Vriend van je toekomstige zelf

lange termijn

Elke handeling in het heden heeft gevolgen voor de toekomst. Maar het is erg moeilijk om de toekomst mee te wegen, erg moeilijk dus om een vriend te zijn van je toekomstige zelf.

Waarom de toekomst minder zwaar weegt

De gedragspsychologie kent hiervoor een goed onderbouwd begrip: temporal discounting, het “afprijzen” van de toekomst. Een beloning die je nu kunt krijgen, voelt waardevoller dan dezelfde beloning over een jaar. Hetzelfde geldt voor straf en verlies: een nadeel dat pas over maanden optreedt, weegt in de beslissing van vandaag nauwelijks mee. Uitgestelde beloning en uitgestelde bestraffing sturen ons gedrag daardoor veel zwakker dan directe gevolgen.

Evolutionair is dat begrijpelijk. Onze voorouders leefden in een omgeving waarin de nabije toekomst onzeker was; wie het zekere voor het onzekere nam, overleefde. Maar in een moderne levensloop, met loopbanen van decennia, pensioenen, gezondheid die zich over jaren opbouwt of afbreekt, werkt kortzichtigheid tegen ons.

Er komt nog iets bij. Emoties reageren vooral op wat als werkelijk en nabij wordt ervaren, niet op abstracties. De emotiepsycholoog Nico Frijda beschreef dit als de wet van de schijnbare werkelijkheid. De stapel werk op je bureau vandaag maakt dat je hard werkt; het beeld van jezelf over tien jaar, overbelast omdat je nooit grenzen stelde, roept vrijwel niets op. Het is te ver weg, te vaag, te weinig echt. Ons gevoel is een slechte bondgenoot van de lange termijn.

Je toekomstige zelf als vreemde

De psycholoog Hal Hershfield heeft laten zien hoe diep dit gaat: veel mensen behandelen hun toekomstige zelf alsof het een ander persoon is. In hersenonderzoek reageert het brein bij het denken aan “Ik over twintig jaar” soms meer zoals bij het denken aan een vreemde dan aan zichzelf. En wie zijn toekomstige zelf als vreemde ervaart, zorgt er ook slechter voor: minder sparen, minder bewegen, meer uitstellen.

Dat maakt langetermijndenken tot een kwestie van identiteit. De vraag is niet alleen “Wat wil ik nu?”, maar ook “Wie wil ik over vijf of tien jaar zijn en wat gun ik die persoon?”. Wie zijn zelfbeeld als iets veranderlijks ziet, iets dat je mede zelf vormgeeft, heeft het gemakkelijker om het toekomstige zelf als bondgenoot te zien in plaats van als abstractie.

Waar het speelt

Het korte-termijn-denken duikt overal op waar keuzes van nu hun prijs pas later tonen.

*Bij grenzen en assertiviteit: de snelle “ja” van vandaag bepaalt wat morgen van je wordt verwacht. Elke toezegging signaleert je omgeving dat je beschikbaar bent.

*In de loopbaan: wie jarenlang doet wat zich toevallig aandient, kan op een dag ontdekken dat de arbeidsmarkt is veranderd en de eigen koers nooit is uitgezet. Juist bij loopbaanvragen loont het om regelmatig een lange horizon te nemen: waar wil ik naartoe, en welke kleine stap van nu past daarbij?

*Bij leefstijl en gezondheid: de gevolgen van eten, bewegen en slapen zijn traag en cumulatief. Precies daarom werkt het beter om gewoontes in kleine stappen te veranderen dan te vertrouwen op wilskracht tegenover een verre beloning.

*Bij plannen: we onderschatten stelselmatig hoeveel tijd taken kosten, de planning fallacy. Ook dat is een vorm van te licht wegen van de toekomst: het toekomstige ik zal het wel oplossen.

*En op maatschappelijke schaal is het hetzelfde mechanisme dat duurzaam gedrag zo moeilijk maakt: de kosten zijn nu, de baten liggen ver weg en bij anderen.

De lange termijn dichterbij halen

Als uitgestelde gevolgen ons gevoel niet bereiken, is de oplossing niet méér wilskracht, maar de toekomst dichterbij halen, zo concreet en zintuiglijk dat ze emotioneel gaat meetellen.

Een eerste techniek is episodic future thinking: het levendig voorstellen van een concrete toekomstige situatie. Niet “ooit wil ik meer rust”, maar: het is dinsdagochtend over drie jaar, ik zit aan mijn bureau, mijn agenda heeft ademruimte, ik heb gisteren zonder schuldgevoel een verzoek afgewezen. Hoe ziet dat eruit, hoe voelt dat? Onderzoek laat zien dat zulke levendige toekomstbeelden het afprijzen van de toekomst daadwerkelijk verminderen. Je kunt het versterken door je toekomstige zelf een gezicht te geven: stel je jezelf voor op een concrete leeftijd, in een concrete omgeving, en vraag je bij belangrijke keuzes af wat deze persoon ervan zou vinden.

Een tweede techniek zijn implementatie-intenties: als-dan-plannen die de goede keuze van tevoren vastleggen. “Als mij op het werk een extra taak wordt gevraagd, dan zeg ik dat ik er een nacht over slaap.” Zo hoeft de beslissing niet genomen te worden op het moment dat de korte termijn het hardst roept. Het is zelfcontrole zonder moeite.

