uitweg

Beide auteurs cirkelen rond hetzelfde punt: onzekerheid is de kern van wat paradoxen ongemakkelijk maakt. En onzekerheid is eng.

Onderzoek van neurowetenschapper Issidoros Sarinopoulos liet iets opmerkelijks zien. Hij toonde proefpersonen plaatjes, sommige neutraal, sommige beangstigend. Vóór een neutraal plaatje verscheen een O; vóór een eng plaatje een X. In sommige experimenten verscheen alleen een vraagteken. Onzekerheid dus over wat er kwam. De proefpersonen reageerden op het vraagteken heftiger dan op de X. Met andere woorden: niet-weten was erger dan slecht nieuws weten.

Dit verklaart veel. Mensen die in een onzekere periode zitten, over hun werk, hun relatie, hun gezondheid, voelen vaak meer stress dan mensen met een definitief slecht bericht. Het brein vindt zekerheid, ook negatieve, beter draagbaar dan ambiguïteit.

Tegelijk, en hier komt de paradox: onzekerheid is op zichzelf niet schadelijk. Onderzoek van Ingrid Haas en William Cunningham laat zien dat onzekerheid even goed nieuwsgierigheid en open-mindedness kan oproepen als angst en geslotenheid. Het verschil zit in of we ons bedreigd voelen. Wanneer dreiging hoog is, leidt onzekerheid tot vernauwing en defensieve reflexen. Wanneer we ons veilig voelen, leidt diezelfde onzekerheid tot onderzoeken, leren, spelen.

De praktische conclusie: voordat je een paradox of een onzekere situatie kunt aangaan, moet je eerst zorgen dat je niet in alarmtoestand staat. Anders zal het brein automatisch terugvallen op of/of-denken en vlucht- of vechtreflexen. Daarom werken ontspannen, wandelen, slapen, lichaamsbeweging en sociale steun niet als “oplossingen” voor de paradox, maar als manieren om het zenuwstelsel zo te bedaren dat je überhaupt helder kunt denken.

Emotionele flexibiliteit: het bittere én het zoete

Een van de mooiste inzichten uit Both/And Thinking gaat over emoties. We denken vaak dat goed omgaan met situaties betekent: “blijf positief”. Maar onderzoek van Naomi Rothman laat iets anders zien.

Mensen die emotionele flexibiliteit kunnen verdragen dus tegelijk positieve én negatieve gevoelens kunnen voelen en uiten blijken in onderhandelingen, samenwerkingen en relaties effectiever dan mensen die alleen het positieve of alleen het negatieve uitspreken. Wie zegt “ik vind dit moeilijk en ik geloof dat we eruit komen”, roept bij anderen vaak meer betrokkenheid op dan wie alleen het ene of het andere uitstraalt.

Dit is wat we “bitterzoet” noemen: een trouwerij waar verdriet om afwezigen meedoet. Een afscheid waar opluchting en verdriet samengaan. De goede momenten van een relatie die nu eindigt.

Voor de paradox-mindset is emotionele flexibiliteit wezenlijk. Wie zich niet toestaat tegelijk opgelucht én verdrietig te zijn, blij én bang, gemotiveerd én moe, zal de paradox zelf ook niet kunnen verdragen. Voor wie dit moeilijk vindt, helpt het om kleine stappen te zetten richting zelfcompassie: er mag van alles tegelijk zijn, je hoeft niet één gevoel te kiezen.

patroon

Praktische gereedschappen voor de paradox-mindset

Samenvattend een aantal concrete praktijken die de paradox-mindset versterken:

Bouw pauzes in. Tussen prikkel en reactie, tussen vraag en antwoord, tussen e-mail en reply. Een diepe ademhaling, een korte wandeling, een nacht slapen, dat schept de ruimte waarin niet je oude reflex maar je weloverwogen antwoord het wint.

Erken beide kanten van de spanning. Schrijf ze op. “Aan de ene kant verlang ik naar … aan de andere kant verlang ik naar …”. Het opschrijven alleen al haalt scherpte van het of/of weg. Vaak zie je dan dat beide kanten waardevol zijn, en dat het niet om kiezen maar om balanceren gaat.

Stel de vraag opnieuw. In plaats van “moet ik A of B kiezen”, probeer “hoe kan ik over tijd zowel A als B een plek geven?”. Vaak openen zich opties die je in het of/of-denken niet zag.