Een derde is pre-commitment: de toekomst nú al vastleggen, zodat je latere zelf er niet meer onderuit kan, of niet meer hoeft te vechten. Een vaste vrije middag in de agenda, een automatische overboeking naar de spaarrekening, een afspraak met een wandelmaatje. Je gebruikt het heden, waarin je verstandig bent, om het toekomstige moment, waarin je verleidbaar bent, te beschermen.

En ten slotte kan het Willen–Moeten–Zou moeten-lijstje dienst doen als filter met tijdsdimensie. Bij elke verplichting die je aangaat, kun je niet alleen vragen: wil ik dit, moet dit echt, of vindt alleen de omgeving dat het zou moeten? Je kan ook vragen: wil mijn toekomstige zelf dit nog steeds?

patroon

Regie over je tijdshorizon

Denken op de lange termijn is uiteindelijk geen kwestie van discipline, maar van regie: zelf bepalen op welke tijdschaal je je keuzes weegt. Wie de lange termijn niet meeneemt, laat de regie in feite aan het toevallige heden- aan wie er vandaag iets vraagt, aan wat er vandaag lokt of dreigt. Wie de toekomst dichterbij haalt, vergroot zijn eigen regie, omdat je toekomstige zelf een stem krijgt in de beslissingen van nu.

En soms is die stem verrassend mild. Het toekomstige zelf vraagt zelden om perfectie. Het vraagt vooral om niet vergeten te worden.

Literatuur

Hershfield, H. E. (2023). Your future self: How to make tomorrow better today. Little, Brown Spark

Pronin, Olivola & Kennedy (2008), “Doing unto future selves as you would do unto others”, Personality and Social Psychology Bulletin, 34(2), 224–236

Meer zelfcompassie

Zelfverwijt na het maken van fouten kan overweldigend aanvoelen, vooral als je in de greep bent van perfectionisme. Perfectionisten stellen vaak een hoge norm, waardoor zelfs kleine misstappen verwoestend lijken. Zelfcompassie is daarentegen een mindset, die een tegenwicht biedt door je toe te staan te erkennen dat fouten een essentieel onderdeel zijn van het leven. Fouten helpen je te leren en te ontwikkelen en competentie op te bouwen.

zelfcompassie

Perfectionisme en zelfverwijt

Perfectionisme is als een meedogenloze innerlijke criticus die onberispelijkheid eist. Als je gelooft dat elke actie of beslissing perfect moet zijn, kan elke fout een cascade van zelfverwijt veroorzaken. Dit gaat niet alleen over de fout zelf. Perfectionisme is het interne verhaal dat je vertelt dat je het beter had moeten doen, dat je niet goed genoeg bent, dat je altijd alles verkeerd doet, of dat je waardeloos bent.

Zelfcompassie is een positieve mindset

Zelfcompassie biedt een transformerend perspectief door je uit te nodigen jezelf met dezelfde vriendelijkheid te behandelen die een goede vriend zou geven. Compassie betekent dat je erkent dat iedereen fouten maakt. Mensen maken fouten, en soms zelf zeer ernstige en verwijtbare fouten. Technieken zoals mindfulness kunnen je helpen om je zelfkritische gedachten te observeren zonder erin verstrikt te raken.

Zelfcompassie leren

dagboek emotie cognitie zelfbeeld afstand perspectief

Zelfkritiek, piekeren en tobben en de bijhorende negatieve emotie is in eerste instantie een passende reactie op zorgelijke ontwikkelingen en bedreigingen. Belangrijk is het daarom om zicht te krijgen op zowel de gedachten alsook op de achterliggende dreigingen. Schrijf op wat gebeurde en wat jouw gedachten waren of nu nog zijn. Wat vind jezelf van je gedachten, is je zelfkritiek terecht of overdreven?

Samen met een coach of anders met aantekeningen in een dagboek lukt het om afstand te nemen en perspectief op de eigen negatieve gedachten te krijgen. Gaat het om overdreven zorgen of gaat het om problemen die om een gerichte aandacht vragen? Maak samen met een vriend of een coach een plan in kleine concrete stappen om de overbodige negatieve gedachten en/of de achterliggende problemen aan te pakken. Maak gebruik van je emotie, e-motie wil je tot actie brengen.

steun
steun

Wie piekert, zich dus zorgen maakt, moet vooral eerst voor zichzelf zorgen. Zorg voor jezelf door jezelf vriendelijk en ondersteunend toe te spreken. Maak samen met een vriend of een coach lijsten van typische zelfverwijten. Schrijf ernaast een antwoord op je eigen verwijten op de manier als een liefdevolle vriend je zou toespreken. Probeer stapsgewijs je piekeren vriendelijker te maken. Leer om je eigen vriend te zijn. Zorg ook anders goed voor je zelf: denk aan eten, slapen en bewegen. Maak ademoefeningen om acute stress tegen te gaan.

Bewegen eten salpen leefstijl
Bewegen eten slapen leefstijl

Verbondenheid een basisbehoefte

zelfdeterminatietheorie welzijn menatle gezondheid saamhorigheid sociale relaties intrinsieke motivatie steun interactie
autonomie, competentie en saamhorigheid

Verbondenheid of saamhorigheid is een begrip uit de zogenaamde zelfdeterminatietheorie . Saamhorigheid verwijst hier naar een van de drie aangeboren psychologische behoeften die individuen motiveren en bijdragen aan hun welzijn. Verbondenheid staat hier naast autonomie en competentie, de andere twee psychologische behoeften. Volgens de zelfdeterminatietheorie betekent saamhorigheid de behoefte aan verbinding, sociale interacties en positieve relaties met anderen. Verbondenheid is dan het gevoel erbij te horen en het verlangen om betekenisvolle verbindingen en banden aan te gaan met mensen om ons heen.