Zoek je hogere doel. Smith en Lewis benadrukken het belang van een overkoepelend doel of waarde dat boven de paradox uitstijgt. Wanneer je weet waarom je doet wat je doet, kun je makkelijker bewegen tussen de twee kanten zonder je verloren te voelen. De zelfdeterminatietheorie noemt dit de behoefte aan zingeving, en in Welzijn en intrinsieke motivatie werk ik dit verder uit.

Experimenteer in kleine stappen. In plaats van één grote, onomkeerbare beslissing, neem je een proefballonnetje. Een paar maanden de nieuwe richting proberen. Twee dagen per week ander werk. Een kleine investering. Wat leer je? Dit is wat Pillay “tinkering” noemt: knutselen, uitproberen, voelen wat resoneert.

Laat ontfocus toe. Plan periodes zonder doel. Wandel zonder bestemming. Doe iets met je handen dat niet productief hoeft te zijn. Het brein heeft die modus nodig om paradoxen te integreren.

Oefen emotionele ambivalentie. Zeg uit: “Ik vind dit moeilijk en ik wil het”. “Ik ben verdrietig en ik ben dankbaar”. “Ik heb ruimte nodig en ik wil dichtbij zijn”. Niet als excuus voor onduidelijkheid, maar als eerlijke beschrijving van wat er is.

Lachen, humor en improvisatie
Lees meer in mijn blogs over humor en lachen.

Wanneer of/of-denken juist wél past

Tot slot een belangrijke nuance: niet elke beslissing is een paradox. Sommige keuzes zijn gewoon keuzes. “Wat eet ik vanavond?” hoeft geen existentiële spanning te zijn. “Welke trein neem ik?” ook niet. En sommige situaties vragen wél om een knoop doorhakken, bijvoorbeeld als iemand misbruik maakt van jouw ambivalentie, of wanneer uitstel kosten oplevert die te hoog zijn.

De paradox-mindset is niet “blijf eeuwig twijfelen”. Het is: herken wanneer je voor een écht dilemma staat (kies maar gewoon, dan ben je af) en wanneer voor een paradox (waar kiezen alleen tijdelijk verlicht en op termijn schaadt).

De vraag is dus altijd eerst: Heb ik hier te maken met een echte paradox, dus een onoverbrugbare tegenstelling, of met een eenvoudige keuze?


Literatuur

Smith, W. K., & Lewis, M. W. (2022). Both/And thinking: Embracing creative tensions to solve your toughest problems. Harvard Business Review Press.

Pillay, S. S. (2017). Tinker dabble doodle try: Unlock the power of the unfocused mind. Ballantine Books.

Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford University Press.

Dąbrowski, K. (1964). Positive disintegration. Little, Brown.

Rothman, N. B., & Northcraft, G. B. (2015). Unlocking integrative potential: Expressed emotional ambivalence and negotiation outcomes. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 126, 65-76.

Haas, I. J., & Cunningham, W. A. (2014). The uncertainty paradox: Perceived threat moderates the effect of uncertainty on political tolerance. Political Psychology, 35(2), 291-302.

Sarinopoulos, I., Grupe, D. W., Mackiewicz, K. L., Herrington, J. D., Lor, M., Steege, E. E., & Nitschke, J. B. (2010). Uncertainty during anticipation modulates neural responses to aversion in human insula and amygdala. Cerebral Cortex, 20(4), 929-940.

Johnson, B. (1992). Polarity management: Identifying and managing unsolvable problems. HRD Press.

Langer, E. J. (1975). The illusion of control. Journal of Personality and Social Psychology, 32(2), 311-328.

Humor als copingstrategie

Wie kent het niet: midden in een stressvolle situatie maakt iemand een rake grap, je schiet in de lach, en de spanning lijkt ineens minder loodzwaar. Humor is veel meer dan vermaak. Het is een van de oudste en krachtigste manieren waarop mensen omgaan met stress, angst, verlies en tegenslag. Niet voor niets noemde de Amerikaanse psychiater George Vaillant humor een van de meest ontwikkelde afweermechanismen van de menselijke psyche.

In deze blog leg ik uit hoe humor werkt als copingstrategie, welke vormen helpen en welke juist averechts werken.

humor

Hoe werkt humor als coping?