Mensen zijn sociale wezens. Daarom weerspiegelt verbondenheid de fundamentele behoefte aan sociale saamhorigheid en acceptatie. De relatie met anderen geeft mensen een gevoel van steun en begrip. Dit draagt bij aan hun algehele psychologische welzijn en motivatie. Saamhorigheid omvat ook zowel emotionele als interpersoonlijke aspecten van menselijke interactie.

Positieve gevolgen van verbondenheid

Mentale weerbaarheid Verbondenheid zelfdeterminatietheorie welzijn menatle gezondheid saamhorigheid sociale relaties intrinsieke motivatie steun interactie

Bevredigende relaties en je verbonden voelen met anderen heeft verschillende positieve gevolgen. Hierbij hoort verhoogde intrinsieke motivatie, evenals verbeterde mentale weerbaarheid, meer geluk en minder psychologische stress. Door saamhorigheid vinden individuen sociale steun, voelen ze ook zich gewaardeerd en gerespecteerd en ervaren ze het gevoel bij een groep of gemeenschap te horen.

Verbondenheid kan op de volgende manier ondersteund worden:

  • Aandacht geven!
  • Faciliteren van sociale interactie
  • Responsiviteit: begrip, erkenning, zorgzaamheid
  • Vriendelijke verhoudingen
  • Ondersteuning en samenwerking

Meer lezen: Betere relaties

Literatuur:

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2022). Self-determination theory. In Encyclopedia of quality of life and well-being research (pp. 1-7). Cham: Springer International Publishing.

Ryan, R. (2019). The Oxford handbook of human motivation (Second ed., Oxford handbooks online).

Vitaliteit

Iedereen kent die toestand wel: enthousiasme, levendigheid en een kalme, beschikbare energie waarin je je sterk en aanwezig voelt. In de zelfdeterminatietheorie wordt vitaliteit gedefinieerd als de fysieke en mentale energie die je ter beschikking staat. Energie dus, die je kunt benutten en reguleren voor wat je wilt doen (Ryan & Deci, 2008).

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie Welzijn en intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
autonomie, competentie en saamhorigheid

Richard Ryan en Christina Frederick introduceerden hiervoor het begrip subjectieve vitaliteit: de bewuste ervaring dat je over energie en levenskracht beschikt, als een directe afspiegeling van je welzijn (Ryan & Frederick, 1997).

Niet elke energie is vitaliteit

Een belangrijk inzicht van Ryan en Frederick is dat vitaliteit niet hetzelfde is als opwinding of activatie op zich. Je kunt opgejaagd, gespannen of voortdurend “aan” staan en tóch weinig vitaliteit ervaren. Wat vitaliteit kenmerkt, is dat de energie aanvoelt als van jezelf: beschikbaar voor de dingen die je zelf belangrijk vindt. Energie die je verbruikt onder druk, uit moeten of uit angst put je juist uit. Vitaliteit is daarmee energie die in dienst staat van het zelf (Ryan & Deci, 2008). Niet voor niets voelt handelen vanuit willen anders dan handelen vanuit een innerlijke stem die vooral moet, moet, moet.

Vitaliteit en de psychologische basisbehoeften

Steeds meer experimenteel en veldonderzoek laat zien dat vitale energie wordt gevoed wanneer de drie psychologische basisbehoeften vervuld zijn: autonomie, competentie en verbondenheid. Handelen vanuit autonome motivatie (omdat je iets zelf wilt of waardevol vindt) houdt je energie op peil. Handelen vanuit gecontroleerde extrinisieke motivatie (omdat het moet, van jezelf of van een ander) levert vaak dezelfde prestatie op, maar put je vitaliteit uit (Nix, Ryan, Manly & Deci, 1999). Een leven dat vooral draait om extrinsieke doelen als status, geld of uiterlijk bevredigt die behoeften minder, en levert daardoor minder energie op.

Leefstijl, natuur en herstel

Bewegen eten salpen leefstijl

Vitaliteit heeft daarnaast een stevige lichamelijke basis. Een gezonde leefstijl (voldoende bewegen, goede slaap, ontspanning en gezond eten) ondersteunt je fysieke en mentale energie. Bijzonder krachtig is contact met de natuur: mensen voelen zich aantoonbaar energieker en levendiger na tijd buiten in een natuurlijke omgeving (Ryan et al., 2010). Dat is een van de redenen dat ik graag wandelend coach en aandacht besteed aan natuur en welzijn. Vitale mensen blijken bovendien beter te copen met stress en weerbaarder tegen fysieke en virale belasting, en rapporteren meer gezondheid en welzijn.

Verwant aan flow

intrinsieke motivatie
intrinsieke motivatie

Een nauw verwante toestand is flow: volledig opgaan in een activiteit die je zelf zinvol vindt. Ook flow laat zich goed begrijpen vanuit de zelfdeterminatietheorie en gaat doorgaans samen met een sterk gevoel van vitaliteit (Bakker & Van Woerkom, 2017). Waar vitaliteit de beschikbare energie beschrijft, beschrijft flow de toestand waarin die energie helemaal opgaat in wat je doet.

Vitaliteit en eigen regie

Dat vitaliteit “energie die je ter beschikking staat” is, raakt de kern van agency en eigen regie: het gevoel zelf aan het roer van je leven te staan. Wie handelt vanuit eigen keuze en autonomie houdt energie over; wie vooral leeft vanuit moeten, raakt langzaam uitgeput. Werken aan je vitaliteit is daarom niet alleen een kwestie van rust en leefstijl, maar ook van regie: kiezen voor wat werkelijk van jou is.

Literatuur

Bakker, A. B., & Van Woerkom, M. (2017). Flow at work: A self-determination perspective. Occupational Health Science, 1, 47–65.

Nix, G. A., Ryan, R. M., Manly, J. B., & Deci, E. L. (1999). Revitalization through self-regulation: The effects of autonomous and controlled motivation on happiness and vitality. Journal of Experimental Social Psychology, 35(3), 266–284.

Ryan, R. M., & Frederick, C. (1997). On energy, personality, and health: Subjective vitality as a dynamic reflection of well-being. Journal of Personality, 65(3), 529–565.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2008). From ego depletion to vitality: Theory and findings concerning the facilitation of energy available to the self. Social and Personality Psychology Compass, 2(2), 702–717.

Ryan, R. M., Weinstein, N., Bernstein, J., Brown, K. W., Mistretta, L., & Gagné, M. (2010). Vitalizing effects of being outdoors and in nature. Journal of Environmental Psychology, 30(2), 159–168.

Flow

flow
flow (klik voor video)

De flowtoestand, ook wel bekend als “in de zone zijn”, is een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in een activiteit. Deze staat van diepe concentratie en betrokkenheid wordt vaak geassocieerd met verhoogde prestaties en creativiteit.

Competentie en flow zijn twee nauw verwante concepten in de positieve psychologie en als psychologische basisbehoefte. Deze begrippen beschrijven de optimale staat van menselijk functioneren. Competentie verwijst naar het gevoel van beheersing en effectiviteit dat iemand heeft in zijn werk of een andere activiteit. Flow verwijst naar de subjectieve toestand van volledige absorptie en plezier die iemand ervaart wanneer hij volledig betrokken is bij een uitdagende en zinvolle taak.

Volgens Csikszentmihalyi, de grondlegger van de flowtheorie, wordt flow gekenmerkt door intense betrokkenheid bij de activiteit van moment tot moment. De aandacht gaat volledig uit naar de betreffende taak. De Flow-toestand omvat ook drie aanvullende subjectieve kenmerken: het samengaan van actie en bewustzijn, een gevoel van controle, en een veranderd tijdsbesef.

Flow is geen willekeurige of toevallige gebeurtenis, maar het resultaat van bepaalde omstandigheden die passen bij de taak en de persoon.

Csikszentmihalyi identificeerde drie belangrijke voorwaarden voor flow:

  • Duidelijke doelen: De persoon weet wat hij wil bereiken en hoe hij zijn vooruitgang kan meten.
  • Evenwicht tussen waargenomen uitdagingen en waargenomen vaardigheden:
  • De taak is noch te gemakkelijk noch te moeilijk voor het vaardigheidsniveau van de persoon, waardoor een gevoel van optimale uitdaging ontstaat.

Competentie

Deze voorwaarden ondersteunen ook de competentie, omdat ze de persoon helpen verwachtingen te begrijpen. Ook weet de persoon (werknemer, student, leeling) hoe hij/zij prestaties kan verbeteren en hoe moeilijkheden kan overwinnen. Competentie en flowtoestand versterken elkaar, want het ervaren van flow versterkt iemands gevoel van competentie, en het zich competent voelen vergroot de kans op het ervaren van een mentale flowtoestand.

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop
Mentale weerbaarheid en gezondheid

Competentie en flowtoestand zijn belangrijk voor zowel individuen als organisaties. Beide begrippen worden in verband worden gebracht met positieve resultaten zoals motivatie, productiviteit, creativiteit, leren, welzijn en tevredenheid. Door een werkomgeving te creëren die competentie en de bijhorende mentale toestand ondersteunt, kunnen werkgevers een positieve werkcultuur bevorderen waarin werknemers zich gewaardeerd, bekwaam en betrokken voelen bij hun werk.

Flow en hersenen

 alfa theta

De flowtoestand is ook meetbaar in de hersenen. Uit onderzoek blijkt dat flow wordt gekenmerkt door verhoogde theta-activiteiten in de frontale gebieden en gematigde alfa-activiteiten in de frontale en centrale gebieden. Deze hersengolven treden op wanneer we ons in een ontspannen, maar ook gefocuste staat bevinden. Dergelijke verhoogde theta en alfa-activiteiten wijzen op een diepe betrokkenheid bij de taak, een gevoel van tijdverlies en een verlies van zelfbewustzijn. Dit fenomeen wordt vaak waargenomen bij kunstenaars, atleten en andere individuen die volledig opgaan in hun werk of passie.

Hoe kom je in flow?