Humor lijkt op het eerste gezicht een vluchtige, lichte zaak. Maar als copingmechanisme grijpt het op meerdere niveaus tegelijk in.

Cognitief: een nieuw perspectief. Een grap dwingt ons om een situatie van een andere kant te bekijken. Wat eerst een ramp leek, wordt door een verrassende wending klein, absurd of zelfs charmant. Psychologen noemen dit cognitive reappraisal : het opnieuw interpreteren van een situatie. Het is precies dezelfde mechaniek die cognitieve gedragstherapie zo effectief maakt, alleen sneller en speelser.

Emotioneel: afstand en verlichting. Lachen onderbreekt het piekercircuit. Het is fysiologisch lastig om tegelijk angstig en lachend te zijn. Onderzoek laat zien dat humor cortisolspiegels verlaagt, het immuunsysteem ondersteunt en zelfs pijn vermindert.

Sociaal: verbinding. Samen lachen schept band. Een gedeelde grap is een klein moment van verbondenheid, en verbondenheid is een van de sterkste beschermende factoren tegen stress en depressie.

Vier humorstijlen: niet alle humor is gelijk

De Canadese psycholoog Rod Martin onderscheidt vier humorstijlen, waarvan twee adaptief (helpend) zijn en twee maladaptief (schadelijk).

De helpende humorstijlen

Verbindende humor (affiliative humor): grappen maken om de sfeer goed te houden, anderen op hun gemak te stellen, samen te lachen om iets in de wereld. Dit type humor versterkt relaties en sociale steun.

steun
steun

Zelfondersteunende humor (self-enhancing humor): het vermogen om zelfs in lastige tijden de absurde, lichte of komische kant van je eigen situatie te zien. Je ontkent de lastige situatie niet, maar creert ademruimte voor jezelf. Wie kan lachen om de eigenaardige kanten van zijn boosheid, angst of verdriet, ontkent die emoties niet, maar geeft zichzelf heeel even wat speelruimte om ze te dragen, in aanlop naar de probleemoplossende beweging van klacht naar kracht. Dit is humor die nauw samenhangt met zelfcompassie en veerkracht.
Lachen triggert hormonen in het lichaam die stress tegengaan, zoals onderzoek herhaaldelijk heeft bevestigd.

De schadelijke humorstijlen

Agressieve humor: sarcasme, spot, grappen ten koste van anderen. Dit lucht op korte termijn op, maar beschadigt relaties en zet aan tot vijandigheid. Het is verwant aan wat ik beschrijf in mijn blog over kwetsende opmerkingen.

Zelfvernederende humor (self-defeating humor): jezelf voortdurend tot mikpunt maken, “voor de grap” je eigen gevoelens of behoeften wegwuiven. Het lijkt sympathiek en bescheiden, maar onderzoek koppelt deze stijl aan lagere zelfwaardering, eenzaamheid en depressieve klachten.

Humor cultiveren in het dagelijks leven

Humor is geen aangeboren karaktertrek waar je het mee moet doen. Je kunt je humorzin oefenen.

Een paar concrete aanknopingspunten:

  • Omring je met mensen die je laten lachen. Humor is besmettelijk; in welk gezelschap je verkeert, vormt je humorgewoontes.
  • Zoek de absurditeit op. Lees columnisten, kijk komieken, luister naar podcasts die schuren én lachen.
  • Vertel je verhalen anders. Wanneer je iemand vertelt over een vervelende dag, kun je oefenen om de komische details mee te nemen, maar zonder de pijn helemaal weg te poetsen.
  • Leer lachen om jezelf, niet ten koste van jezelf. Het verschil zit in mildheid: lach je met of lach je uit?

Humor en coaching

Humor is geen oppervlakkig laagje vernis op een serieus leven. Het is een van de fijnste manieren waarop ons brein ons helpt om de zwaarte van het bestaan te dragen. In coaching merk ik vaak dat het herontdekken van humor, vooral van zelfondersteunende, milde humor, een teken is dat iemand greep op zijn leven heeft en dat relaties sterk verbeteren.

Meer lezen:

Lachen is gezond

De paradox-mindset: leven met onzekerheid

Literatuur

  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.
  • Samson, A. C., & Gross, J. J. (2012). Humour as emotion regulation: The differential consequences of negative versus positive humour. Cognition and Emotion, 26(2), 375–384.
  • Vaillant, G. E. (2000). Adaptive mental mechanisms: Their role in a positive psychology. American Psychologist, 55(1), 89–98.