Flow laat zich niet afdwingen, maar je kunt hem wél uitnodigen door de juiste omstandigheden en prikkels te scheppen. Een belangrijke ingang is inspiratie. In psychologisch onderzoek heeft inspiratie als kenmerk wat Thrash en Elliot evocatie noemen: inspiratie wordt opgeroepen door iets buiten jezelf en laat zich niet zomaar bevelen (Thrash & Elliot, 2003). Je kunt flow dus niet rechtstreeks oproepen, maar je kunt jezelf wél blootstellen aan prikkels die de vonk ontsteken. Denk aan een inspirerend voorbeeld: iemand die de activiteit beoefent waarin jij wilt opgaan. Door je daaraan op te trekken, raak je eerder geactiveerd en gemotiveerd om zelf te beginnen.

Welke prikkels jóu in flow brengen, is persoonlijk. Daarom helpt het om je eigen flow-repertoire op te bouwen via zelfobservatie. Houd een tijdje bij wanneer je vanzelf opging in een taak, en wat daaraan voorafging. Voor de een is dat een bepaald muziekstuk, voor de ander een wandeling in de natuur, en voor weer een ander het terugkijken naar werk dat je eerder ín flow maakte — je eigen eerdere werk als voorbeeld dat je opnieuw op gang brengt.

Zorg ten slotte voor een vrije aanloop. Stem de taak af op je vaardigheid, zodat de uitdaging klopt (zie competentie), en bescherm je concentratie door één ding tegelijk te doen en afleiding weg te nemen. Ook je energie speelt mee: wie vitaal is, komt makkelijker in flow dan wie uitgeput is. Zo wordt in flow komen geen toeval, maar iets waar je zelf regie over voert: je leert je eigen voorwaarden kennen en schept ze bewust.

Literatuur Flow

Bakker, A. B., & Van Woerkom, M. (2017). Flow at work: A self-determination perspective. Occupational Health Science, 1, 47-65.

Katahira, K., Yamazaki, Y., Yamaoka, C., Ozaki, H., Nakagawa, S., & Nagata, N. (2018). EEG correlates of the flow state: A combination of increased frontal theta and moderate frontocentral alpha rhythm in the mental arithmetic task. Frontiers in psychology, 9, 300.Kotler, S., Mannino, M., Kelso, S., & Huskey, R. (2022). First Few Seconds for Flow: A Comprehensive Proposal of the Neurobiology and Neurodynamics of State Onset. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 104956.

Kotler, S., Mannino, M., Kelso, S., & Huskey, R. (2022). First Few Seconds for Flow: A Comprehensive Proposal of the Neurobiology and Neurodynamics of State Onset. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 104956.

Thrash, T. M., & Elliot, A. J. (2003). Inspiration as a psychological construct. Journal of Personality and Social Psychology, 84(4), 871–889.

Psychologische basisbehoeften

De zelfdeterminatietheorie en basisbehoeften

zelfdeterminatietheorie, dat de intrinsieke motivatie van mensen samenhangt met 3 factoren (psychologische basisbehoeften) : autonomie, competentie en saamhorigheid
zelfdeterminatietheorie

De zelfdeterminatietheorie of zelfbeschikkingstheorie (SDT; Ryan en Deci 2017) is uitgegroeid tot een zeer invloedrijke theorie over menselijke motivatie en welzijn met een enorme hoeveelheid wetenschappelijke onderbouwing. Deze theorie is gebaseerd op omvangrijk empirisch onderzoek. Zij biedt een raamwerk voor het begrijpen van de motivationele basis van persoonlijkheid en sociaal gedrag. De theorie omvat ook de relatie van psychologische basisbehoeften tot welzijn, psychologische bloei en groei (“Flourishing”) en hoge levenskwaliteit.

SDT stelt dat er universele psychologische basisbehoeften zijn die bevredigd moeten worden om groei, integriteit, en welzijn mogelijk te maken. Deze basishoeften zijn: autonomie, competentie en verbondenheid. Ondersteuning van deze basisbehoeften zorgt voor intrinsieke motivatie, bevlogenheid en vitaliteit.

Deci en Ryan beschrijven hun SDT als een organismische en dialectische theorie die zich uitdrukkelijk in de humanistische lijn plaatst. In hun grote overzichtsboek uit 2017 noemen zij Rogers, Maslow, Goldstein en Angyal als voorlopers, en zij beschouwen de SDT als de poging om de humanistische groeigedachte empirisch toetsbaar te maken.

SDT richt zich op uiteenlopende vormen van motivatie om uitkomsten als prestatie, betrokkenheid, vitaliteit en psychologische weerbaarheid te voorspellen. Met name maakt de theorie een verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Maar de theorie is geen zwart-wit model, de theorie beschrijft ook de tussenvormen tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Bijvoorbeeld kan een motivatie oorspronkelijk door ouders of school zijn aangemoedigd, maar de persoon heeft zich deze motivatie bijna volledig eigen gemaakt.

De ondersteuning van basisbehoeften

Autonomie kan op de volgende manier ondersteund worden: link

De basisbehoefte competentie kan op de volgende manier ondersteund worden: link

De basisbehoefte verbondenheid kan op de volgende manier ondersteund worden: link

Onderzoek toont aan, dat ondersteuning van de psychologische basisbehoeften belangrijke gevolgen heeft:

*Duurzame inzetbaarheid:

Onderzoek is er duidelijk over: het ondersteunen van de psychologische basisbehoeften en dus intrinsieke motivatie is de basis voor duurzame inzetbaarheid.

Bevlogenheid:

Mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn meestal (pro)actief, onderzoekend, nieuwsgierig en speels, tonen meer initiatief, volharden bij uitdaging en mislukking en zijn onafhankelijker van bij gebrek aan positieve terugkoppeling.