Het belang van professionele feedback

In een eerder blog schreef ik over feedback geven en ontvangen: professionele feedback ondersteunt de drie psychologische basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie: autonomie, competentie en verbondenheid. Goede feedback is specifiek, nauwkeurig, beschrijvend en respectvol. Slechte feedback (vaag, oordelend of vleiend) beschadigt motivatie én relatie.

zelfkennis zelfreflectie-feedback
zelfkennis -zelfreflectie-feedback

Door vleiende chatbots krijgt dit thema een nieuwe urgentie.

Het tijdperk van de digitale ja-knikker

Lees verder “Het belang van professionele feedback”

De zelfdeterminatietheorie op de werkvloer

In februari 2026 verscheen in het tijdschrift Stress and Health een omvangrijke meta-analyse van Martin Hagger en Kaylyn McAnally Starr over de toepassing van de zelfdeterminatietheorie (SDT) in werkcontexten. De auteurs combineerden de gegevens van 192 studies met ruim 93.000 werknemers. Daarmee is het tot nu toe de meest robuuste empirische toets van het SDT-procesmodel op de werkvloer.

Het empirisch bevestigde model

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid

Hagger en Starr toetsten één samenhangende keten:

Ondersteuning van de basisbehoeften → bevrediging van autonomie, competentie en verbondenheid → autonome motivatie → werkuitkomsten.

Elke schakel hield stand. Werknemers die zich in hun basisbehoeften gesteund voelen door hun leidinggevenden, ervaren meer autonome motivatie. En autonome motivatie voorspelt sterk hogere bevlogenheid, werktevredenheid, prestatie en welzijn.

autonomie

Werken onder druk is schadelijk

Een van de meest sprekende bevindingen betreft gecontroleerde motivatie: handelen vanuit druk, schuldgevoel of externe beloning. Deze vorm bleek een robuuste voorspeller van burn-out en personeelsverloop. De praktische boodschap is helder: niet hoeveel iemand werkt bepaalt het risico op uitputting, maar waarom iemand werkt. Dit sluit precies aan bij wat al bekend was over de nadelen van extrinsieke motivatie.

Universele werking

De effecten bleken vergelijkbaar in landen met individualistische én collectivistische culturen. De universele waarde van autonomie, competentie en verbondenheid (zoals de SDT veronderstelt) wordt daarmee opnieuw bevestigd.

Wat betekent dit voor coaching?

In mijn coaching combineer ik cognitieve gedragstherapie (CGT) met de zelfdeterminatietheorie. CGT levert de technieken om belemmerende gedachten en patronen rond werk te onderzoeken; SDT geeft de richting aan: meer intrinsieke motivatie, meer ervaren autonomie, meer vitaliteit en bevlogenheid. De nieuwe meta-analyse onderbouwt dat deze richting ook een wetenschappelijk gefundeerde buffer vormt tegen werkstress en burn-out.

Literatuur

Hagger, M. S., & Starr, K. M. (2026). Self-Determination Theory and Workplace Outcomes: A Meta-Analysis. Stress and Health, 42, e70151. https://doi.org/10.1002/smi.70151

Copingstrategieën: hoe ga je om met stress en tegenslag?

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met stress, tegenslag, verlies of conflicten. Dat is een onvermijdelijk deel van het leven. De vraag is niet of we lastige situaties tegenkomen, maar hoe we ermee omgaan. De manieren waarop we proberen met stress en moeilijke emoties om te gaan, noemen psychologen copingstrategieën.

coping

Wat is coping?

Het begrip “coping” komt uit het Engelse to cope with, omgaan met. De Amerikaanse stresspsycholoog Richard Lazarus introduceerde het begrip in 1984 samen met zijn collega Susan Folkman. Volgens hen zijn copingstrategieën alle cognitieve en gedragsmatige inspanningen om om te gaan met situaties die we als belastend ervaren.

Coping is geen eenmalige reactie maar een proces. We schatten een situatie in (Is dit bedreigend? Heb ik er invloed op?) en kiezen – vaak onbewust – een manier om ermee om te gaan. Sommige strategieën helpen ons echt verder, andere bieden tijdelijk verlichting maar maken het probleem op de lange termijn groter.