*Creativiteit

Creativiteit Intrinsieke motivatie spontaniteit originaliteit

Intrinsieke motivatie bevordert spontaniteit, originaliteit, persoonlijke authenticiteit en creativiteit.

*Hoge kwaliteit van leren

Innerlijke gedrevenheid verbetert het conceptuele begrip, actieve informatieverwerking, concentratie en effectief gebruik van leerstrategieën. Intrinsieke motivatie te leren was indirect en positief gerelateerd aan academische prestaties via de betrokkenheid in de klas (Froiland & Worrell, 2016). Het intrinsieke leren komt dichtbij de zogenaamde groei-mindset (Carol Dweck).

*Prestatie vanuit een mastery-mindset

Mastery mindset groei-mindset uitdaging leren feedback positieve psychologie ontwikkeling verbeteren growth mindset

De intrinsiek gemotiveerde medewerker wil dingen leren beheersen (competentie). De meer extrinsiek gemotiveerde medewerker kijkt naar beoordeling van buiten, naar status en bevestiging. Dat is niet in alle gevallen slecht, maar extrinsiek gemotiveerde mensen zijn minder creatief en op den dur minder gezond en kunnen bovendien anderen niet goed in hun bevlogenheid aanmoedigen. Moderne organisaties zijn op zoek naar medewerkers met een intrinsieke mastery-mindset.

*Welzijn en gezondheid:

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop

Intrinsiek gemotiveerde mensen presteren meestal goed en genieten van wat ze doen, zijn gelukkiger, productiever en minder angstig en rapporteren hogere niveaus van levenstevredenheid en eigenwaarde. Te weinig innerlijke gedrevenheid en ontbreken van autonomie, competentie en saamhorigheid kan daarentegen bijdragen aan een burn-out (Rawolle et al., 2016).

*Buffer tegen werkstress

Binnen het ook in Nederland onderzochte belangrijke Job-Demand-Resources model wordt intrinsieke motivatie als “resource” opgevat, dus als een element dat een buffer tegen werkstress opbouwt. Om deze reden is het vervullen van psychologische behoeften en het creëren van intrinsieke motivatie en daarmee “engagement”, dus bevlogenheid, ook een belangrijk element van job crafting.

SDT en positieve psychologie

De zelfdeterminatietheorie heeft een sterke overlap met de positieve psychologie, ook al is de historische ontwikkeling van deze twee richtingen verschillend. De humanistische zelfdeterminatietheorie was er al eerder. Richard Ryan, naast Edward Deci één van de twee wetenschappers, die de zelfdeterminatietheorie hebben ontwikkeld, werkt dan ook aan het “Institute for Positive Psychology & Education”.

In vergelijking met de delen van de positieve psychologie, die zich voral op positief denken richten, is de zelfdeterminatietheorie meer gericht op gedrag. Denkbeelden zoals een positief zelfbeeld spelen in de SDT geen grote rol. Het is belangrijker om op groei, leren en ontwikkelen gericht te zijn, dan op een positief zelfbeeld. Een persoon die op groei en “mastery” gericht is, zal een impliciet positief zelfbeeld hebben, zonder dit tot doel te maken. Hetzelfde geldt voor autonomie: autonomie heeft een overlap met de attributietheorie en de zogenaamde “locus of control“. Maar autonomie is ook verankerd in de realiteit en in gedrag, is niet puur cognitief.

Psychologische en fysiologische behoeften

Anders dan de (wetenschappelijk niet bewezen) theorie van Maslow, gaat de zelfdeterminatietheorie er niet van uit, das fysiologische behoeften belangrijker of meer “basic” zijn dan psychologische behoeftes. Mensen kunnen honger of moeheid tolereren, als zij hoog gemotiveerd zijn. Andersom lijden eetpatronen en slaap onder een psychologische burnout. Er is dus veel wisselwerking tussen psychologische en fysiologische behoeften. Beide domeinen van behoeften zijn essentieel voor ons welzijn.

Literatuur

Ryan, R., & Deci, E. (2017). Self-determination theory : Basic psychological needs in motivation, development, and wellness.

Ryan, R. (2019). The Oxford handbook of human motivation (Second ed., Oxford handbooks online).

Ryan, R. M., Deci, E. L., Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2021). Building a science of motivated persons: Self-determination theory’s empirical approach to human experience and the regulation of behavior. Motivation Science, 7(2), 97.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2022). Self-determination theory. In Encyclopedia of quality of life and well-being research (pp. 1-7). Cham: Springer International Publishing.

Mastery mindset

Groei-mindset, Growth Mindset: De mastery mindset van Carol Dweck is het geloof dat iemands capaciteiten en talenten kunnen worden verbeterd door tijd en moeite. Het is het tegenovergestelde van de “Fixed mindset”, die ervan uitgaat dat iemands intelligentie en vaardigheden vaststaan en niet kunnen veranderen. Een mastery mindset helpt mensen om moeilijke situaties aan te kunnen en hun potentieel te benutten. Dit wordt ook wel als “coping” beschreven.

Mastery mindset groei-mindset uitdaging leren feedback positieve psychologie ontwikkeling verbeteren growth mindset

Mensen met een mastery mindset staan open voor uitdagingen. Zij leren van feedback, zoeken naar nieuwe strategieën en zien inspanning als een manier om te groeien. Ze denken niet dat ze iets al kunnen of niet kunnen, maar dat ze het nog niet kunnen. Ze zijn niet bang om fouten te maken, maar zien ze als kansen om te leren. Ze hebben ook meer zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Zij geloven dat ze hun doelen kunnen bereiken met hard werken en toewijding.