Probleemgerichte en emotiegerichte coping

Lazarus en Folkman onderscheidden twee hoofdvormen van coping.

Probleemgerichte coping richt zich op de situatie zelf. Je probeert het probleem te begrijpen, alternatieven te bedenken en stappen te zetten om iets te veranderen. Deze strategie werkt het beste wanneer je daadwerkelijk invloed kunt uitoefenen op wat er gebeurt.

Emotiegerichte coping richt zich op de gevoelens die de situatie oproept. Je probeert je emoties te reguleren, betekenis te geven aan de ervaring of steun te zoeken. Deze strategie is vooral nuttig wanneer de situatie zelf niet (meteen) te veranderen is — zoals bij verlies, ziekte of grote maatschappelijke onzekerheid, bijvoorbeeld bij geopolitieke dreiging.

In de praktijk hebben we beide vormen nodig, vaak tegelijkertijd.

Helpende copingstrategieën

De basis: goed voor je lichaam zorgen

Goede coping begint bij een goed onderhouden lichaam. Slaap, beweging en voeding zijn geen luxe maar de fundering waarop onze veerkracht rust. In mijn blog over leefstijl-interventies bij stress ga ik daar uitgebreid op in.

Ontspanning en ademhaling

Bij acute stress zorgt ons zenuwstelsel voor een vecht- of vluchtreactie. Bewust ontspannen en ademhalingsoefeningen zijn directe en effectieve manieren om dit systeem te kalmeren.

Emotieregulatie

Emoties zijn signalen, geen vijanden. Leren om je gevoelens te herkennen, te benoemen en serieus te nemen is een essentiële copingvaardigheid. Hierover heb ik geschreven in mijn blog Verdriet, angst, boosheid: van klacht naar kracht.

Cognitieve herstructurering

Veel stress ontstaat niet door wat er gebeurt, maar door hoe we het interpreteren. Met technieken uit de cognitieve gedragstherapie leer je vastgeroeste denkpatronen herkennen en bijstellen. Dat helpt ook om minder te piekeren.

Zelfcompassie

In moeilijke tijden zijn we vaak het hardst voor onszelf. Zelfcompassie ( jezelf behandelen met dezelfde vriendelijkheid die je een goede vriend zou bieden) is een van de krachtigste vormen van emotiegerichte coping.

steun

Sociale steun

Mensen zijn sociale wezens. Verbondenheid en goede relaties zijn niet alleen prettig, maar ook bewezen beschermend tegen stress en depressie. Praten met iemand die luistert is op zichzelf al coping.

Natuur en beweging

Een wandeling in het bos of langs het strand werkt rustgevend op zenuwstelsel én geest. In mijn blog over natuurbeleving en welzijn leg ik uit waarom. In mijn praktijk werk ik graag als wandelcoach in de Haagse parken.

beukenbos boswandeling Natuurbeleving en welzijn

Humor

Een minder vaak genoemde, maar krachtige copingstrategie is humor. Lachen om jezelf, om absurde situaties of samen met anderen verlicht spanning, geeft afstand tot het probleem en versterkt de sociale band. Onderzoek van de Canadese psycholoog Rod Martin laat zien dat bepaalde humorstijlen, vooral verbindende en zelfondersteunende humor, bijdragen aan welzijn, terwijl andere vormen (cynisme, zelfvernederende humor) juist averechts werken. Aan humor als copingstrategie wijd ik binnenkort een serie blogs.

Niet-helpende copingstrategieën

Niet alle coping helpt. Vermijding, langdurig piekeren, voortdurend afleiding zoeken via schermen, of grijpen naar alcohol of eten geven kortstondig verlichting maar versterken het onderliggende probleem. Vaak weten we wel dat zulke strategieën niet helpen, maar we kiezen er toch voor omdat de gezondere alternatieven meer moeite kosten. Bewustwording is de eerste stap naar verandering.

Coping is een vaardigheid

Het goede nieuws is: coping is geen vaste karaktertrek, maar een set vaardigheden die je kunt leren en uitbreiden. Hoe meer copingstrategieën je tot je beschikking hebt, hoe flexibeler je kunt reageren op wat het leven brengt. Dat is precies wat we mentale weerbaarheid noemen.

In mijn coaching werk ik samen met cliënten aan het verbreden van hun copingrepertoire: minder gericht op vermijding en piekeren, meer op actief problemen aanpakken, emoties verwerken, steun zoeken … en ja, ook op de helende kracht van een goede lach.

Literatuur

  • Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer.
  • Carver, C. S., & Connor-Smith, J. (2010). Personality and coping. Annual Review of Psychology, 61, 679–704.
  • Martin, R. A., & Ford, T. E. (2018). The psychology of humor: An integrative approach (2nd ed.). Academic Press.

Betere relaties

Relaties en psychologische behoeften

intrinsieke motivatie
zelfdeterminatietheorie

Voor betere relaties (met een partner, met familie, vrienden, buren en op het werk) kunnen we het beste steunen op de informatie uit goed onderbouwde motivatietheorieen.

De zelfdeterminatietheorie of zelfbeschikkingstheorie (SDT) is een psychologische theorie die verklaart hoe menselijke motivatie en welzijn worden beïnvloed door de sociale omgeving. Belangrijk hierbij is de vervulling van drie psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens SDT verwijst autonomie naar het gevoel van vrije wil en keuze in iemands handelen, competentie naar het gevoel van effectiviteit en beheersing in iemands activiteiten, naar Saamhorigheid verwijst naar het gevoel van verbondenheid met anderen.

betere relaties zelfdeterminatietheorie motivatie welzijn basisbehoeften autonomie competentie verbondenheid mentale weerbaarheid

De zelfdeterminatietheorie helpt, om romantische en ook andere relaties te begrijpen en te verbeteren. SDT stelt hierbij dat relaties de mentale weerbaarheid en het welzijn van de betrokkenen kunnen ondersteunen of ondermijnen.

Psychologische basisbehoeften in relaties

Een sleutelbegrip in SDT is de rol van psychologische basisbehoeften.

De zelfdeterminatietheorie
psychologische basisbehoeften SDT

De zelfdeterminatietheorie stelt dat relaties voor beide partners de behoeften aan autonomie, bekwaamheid en verbinding kunnen vervullen of frustreren. Behoeftevervulling treedt op wanneer partners elkaars keuzes en voorkeuren steunen (autonomie), elkaars capaciteiten en inspanningen erkennen en waarderen (competentie), en zorg en genegenheid voor elkaar tonen (verbondenheid). Aan de andere kant treedt behoefte-frustratie op wanneer partners elkaars acties controleren of dwingen (minder autonomie), elkaars vaardigheden en prestaties bekritiseren of ondermijnen (minder competentie), of elkaars gevoelens en behoeften verwaarlozen of afwijzen (minder verbondenheid).

Respecteer de autonomie van de ander- net als je eigen autonomiebehoefte

Een goede relatie vraagt erom dat je voortdurend goed erop let de autonomie van een ander ruimte te geven. Evenzo belangrijk is het, dat je om ruimte voor je eigen autonomie vraagt. Heel concreet kan je het volgende doen:

vriendelijkheid relaties


*Keuzevrijheid geven/vragen bij de uitvoering van huishoudelijke of andere taken

*Het perspectief van de ander innemen (en ook hierom durven te vragen)

*Onderbouwde uitleg geven/vragen voor wensen

*Vriendelijk formuleren

*Geduld tonen/vragen

*Negatieve emoties toestaan/begrip hiervoor vragen

*Feedback vragen

Competentie bij een ander kan je op de volgende manier aanmoedigen (en voor je zelf hierom vragen):

psycholoog wandelcoach Den Haag genschappen methode tools en technieken gesprek analytische vaardigheden oplossingsgericht positieve psychologie gedrag
kleine stappen

*Kleine stappen aanmoedigen en ondersteuen als iemand iets nog moet leren (of het nou koken is of reparatie of naaien, maakt niet uit)

*Constructief feedback geven en vragen

*Hoge tolerantie voor fouten tonen en vragen

Verbondenheid kan op de volgende manier worden ondersteund:

aandacht geven verbondenheid
aandacht geven

*Veel aandacht geven (en ook durven te vragen)!

*Responsiviteit: begrip, erkenning, zorgzaamheid tonen en vragen: de relatie gaat altijd voor sociale media etc.

*Vriendelijke verhoudingen: toon en houding bewust warm en vriendelijk maken

*Ondersteuning en samenwerking: bewust hulp en steun bieden.