Mensen met een mastery mindset kunnen meer succes behalen in hun leven, omdat ze zich niet laten beperken door hun angsten of belemmerende overtuigingen. Ze hebben een positieve houding ten opzichte van zichzelf en anderen, en zijn bereid om te blijven leren en verbeteren. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd, wat betekent dat ze plezier en voldoening halen uit het leerproces zelf, en niet alleen uit de resultaten of beloningen. Ze staan ook open voor samenwerking en inspiratie van anderen, in plaats van zich bedreigd of jaloers te voelen.

Mastery mindset ontwikkelen

Je ontwikkelt een mastery mindset door bewust te werken aan het veranderen van gedachten en gedrag. Bijvoorbeeld kun je jezelf uitdagen om nieuwe dingen te proberen, jezelf complimenteren voor je inzet. Je kunt ook constructieve feedback vragen en geven, je successen te vieren en je mislukkingen analyseren. Je kunt ook leren van de voorbeelden van mensen die een mastery mindset hebben. Het beste is het om een voorbeeld uit je omgeving te kiezen, iemand die zo veel mogelijk op je lijkt en je ook inspireert. Iedereen kan groeien met passie en oefening.

Een mastery mindset is dus een krachtige manier om jezelf te ontwikkelen en je doelen te bereiken. Het helpt je om je potentieel te ontketenen.

Literatuur:

Dweck, C. S., Dixon, M. L., & Gross, J. J. (2023). What Is Motivation, Where Does It Come from, and How Does It Work? In Motivation Science. New York: Oxford University Press.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een vorm van wetenschappelijk onderbouwde psychologische behandeling. CGT wordt ingezet voor mensen met psychische klachten en stoornissen, maar kan in feite hulp en steun bieden voor iedereen. Cognitieve veranderingstechnieken maken daarom vaak deel uit van coaching.

cognitie gedrag

Alle mensen hebben te maken met stress, conflicten en het verwerken van leed en verdriet.

CGT kan in de moeilijke situaties van het leven negatieve gedachten en overtuigingen, ook wel negatieve ‘zelfpraat’ genoemd, onderkennen en bewust te maken. Een psycholoog of coach werkt dan samen met de client om constructieve en tegelijkertijd ware en feitelijk gedachten te formuleren, die de negatieve zelfgesprekken vervangen.

Door het uitdagen en veranderen van negatieve overtuigingen en attitudes helpt CGT de emotionele regulatie te verbeteren.  De client leert copingstrategieën om problemen aan te pakken.

Gedragsverandering

CGT is vooral dan belangrijk als een client last heeft van negatieve gedachten en zelfkritiek. Cliënten, die vooral vaardigheden willen leren om beter te communiceren of te luisteren, of conflicten constructief aan te pakken, zijn meer geholpen met klassieke gedragsverandering. Deze leerstrategien voor gedragsverandering horen ook bij een brede CGT.
Ook een gestructureerde probleemanalye hoort bij CGT: Wat is het probleem, wanneer treedt het op…

Meestal wordt CGT ook uitgebreid met technieken uit de positieve psychologie en mindfulness.

CGT: Kritische stemmen en strenge gedachten in je hoofd tegenspreken

Depressieve mensen, maar ook mensen onder stress, met burn-out en perfectionisten hebben vaak sterk negatieve gedachten. Deze gedachten zijn dan triggers voor emoties als angst, verdriet en boosheid.
Bij deze gedachten is de cognitieve interventie als deel van de Cognitieve Gedragstherapie bijzonder belangrijk en effectief.

Onderzoeker Aaron Beck heeft bijvoorbeeld de negatieve depressieve gedachten goed beschreven en onderzocht.

Voorbeelden van depressief negatieve concepten  gaan vooral over:

•    Het zelf: “Ik ben waardeloos en lelijk”

•    De wereld: “Niemand waardeert me”

•    De toekomst: “Het kan alleen maar erger worden!”

Beck vatte deze gedachten als cognitieve denkfouten op, die in de therapie besproken en gecorrigeerd worden.

Het doel in de therapie is vaak om deze gedachten meer specifiek en concreet te maken en zo alternatieve gedachten te formuleren. Het is belangrijk dat de client deze alternatieve gedachten als waar ervaart. Het gaat er absoluut niet om de client te instrueren, de “verkeerde” gedachten los te laten en de “juiste” gedachten daarvoor  in plaats te zetten. Maar het is belangrijk dat een client samen met de coach alternatieve gedachten benoemt, die waar zijn en die als tegengedachte ingebracht kunnen worden tegen kritische stemmen in het hoofd.

Voorbeelden van realistische tegengedachten
“Ik ben waardeloos” tegengedachte op basis van input van de client: “Ik help mijn oude moeder”.

“Niemand waardeert mij” tegengedachte: “Mijn buurvrouw vind het fijn als ik boodschappen voor haar meeneem.”

“Alles wordt alleen maar erger” tegengedachte: “Voor morgen is mooi weer voorspeld.”

Het ontwerpen van tegengedachten vraagt om creativiteit en om een goede vertrouwensrelatie tussen therapeut/coach en client.