Iedereen overschat zijn eigen vriendelijkheid: negativiteitsbias

Mensen zijn over het algemeen niet vriendelijk genoeg, om relaties optimaal te laten groeien. Achteloosheid, zorgen of veelvuldige aandachtseisen maken, dat wij niet zo aardig tegen elkaar zijn als we zouden kunnen. (Ik heb het nu hier niet over conflicten).

Mensen hebben een aangeboren tendens, om dingen en andere mensen kritisch te zien en negatieve aspecten uit te vergroten: de negativiteitsbias. Voor goede relaties is het zeer belangrijk, dat we deze negativiteitsbias (een systematische denkfout) kennen en actief bijsturen. Het is hierbij niet genoeg om de negativiteitsbias alleen uit te balanceren: nee, het is noodzakelijk om actief vriendelijk en positief te zijn:

De onderzoekers John and Julie Gottman onderzochten over decennia de communicatie in gelukkige en ongelukkige stellen. In gelukkige relaties maakten partners 5 keer zo vaak een positieve opmerking als een negatieve.

5 keer!

Twee dingen kunnen we hiervan leren, ook voor alle andere relaties:

Ten eerste: probeer veel leuke en aardige dingen te zeggen en te doen en veel aandacht te geven. Ten tweede: je mag best een keer ook kritisch zijn. Als je dit op een goede manier uitlegt (met aandacht voor autonomie, competentie en verbondenheid, zie boven) en de kritiek omgeven wordt door een vriendelijke, solide relatie, kan dit heel goed.

En als het niet lukt?

vriendelijkheid relatie

Vriendelijkheid is niet moeilijk. Het gaat om kleine dingen: glimlachen, danken, interesse tonen, lachen, een grapje maken, soms een cadeautje, soms een verrassing…het gaat vooral om aandacht. Maar wat als je merkt dat je niet vriendelijk kunt of wilt zijn, of als de ander op jouw vriendelijkheid niet met aandacht en vriendelijkheid reageert? Dan kan het zijn dat je op de korte en zeker op de lange termijn in een conflict over loyaliteit en commitment belandt. Denk hierover na, bespreek het met een vertrouwde vriend of zoek een coach. Het beste is het om een sluimerend loyaliteitsconflict, dat uit onvoldoende aardigheid of te weinig aandacht blijkt proactief onder ogen te zien.

Waarschuwingstekens

De vervulling van psychologische basisbehoeften is noodzakelijk voor mentale en fysieke gezondheid. Omgekeerd is het een waarschuwingsteken als de psychologische basisbehoeften niet worden vervuld. Dit is het geval in misbruiksrelaties. Fysiek, seksueel en emotioneel misbruik is geen pijn om te verdragen, maar een signaal om onmiddelijk ondersteuning te zoeken en een stap terug te doen!

Een constructief gesprek

Constructieve gesprekken hebben een aantal belangrijke kenmerken:

  • een vriendelijke en ontspannen lichaamshouding bij degene, die spreekt.
  • concentratie op observeerbare feiten in plaats van persoonlijkheid. Dus “Jouw sokken liggen op de grond” ipv “Jij bent altijd zo slordig”
  • en positieve wens in concrete kleine stappen ipv verwijten (“Kunnen we 5 minuten lang samen de kamer opruimen?”).

Ontspanning en emotieregulatie

Persoonlijke gesprekken, waar wij sterk betrokken raken, zijn moeilijk als controversiele onderwerpen of meningsverschillen op tafel komen. Hartslag en bloeddruk gaan bij de partners omhoog. Voor een goede relatie zijn verdiepende gesprekken essentieel. Hierbij is het zeer belangrijk om te leren lichamelijke reacties te monitoren en ontspanningstechnieken te kennen en te beheersen. Als de hartslag te hoog oploopt is het goed en zelfs noodzakelijk om even te pauseren en ademoefeningen te doen.

Meer lezen:

Constructieve relatieconflicten

Literatuur

Gottman, J. M., & Gottman, J. S. (2015). Gottman couple therapy. In A. S. Gurman, J. L. Lebow, & D. K. Snyder (Eds.), Clinical handbook of couple therapy (pp. 129–157). The Guilford Press.

Knee, C. R., Hadden, B. W., Porter, B., & Rodriguez, L. M. (2013). Self-determination theory and romantic relationship processes. Personality and Social Psychology Review17(4), 307-324.