Vaak is het niet nodig, dat de client de negatieve gedachte volledig opgeeft…een realistische balans is al een grote vooruitgang.

Lees hier meer over de geschiedenis van de CGT

De meerwaarde van een psycholoog-coach

Er wordt wel eens gesuggereerd, dat mensen meer met elkaar moeten praten, elkaar moeten steunen, en dat de professionele psycholoog dan overbodig wordt. Wanneer heeft de psycholoog-coach een meerwaarde?

„De ggz-wachtlijsten zouden korter zijn als we gewoon eens naar elkaar zouden luisteren“ (Fleur Willemsen in het FD, in navolging van psychiater Dirk De Wachter).

steun
steun

Persoonlijke steun in de omgeving is zeker wenselijk. Wie een luisterend oor vindt, iemand die geduldig en met compassie luistert zonder te oordelen, die boft. En dan is het bovendien wenselijk dat de luisterende vriend zijn eigen meningen en ervaringen niet onmiddellijk wil delen, niet ijverig advies uitdeelt en ook dat deze vriend geen eigen interesse vervolgt bij het adviseren.  Ook is te hopen dat de steunende medemens vertrouwelijke dingen niet aan anderen vertelt.

Het zeker waar, dat een psycholoog geen toverkrachten heeft, en dat het dagelijks leven voor veel mensen zwaar is. In veel gevallen is het doel: acceptatie van het leven zoals het is. Ook is het waar, dat een gezonde leefstijl met bewust eten, slapen en bewegen in veel gevallen een psycholoog overbodig maakt.

Maar naar mijn mening zijn vrienden en kennissen geen vervanging voor de psycholoog. Vrienden zijn de dagelijkse gesprekspartners, en een psycholoog geeft een kwalitatief andere steun.

De meerwaarde van een universitair opgeleide psycholoog-coach ligt in het vermogen tot complexe analyse die vervolgens in toegankelijke en begrijpelijke vorm aan de client wordt doorgegeven.

Helikopterview

een coach biedt een helikopterview

Een ervaren psycholoog-coach kan de client helpen van de dagelijkse ervaringen en gevoelens uit te zoomen en een groter samenhang te zien (relaties, leerervaringen etc) , en aan de andere kant in te zoomen, dus heel concreet worden bij observaties en beschrijvingen. Als we een probleem willen verkennen, moeten we namelijk het volledige plaatje in ons opnemen. Samen met een coach een paar stappen terug doen, onszelf wat afstand gunnen. En dan weer heel concreet worden en samen kijken, wat de problemen hier en nu zijn.

Professionaliteit versus vrienden/ ervaringsdeskundigen

De coachingwereld bestaat op dit moment vooral uit “ervaringsdeskundigen”, mensen, die zelf een coachingtraject hebben doorlopen en daarna anderen willen adviseren. Een professionele psycholoog-coach heeft andere vaardigheden. Het gaat de professionele coach er niet om de eigen ervaringen als basis te gebruiken. Professioneel werken betekent, de stand van de wetenschap te kennen, en beproefte theorie en praktijk, bijvoorbeeld bij de aanpak van angst, heel specifiek voor een bepaalde client te kunnen toepassen.

Ervaringsdeskundigheid maakt nog geen goede coach, stelt Erik de Haan, hoogleraar organisatieontwikkeling & coaching. Een goede coach is volgens hem bij voorkeur juist géén ervarings-expert. Ervaringsdeskundigheid kandan ook de belangrijkste kwaliteit van de coach – kritische vragen stellen – in de weg staan.

Positieve psychologie: betrokken leven

Positieve psychologie is de wetenschappelijke studie van positieve psychologische motivatie en ervaring, zoals tevredenheid, vreugde en een gevoel van zingeving.

floreren groeien

Positieve psychologie richt zich op welzijn en op bevredigende, constructieve relaties.

Deze tak van de psychologie stelt vragen als:

*Wat maakt het leven de moeite waard?

*Wat helpt mensen om te bloeien en ontwikkelen in plaats van alleen maar te overleven?

*Hoe kunnen we mentale weerbaarheid en veerkracht versterken?

Mentale weerbaarheid en gezondheid welbevinden wandelcoach Den Haag cognitieve, emotionele en sociale vaardigheden die iemand in staat stellen een zinvol, lerend en productief leven te leiden en succesvol verschillende sociale rollen en functies te vervullen gedurende de verschillende stadia in diens levensloop

Positieve psychologie put uit meerdere stromingen van wetenschappelijke en psychologische richtingen

• Gedragstherapie: het toepassen van effectieve strategieën om constructief gedrag te stimuleren en te leren.

• Humanistische therapie & zelfdeterminatietheorie: de nadruk leggen op autonomie, intrinsieke motivatie en het geloof in het groeipotentieel van elke persoon.

• Existentialistische therapie: aandacht voor betekenis, doelen en de diep menselijke behoefte om persoonlijke waarden te verbinden met het dagelijks leven.

• Mindfulness – het cultiveren van bewustzijn van het huidige moment om stress te verminderen en dankbaarheid en (zelf-)compassie te bevorderen.

Door deze diverse invloeden met elkaar te verweven, biedt positieve psychologie een praktisch kader voor verandering. Mensen willen niet allen leren om te gaan met uitdagingen, maar ook actief bouwen aan een leven vol betekenis, betrokkenheid en voldoening.

realistische-hoop